Persoonlijke autonomie: hoe blijf je in balans?

Saskia de Bel en Suzanne van der Wees over de Schaal voor Persoonlijke Autonomie (S.P.A.): een screenings- en coachingsinstrument voor de balans tussen zelfstandigheid en verbinding.

Inhoudsopgave

(Werk)stress

Onder bepaalde omstandigheden kan afhankelijkheid van de mening van anderen het functioneren belemmeren en leiden tot psychische klachten of stoornissen. Hetzelfde geldt voor een te sterke drang naar onafhankelijkheid, waarbij mensen het contact en de verbondenheid met anderen kwijtraken.

Een te grote afhankelijkheid van de mening van andere mensen uit zich vaak in moeite met nee zeggen en grenzen stellen, en te veel aanpassen aan de (mogelijke) meningen en wensen van anderen. Dit kan op termijn tot werkstress en overbelastingsklachten leiden. Er zijn ook mensen die niet zozeer afhankelijk zijn van de mening van anderen, maar wel moeite hebben hun mond open te trekken en zich uit te spreken. Hierdoor zijn zij te weinig zichtbaar op het werk en kan de interne spanning ook flink oplopen. Andersom kunnen te assertieve werknemers door hun (te) directieve communicatie juist weer stress bij collega’s veroorzaken. Onderzoeksresultaten laten dan ook zien dat er een samenhang is tussen autonomie en werkstress, en dat persoonlijke autonomie van invloed is op de werk-privébalans (Bekker, Willemse & Goeij, 2010; Bel, 2010).

Persoonlijke autonomie meten

Voor het gezond en vitaal houden van werknemers is het dan ook van belang de persoonlijke autonomie in kaart te brengen en zo nodig, te helpen verbeteren. Wij doen dit sinds jaar en dag met de Schaal voor Persoonlijke Autonomie (S.P.A). De S.P.A. is gebaseerd op de Vragenlijst voor Interpersoonlijk Gedrag (Oostburg, 1977) en is uitgebreid met de schaal Auteurschap. Deze nieuwe schaal meet ons inziens een essentieel aspect van persoonlijke autonomie: zelfreflectie en -bewustzijn, en de mate waarin het eigen gedrag in overeenstemming is met de eigen doelen (congruentie). We zijn verheugd dat we na twee jaar onderzoek de S.P.A. hebben kunnen hernormeren en voor de praktijk interessante resultaten kunnen presenteren (Bel & Wees, 2017). Inmiddels is de S.P.A. in een herziene, digitale vorm beschikbaar (zie: autonomietest.nl).

De gulden middenweg

Een essentieel aspect bij persoonlijke autonomie is de balans tussen zelfstandig handelen (onafhankelijkheid) en sociaal functioneren (verbinding en gevoeligheid voor anderen). Dit houdt in dat mensen ruimte kunnen vinden te midden van voor hen belangrijke anderen, zich voor hen kunnen afgrenzen maar tegelijkertijd ook een bevredigend contact met hen kunnen handhaven (Bekker & Assen, 2008; Bel, 2014). De S.P.A. onderscheidt zeven verschillende aspecten en vaardigheden die de mate van persoonlijke autonomie van een individu in kaart brengen. De zeven subschalen zijn: beëindigen onaangename situaties, angst voor aversieve stimuli, weigeren, emoties tonen, streven naar en acceptatie van positieve stimuli, informeren/tegenspreken/discussiëren en auteurschap.

Hierbij geldt niet hoe hoger de totale score, hoe beter het gesteld is met de persoonlijke autonomie, maar een gemiddelde score is het optimum. Dit wil zeggen dat een individu meer in balans is naarmate de scores op de subschalen – met uitzondering van de schaal Auteurschap – rond het gemiddelde liggen en dus gelijkmatig verdeeld zijn. Een lage score op persoonlijke autonomie duidt erop dat het functioneren wordt beperkt, wat kan leiden tot psychische klachten of stoornissen. Aan de andere kant duidt een hoge score op persoonlijke autonomie op een te sterke drang naar onafhankelijkheid en ongevoeligheid voor anderen, waardoor mensen het contact en de verbondenheid met anderen kwijtraken.

Na het online invullen van de vragenlijst krijgen mensen een overzicht van hun totale score, de scores op alle subschalen en hoe hun score zich verhoudt tot hun normgroep (vrouwen/mannen, opleidingsniveau). Het gaat er uiteraard niet alleen om of iemand een totaalscore heeft die gemiddeld is; interessanter is het te kijken naar de verdeling van de scores op de subschalen en deze dan vervolgens in samenhang met elkaar te interpreteren. Zo ontstaat een dynamisch beeld van de persoonlijke autonomie van een individu en de mogelijke ontwikkelpunten. Het is ook heel boeiend om de scores op de S.P.A. te combineren met andere tests of vragenlijsten.

M/v verschillen

De grotere sociale gevoeligheid voor anderen heeft ertoe geleid dat vrouwen vaak minder persoonlijke autonomie is toegeschreven. Dat is, zo blijkt, ten onrechte: vrouwen en mannen verschillen inderdaad in hun mate van gevoeligheid voor anderen (Taylor et al., 2000), maar over het geheel genomen zijn vrouwen en mannen even autonoom. Er lijkt dus een verschil in type autonomie te bestaan tussen vrouwen en mannen, zonder dat we van meer of minder autonoom kunnen spreken. Dit bleek eerder al uit onderzoek van Bekker & Assen (2008) naar autonomie en dit wordt nu ook bevestigd door de resultaten uit ons onderzoek naar autonomie (Bel & Wees, 2017).

Seksespecifieke patronen

De onderzoeksresultaten van de onlinevragenlijst S.P.A. laten zien dat vrouwen en mannen als geheel genomen even autonoom zijn. Er is echter sprake van twee verschillende, seksespecifieke gedragspatronen.

Vrouwen scoren statistisch significant hoger op sociale gevoeligheid, auteurschap en expressie van emoties. Het beeld dat hierdoor ontstaat, is dat vrouwen, ongeacht leeftijd, gevoeliger zijn voor de mening van anderen en vaker hun emoties uiten dan mannen. Ook blijken zij significant meer geneigd te zijn tot zelfreflectie en lijken zij zelfbewuster en ‘congruenter’. Dit laatste is echter niet goed aan te geven, omdat de schaal Auteurschap niet is uitgesplitst naar zelfreflectie en –bewustzijn enerzijds en congruentie anderzijds. Dit zal een aandachtspunt zijn in vervolgonderzoek.

Mannen scoren significant hoger op het beëindigen van onaangename situaties dan vrouwen. Dit geeft aan dat zij makkelijker actief ingrijpen in onaangename situaties of zonder omwegen de betrokkene(n) duidelijk maken ergens mee te stoppen. Mannen zijn ook minder sociaal gevoelig dan vrouwen en uiten in iets mindere mate hun positieve en negatieve emoties.

Vrouwen en mannen blijken in even grote mate in staat zichzelf iets te gunnen en complimenten te accepteren. Dit geldt eveneens voor de mate waarin zij ‘nee’ kunnen zeggen en geneigd zijn tot informeren, tegenspreken en discussiëren in sociale situaties. Ook blijkt voor zowel mannen als vrouwen het opleidingsniveau van invloed: hoger opgeleiden scoren het hoogst.

Opvallend is dat bij vrouwen leeftijd niet significant blijkt samen te hangen met persoonlijke autonomie, terwijl dit bij mannen juist wel het geval is. Hierbij geldt hoe ouder, hoe hoger de score op bepaalde subschalen.

Tot slot

De komende jaren zullen wij het onderzoek naar de S.P.A. verder voortzetten. Voor nu hopen wij collega’s een goed en praktisch screenings- en coachingsinstrument aan te reiken. Een instrument om werknemers te helpen werkstress te verminderen en hun functioneren te verbeteren/optimaliseren. Collega’s die geïnteresseerd zijn in de S.P.A., kunnen op autonomietest.nl de test gratis invullen. Voor een professionele toepassing van dit praktische instrument bieden wij een uitgebreide handleiding, supervisie en trainingen.

Saskia de Bel, registerpsycholoog NIP/Arbeid en Organisatie en GZ-psycholoog BIG. Suzanne van der Wees, MSc Occupational Health Psychology. Samen vormen zij De Bel & Co. http://debel.co/

Auteur

Redactie PSC Magazine

Redactie PSC Magazine

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2017

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen