Column Willem Pinksterboer: CZ schrapt vergoeding alternatieve geneeswijzen

Willem Pinksterboer over de CZ vergoeding van alternatieve geneeswijzen: waarom CZ zes behandelvormen schrapte en wat dit betekent voor patiënten en therapeuten.

Column Willem Pinksterboer: CZ schrapt vergoeding alternatieve geneeswijzen

In november 2018 laaide de discussie over de CZ vergoeding van alternatieve geneeswijzen in alle hevigheid op. Zorgverzekeraar CZ maakte destijds bekend dat zes behandelvormen – reincarnatietherapie, craniosacraaltherapie, fytotherapie, ayurvedische geneeskunde, energetische geneeskunde en kinesiologie – per 1 januari niet langer vanuit de aanvullende verzekering vergoed zouden worden. Voor duizenden therapeuten en hun patienten kwam dit besluit rauw op hun dak vallen. In zijn column in NWP Magazine (editie 1, 2019) legt Willem Pinksterboer haarfijn bloot waarom deze beslissing zoveel weerstand opriep, en wat de zaak zegt over de manier waarop alternatieve geneeswijzen en zorgverzekering zich in Nederland tot elkaar verhouden.

Onzorgvuldig proces rond de CZ vergoeding van alternatieve geneeswijzen

Pinksterboer, die zelf een praktijk voor oosterse geneeskunde runt en als docent verbonden is aan acupunctuuropleiding TCMA, hekelt vooral de manier waarop CZ tot haar besluit kwam. De zorgverzekeraar overlegde niet met de betrokken beroepsgroepen en communiceerde de wijziging pas zeven weken voordat het nieuwe beleid inging. Dat is extra wrang, omdat diezelfde therapeuten twee jaar eerder nog verplicht werden gesteld een kostbare en tijdrovende bijscholing te volgen, juist om hun medische basiskennis op peil te houden en de kwaliteit van hun behandelingen te waarborgen.

Ook de inhoudelijke onderbouwing van het besluit houdt volgens Pinksterboer geen stand. CZ baseerde zich op een enquete onder slechts driehonderd van haar 3,6 miljoen verzekerden – een steekproef die veel te klein is om representatief te zijn, en waarvan bovendien de vraagstelling discutabel was. De meeste ondervraagden hadden weinig tot geen ervaring met de therapieen waarover zij hun oordeel gaven. Om het gebrek aan een degelijke onderbouwing te maskeren, verwees CZ naar het ontbreken van wetenschappelijk bewijs. Volgens Pinksterboer is dat te kort door de bocht: voor fytotherapie (kruidengeneeskunde) bijvoorbeeld bestaat wel degelijk relevant onderzoek, en veel reguliere medicijnen zijn zelfs afgeleid van werkzame plantenstoffen, zoals digitalis (vingerhoedskruid) en taxus.

Marktwerking en het sentiment achter vergoeding van alternatieve geneeswijzen

Pinksterboer plaatst het besluit ook in een breder perspectief. De vergoeding van alternatieve geneeswijzen loopt in Nederland altijd via de aanvullende verzekering – een commercieel product waarmee verzekeraars inspelen op de wensen van hun klanten, niet op medische validatie. Zolang verzekerden zulke behandelingen willen en de kosten beperkt blijven, namen verzekeraars ze doorgaans gewoon op in hun pakket. Verandert het sentiment – mede gevoed door kritische media-aandacht, zoals de uitzending van Zondag met Lubach uit 2017 – dan verdwijnt de vergoeding net zo makkelijk weer.

Die marktlogica maakt de alternatieve sector kwetsbaar, stelt Pinksterboer. Het is een lappendeken van uiteenlopende therapieen die onderling met elkaar concurreren voor min of meer dezelfde klachten, in plaats van gezamenlijk op te trekken. Daardoor kunnen zorgverzekeraars gemakkelijk verdelen en heersen, en laat de sector doorgaans alleen van zich horen wanneer hij wordt aangevallen, zoals nu met de petitie die na het CZ-besluit werd gestart. Pinksterboer ondertekende die petitie, maar verwacht er weinig van. Zijn oproep is fundamenteler: de alternatieve sector moet uit de slachtofferrol stappen, zelfkritischer worden en helderder uitleggen welke kernwaarden hij vertegenwoordigt.

Wat de casus CZ betekent voor zorgverzekering en alternatieve geneeswijzen

De discussie die Pinksterboer aankaart, is nog altijd actueel. Vrijwel alle aanvullende zorgverzekeringen in Nederland bepalen zelf welke alternatieve behandelvormen zij vergoeden en onder welke voorwaarden, bijvoorbeeld een maximumbedrag per kalenderjaar of de eis dat de therapeut is aangesloten bij een erkende beroepsvereniging. Omdat het om aanvullende dekking gaat en niet om de basisverzekering, kunnen verzekeraars die keuzes relatief eenvoudig aanpassen, zoals CZ liet zien. Voor patienten die afhankelijk zijn van een bepaalde behandeling kan zo’n wijziging grote financiele gevolgen hebben, en voor therapeuten kan het rechtstreeks van invloed zijn op hun inkomen en praktijkvoering.

Voor wie op zoek is naar meer achtergrond bij vergoedingen van alternatieve geneeswijzen, biedt NWP Natuurgeneeskunde actuele informatie over erkenning, kwaliteitseisen en de stand van zaken rond vergoedingen door zorgverzekeraars. Meer columns en artikelen uit deze editie van het magazine zijn te vinden op het thema-archief NWP Magazine 2019.

Pinksterboer besluit zijn column met een oproep tot zelfreflectie binnen de sector. Niet klagen over onrecht, maar de klap van CZ juist gebruiken als wake-up call: de alternatieve geneeswijzen zullen volwassen moeten worden om een stabiele plek in de Nederlandse gezondheidszorg te behouden. Gezien de geschiedenis van de reguliere geneeskunde is dat geen gemakkelijk proces, zo besluit hij, maar wel een noodzakelijk proces.

Auteur

Redactie NWP Magazine

Gepubliceerd op

21 augustus, 2026

Thema

NWP Magazine 2019

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen