Door de counselings-/coachings- en therapiejaren van mijn carrière heen heb ik verscheidene fases doorgemaakt op het gebied van beroepsverenigingen.
Toen ik net begon, was het erg belangrijk om lid te kunnen zijn van een beroepsvereniging, omdat er via dit kanaal veel te leren viel. Bijvoorbeeld over de zakelijk praktische kant van het runnen van een eigen praktijk. Er werden dagen georganiseerd waarop informatie werd verstrekt en workshops werden georganiseerd. Het was fijn om andere counselors te ontmoeten en we leerden van elkaar.
Aangezien het beroep van counselor in die tijd nog in de kinderschoenen stond, had je nog geen supervisie, hooguit wat intervisie, maar het was minimaal. Op een gegeven moment was er een enorme groei aan mensen die counseling gingen studeren, waar met scheve ogen naar gekeken werd door BIG-geregistreerden. Er werd laatdunkend gedaan, maar counselors kregen het druk, omdat de drempel voor cliënten om hen te bezoeken lager was dan die voor het bezoek aan een psycholoog/psychotherapeut. Bovendien was het veelal goedkoper.
De beroepsverenigingen voor counselors zagen in dat, om mee te kunnen tellen in therapeutenland, er geprofessionaliseerd moest worden; dus werden intervisie, supervisie en aanvullende beroepsgerichte cursussen verplicht gesteld. Het doel: serieus genomen worden en uiteraard goede counselors afleveren. Ik bevond mij in een bizarre positie, want aangezien ik van de eerste lichting counselors was, en inmiddels fungeerde als docent en supervisor, moest ik nu ook in een intervisiegroep. Dat werkte in de praktijk niet, want de leden van de groep waren aspirant-counselors en ik paste daar qua ervaring niet bij.
Na een paar jaar ging ik creatieve therapie studeren. Onderdeel van de opleiding waren leertherapie en een stageperiode van 10 maanden in de GGZ. Na afronding van de opleiding werd ik lid van de beroepsvereniging voor creatief therapeuten. Nu was ik lid van 2 verenigingen. De lidmaatschapsgelden waren pittig, maar de officiële bordjes aan de deur gaven (potentiële) cliënten een veilig gevoel. Daarnaast zorgde lidmaatschap voor het feit dat cliënten althans een deel van het counselingstraject vergoed kregen.
Door de jaren heen ben ik lid geweest van verschillende intervisiegroepen. Daar kwam je samen met verschillende collega’s. Soms waren het mensen die benauwd regels opvolgden. Dan was er sprake van ‘als we nu zus en zo deden, dan konden we uiteindelijk lid worden van ..’ Dat zou ons steeds meer cachet geven.
Ik zelf was hier niet mee bezig en raakte minder betrokken bij de verenigingen. Er ging te veel tijd in zitten. Ik had het druk. Mijn cliënten waren belangrijk. Als zij een ontwikkeling doormaakten en tevreden bij mij terugkwamen en verbeterde levenskwaliteit ervoeren, dan was ik op de goede weg.
Ik denk dat beroepsverenigingen veel te bieden hebben. Maar ik weet ook uit eigen ervaring dat er stadia zijn binnen de ontwikkeling van het vak en de therapeut. Of een therapeut al dan niet goed is voor een cliënt, hangt niet af van het aantal bordjes aan de deur. Het is een kwestie van bij elkaar passen. Het is een kwestie van rapport en van vertrouwen.
Toen ik op een dag zelf wilde sparren met een therapeut, bezocht ik een psychologe die al 30 jaar praktijk voert. Ik had via via over haar gehoord. Toen ik haar voor het eerst bezocht, bleek dat zij nergens lid van is, BIG-registratie interesseert haar niet (meer). Ze rekent 50 euro per consult; dat vindt zij billijk. Ze is een verademing geweest op mijn pad. Onlangs heb ik nog een familielid naar haar doorverwezen, om maar één enkele reden: als er iemand is die hem zal begrijpen en bij wie hij zijn ei kwijt kan, dan is zij het. Dat is mijn enige criterium.
Waarom beroepsverenigingen belangrijk blijven
Beroepsverenigingen bieden niet alleen scholing en intervisie, maar ook erkenning richting cliënten en verzekeraars. Aansluiten bij een van de beroepsverenigingen kan daarom een waardevolle stap zijn voor iedere therapeut. Meer informatie over beroepsverenigingen in de zorg vind je bij de NFG. Meer columns van Martine Clausen lees je in PSC Magazine op Curova.

