Twee handen die bijna gewichtloos rusten op je achterhoofd of onderrug. Weinig beweging, veel stilte. Wie voor het eerst een behandeling cranio-sacraal therapie krijgt, vraagt zich soms af wat er eigenlijk gebeurt. Toch zoeken veel mensen met langdurige pijn deze zachte behandeling op. Het Amerikaanse vakblad AJMC besprak een meta-analyse die tien gerandomiseerde studies naar cranio-sacraal therapie bij chronische pijn samenvoegde. De resultaten zijn gunstig, al zijn er ook kanttekeningen.
Lichte aanraking, lange traditie
Cranio-sacraal therapie werkt met zeer lichte aanraking van schedel, wervelkolom en heiligbeen. De therapeut volgt met de handen subtiele ritmes in het lichaam en probeert spanning in weefsels los te laten. De methode komt voort uit de osteopathie. De Amerikaanse osteopaat William Sutherland legde in de eerste helft van de twintigste eeuw de basis, en John Upledger werkte de methode in de jaren zeventig uit tot de vorm die nu het bekendst is.
Tijdens een sessie lig je meestal gekleed op een behandeltafel. Een behandeling duurt vaak drie kwartier tot een uur. De therapeut legt de handen op verschillende plekken, zoals achterhoofd, nek, borstbeen of heiligbeen, en laat ze daar soms minutenlang rusten. Veel cliënten beschrijven een diepe ontspanning, soms vallen ze zelfs in slaap. Anderen voelen warmte, tintelingen of juist weinig.
De theorie erachter is omstreden. Veel wetenschappers betwijfelen of een therapeut met de handen een ritme van het hersenvocht kan voelen of beïnvloeden, en of schedelbeenderen bij volwassenen wel meetbaar bewegen. Los van die theorie kun je wel onderzoeken of mensen er in de praktijk baat bij hebben. Dat deden de onderzoekers achter deze meta-analyse.
Tien studies, 681 patiënten
Het team van Heidemarie Haller van de Universiteit Duisburg-Essen publiceerde de analyse in BMC Musculoskeletal Disorders. Ze bundelden tien gerandomiseerde studies met samen 681 mensen met chronische pijn. Het ging om uiteenlopende klachten: nek- en rugpijn, migraine, hoofdpijn, fibromyalgie, tennisarm en bekkenpijn.
In die studies naar cranio-sacraal therapie bij chronische pijn werd de behandeling vergeleken met gewone zorg, met een nepbehandeling (bijvoorbeeld lichte aanraking zonder de specifieke technieken) of met andere manuele behandelingen zoals massage.
Minder pijn, tot zes maanden later
Vergeleken met een nepbehandeling had cranio-sacraal therapie een middelgroot tot groot effect op de pijnintensiteit en op hoeveel mensen in hun dagelijks functioneren werden beperkt. Dat gold direct na de behandelperiode en ook zes maanden later. Ook de lichamelijke kwaliteit van leven en de algemene verbetering die patiënten ervoeren, waren gunstiger. Alleen de psychische kwaliteit van leven verbeterde na zes maanden niet meer dan in de controlegroepen.
Ten opzichte van gewone zorg en van andere manuele behandelingen scoorde cranio-sacraal therapie direct na de behandelperiode ook beter op pijn en beperkingen.
Opvallend: de effecten waren groter in studies waarin patiënten niet wisten of ze de echte of de nepbehandeling kregen. Bij nekpijn en tennisarm waren de resultaten sterker dan bij fibromyalgie en migraine. In geen van de studies kwamen ernstige bijwerkingen voor, en lichte bijwerkingen waren gelijk verdeeld over de groepen.
De nekpijnstudie
Een van de studies in de analyse gaat over chronische nekpijn. Vierenvijftig patiënten kregen acht weken lang wekelijks een behandeling cranio-sacraal therapie of een nepbehandeling met lichte aanraking. De patiënten wisten niet in welke groep ze zaten. De groep die de echte behandeling kreeg, had minder pijn en kon mogelijk ook beter functioneren, tot drie maanden na de laatste behandeling. De onderzoekers noemden de therapie specifiek effectief en veilig bij deze klacht.
De kanttekeningen
De auteurs zijn zelf duidelijk over de beperkingen. Tien studies is een klein aantal, en per klacht bleven er maar weinig over. Bij een deel van de studies was het risico op vertekening onduidelijk. Een nepbehandeling bij lichte aanraking is ook lastig te ontwerpen, omdat de echte behandeling zelf al zo zacht is. Meer en grotere studies naar cranio-sacraal therapie bij chronische pijn zijn nodig om de resultaten te bevestigen.
Daarbij blijft de vraag open hoe de behandeling werkt. Mogelijk speelt ontspanning een grote rol, of de aandachtige aanraking die het zenuwstelsel tot rust brengt. Voor iemand met pijn is dat misschien van minder belang. Voor therapeuten is het een reden om bescheiden te blijven in wat ze beloven.
Een behandelaar kiezen
Overweeg je cranio-sacraal therapie bij chronische pijn, let dan op een paar dingen:
- Kies een therapeut met een erkende opleiding die is aangesloten bij een beroepsvereniging.
- Laat pijn die nieuw is, snel erger wordt of samengaat met uitval, koorts of gewichtsverlies eerst door je huisarts onderzoeken.
- Vertel je therapeut over recente ongevallen, hersenletsel of operaties.
- Geef het een paar sessies de tijd en evalueer samen of je verschil merkt.
Meer achtergrond over de methode, het verloop van een sessie en contra-indicaties vind je in onze artikelen over cranio-sacraal therapie.
Veelgestelde vragen over cranio-sacraal therapie bij chronische pijn
Helpt cranio-sacraal therapie tegen chronische pijn?
Een meta-analyse van tien studies met 681 patiënten vond minder pijn en minder beperkingen, tot zes maanden na de behandeling. Het aantal studies is nog klein.
Bij welke klachten werkte het het best?
De effecten waren het sterkst bij nekpijn en tennisarm, en kleiner bij fibromyalgie en migraine.
Is cranio-sacraal therapie veilig?
In de onderzochte studies kwamen geen ernstige bijwerkingen voor. Laat nieuwe of verergerende klachten wel altijd eerst door een arts beoordelen.
Bronnen: Sara Karlovitch, “Chronic Pain in Migraine May Be Mitigated by Craniosacral Therapy”, AJMC; Haller e.a., BMC Musculoskeletal Disorders (2019); Haller e.a., Clinical Journal of Pain (2016).

