EMDR bij PTSS: even goed als andere therapieën

Een analyse van acht studies met 346 patiënten vergelijkt EMDR met andere behandelingen voor PTSS. Wat zag het onderzoek, en wat nog niet?

Foto: Lieman Suleimanova via Wikimedia Commons (CC0)

Na een ingrijpende gebeurtenis blijft het hoofd soms draaien. Beelden komen terug, slapen lukt niet en je schrikt van kleine geluiden. Bij posttraumatische stressstoornis (PTSS) is EMDR een bekende behandeling: je haalt een nare herinnering op terwijl je tegelijk een bepaalde afleidende prikkel volgt, meestal een bewegende vinger of lichtbalk. Maar werkt het beter dan andere therapieën? Een grote analyse van een internationaal team, onder wie Pim Cuijpers en Marit Sijbrandij, zocht dat uit. Het artikel verscheen in 2024 in het vakblad Psychological Medicine.

Acht studies op een rij

De onderzoekers zochten eerst alle goede, gerandomiseerde studies waarin EMDR met een andere psychologische behandeling voor PTSS werd vergeleken. Dat leverde 15 geschikte studies op. Voor de eigenlijke analyse konden ze van acht studies de gegevens per deelnemer krijgen, samen goed voor 346 patiënten. Zo’n analyse op individueel niveau is nauwkeuriger dan een optelsom van gemiddelden, omdat je ook kunt kijken naar wie baat heeft bij welke aanpak.

EMDR werd vergeleken met ontspanningstherapie, de Emotional Freedom Technique, traumagerichte cognitieve gedragstherapie en REM-desensitisatie. Dat zijn nogal verschillende behandelingen, van rustgevend tot sterk gericht op het trauma zelf. Juist daarom is het interessant dat de uitkomst zo eenduidig bleek.

Geen winnaar, ook geen verliezer

De analyse vond geen significant verschil tussen EMDR en de andere behandelingen. Dat gold voor de ernst van de PTSS-klachten, voor het aantal mensen dat opknapte, voor het aantal mensen bij wie de diagnose verdween en voor het aantal mensen dat de behandeling voortijdig stopte. EMDR deed het dus niet beter, maar ook niet slechter dan de rest.

Dat klinkt misschien als een anticlimax, maar voor je keuze is het nuttig. Als verschillende therapieën vergelijkbaar werken, mag je laten meewegen wat bij jou past: hoeveel je over het trauma wilt praten, hoe je tegen huiswerk aankijkt en wat je behandelaar goed beheerst. De studie zegt niet dat alle behandelingen even sterk zijn voor iedereen, alleen dat deze groep als geheel geen groot verschil liet zien.

Let op wat “geen significant verschil” betekent. Het wil niet zeggen dat de behandelingen precies even sterk zijn. Het betekent dat de analyse met deze groep geen duidelijk verschil kon aantonen, in welke richting dan ook. Bij een grotere groep had er mogelijk een klein verschil uitgekomen, al is er geen aanwijzing dat dat zo is.

Waar de groepen wel verschilden

Binnen de data vielen twee kleine patronen op. Deelnemers zonder werk hadden na de EMDR-behandeling meer PTSS-klachten dan deelnemers met werk. En mannen stopten vaker voortijdig met EMDR dan vrouwen. De auteurs zien dit als aanwijzing dat geslacht en werksituatie een rol kunnen spelen, maar het zijn bijvangsten uit een kleine groep. Reken er niet op dat het voor jou geldt.

Nederlands onderzoek bij veteranen

Zowel EMDR als exposuretherapie blijken bij burgers goed te werken, en exposuretherapie heeft dat ook bij militairen laten zien. Voor EMDR bij militairen en veteranen ontbreekt dat bewijs nog grotendeels. Dat is opvallend, want juist in die zorg wordt EMDR veel ingezet. Zo ontstaat een behandeling waar veel mensen op vertrouwen, terwijl de wetenschap voor deze groep nog niet is ingehaald.

Om die leemte te vullen loopt in Nederland de REMIND-studie, waarover onderzoekscentrum BRAIC informatie geeft. Nederlandse militairen en veteranen van 18 tot 65 jaar met PTSS worden daarin willekeurig verdeeld over EMDR of exposuretherapie. Voor en na de behandeling krijgen ze interviews en vragenlijsten om te zien hoeveel hun klachten afnemen.

De studie kijkt ook naar hoe EMDR werkt. Daarvoor doen deelnemers vóór de behandeling twee geheugentaken terwijl hun hersenactiviteit met EEG wordt gemeten. De studie startte in 2023, duurt ongeveer drie jaar en de resultaten worden eind 2026 verwacht. Er zijn dus nog geen uitkomsten om over te schrijven, maar het is een studie om in de gaten te houden.

Wat kan die studie opleveren? Als EMDR en exposuretherapie ook bij militairen gelijk opgaan, hebben veteranen meer keuze. Valt er een verschil te zien, dan weten behandelaars waar ze mee moeten beginnen. Het onderzoek naar de werking kan bovendien laten zien waarom EMDR bij sommige mensen beter aanslaat dan bij anderen.

Wat de analyse niet beantwoordt

Een meta-analyse is zo goed als de studies die erin zitten. Hier gaat het om acht studies met samen 346 mensen, een bescheiden aantal, en de vergelijkingsbehandelingen liepen sterk uiteen. Dat maakt het lastig om een uitspraak te doen over één specifieke combinatie, zoals EMDR tegenover traumagerichte cognitieve gedragstherapie. Ook zegt de analyse niets over wat er na afloop gebeurt, of over mensen met meerdere trauma’s of bijkomende klachten.

Wat je ermee kunt

Heb je PTSS of vermoed je dat, dan is het goed om te weten dat er meerdere behandelingen zijn die in dit onderzoek vergelijkbaar scoorden. Vraag je huisarts of behandelaar naar de opties en naar hun ervaring met elke aanpak. Voelt een aanpak niet goed, dan is het redelijk om dat te bespreken en eventueel een andere behandeling te proberen.

Wil je meer lezen? Op de pagina EMDR van Curova staan meer artikelen. Een samenvatting van de analyse vind je bij Amsterdam UMC.

Auteur

Leonhard Falkenried

Gepubliceerd op

14 oktober, 2026

Thema

EMDR

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen