Inhoudsopgave
Verlies van een deel van jezelf
Als een baby overlijdt, verliezen de ouders een kindje dat de kern vormt van hun gedroomde toekomst. De baby is letterlijk ontstaan uit de ouders en ten volle een deel van de moeder totdat het kindje geboren wordt en de navelstreng wordt doorgeknipt. Na het knippen van de navelstreng volgen er nog vele jaren waarin het kindje vrijwel volledig afhankelijk is van de ouders. De ouders vervullen de taak van zelfsturing voor het kindje, bepalen zijn oriëntatie in plaats en tijd, voorzien hem van een omgeving, geven hem toestemming voor de bevrediging van sommige impulsen en verbieden de bevrediging van andere impulsen. Ook in het geweten en het zelfbewustzijn van de baby wordt voorzien door de ouders.
Door dit samenvallen van het kindje met de ouders is een gevoel van vereenzelviging met de baby evident. Ondanks de wetenschap dat de baby zelfstandig ademt en een individu is, voelt de baby aan als een verbreding van het eigen zelf. Je houdt met je hele wezen van je kindje. Dit wonderlijke proces is het fundament van liefde en van de onverbrekelijke loyaliteit tussen ouders en kinderen. Gaandeweg het leven, naarmate kinderen hun vleugels uitslaan, raakt dit fundament uit het directe zicht omdat het als het ware ‘bebouwd wordt met de afzonderlijke levenshuizen van ouders en kind’. Dat is een natuurlijk proces. Wanneer een kindje in de buik of kort na de geboorte overlijdt, is de vereenzelviging nog volledig of vrijwel volledig en verhindert de dood op wrede wijze dit natuurlijk proces. Ouders worden ruw afgesneden van hun kind: ze verliezen een deel van zichzelf én van hun toekomst die door het kindje gekleurd zou worden. De dood neemt het kindje mee, maar de liefde blijft intact. Je blijft houden van je kind en er ontstaat een blijvend verlangen naar je kind van de toekomst.
De rouw zit in de soep van mama en in het klussen van papa
Het rouwproces om een overleden kind is een crisis die zich uit in alle aspecten van het leven. Er is niet alleen maar huilen; de rouw kruipt in alle hoeken en gaten van je wezen, het vraagt zoveel energie, je wordt er dodelijk vermoeid van. Schrijfster Kristien Hemmerechts, moeder van Ben en Rob, beiden in hun babybedje gestorven, beschrijft in het interview voor de docufilmpjes de mogelijke gevolgen voor het voelen, denken, doen en laten van een weeouder: ‘(…) die is misschien zelfs in shock, en die is daarom ook niet noodzakelijk een aangenaam mens. Vaak wordt uit het oog verloren dat zo’n verpletterend verlies jou misschien niet tot een prettig iemand maakt, het maakt je ook niet tot prettig gezelschap. Je bent misschien onredelijk, je bent misschien kregelig, je bent misschien dwingend, eisend. Je zeurt, je vertelt alles honderd keer hetzelfde (…).’
De levende kinderen zien, horen, voelen, proeven en ruiken de rouw in huis, ook als ze na het overlijden van een broertje of zusje geboren worden. Daarom is het ook nodig dat ouders niet verzwijgen dat er een kindje is overleden. Het verdriet ‘(…) hing als behangpapier in alle kamers van ons huis. Het zat verstopt in de soep van mama, in het klussen van papa (…)’ (Jef Aerts en Marit Törnqvist (2013). Groter dan een droom. Amsterdam: Querido’s).
Tegenwichten in de weegschaal
Gelukkig is er gaandeweg ook ruimte voor het geluk van muziek, voor de geur van warm brood en van ruimte voor ontmoetingen die groter zijn dan een droom. Dat geluk kan het verdriet niet wegnemen, maar geeft tegenwicht in de weegschaal van het leven. Het geven van tegenwicht in de weegschaal is een keuze die we telkens ‘moeten’ willen maken. Tegenover het verdriet geeft troost tegenwicht, tegenover boosheid is er verzoening nodig. Tegenover angst leggen we vertrouwen in de weegschaal, en nieuw geluk, zoals de geboorte van een volgend kindje, kan de pijn van het verloren geluk weer in een leefbaar evenwicht brengen. En tot slot is er het geschenk van de tijd, dat tegelijk een vloek kan zijn omdat het ons verder weg voert van ons overleden kind. Uiteindelijk kan de tijd toch bijdragen aan het onvrijwillige wennen aan de pijn van het verlies.
Behalve het tegenwicht van de tijd, dienen tegenwichten zich niet vanzelf aan. Ze moeten gejut worden, nadat ouders als drenkelingen na de verwoestende schipbreuk weer tot zinnen komen. Als het anker van verlies in ons is geslagen, gaan we tijdens onze jutterstocht kijken hoe we waarde kunnen vinden in dat wat ons rest. Met verwondering en met diep respect kunnen we als samenleving zien hoeveel weeouders in staat zijn om de neerdrukkende rouwenergie te transformeren in zinvolle, positieve energie waarmee ze op grote of kleine wijze het leven mooier maken. Zo organiseert Nathalie van Stijn, die in 2013 haar dochtertje Juul verloor bij de bevalling, het Vlinderkindcafé voor lotgenoten. Haar rouwenergie heeft een weg gevonden naar zin en betekenis in het bieden van een plek van ontmoeting en troost.
Alleen met je hart kun je goed zien
Herkenning en erkenning zijn belangrijke ‘harten onder de riemen’ van weeouders. Als de samenleving in het algemeen en hulpverleners in het bijzonder over meer kennis en informatie beschikken over de impact van het verlies van een baby, kan voorkomen worden dat ouders extra leed te dragen krijgen door een verkeerde bejegening. We kunnen dan ouders beter ondersteunen bij het vinden van tegenwichten en het transformeren van hun rouw. Alle kennis en informatie ten spijt, manifesteert rouw zich bij ieder afzonderlijk mens op een unieke wijze. Daarom kunnen we uiteindelijk het allerbeste helpen als we durven zien vanuit het hart, met mededogen en met zachtheid. Het vraagt van ons om ons best te doen om intuïtief te horen wat niet verwoord kan worden, te zoeken naar wat past bij degene tegenover ons, moed te tonen om bij het verdriet van de ander te blijven. Zien vanuit het hart is de vrijheid gunnen aan de ander om te rouwen op de eigen wijze. ‘(…) alleen met je hart kun je goed zien. Het wezenlijke is voor de ogen onzichtbaar. (…)’ (Antoine de Saint-Exupéry (2005). De Kleine Prins. Rotterdam: Ad. Donker bv).
Op 22 november 2017 is Rouwen na het verlies van je baby. Blijvend verlangen naar je kind van de toekomst verschenen (Heeze: In de Wolken), geschreven door rouwtherapeut Kathy Beckers-Mansell, www.metjari.nl. Het boek is onderdeel van een project van Stichting Boeken van Betekenis, www.boekenvanbetekenis.nl. Het project heeft tot doel om herkenning en erkenning te bieden aan ouders die een baby verliezen en om kennis en informatie te verspreiden in onze samenleving, zodat deze ouders op een goede manier ondersteund kunnen worden. Het project bestaat uit het boek, bijbehorende docufilmpjes, de schenking van 100 boeken aan ziekenhuizen door het hele land en zoveel mogelijk lezingen. Vanuit de behoefte aan een naam die een weerspiegeling biedt van de ingrijpende verandering na het overlijden van een kind, neemt de auteur de vrijheid om ouders die een kind verloren hebben weeouders – weevader – weemoeder te noemen.
Steun bieden na het verlies van je baby
Wie te maken krijgt met het verlies van je baby, heeft vaak behoefte aan erkenning in plaats van snelle oplossingen. Hulpverleners kunnen ouders na het verlies van je baby het beste helpen door ruimte te geven aan verdriet, zonder het rouwproces te willen versnellen.
Meer lezen over verlies en rouw? Bekijk ook de andere artikelen op Curova, of vind steun via Stichting VIMO.

