Wijkend christendom en persoonlijke spiritualiteit: vijftig jaar God in Nederland

Ton Bernts en Joantine Berghuijs over hun onderzoek God in Nederland 1966-2015: over de aardverschuiving op religieus en spiritueel vlak in een halve eeuw.

God in Nederland is de titel van het grote onderzoek van Ton Bernts en Joantine Berghuijs naar vijftig jaar religieuze verandering, dat ook centraal staat in dit PSC Magazine. Meer cijfers over kerkelijkheid en spiritualiteit zijn te vinden bij het Centraal Bureau voor de Statistiek.

Op zaterdag 21 januari jl. deden honderd kerken in heel Nederland mee aan een recordpoging klokluiden. Het was een ludiek initiatief in het kader van de jaarlijkse geldwervingsactie Kerkbalans. De Nederlandse kerken kampen al jaren met teruglopende inkomsten. Men luidde die zaterdag, ondanks de vrolijke en enthousiaste entourage, feitelijk ook massaal de noodklok. In een halve eeuw heeft er een aardverschuiving plaatsgevonden op religieus en spiritueel vlak. In ons onderzoek God in Nederland 1966-2015 geven wij een beeld van deze ontwikkelingen.

Door: dr. Ton Bernts, Radboud Universiteit en dr. ir. Joantine Berghuijs, Vrije Universiteit

Nederland was halverwege de zestiger jaren nog een verzuilde en volkskerkelijke samenleving. Nu is het christendom voor veel Nederlanders inmiddels een onbekende of exotische wereld geworden. Veel landgenoten hebben geen idee meer wat zich binnen de kerkmuren afspeelt en worden zich vaak pas bewust van een kerkgebouw als dit wordt bedreigd door de sloophamer. Het christendom is weliswaar nog vitaal binnen de kleine orthodox-protestantse kerken (ruim 4% van de bevolking) en binnen delen van de Protestantse Kerk in Nederland die in totaal 8,6% van de bevolking telt. Bij de overige protestante en katholieke kerkleden (11,7%) blijkt de oriëntatie op het traditionele christendom aanzienlijk zwakker. Ons land telt inmiddels circa 68% buitenkerkelijken, met andere woorden, mensen die zich geen lid van een kerk beschouwen. Er is sprake van een dubbele secularisering: niet alleen daalt het aantal kerkleden, maar een deel van hen, met name de katholieken, hecht bovendien minder aan de christelijke geloofsvoorstellingen en kerkelijke participatievormen. Aan de andere kant is er ook een aanzienlijke groep buitenkerkelijken die zich niettemin als gelovig (17%) of als spiritueel (10%) beschouwt. Geloof, spiritualiteit en kerk zijn minder hecht verbonden dan voorheen.

Er is in Nederland, net als in veel andere landen in Europa, sprake van een wijkend christendom. Een verdere krimp van het aantal kerkleden en meer algemeen van de groep gelovigen is aannemelijk. De verklaring hiervoor is dat de gelovige en inmiddels vergrijsde generaties langzaam worden vervangen door de veel minder christelijk betrokken jeugd. De ontwikkeling van de islam (6%) en andere niet-christelijke religies (2%) laat een andere dynamiek zien, omdat religie en sociale identiteit bij deze groepen nog sterk verbonden zijn. Nederland is een postchristelijk land geworden, waar nog substantiële groepen kerkleden en gelovigen bestaan, maar het christendom geen overkoepelend verhaal meer vormt, waar een meerderheid van de Nederlanders zich naar richt en zich door laat motiveren.

Naast een vermindering van de christelijke religie zien we een verandering van geloof zoals dat wordt beleefd door Nederlanders. Steeds minder in een hechte, gedeelde en welomschreven vorm, maar als een geïndividualiseerde, grenzeloze en horizontaal gerichte spiritualiteit en zingeving. Laten we deze drie typeringen hier nader bezien.

Individualisering is geen nieuw, maar wel een blijvend thema. In toenemende mate vinden Nederlanders dat geloof vooral iets persoonlijks is dat je zelf bijeen moet zoeken uit allerlei tradities en ideeën. Ook je innerlijke stem en de innerlijke ervaring van de waarheid zijn belangrijk. Het wegvallen van de vertrouwde kaders leidt echter ook tot onzekerheid. Veel van onze respondenten vonden het moeilijk om hun geloof of spiritualiteit in eigen woorden te omschrijven. Men deed er veelal het zwijgen toe of beperkte zich tot vage omschrijvingen zoals ‘ik geloof dat er meer is tussen hemel en aarde’.

Grenzeloos is deze spiritualiteit in de zin dat kerkmuren weinig betekenis meer hebben: een meerderheid van de Nederlanders noemt zich gelovig of spiritueel, terwijl slechts een kwart kerklid is. Binnen en buiten de kerkmuren hebben mensen affiniteit met het christelijk geloof of met nieuwe spiritualiteit. Ook de grenzen tussen de religies vervagen: bijna een kwart voelt zich verwant met twee of meer verschillende religies, zoals christendom en boeddhisme. Tot slot is de grens tussen religieus en seculier ook vervaagd. Nederlanders hanteren omschrijvingen van hun geloof of spiritualiteit, die uiteenlopen van het geloof in een persoonlijke God en de complete geloofsbelijdenis tot het uitsluitend geloven in de menselijke ratio en alles daartussenin.

Het derde kenmerk van de nieuwe spiritualiteit en zingeving is de horizontale gerichtheid. De notie van een verticale transcendentie, in de zin van het geloof in God of een hogere macht, en in een leven na de dood, is sterk afgenomen. Nederlanders hechten meer waarde aan horizontale transcendentie in de zin van bewust en verantwoordelijk leven in het hier en nu, het overstijgen van jezelf en verbondenheid met anderen, de natuur of de kosmos. Ook veel seculieren beamen deze horizontale transcendentie, bijvoorbeeld de verbondenheid die men ervaart tijdens bepaalde gebeurtenissen of ceremonies, zoals sportwedstrijden, herdenkingen en gebeurtenissen rond het koninklijk huis. Deze civil religion neemt dus de traditionele religie deels over, maar zal ongetwijfeld minder impact hebben op het sociale leven en persoonlijke houdingen dan het christendom voorheen had.

Wat betekenen deze trends van wijkend christendom en geïndividualiseerde en horizontale spiritualiteit voor de samenleving? De Britse sociologe Linda Woodhead stelt ten aanzien van spiritualiteit dat ‘… religie is teruggekeerd naar haar core business, namelijk het ondersteunen van het leven van alledag, het onderhouden van relaties met de levenden en de doden, en het omgaan met tegenslagen’. Het gaat ook letterlijk vaak om ‘business’, getuige het grote aanbod van ritueelbegeleiders en spirituele coaches, van cursussen yoga, meditatie, Tai Chi, mindfulness en van therapieën zoals reiki, acupunctuur en kristaltherapie. Ook kennen we evenementen als de Onkruidbeurs of Lotusbeurs. Uiteraard dient hier ook nog de grote oplage van het tijdschrift Happinez te worden gememoreerd, inmiddels ook met een eigen festival.

Het wegvallen van het christendom als een groot en samenbindend verhaal lijkt voor veel Nederlanders geen probleem te vormen: het merendeel vreest niet dat we in een ‘goddeloze’, i.c. immorele wereld zijn beland. Niettemin kent een seculiere samenleving zoals in Nederland en andere West-Europese landen geen precedent. De uitkomsten van dit ‘seculiere experiment’ zoals Hans Boutellier in zijn gelijknamige boek beschrijft, zijn dus toch ongewis. Richtinggevende en gemeenschapsvormende verhalen en de daarbij behorende leefstijlen en rituelen lijken tot op zekere hoogte onmisbaar. Uit ons onderzoek blijkt ook dat verhalen rond koningshuis of nationale sport de Nederlanders nog steeds in hoge mate raken. Maar tegelijk is er niet langer één verhaal, maar een veelvoud van kleine en grote verhalen, al dan niet religieus, en vaak dicht bij het eigen leven.

Deze bijdrage is gebaseerd op het hoofdstuk ‘Tot Besluit’ van ons boek God in Nederland 1966-2015. Utrecht: Ten Have. Alle noten en literatuurverwijzingen bij de tekst vindt u daar.

Auteur

Redactie PSC Magazine

Redactie PSC Magazine

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2017

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen