Pubers en adolescenten maken een cruciale ontwikkelingsfase door waarin de hersenen nog volop in ontwikkeling zijn. Meer achtergrondartikelen over jongeren en hun ontwikkeling zijn te vinden op het PSC Magazine platform. Voor aanvullende informatie over de ontwikkeling van pubers en adolescenten kan ook terecht worden gekeken bij het Nederlands Jeugdinstituut.
Over ‘de jeugd van tegenwoordig’ wordt vaak negatief gesproken. Dat is nu, dat was 35 jaar geleden, maar ook 100 jaar geleden niet anders. Rond 1900 typeerde psycholoog Stanley Hall de puberteit en adolescentie als een tijd van storm en stress, waarbij conflicten met ouders, stemmingswisselingen en risicogedrag kenmerkend waren. De uitingsvormen en situaties waarin zijn nu anders, maar inmiddels weten we ook meer. De neuropsychologie geeft veel inzicht in de ontwikkelingen in de hersenen over deze levensfase.
Door: Ruud van Hal, psychosociaal therapeut
Er is sprake van de pubertijd in de leeftijd van 10 tot 15 jaar; in de literatuur worden verschillende indelingen gehanteerd. Kenmerkend is dat het lichaam onder invloed van hormonen geslachtsrijp wordt. Deze ontwikkeling zorgt dat de hersenen zich gaan ontwikkelen. Dit verloopt niet in alle delen van de hersenen gelijk. Dat maakt dat er een disbalans ontstaat, die op verschillende leefgebieden zijn uitwerking heeft.
Op 15-jarige leeftijd start de adolescentie. Niet alle jongeren die in ontwikkeling zijn, houden zich aan deze tijdsplanning. De werkelijkheid is dat het richtinggevend is en dat iedere puber en adolescent zich ontwikkelt volgens zijn eigen schema. De adolescentie is de periode waarin de ontwikkeling van de hersenen zich doorzet. Deze ontwikkelen zich door tot je 25e maar al eerder stopt de adolescentiefase. Het doorontwikkelen heeft invloed op bv. keuze voor partner, studie, werk.
De ontwikkeling van de hersenen heeft gevolgen voor de sociaal-emotionele ontwikkeling. Een kind gaat meer zijn eigen plek innemen, moet loskomen van het nest, ouders en gezin. Hier zal de puber zelf stappen in zetten, maar ouders en verzorgers moeten ook kunnen loslaten. Belangrijke vraag is: hoe kun je dat op een zorgvuldige manier doen? Er is veel onwetendheid hierover; veel heeft te maken met de visie van ouders op opvoeding maar het heeft ook te maken met de hechtingsstijl van ouders en kind.
Het is beter om over jongeren te spreken dan over pubers; ze zijn meer dan een jongen of meisje die/dat geslachtsrijp wordt. Het zijn mensen die belangrijke stappen zetten in hun leven: de overgang naar volwassenheid, mits de ouders en docenten hun daar de ruimte voor geven. Dit gaat met vallen en opstaan; het gaat gepaard met barensweeën. In de Bijbel wordt gesproken over Eva, die met moeite kinderen zal baren. Dit betekent ook grootbrengen. Vanuit dit bijbelstukje is veel meer te schrijven over de basis in opvoeding.
Tijdens het proces van de overgang naar volwassenheid komen er valkuilen naar boven waar jongeren gevoelig voor kunnen zijn. Bij de een is dat een depressie, bij de ander zijn dat extreme angsten en bij weer een ander is dat agressie. Buiten dit leveren jongeren vooral een belangrijke positieve bijdragen aan de maatschappij; energiek leveren ze hoge sportieve, maar ook creatieve prestaties; ze hebben in deze levensfase een hoog probleemoplossend vermogen.
Vooral als jongeren in de leeftijd van ongeveer 12 tot 18 jaar in therapie komen, heeft de therapeut te maken met jongeren die in niemandsland verkeren. Ze zijn geen kind meer en nog niet echt volwassen, en dit vraagt maatwerk. In de basishouding is veiligheid en aandacht belangrijk, maar vooral zich gehoord weten. Vaak missen jongeren dit; ze doen voorkomen dat ze hun ouders niet nodig hebben maar kunnen niet zonder hun steun. In deze levensfase zijn ze erg gevoelig voor afwijzing, een positieve benadering is effectiever. Een luisterend oor maar ook de veiligheid dat wat ze delen, niet buiten de spreekkamer komt, is belangrijk.
Jongeren hebben ruimte nodig om te oefenen in kiezen en de gevolgen binnen grenzen te leren dragen. Maak als ouders en docenten onderscheid in regels en afspraken. In veel situaties vraagt dat om een driegesprek met ouders en jongeren om hier op een andere manier invulling aan te geven. Deze levensfase staat niet op zich, een kind bouwt verder op aanleg en positieve, negatieve ervaringen uit het verleden. Deze kunnen bevorderend en belemmerend werken.
In deze levensfase zijn behandelmethodes of theorieën die ook bij volwassenen of kinderen gebruikt worden, geschikt maar dan aan hun belevingswereld aangepast. Denk hierbij aan: enneagram, transactionele analyse, gestalt, creatieve en lichaamsgerichte werkvormen. De sport en bewegingsruimte kunnen ook een passende invulling zijn, als sprake van boosheid is.

