Door: Wim Jurg
Wat is supervisie?
De meeste gebruikte, korte begripsomschrijving is die van Frans Siegers uit het Handboek Supervisie: “Supervisie is een methode op het gebied van opleiding en deskundigheidsbevordering, gericht op het leren zelfstandig en integratief te functioneren in de uitoefening van een dienstverlenend beroep, waarin het doelgericht hanteren van de relatie tussen werker en anderen een belangrijke rol speelt.”
Karakteristieken van supervisie: Supervisie is een methode, gericht op deskundigheidsbevordering. Dat betekent dat supervisie systematisch, doelgericht en procesmatig van opzet is. Supervisie richt zich op een tweetal niveaus. Het eerste niveau is integratie van denken, voelen en handelen van de supervisant. Het tweede integratieniveau betreft de aspecten persoon, beroep en werksituatie. Concreet betekent dit dat de supervisant situaties uit zijn dagelijkse werksituatie aandraagt in de supervisie. In het supervisieproces wordt dan systematisch, doelgericht en procesmatig, integratie nagestreefd m.b.t. het denken, voelen, handelen van de supervisant, gerelateerd aan de persoonlijkheid van de supervisant, zijn concrete werksituatie en de kenmerken en eisen van zijn professie. Doel van deze integratie kan als volgt omschreven worden: “Supervisie richt zich op de groei van genegenheid, begrip, kunde en durf van de supervisant in zijn contacten met de dienstafnemers.” (Henri Zier: Voor het eerst supervisie). Supervisie beoogt de eigen leerstijl van de supervisant bewust te maken, daarbij aan te sluiten en te verdiepen. De leerstijltest van Kolb wordt daarbij veel gebruikt.
Aansluiten bij leerstijlen en de hierboven genoemde integratieniveaus vooronderstellen dat het in supervisie vooral om reflectie gaat op het eigen, persoonlijke, beroepsmatige functioneren in de beroepspraktijk. Daarbij zal er aandacht zijn voor de persoon van de supervisant, zijn achtergrond, karakter, motieven en gedragspatronen. De reikwijdte en diepte daarvan wordt aangegeven en begrensd door het ingebrachte werkmateriaal uit de dagelijkse praktijk. Reflecterend werken is het instrument bij uitstek dat leidt tot ervarend leren in het hier en nu. In supervisie worden geen beschouwingen opgezet omtrent het functioneren van de supervisant in zijn werk, maar hij wordt op methodische wijze gestimuleerd tot zelfreflectie in het hier en nu. De relatie met de supervisor is daarbij een cruciaal instrument voor de kwaliteit van die zelfreflectie.
Samenvattend is de begripsomschrijving van Henri Zier uit zijn Voor het eerst supervisie veelzeggend: “Supervisie onderscheidt zich van de andere scholingsmiddelen in opleidingen en van andere vormen van werkbegeleiding in de praktijk door continue aandacht voor mogelijke leerbelemmerende persoonlijke ervaringen van de supervisant én door volledig ruimte te geven voor de leerbevorderende persoonlijke manier van leren van de supervisant.”
Werkvormen van supervisie
Supervisie kan in verschillende werkvormen gegeven worden. Bij de individuele supervisie is de verhouding 1:1. Hierbij krijgt de supervisant veel individuele aandacht en is de supervisie op maat gesneden. We noemen dit ook wel ‘dyadische supervisie’. Verder is er ook supervisie aan twee supervisanten tegelijk. Dit noemen wij ’triadische supervisie’. Hierbij wordt de aandacht verdeeld over twee personen, maar er is meer ruimte voor diversiteit in casuïstiek. Ook biedt de supervisor gelegenheid om hen achtereenvolgens te helpen om elkaar te begeleiden en daarmee de begeleidingsvaardigheden te ontwikkelen.
De aantallen supervisanten kunnen nog groter worden bij groepssupervisie. Vanaf drie studenten spreekt men hiervan. Al naar het beroepsveld is het maximumaantal supervisanten vier t/m acht. In het agogische veld is vier het maximum. In het pastoraat gaat men zelfs tot acht personen. We denken hierbij aan het KVP-model (Klinische Pastorale Vorming). Bij de laatste vormen van groepssupervisie dient de supervisor ook kennis te hebben van groepsdynamica naast andere vaardigheden waarover hij dient te beschikken.
Bij sommige vormen van supervisie wordt de nabijheid van de supervisor t.o.v. de therapeut en de cliënt groter dan bij de gangbare supervisie. De supervisor is nl. aanwezig bij de therapie die door de therapeut gegeven wordt. Zijn aanwezigheid kan concreet zijn doordat hij in de ruimte waar de therapie gegeven wordt, aanwezig is, ofwel hij observeert via een doorkijkspiegel hoe het proces verloopt. Voor de therapeut kan dit zeer bedreigend zijn, omdat hij a.h.w. op de vingers wordt gekeken. Anderzijds is het daardoor mogelijk om de noodzakelijke feedback concreter te verschaffen. Deze vorm van supervisie wordt slechts zeer beperkt toegepast in bepaalde situaties, zoals groepstherapie, gezinstherapie en echtpaartherapie. Om de kwaliteit als supervisiewerkvorm te kunnen waarborgen moet er na afloop niet alleen ruimte zijn voor feedback, maar ook voor reflectie. Het is belangrijk dat de supervisant er blijvend voordeel bij heeft en zonder het laatste aspect van de reflectie zal dit niet voldoende gebeuren.
De groepssupervisie is bij uitstek geschikt om na afloop omgezet te worden in intervisie, want de supervisant heeft zo geleerd om niet alleen te reflecteren op het werkmateriaal, maar ook om collega’s te begeleiden in hun groeiproces. Intervisie wordt soms te vroeg ingezet en kan dan leiden tot gebrek aan kwaliteit. Om groepen in de omschakeling te helpen, bestaat het beroep van intervisor. Dit is een supervisor die deskundigheid heeft verworven in het begeleiden van groepen en het opzetten van een goede intervisie.
Bovenstaand artikel komt uit het boek Basisprincipes van supervisie door drs. W. Jurg.
In dit stukje wil ik graag beschrijven hoe mijn boek tot stand is gekomen en uitgegeven op 80-jarige leeftijd. Zoals bij iedere supervisor is het begin van je loopbaan eenvoudig, omdat je hulp krijgt bij de werkuitvoering. Dat heb ik zelf tijdens de KPV-opleiding ervaren bij de afronding van mijn doctoraal studie Pastorale Psychologie onder supervisie van pater Van Tienen, een bekwaam supervisor die in Amerika is opgeleid. Zijn stijl als deskundig theoloog en psycholoog sprak mij erg aan. Dit had als resultaat dat ik zelf ook een goed en veelzijdig supervisor wilde worden. Dat werd echter een lange weg met begeleiding door diverse supervisoren. Die weg strekte zich uit over de diverse werkvelden van pastoraat, psychologie en psychotherapie. Ik kon dit volbrengen, omdat het samen ging met de praktijkervaring.
De opleiding tot supervisor heb ik bij het toenmalige PVO te Amsterdam voltooid. Hierna volgde een periode van SOS: supervisie over supervisie. Op die wijze ben ik opgeleid tot senior supervisor met de bevoegdheid om mensen op te leiden tot supervisor. Dat mocht ik vele jaren doen en tegen die achtergrond is dit boek ontstaan. Overigens ben ik van mening dat de professionele en persoonlijke groei even belangrijk zijn. Na diverse trainingen in Nederland kon ik in Chicago bij Gendlin afstuderen als mondiaal erkend trainer in de focustherapie. Aansluitend heb ik bij het RINO elk van de vier hoofdstromingen van de psychotherapie bestudeerd en ook modules gevolgd in de neurologie en neuropsychologie.
Na mijn hartaanval in 2009 kreeg ik het verlangen om mijn kennis en ervaring vast te leggen in enkele boeken over deze vakgebieden. Hier heb ik in 2013 aan mogen werken en inmiddels zijn er drie boeken afgerond. Het tweede boek gaat over de principes voor supervisie. Dit is het meest uitgebreide boek. In hoofdstuk 5 wordt gesproken over diagnostiek en indicatie. Dit is een belangrijk onderdeel van het boek en de inhoud daarvan sluit aan op mijn eigen interesses. Dit heeft geresulteerd in mijn derde boek met als titel Van Classificatie naar diagnose. In dit boek spreek ik o.a. over de noodzaak van een second opinion onder de noemer “statische en dynamische diagnose”. Sinds kort is dit iets dat me meer en meer bezighoudt vanwege de implicaties die hiermee verbonden zijn voor opvangcentra en klinieken.
In het boek over supervisie worden alle werkvelden en therapievormen besproken, die relevant zijn voor het vak van supervisor. Wel in beknopte vorm. Het boek is goed te gebruiken voor diverse opleidingen, maar ook voor zelfstudie.
St. Tabitha, Anerweg-Noord 86, 7775 AV Lutten.
Het belang van supervisie in de praktijk
Goede supervisie helpt professionals reflecteren op hun eigen handelen en groeien in hun vak. Door regelmatig supervisie te volgen, blijf je scherp op je eigen functioneren en ontwikkel je je verder als dienstverlener. Lees ook andere artikelen op curova.nl of meer achtergrond via Wikipedia.

