Column Wilma: De kracht van de onvoltooid tegenwoordige tijd

Wilma de Haas over de kracht van taal in coaching: hoe werkwoordstijden en stiekeme saboteurs als "zou moeten" cliënten weerhouden om in beweging te komen.

De onvoltooid tegenwoordige tijd is een krachtig taalinstrument in coaching, zoals ook beschreven op het PSC Magazine platform. Door bewust te werken met deze werkwoordstijd, help je cliënten om “zou moeten” om te buigen naar concrete actie. Meer over taalpatronen in coaching is te vinden bij de Nederlandse Orde van Beroepscoaches (NOLOC).

De laatste tijd kom ik aardig vaak de titel van het boek De kracht van kwetsbaarheid van Brené Brown tegen. Kwetsbaarheid is in. De titel roept bij mij een lichte weerstand op, omdat de schrijfster is vergeten het voorafgaande boek te schrijven, namelijk ‘Hoe ga ik om met de kwetsbaarheid van een ander’. Niet om vervelend te zijn, maar na twee decennia vertoeven in de wereld van coaching en hulpverlening heb ik schrijnende gevallen van onkundig omgaan met kwetsbaarheid gezien. In die zin kan ik cliënten soms alleen maar gelijk geven. Timmer maar mooi een muurtje om je heen. Niets mis met een stukje gezonde zelfbescherming.

Ik werk graag met een andere kracht. Die van de taal. Om nog meer precies te zijn, die van de onvoltooid tegenwoordige tijd. Hoe vaak ik ook een kanttekening plaats bij woorden en een uitgesproken voorkeur heb voor beelden, taal an sich bevat waarheden en wetmatigheden waar we onbewust mee werken. Zoals die van de werkwoordstijden.

Zodra ik in gesprek ga met een cliënt staan mijn oren open voor bepaalde werkwoordstijden zoals de onvoltooid verleden tijd of de voltooid verleden tijd. Ik had leuke collega’s, vertelt mij iets anders dan Ik heb leuke collega’s gehad. Mijn oren spitsen zich wanneer ik die onmogelijke combinatie van toekomstige tijd en verleden tijd tegenkom Ik zou later graag wat sterker in mijn schoenen staan. Die mensen trek ik zo snel mogelijk naar het heden. Je kunt toch niet in het verleden veranderen? Mijn haren gaan echter recht overeind staan, wanneer er koppel-, hulp- of andere niets toevoegende werkwoorden tevoorschijn komen zoals moeten, willen, proberen, hopen, gaan, kunnen, zullen et cetera. Ook al staan die in de tegenwoordige tijd. Het zijn stiekeme saboteurs die de cliënt weerhouden om in beweging te komen. De meest gevaarlijke saboteur bestaat uit de combinatie van toekomstig verleden tijd plus hulpwerkwoord. Geloof me, zodra uw cliënt zegt Ik zou moeten…, stop dan direct het gesprek! Daar komt geen millimeter beweging in.

De interventie die ik op dat moment inzet, heeft direct te maken met de kracht van de onvoltooid tegenwoordige tijd. Vaak gaat dat als volgt.

Cliënt: ‘Ik zou een volgende keer nee moeten zeggen.’
Ik: ‘Nog een keer en dan anders.’

Cliënt: ‘Ik moet een volgende keer nee zeggen.’
Ik: ‘Sorry. Nog een keer op een andere manier.’

Cliënt: ‘Ik wil een volgende keer nee zeggen.’
Ik: ‘Klinkt beter. Nog een keer. Weer anders.’

Cliënt: ‘Ik kan een volgende keer nee zeggen.’
Ik: ‘Je bent er bijna. Nogmaals echter.’

In deze gevallen ga ik net zo lang door totdat ze die tijd gebruiken, die hen helpt om in hun kracht te komen.

Cliënt: ‘Ik zeg nee.’
Ik: ‘Hè hè. Je bent er!’

Niets kwetsbaarheid. Gewoon een kwestie van onvoltooid tegenwoordige tijd.

Wilma de Haas is eigenaar van Haas & Konijn®, een bureau voor persoonlijke en professionele ontwikkeling en auteur van K-therapie.

Auteur

Redactie PSC Magazine

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2017

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen