Inhoudsopgave
De wijsheid van het lichaam
Het verhaal van het lichaam – via gebaren, lichaamshouding, manier van spreken, gezichtsuitdrukkingen en bewegingen – is mogelijk belangrijker dan het verhaal dat een cliënt in woorden vertelt. Het somatische verhaal maakt impliciet trauma en vroegkinderlijke ervaringen kenbaar, ook die lang voor de verwerving van taal zijn opgeslagen in de hersenen en het lichaam. Door het lichaam een duidelijke plaats te geven in de therapeutische benadering, krijgt de cliënt een belangrijk middel aangereikt om tot zelfkennis en verandering te komen.
In ons lijf en onze hersenen vinden voortdurend kleine wonderen plaats die geen bewuste aandacht vergen. Wonden genezen, schadelijke bacteriën worden bestreden en eten wordt omgezet in energie. Onze ademhaling zorgt ervoor, dat onze longen zuurstof krijgen en ons hart pompt het bloed rond, dat voedingsstoffen naar elke cel in ons lichaam brengt. Onze hersenen vergelijken actuele sensaties met herinneringen aan het verleden en produceren zo complexe lichamelijke signalen die ons aanzetten tot handelingen zonder dat we daarover hoeven na te denken. Op die manier kunnen we ons veilig door de wereld bewegen. De snelheid, complexiteit en omvang van deze processen in de hersenen en het lichaam zijn verbazingwekkend. Toch beschouwen velen dit bewijs voor de inherente wijsheid van ons lichaam als vanzelfsprekend.
Wanneer we inzien dat deze wijsheid aanwezig is, kunnen we het lichaam ervaren als een levende, immer veranderende bron van intelligentie, informatie en energie, die een niet-aflatende bijdrage levert aan ons fysieke en mentale functioneren. Voor velen is het lichaam echter een bron van kritiek, teleurstelling, frustratie, ongewenste aandacht, misbruik of letsel. Als dat het geval is, zijn we geneigd om ons vertrouwen in de inherente intelligentie van het lichaam te verliezen en kan het moeilijk zijn om ons thuis te voelen in ons eigen lichaam.
Trauma en problematische gehechtheid
Onze bewegingen, houdingen en fysiologie passen zich aan aan omgevingsomstandigheden om ons voortbestaan te waarborgen en ons welzijn te optimaliseren. Als onze ouders, of andere hechtingspersonen, bijvoorbeeld van ons verwachten dat we bescheiden zijn, kunnen we zonder het te beseffen een gebogen houding aannemen. Als onze ouders ons daarentegen hebben geleerd om flink en assertief te zijn, steken we misschien onbewust onze borst vooruit om hun goedkeuring te bemachtigen. We houden er wijselijk mee op om ons tot anderen te wenden als er niemand is, die daarop reageert; we stoppen met het maken van oogcontact als we ongenoegen of afkeuring in de ogen van onze ouders zien. Met zulke fysieke gewoontes geeft het lichaam automatisch uiting aan de manieren waarop we hebben geleerd onze innerlijke behoeften aan te passen aan de eisen en verwachtingen van de mensen die belangrijk voor ons zijn. En heel belangrijk: tegelijkertijd houdt het deze manieren ook in stand.
Trauma activeert een andere soort lichamelijke intelligentie in de vorm van intense, fysieke overlevingsresponsen die bedoeld zijn om ons te beschermen tegen schade en letsel. Het orthosympathische zenuwstelsel scheidt adrenaline af om het hart te stimuleren om sneller te gaan pompen, de ademhaling te versnellen en de spieren te voorzien van de zuurstof en energie die nodig zijn om hulp te zoeken, te vechten of te ontsnappen. Al onze zintuigen worden hyperalert. Als het niet mogelijk is om hulp te vinden, terug te vechten of weg te rennen, zoals meestal het geval is bij trauma in de kindertijd, dan beschermt ons lichaam ons door te bevriezen, verlamd of verdoofd te raken of te blokkeren. Al deze aangeboren reacties op trauma zijn natuurlijk en van essentieel belang voor ons voortbestaan.
Voor velen geldt dat de oorspronkelijk adaptieve reacties op gevaar en gehechtheidsproblemen blijven voortduren lang nadat de omstandigheden zijn veranderd, waardoor in het heden dezelfde fysieke reacties worden ervaren als toen. Als we zijn blootgesteld aan trauma, is het mogelijk dat we ons nog steeds elke dag bevroren, verdoofd of gespannen voelen, dat we hulp blijven zoeken, of dat we nog altijd paraat zijn om te vechten of te vluchten. We kunnen overgevoelig zijn voor geluiden of bewegingen en gemakkelijk schrikken van onbekende prikkels, of juist onvoldoende reageren op prikkels, een afstand tussen onszelf en ons lichaam ervaren, of ons vanbinnen doods en leeg voelen. Als volwassenen belichamen we waarschijnlijk nog steeds de houdingen en bewegingen die tot gewoontes zijn verworden in een poging optimaal gebruik te maken van onze omgeving en van wat de mensen in die omgeving ons te bieden hadden. Vaak begrijpen we evenwel niet wat de oorspronkelijke, achterliggende wijsheid van deze lichamelijke responsen was en beseffen we niet dat we de effecten van ons verleden kunnen ontstijgen, als we ons er voldoende bewust van zijn om ze te veranderen.
Afgesneden raken van het lichaam
Zowel de emotionele pijn van het gekwetst worden door mensen die belangrijk voor ons zijn, als de fysieke pijn (zoals we die tijdens een trauma ondergingen) wordt in het lichaam ‘gevoeld’. Emotionele pijn kan zich fysiek manifesteren door onder andere een dichtgeknepen keel, een verhoogde hartslag of pijn op de borst. Als onze sensaties van fysieke en emotionele pijn onprettig of overweldigend zijn, sluiten we ons soms voor ze af, zodat we ze niet langer hoeven te ervaren. Dat afsluiten kan gezond en nuttig zijn tijdens trauma en emotionele stress, omdat het ons in staat stelt om afstand te nemen van een pijnlijke situatie, terwijl we er feitelijk nog steeds fysiek bij aanwezig zijn. Het kan er echter ook toe leiden dat we onszelf in de loop van de tijd aanleren om ons af te sluiten in voorbereiding op pijn en ongemak, en niet meer alleen als we ons daadwerkelijk in zulke situaties bevinden. In plaats van een tijdelijke oplossing voor tegenslag wordt afsluiting de nieuwe norm.
Als we ons afsluiten voor ons lichaam, is het mogelijk dat we het lichaam als een probleem gaan beschouwen, als iets dat genegeerd of ontkend moet worden of als iets waaraan we zouden moeten werken om het te verbeteren of te herstellen. Misschien negeren we de spanning die we voelen of zorgen we niet meer voor ons lichaam. Als we de boodschappen van het lichaam negeren, geringschatten of ontkennen, verliezen we de mogelijkheid om in contact te komen met de aangeboren wijsheid van ons lijf. We proberen dan te vertrouwen op onze geest in plaats van op onze natuurlijke somatische intelligentie, die hier-en-nu aanwezig is. Hoewel probleemoplossende vaardigheden en inzicht zeker kunnen helpen, is de prijs voor de zelfbeschermingsmechanismen die we hebben ontwikkeld ten gevolge van negatieve ervaringen, vaak dat we ons niet langer bewust zijn van de mogelijkheden voor genezing en groei, die kunnen worden gevonden door te luisteren naar ons lichaam.
Een nieuwe verbinding aangaan met het lichaam
Veel mensen vinden het aanvankelijk beangstigend, frustrerend, benauwend en zelfs overweldigend om een nieuwe verbinding met het lichaam aan te gaan. De vrees dat een nieuwe verbinding met het lichaam ervoor zal zorgen dat we ons bewust worden van onaangename of pijnlijke lichaamssensaties, of nare herinneringen of emoties zal oproepen, kan erg ontmoedigend werken. Sommigen hebben er weinig vertrouwen in dat een verbinding met het lichaam een bijdrage, hoe klein ook, zou kunnen leveren aan een volwaardig en productief leven.
Geduld is het beste redmiddel. In plaats van onszelf te dwingen te veranderen, kunnen we beter voorzichtig werken aan het leren begrijpen en accepteren van alle aspecten van het lichaam, met name die aspecten, die we hebben verworpen of vermeden. Bewustzijn en begrip zullen na verloop van tijd leiden tot acceptatie en kunnen een onmisbare bron vormen voor het veranderen van gedrag en oude, achterhaalde patronen.
Hoe meer we leren over de wijsheid van ons lichaam, hoe beter we een beroep kunnen doen op deze intelligentie om kwesties uit het verleden te verwerken. Vanuit de kernopvatting dat het lichaam niet alleen aanpassingen aan eerder trauma en relationele ervaringen onthoudt, maar ook de capaciteit bezit om hiervan te genezen, kunnen we leren werken met het lichaam als bondgenoot, zodat we de conditionering uit het verleden kunnen ontstijgen. We kunnen manieren leren om weer een verbinding met het lichaam aan te gaan en zodoende een natuurlijk genezingsproces in gang zetten, dat zal bijdragen aan het herstel van psychische wonden en dat een nieuw belichaamd verbindingsniveau met onszelf en anderen mogelijk maakt. Vanuit onder meer deze achterliggende gedachtes is Sensorimotor Psychotherapy ontwikkeld om de gevolgen van trauma en problematische gehechtheid te verwerken.
Sensorimotor Psychotherapy
Deze methode vindt haar basis in interpersoonlijke neurobiologie, neurologie, trauma en gehechtheidsonderzoek. Binnen de context van gehechtheidsgerichte therapie richt Sensorimotor Psychotherapy de aandacht van de therapeut op de wijze waarop het lichaam de erfenis van trauma en gehechtheidsproblemen bij zich draagt en hoe cliënten geholpen kunnen worden deze erfenis te veranderen door middel van somatisch bewustzijn en beweging. Cliënten leren de relatie tussen het lichaam, overtuigingen en emoties te herkennen; ze leren dat de manier waarop ze zichzelf in het hier en nu presenteren – bijvoorbeeld door middel van een uitspraak als: ‘Ik ben niet goed genoeg’ – niet alleen wordt vormgegeven door hun sensaties, houding, gebaren, bewegingen, ademhaling, manier van lopen en autonome arousal, maar daar ook van invloed op is.
De interventies binnen Sensorimotor Psychotherapy maken actief gebruik van het lichaam en proberen die gewoontes op het gebied van fysieke acties en houding te veranderen, die ervoor zorgen dat iemand blijft vastzitten in het verleden. Er wordt bijvoorbeeld gewerkt met procedureel leren, de oriëntatiereactie en het verkennen van lichaamssensaties. Gerichte mindfulness maakt een belangrijk deel uit van de werkwijze, maar ook psycho-educatie over bijvoorbeeld de werking van het drieledige brein, de window of tolerance en overlevingsreacties. Cliënten leren onderscheid te maken tussen overlevingshulpmiddelen en creatieve hulpmiddelen en krijgen handreikingen om hun hulpmiddelenrepertoire uit te breiden. Door de interventies die rekening houden met hoe trauma in het lichaam en brein is opgeslagen, kunnen herinneringen aangegaan en geïntegreerd worden en kan het zenuwstelsel worden geherkalibreerd. Bovendien leren cliënten hoe ze door met het lichaam te werken stap voor stap de verbinding met anderen kunnen aangaan en meer speelsheid en plezier in hun leven kunnen gaan ervaren.
Om therapeuten een mogelijkheid te bieden om met Sensorimotor Psychotherapy in hun praktijk te werken is het boek Sensorimotor Psychotherapy – Interventies voor traumaverwerking en het herstel van gehechtheid geschreven. Hierin worden informatie, interventies en werkbladen gegeven waar therapeut en cliënt samen mee kunnen werken. Het boek is bedoeld als aanvulling op andere behandelmethoden, waarbij je als therapeut die delen kunt selecteren, die het best passen bij je vakgebied en cliënten.
Pat Ogden en Janina Fisher komen 26 september 2017 naar Nederland om hun kennis met ons te delen tijdens het congres: ‘Trauma en gehechtheid – Een perspectief vanuit Sensorimotor Psychotherapy’. Zie voor meer informatie: www.uitgeverijmens.nl/congres
Pat Ogden (VS), PhD, is een pionier op het gebied van somatische psychologie en de oprichter/onderwijsdirecteur van het Sensorimotor Psychotherapy Institute. Janina Fisher (VS), PhD, is bevoegd klinisch psycholoog, adjunct-onderwijsdirecteur van het Sensorimotor Psychotherapy Institute en voormalig docent aan de medische faculteit van Harvard Medical School.

