IFS-therapie: dit zegt het onderzoek

Bij reuma daalde de pijn met bijna 15 punten en steeg het lichamelijk functioneren, zo bleek uit een negen maanden durende RCT.

Inhoudsopgave

De sterkste studie tot nu toe: reuma als testcase

Onderzoek naar IFS-therapie bij reumatoïde artritis

IFS-therapie wordt vaak veelbelovend genoemd, maar wat zegt het beschikbare onderzoek daar concreet over? Zo blijft de keuze voor IFS-therapie een weloverwogen keuze.

De meest aangehaalde RCT naar IFS werd in 2013 gepubliceerd in het Journal of Rheumatology en onderzocht het effect bij mensen met reumatoïde artritis. Negenenzeventig deelnemers werden verdeeld over een IFS-groep en een controlegroep die alleen voorlichting kreeg. Het traject duurde negen maanden, met een vervolgmeting een jaar later. Reuma is voor dit type onderzoek een interessante testcase: de fysieke klachten zijn objectief meetbaar, wat het makkelijker maakt om te zien of een psychologische interventie er iets aan verandert.

Deze gerandomiseerde studie van Shadick en collega’s, gepubliceerd in The Journal of Rheumatology, wordt binnen het onderzoek naar IFS-therapie gezien als een van de meest solide studies die er zijn, juist vanwege de gerandomiseerde opzet en de langere follow-up periode.

Voor mensen die op zoek zijn naar wetenschappelijk onderbouwde behandelvormen is het waardevol om te weten welke studies er precies zijn, en wat de resultaten daarvan wel en niet aantonen.

Zo onderzoek naar IFS-therapie draagt bij aan een genuanceerder beeld, met zowel positieve resultaten als duidelijke beperkingen.

Minder pijn en beter functioneren na negen maanden

Na negen maanden rapporteerde de IFS-groep een daling van de pijn met bijna 15 punten op een gestandaardiseerde schaal, en een toename van bijna 15 punten in lichamelijk functioneren, beide statistisch significant. Ook de zelfgerapporteerde gewrichtspijn nam duidelijk af en het zelfcompassie-niveau steeg. Dat laatste is opvallend: IFS richt zich niet direct op pijnbestrijding, maar op hoe iemand zich tot zijn eigen klachten verhoudt, en juist dat leek hier het verschil te maken.

Voor een aandoening als reumatoïde artritis, waarbij lichamelijke klachten en psychisch welzijn nauw met elkaar verweven zijn, is deze combinatie van fysieke en psychologische uitkomsten opvallend sterk. Onderzoek naar IFS-therapie bij andere chronische aandoeningen staat nog in de kinderschoenen, maar deze studie geeft aan dat de aanpak breder relevant kan zijn dan alleen bij psychische klachten in enge zin.

De onderzoekers benadrukken dat vervolgonderzoek nodig is om te bevestigen of deze resultaten ook bij andere groepen patiënten optreden.

Voor therapeuten is het waardevol om deze cijfers te kunnen delen met cliënten die twijfelen of IFS-therapie iets voor hen kan betekenen.

Dit stond een jaar later nog overeind

Bij de vervolgmeting, een jaar na de start, waren niet alle effecten even sterk gebleven. De gewrichtspijn en zelfcompassie bleven verbeterd, en depressieve klachten waren inmiddels significant afgenomen. Angst, gevoel van eigen kunnen en de feitelijke ziekteactiviteit lieten echter geen blijvende verbetering zien. Met andere woorden: IFS leek vooral iets te doen met hoe deelnemers met hun aandoening omgingen, meer dan met de aandoening zelf.

Dit patroon, waarbij het gevoel van eigenwaarde en de omgang met klachten verbetert terwijl de onderliggende aandoening minder verandert, wordt vaker gezien in onderzoek naar IFS-therapie en vergelijkbare psychologische interventies bij chronische ziekte.

Het is dus geen verrassing dat therapeuten IFS vooral inzetten als aanvulling, en niet als vervanging van medische behandeling bij chronische aandoeningen.

Dat maakt het extra belangrijk om bij elke claim over effectiviteit te vragen welk onderzoek daarachter zit, en met welke beperkingen.

De reden om dit resultaat genuanceerd te lezen

Negenenzeventig deelnemers is een redelijke omvang voor dit soort onderzoek, maar te klein om harde conclusies te trekken voor alle klachten waarbij IFS wordt ingezet. Bovendien ging het hier om één specifieke aandoening; het is niet vanzelfsprekend dat dezelfde resultaten gelden bij bijvoorbeeld angst of rouw. Onderzoekers die deze studie samen met andere IFS-trials naast elkaar leggen, zien een consistent beeld van bescheiden maar reële psychologische winst, zonder dat dit al als hard bewijs geldt.

Deze nuance is belangrijk om mee te nemen bij het interpreteren van resultaten uit onderzoek naar IFS-therapie in het algemeen: één sterke studie bij één specifieke groep zegt nog niet alles over hoe de methode werkt bij bijvoorbeeld depressie, angst of relatieproblemen.

Toch blijft een gecontroleerde studie met een jaar follow-up zeldzaam genoeg om extra aandacht te verdienen binnen het vakgebied.

Zo blijft de verwachting reëel en het traject waardevol, ongeacht de uitkomst van toekomstig onderzoek.

De praktische betekenis van deze studie

Praktische betekenis van IFS-therapie onderzoek

Voor wie IFS overweegt, is dit een van de weinige onderzoeken met een controlegroep en een langere follow-up, en dat maakt het een van de betrouwbaardere aanwijzingen die er nu zijn. De les is tweeledig: er is reden om IFS serieus te nemen als aanvullende aanpak, vooral voor hoe je met chronische klachten leert omgaan, maar het is nog geen vervanging voor bewezen behandelingen bij de onderliggende aandoening zelf.

Wil je meer weten over hoe IFS in de praktijk wordt toegepast? Bekijk de thema-pagina integratieve-psychotherapie voor het bredere aanbod. Onderzoek naar IFS-therapie zal de komende jaren naar verwachting verder groeien, wat een genuanceerder beeld mogelijk maakt.

Uiteindelijk is dit soort onderzoek waardevol omdat het therapeuten en cliënten helpt om realistische verwachtingen te hebben, in plaats van te vertrouwen op alleen positieve ervaringsverhalen.

Wie zelf overweegt te starten, doet er goed aan deze nuances te bespreken met een ervaren IFS-therapeut voorafgaand aan het traject.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

26 augustus, 2026

Thema

Integratieve psychotherapie

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen