Inhoudsopgave
Eerst kennismaken met je eigen delen

Een IFS-sessie ziet er in de praktijk anders uit dan veel mensen bij therapie verwachten.
Een IFS-sessie begint meestal met een gewoon gesprek: waar loop je tegenaan, wat speelt er deze week. Van daaruit vraagt de therapeut door naar wat er innerlijk gebeurt op het moment dat de klacht optreedt. Voel je een knoop in je maag voor dat lastige gesprek? Dan wordt dat gevoel niet weggeredeneerd, maar juist verkend: welk deel van jou voelt zich zo, en waar in je lijf merk je dat? Die concrete, lichamelijke insteek is typerend voor hoe een sessie zich ontvouwt.
Voor mensen die voor het eerst kennismaken met deze aanpak kan het ongewoon voelen om over “delen” van jezelf te praten alsof het aparte personen zijn. Toch wennen de meeste cliënten er snel aan, juist omdat het een concrete en tastbare manier biedt om lastige gevoelens te onderzoeken in plaats van erover te blijven piekeren.
Een IFS-sessie verschilt op dit punt duidelijk van meer klassieke vormen van gesprekstherapie, waarbij de therapeut vaker interpreteert of adviseert.
Een innerlijk gesprek, hardop gevoerd
Zodra een deel scherp in beeld is, nodigt de therapeut je uit om er vanuit nieuwsgierigheid mee in gesprek te gaan, in plaats van vanuit oordeel. Vragen als ‘wat probeert dit deel voor je te doen’ of ‘hoe oud voelt dit deel’ klinken ongewoon, maar zijn kenmerkend voor de methode. Het idee is dat delen willen worden begrepen voordat ze bereid zijn los te laten. Dat gesprek verloopt in jouw tempo; de therapeut stuurt eerder bij dan dat hij invult wat je zou moeten voelen.
Wat deze manier van werken bijzonder maakt, is dat de therapeut nooit vertelt wat een deel “eigenlijk” betekent. In plaats daarvan wordt de cliënt zelf uitgenodigd om daar nieuwsgierig naar te blijven kijken, met de therapeut als begeleider van dat proces. Deze niet-sturende houding vraagt om oefening, maar wordt door veel cliënten uiteindelijk ervaren als een van de sterkste kanten van een IFS-sessie.
Ook buiten een IFS-sessie kan deze houding van nieuwsgierigheid in plaats van oordeel doorwerken in hoe iemand naar zichzelf leert kijken.
De opbouw van een IFS-traject
In gecontroleerd onderzoek naar IFS, zoals een RCT bij mensen met reumatoïde artritis uit 2013, bestond het traject uit een combinatie van individuele en groepssessies verspreid over negen maanden: vijftien individuele gesprekken van vijftig minuten, aangevuld met tweewekelijkse en later maandelijkse groepsbijeenkomsten. Dat geeft een beeld van de opbouw die in de praktijk vaak wordt gehanteerd: geen quick fix, maar een geleidelijk proces waarin je steeds vertrouwder raakt met je eigen binnenwereld.
De gerandomiseerde studie van Shadick en collega’s bij mensen met reumatoïde artritis, gepubliceerd in The Journal of Rheumatology, liet naast lichamelijke verbeteringen ook een afname zien van depressieve klachten en angst bij de groep die het IFS-traject volgde, vergeleken met een controlegroep die alleen voorlichtingsmateriaal ontving. Dat onderstreept dat een IFS-sessie niet op zichzelf staat, maar onderdeel is van een langduriger proces.
Zo’n opbouw laat zien dat blijvende verandering tijd nodig heeft, en dat een enkele IFS-sessie zelden voldoende is om diepgewortelde patronen te doorbreken.
De reden dat het tempo bepalend is
Een deel dat al jaren pijn afschermt, laat zich niet in één sessie overtuigen om aan de kant te gaan. Daarom bouwen therapeuten bewust rustmomenten in en wordt er nooit geforceerd doorgevraagd naar een pijnlijke herinnering. Merk je dat het te veel wordt, dan is dat een signaal om een stap terug te doen, niet om door te zetten. Die voorzichtige opbouw is een van de redenen waarom IFS-trajecten vaak meerdere maanden beslaan.
Dit gecontroleerde tempo is een bewuste keuze binnen elke IFS-sessie, en onderscheidt de methode van benaderingen die sneller naar de kern van een probleem willen. Voor mensen met langdurige of complexe klachten is dat langzamere tempo vaak juist geruststellend, omdat het voorkomt dat oude pijn te snel en te heftig naar boven komt.
Therapeuten letten daarom nauwlettend op signalen dat iemand overweldigd raakt, en passen het tempo van elke IFS-sessie daarop aan.
Dit neem je mee aan het eind van een sessie

De meeste sessies eindigen niet met een pasklaar antwoord, maar met iets kleiners: een nieuw stukje begrip van waarom een bepaald deel doet wat het doet. Sommige mensen merken die verandering direct, anderen pas na een paar sessies. Belangrijk om te weten is dat vooruitgang in IFS niet lineair verloopt, met tussentijdse terugval als normaal onderdeel van het proces, niet als teken dat het niet werkt.
Meer lezen over de bredere aanpak achter deze methode? Bekijk de thema-pagina integratieve-psychotherapie voor het volledige overzicht. Elke IFS-sessie bouwt voort op de vorige, waardoor het geheel meer oplevert dan de som van de losse gesprekken. De ervaring leert dat volhouden vaak wordt beloond.
Wie na een eerste IFS-sessie twijfelt of het wel iets voor hem of haar is, doet er goed aan om een paar sessies de tijd te geven voordat een oordeel geveld wordt. De methode moet groeien, en dat vraagt om enige gewenning aan de manier van praten en denken die erbij hoort.

