Suïcidaliteit bij jongeren

Stanneke Lunter en Riet Fiddelaers-Jaspers geven aanknopingspunten voor het herkennen van en omgaan met suïcidaliteit bij jongeren, hun omgeving en hulpverleners.

Inhoudsopgave

Complexe materie voor jongeren, hun omgeving en hulpverleners

Suïcidaliteit bij jongeren

Suïcidaliteit bij jongeren is een thema dat vraagt om openheid, kennis en durf om het gesprek aan te gaan. Meer achtergrondartikelen over dit onderwerp vind je in het PSC Magazine. Voor hulp en informatie kun je ook terecht bij 113 Zelfmoordpreventie.

Het artikel opent met een fragment uit het boek Geen pijn, geen angst, geen leven van Stanneke Lunter, waarin zij als moeder terugkijkt op de laatste maanden van haar dochter: een periode waarin haar dochter er steeds meer van overtuigd raakte dat zij niet verder kon en wilde, ondanks momenten waarop zij ook nog kon genieten van fijne dingen.

In de afgelopen jaren is het aantal suïcides in Nederland opgelopen tot ca. 1850 per jaar. Daaronder bevinden zich jaarlijks 130-140 jongeren onder de 25 jaar. Bij jongeren is zelfdoding inmiddels de meest voorkomende doodsoorzaak; die komt tweemaal zoveel voor als overlijden door kanker in deze leeftijdscategorie. Ook de andere cijfers zijn indrukwekkend: naar schatting 3000 keer per jaar moet een jongere vanwege een suïcidepoging behandeld worden door de huisarts of in het ziekenhuis. Ongeveer 4% van de adolescenten heeft ooit een suïcidepoging ondernomen waarvoor medische hulp nodig was. Onderzoek toont aan dat 6% van de jongeren ooit een poging tot zelfdoding heeft ondernomen, die niet leidde tot medische hulp.

Als mensen een suïcidepoging ondernemen, al dan niet met de dood als gevolg, wordt hun omgeving hiermee geconfronteerd: ouders, kinderen, broers en zussen, vrienden en vriendinnen, buurtgenoten, klasgenoten of collega’s. Daarnaast zijn er de professioneel betrokkenen zoals hulpverleners, docenten of mentoren. Suïcidepogingen roepen veel vragen op bij anderen: waarom? Hoe kan iemand dit doen? Heb ik iets verkeerd gedaan? Had ik het kunnen/moeten voorkomen? Hoe kan ik zorgen dat het zich niet herhaalt? Op welke signalen moet ik letten? Wat kan ik wel of niet bespreken? De onzekerheid en machteloosheid zijn groot, evenals de verslagenheid na een fatale suïcidepoging. In dit artikel geven we aanknopingspunten voor het herkennen van en omgaan met suïcidaliteit bij jongeren.

Waardoor suïcidegedachten?

Veel mensen kennen momenten of perioden met nare gevoelens, zoals somberheid, verdriet, angst, boosheid of machteloosheid. Doorgaans hebben we wel vertrouwen dat het weer beter wordt, al is het nu ook nog zo moeilijk. Soms kan de nare emotie echter gepaard gaan met een gevoel van uitzichtloosheid. Op dergelijke momenten kan de gedachte aan de dood opkomen, als manier om dit niet meer mee te hoeven maken, de onoplosbare problemen voorbij. Deze overtuiging wordt wel de 2 P’s en 3 O’s genoemd: de Pijnlijke Problemen zijn Onoplosbaar, Ondraaglijk en Oneindig.

Vaak is het schrikken als voor het eerst een gedachte aan de dood opkomt als oplossing. Het is een signaal dat er iets moet gebeuren, moet veranderen, dat er hulp gezocht moet worden, dat er stappen gezet moeten worden. Wanneer andere opties lijken af te vallen, kan de gedachte geleidelijk meer als serieuze optie gaan voelen. Juist daarom is tijdig contact en hulp zo belangrijk.

Jongeren kennen vaak heftige emoties die hen op dat moment geheel kunnen beheersen en ze hebben daarbij het idee dat dit nooit meer anders zal worden. Ze hebben minder dan volwassenen de ervaring opgedaan dat problemen weer over kunnen gaan en hebben vaak meer moeite om een oplossing te bedenken of zich zelfs maar voor te stellen dat deze er kan zijn. Ook impulsiviteit past bij de levensfase, evenals zwart-wit denken. Meestal is er wel een verlangen om verder te leven, maar weet de jongere op dat moment niet hoe. ‘Wil je niet meer leven, of wil je dit leven niet meer?’ is een vraag, die René Diekstra weleens stelt.

Risicofactoren

Factoren die het risico op suïcidaal gedrag kunnen verhogen, zijn onder meer het gevoel te falen, een mislukkeling te zijn, een laag of juist opgeblazen gevoel van eigenwaarde, een nog niet uitontwikkelde identiteit, beperkte emotieregulatievaardigheden, emotionele teruggetrokkenheid, het niet delen van problemen of piekergedachten, een beperkte frustratietolerantie. Op de achtergrond spelen vaak onrust en ingrijpende gebeurtenissen in hun levensloop, meerdere situaties waarin zij zich alleen en verlaten hebben gevoeld, de neiging tot alcohol- en drugsgebruik.

Toch zijn dit geen absolute voorspellende factoren. Er zijn veel jongeren die aan bovenstaande criteria voldoen, maar niet tot een poging komen, terwijl het bij andere jongeren met veel positieve eigenschappen en omgevingsfactoren soms toch misgaat.

Hoe om te gaan met suïcidegedachten?

Centraal staat zowel voor de jongere als voor diens omgeving het contact. Het bespreekbaar maken van gevoelens, gedachten en problemen, niet omdat de ander het altijd op kan lossen maar omdat het delen al kan helpen. En wat niet kan worden opgelost, kan misschien wel worden verdragen. Meeleven, afleiding, weten dat je er niet alleen voor staat, kunnen daarbij behulpzaam zijn.

Neem het serieus wanneer de jongere doodsgedachten benoemt, zoals ‘voor mij hoeft het niet meer’ of ‘wie zal mij nou missen’. Het idee dat mensen die suïcidale uitspraken doen, geen actie zullen ondernemen, is achterhaald; het zijn juist signalen van wanhoop en uitzichtloosheid.

Dit is ook de basis in een hulpverleningscontact: de ander serieus nemen en ondersteunen bij het verdragen van narigheid, bijvoorbeeld door het maken van een plan van aanpak t.a.v. de problemen of stressoren die er zijn, om daarmee perspectief te creëren. Door er te zijn, duidelijk te maken dat je beschikbaar bent voor de ander, te bespreken wat zou helpen om het onoplosbare te hanteren, geen oordeel uit te spreken, je eigen brein kalm te houden, te onderzoeken welke krachtbronnen of eigenschappen de jongere zelf heeft en wat hij van zijn omgeving nodig heeft.

Belangrijk hierbij is wel op te letten in hoeverre er sprake zou kunnen zijn van psychopathologie, een depressie of angststoornis, verslavingsproblematiek of een persoonlijkheidsontwikkeling die scheef dreigt te gaan. In dat geval is ondersteuning nodig naar nadere diagnostiek en behandeling binnen de geestelijke gezondheidszorg met aanvullende crisisinterventie- en behandelmogelijkheden t.a.v. de individuele counselingspraktijk.

Besef daarbij dat een depressie bij jongeren er anders uit kan zien dan bij volwassenen. Waar de volwassene vaak langdurig somber en moedeloos is, weinig initiatieven neemt, zich terugtrekt en tot weinig meer komt, kunnen depressieve jongeren soms juist wisselende stemmingen hebben, bij momenten uitbundig gedrag laten zien, al dan niet door toegenomen drank- of druggebruik. Ook veranderingen in het eet- en slaappatroon, in concentratie en schoolprestaties, in sociale contacten kunnen een signaal van depressie zijn. Depressieve jongeren zijn vaak sloom, besluiteloos en teruggetrokken maar kunnen ook onrustig en opgewonden zijn, prikkelbaar en agressief en zich jonger gedragen dan hun kalenderleeftijd. Tot slot spelen doorgaans vergaande minderwaardigheidsgevoelens, met het gevoel dat niemand van hen houdt, ze het ook niet waard zijn dat ze geliefd zijn en de gedachte dat er geen toekomst meer voor hen is.

De valkuil bij jongeren is vaak dat een depressie door de omgeving niet als zodanig wordt herkend of wordt aangezien voor puberaal gedrag, terwijl de jongere zelf vanuit de depressie ervan overtuigd is, dat hij toch niet te helpen is. Wanneer een depressie bijtijds als zodanig wordt onderkend en behandeld, zijn de behandelresultaten in het algemeen goed.

Veerkracht bij de jongere

Gelukkig blijken jongeren in het algemeen heel veerkrachtig. Ook ingrijpende gebeurtenissen leiden niet tot toename van depressie of suïcidaliteit, tenzij er tevoren al klachten waren. Jongeren kunnen een episode van suïcidaliteit doormaken en daarvan geheel herstellen.

Beschermende factoren bij suïcidaliteit zijn onder meer intelligentie, een positief zelfbeeld, contact met leeftijdsgenoten, een goede relatie met de ouders, beschikbaarheid van hulpverlening. Voor versterking van veerkracht is het van belang om aan te sluiten bij sterke kanten van de jongere en diens gezin en anderen om hem heen, de jongere zelf mee te laten bepalen welke vorm van hulp of ondersteuning hij wil, te ondersteunen bij het verbeteren van vaardigheden (zoals communicatieve en sociale vaardigheden en assertiviteit) en het behalen van succeservaringen die zelfvertrouwen en zelfbeeld kunnen versterken.

Veerkracht bij de omgeving

Voor de omgeving van suïcidale jongeren is het essentieel, dat zij enerzijds worden ondersteund in het optimaliseren van het contact met de jongere, maar anderzijds ook gesteund worden in hun eigen veerkracht. Aandachtspunt is het zoeken naar balans tussen investering in de jongere, in evt. andere kinderen en in zichzelf. In tijden met grote spanning kan het een valkuil zijn om alle leuke of ontspannen contacten en bezigheden te schrappen, terwijl deze noodzakelijk zijn om steeds weer even bij te tanken, afstand te nemen en daarmee de situatie vol te kunnen houden. Ook voor de veerkracht in de omgeving van de suïcidale jongere is het van belang dat men zijn verhaal kwijt kan, in contact blijft met mensen die kunnen luisteren en meedenken.

Veerkracht bij nabestaanden

Ondanks alle inspanningen van jongeren en hun omgeving om door een nare periode met wanhoop en suïcidale gedachten heen te komen, gaat het soms mis. De omgeving blijft dan achter met alle vragen, gedachten en gevoelens die dit oproept. Intense rouw en vertwijfeling is het gevolg, met vaak ook problemen tussen nabestaanden onderling. Het is essentieel om elkaar de ruimte te geven om elk op eigen wijze te rouwen, maar hierover wel met elkaar in contact te blijven. Om het ingrijpende van de gebeurtenis te erkennen. Om daarnaast te herijken wat belangrijk en van waarde is en het leven daarmee opnieuw vorm te geven.

In het boek beschrijft Stanneke Lunter hoe dit rouwproces voor haar als moeder voelde: hoe het beeld van het gezin op zijn kop kwam te staan, hoe vragen en schuldgevoelens opspeelden, en hoe zij gaandeweg steeds beter kon bedenken dat haar dochter ziek was en dat ouders niet alles in de hand hebben.

Tot slot

Gelukkig krijgt dit complexe thema veel aandacht in de media en worden er toegankelijke boeken over gepubliceerd, zowel voor leken als voor hulpverleners. In 2016 verscheen bijvoorbeeld het Handboek suïcidaal gedrag bij jongeren (voor hulpverleners) en in 2017 verschijnt Geen pijn, geen angst, geen leven (voor ouders, scholen en hulpverleners). Voor hulpverleners is het essentieel dat ze bij suïcidaliteit contact onderhouden met collega’s en er niet alleen voor staan. Beide genoemde boeken geven concrete handvatten voor het herkennen van en omgaan met suïcidale jongeren en hun omgeving.

Stanneke Lunter is psychiater en ervaringsdeskundige. Haar jongste dochter overleed in 2014 op 17-jarige leeftijd aan suïcide. Stanneke schreef hierover het boek Geen pijn, geen angst, geen leven – de veerkracht voorbij.

Riet Fiddelaers-Jaspers is sociaal pedagoog, rouw- en traumatherapeut. Zij is verbonden aan Expertisecentrum Omgaan met Verlies (www.omgaan-met-verlies.nl), gastdocent op diverse opleidingen en auteur van vele boeken op het gebied van traumatisch verlies zoals zelfdoding.

In de Wolken organiseert op 30-03-2017 een congres over suïcidaliteit bij jongeren. Op die dag verschijnt ook het boek van Stanneke.

Meer informatie: www.psychischegezondheid.nl/suïcide • www.113online.nl • http://rouwnazelfdoding.nl • www.psychotherapie.nl promotie Yvonne Stikkelbroek

Auteur

Redactie PSC Magazine

Redactie PSC Magazine

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2017

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen