Samenvatting
Een kritische bespreking van de systematische review van Soares, Stieven, Rocha en Miranda (2025)
Binnen het domein Natuurgeneeskunde, en meer specifiek binnen de discipline Kinesiologie, vormt de manuele spiertest (manual muscle testing, MMT) het centrale diagnostische instrument van de toegepaste kinesiologie (Applied Kinesiology). Dit artikel bespreekt de systematische review van Soares, Stieven, Rocha en Miranda, gepubliceerd in 2025 in de Journal of Manipulative and Physiological Therapeutics, die de intra- en interbeoordelaarsbetrouwbaarheid van manuele spiertesten binnen dit toepassingsgebied in kaart brengt. Op basis van zeven geïncludeerde primaire studies concluderen de auteurs dat de betrouwbaarheid van manuele spiertesten sterk uiteenloopt: wanneer de test wordt uitgevoerd met aanvullende, niet-musculoskeletale ‘challenges’ — stimuli die worden toegevoegd om vermeende voedingsintoleranties, energetische disbalansen of emotionele blokkades op te sporen — bleek de overeenstemming tussen beoordelaars nagenoeg afwezig, en werd deze toepassing door de auteurs expliciet ontraden voor klinisch gebruik. Wanneer de spiertest daarentegen zonder dergelijke challenges werd afgenomen, als eenvoudige weerstandstest van een specifieke spier, varieerde de interbeoordelaarsbetrouwbaarheid sterk (kappa van -0,05 tot 0,91), met voor sommige spieren — waaronder de musculus deltoideus, de musculus gluteus maximus, de musculus piriformis en de musculus iliopsoas — een matige tot zeer sterke overeenstemming. Dit artikel plaatst deze bevindingen in hun theoretische en methodologische context, bespreekt de sterktes en beperkingen van de review, en weegt de resultaten af tegen de bredere, overwegend kritische evidentiebasis voor toegepaste kinesiologie binnen dit corpus. Geconcludeerd wordt dat de fundamentele betrouwbaarheid van het diagnostisch instrument van de toegepaste kinesiologie, zeker in de vorm waarin het doorgaans binnen de discipline wordt toegepast, onvoldoende en inconsistent is aangetoond, wat de basis voor daaropvolgende behandelbeslissingen ondermijnt.
1. Inleiding
Toegepaste kinesiologie (Applied Kinesiology, AK) is een diagnostische en behandelmethode die sinds de ontwikkeling ervan door de Amerikaanse chiropractor George Goodheart in de jaren zestig van de twintigste eeuw wereldwijd door behandelaars wordt toegepast, van chiropractoren en osteopaten tot natuurgeneeskundigen en fysiotherapeuten. De kern van de methode wordt gevormd door de manuele spiertest (manual muscle testing, MMT): een handmatige weerstandstest waarbij de behandelaar druk uitoefent op een ledemaat terwijl de patiënt deze druk probeert te weerstaan, waarna de behandelaar de kracht en ‘kwaliteit’ van de spierrespons beoordeelt. Binnen de toegepaste kinesiologie wordt deze test echter niet alleen ingezet als musculoskeletale beoordeling — zoals in de reguliere fysiotherapie gebruikelijk is — maar ook als diagnostisch venster op onderliggende orgaandisfuncties, voedingsintoleranties, allergieën, energetische verstoringen en zelfs emotionele blokkades. Deze bredere claim maakt de manuele spiertest tot een van de meest gebruikte, maar ook meest omstreden instrumenten binnen de complementaire diagnostiek.
Dit artikel bespreekt de systematische review van Soares, Stieven, Rocha en Miranda (2025), gepubliceerd in de Journal of Manipulative and Physiological Therapeutics, die de betrouwbaarheid van manuele spiertesten binnen de toegepaste kinesiologie systematisch in kaart brengt1. De studie sluit nauw aan bij twee andere, eveneens in dit corpus besproken publicaties binnen de discipline Kinesiologie: het bredere literatuuroverzicht van Hall en Lewith naar de wetenschappelijke onderbouwing van toegepaste en gespecialiseerde kinesiologie2, en de kritische theoretische analyse van Schwartz en collega’s, die de manuele spiertest als diagnostisch principe herinterpreteert3. Waar deze twee eerdere publicaties respectievelijk een brede evidentie-inventarisatie en een principiële theoretische kritiek bieden, richt de hier besproken review zich specifiek op de meetmethodologische kern van de discipline: is de manuele spiertest, als meetinstrument, consistent en reproduceerbaar?
Het doel van dit artikel is drieledig: het theoretisch kader van de manuele spiertest toelichten, met aandacht voor het onderscheid tussen eenvoudige spierkrachttests en spiertesten met aanvullende ‘challenges’; de methodologie en resultaten van de besproken review bespreken; en de bevindingen kritisch plaatsen binnen de bredere evidentiebasis voor toegepaste kinesiologie, inclusief een weging van sterktes en beperkingen die relevant zijn voor de klinische interpretatie.
2. Theoretisch kader: de manuele spiertest als diagnostisch instrument
De manuele spiertest zoals gebruikt in de reguliere geneeskunde — bijvoorbeeld bij neurologisch onderzoek volgens de klassieke Medical Research Council (MRC)-schaal — is een grofmazig, maar breed geaccepteerd instrument om spierkracht te beoordelen op een ordinale schaal van 0 (geen contractie) tot 5 (normale kracht tegen volledige weerstand). Deze reguliere toepassing beperkt zich tot het inschatten van musculoskeletale kracht bij neuromusculaire aandoeningen. De toegepaste kinesiologie hanteert een wezenlijk uitgebreidere interpretatie: niet de absolute spierkracht staat centraal, maar het subtiele verschil tussen een spier die ‘sterk test’ (weerstand houdt) en een spier die ‘zwak test’ (plotseling toegeeft), vaak binnen het normale krachtbereik. Deze binaire sterk/zwak-beoordeling wordt geïnterpreteerd als signaal over de functionele status van gerelateerde organen, meridianen of stofwisselingsprocessen, volgens het centrale AK-concept van de ’triade van gezondheid’ (structureel, biochemisch en mentaal/emotioneel).
Een voor de betrouwbaarheidsvraag cruciaal onderdeel van de toegepaste kinesiologie is het gebruik van zogenoemde ‘challenges’ of provocaties: aanvullende stimuli die tijdens de spiertest worden toegediend om te bepalen of deze de spierrespons veranderen. Voorbeelden zijn het laten vasthouden van een ampul met een voedingsmiddel of allergeen, het uitspreken van een emotioneel beladen zin, het aanraken van specifieke reflexpunten, of het lokaliseren van een lichaamsdeel door de patiënt zelf. Verandert de spierrespons na zo’n challenge, dan wordt dit binnen de AK geïnterpreteerd als bewijs voor een functionele relatie tussen de challenge en het onderliggende systeem. Deze challenge-gebaseerde toepassing onderscheidt de toegepaste kinesiologie fundamenteel van de eenvoudige, musculoskeletale spierkrachttest, en vormt precies het onderscheid dat de hier besproken review als analytisch uitgangspunt hanteert.
Voor de klinische bruikbaarheid van elk diagnostisch instrument geldt de fundamentele meeteis dat het betrouwbaar moet zijn, ongeacht de vraag of het ook valide is. Intrabeoordelaarsbetrouwbaarheid betreft de mate waarin eenzelfde beoordelaar bij herhaalde metingen tot dezelfde uitkomst komt; interbeoordelaarsbetrouwbaarheid betreft de overeenstemming tussen verschillende beoordelaars. Betrouwbaarheid is noodzakelijk, maar niet voldoende voor validiteit: een instrument met inconsistente uitkomsten kan per definitie niet valide zijn, omdat het geen stabiel signaal meet. Dit maakt onderzoek naar de betrouwbaarheid van de manuele spiertest logisch voorafgaand aan onderzoek naar de validiteit of klinische effectiviteit van op deze test gebaseerde behandelingen.
3. Doel en onderzoeksvraag van de besproken studie
De centrale onderzoeksvraag van Soares, Stieven, Rocha en Miranda (2025) luidde in hoeverre de manuele spiertest, zoals toegepast binnen de toegepaste kinesiologie, een betrouwbaar diagnostisch instrument vormt, zowel wat betreft de overeenstemming tussen verschillende beoordelaars (interbeoordelaarsbetrouwbaarheid) als wat betreft de consistentie van eenzelfde beoordelaar over herhaalde metingen (intrabeoordelaarsbetrouwbaarheid). Als systematische review had de studie tot doel de bestaande, verspreide primaire literatuur over dit onderwerp systematisch te verzamelen, methodologisch te beoordelen en samen te vatten, met bijzondere aandacht voor het onderscheid tussen manuele spiertesten die worden uitgevoerd als eenvoudige musculoskeletale weerstandstest, en manuele spiertesten die worden uitgevoerd met aanvullende, niet-musculoskeletale challenges zoals hierboven beschreven. De studie is gepubliceerd in de Journal of Manipulative and Physiological Therapeutics (2025, jaargang 48, aflevering 6-9, pagina’s 862-870), een gerenommeerd peer-reviewed tijdschrift op het gebied van manuele geneeskunde en chiropraxie1.
4. Methode
4.1 Onderzoeksdesign
De studie betreft een systematische literatuurreview, waarbij de auteurs volgens eigen opgave meerdere elektronische databases doorzochten op primair onderzoek naar de betrouwbaarheid van manuele spiertesten binnen de toegepaste kinesiologie, met een zoekperiode tot en met oktober 2023. Op basis van vooraf gedefinieerde in- en exclusiecriteria werden uiteindelijk zeven primaire studies geïncludeerd. De exacte namen van de geraadpleegde databases en het gebruikte kwaliteitsbeoordelingsinstrument konden niet met zekerheid worden geverifieerd, aangezien de volledige tekst van het artikel niet toegankelijk was; dit wordt in paragraaf 6.2 als methodologische onzekerheid benoemd.
4.2 Geïncludeerde studies en beoordelaars
De zeven geïncludeerde primaire studies betroffen betrouwbaarheidsonderzoek waarin behandelaars — doorgaans chiropractoren, kinesiologen of andere behandelaars met training in toegepaste kinesiologie — manuele spiertesten afnamen bij proefpersonen, waarbij hetzij dezelfde beoordelaar de test bij herhaling uitvoerde (intrabeoordelaarsdesign), hetzij meerdere, onafhankelijke beoordelaars dezelfde proefpersoon beoordeelden (interbeoordelaarsdesign). De studies verschilden onderling in het aantal en type onderzochte spieren, het aantal en de ervaring van de beoordelaars, en de precieze testprocedure — een heterogeniteit die, zoals in paragraaf 6.2 wordt besproken, een belangrijke beperking vormt bij het interpreteren van de gepoolde bevindingen.
4.3 Testprocedure
Een centraal analytisch onderscheid dat de auteurs hanteerden, betrof het verschil tussen manuele spiertesten zonder aanvullende challenge — een eenvoudige weerstandstest van een specifieke spier, vergelijkbaar met de klassieke musculoskeletale MMT — en manuele spiertesten met een aanvullende, niet-musculoskeletale challenge (bijvoorbeeld blootstelling aan een voedingsmiddel, een reflexpunt of een emotioneel geladen prikkel). De spieren die het meest werden onderzocht als eenvoudige weerstandstest omvatten onder meer de musculus deltoideus (schouderabductie), de musculus gluteus maximus (heupextensie), de musculus piriformis (heupexorotatie) en de musculus iliopsoas (heupflexie) — spieren waarvoor ook in de reguliere musculoskeletale diagnostiek een gestandaardiseerde testpositie bestaat.
4.4 Statistische analyse van betrouwbaarheid
De betrouwbaarheid in de geïncludeerde studies werd overwegend uitgedrukt in kappa-statistieken (Cohen’s kappa of gewogen kappa), een maat voor overeenstemming die corrigeert voor toevalstreffers en doorgaans wordt geïnterpreteerd volgens vaste kwalificatiegrenzen (minder dan 0 nihil, 0-0,20 gering, 0,21-0,40 redelijk, 0,41-0,60 matig, 0,61-0,80 substantieel, 0,81-1,00 (nagenoeg) volledig). Gezien de aanzienlijke heterogeniteit tussen de studies kozen de auteurs voor een narratieve synthese in plaats van een kwantitatieve meta-analyse met gepoolde effectschattingen — een keuze die gebruikelijk is wanneer onderliggende studies onvoldoende homogeen zijn om zinvol samen te voegen.
5. Resultaten
De belangrijkste bevinding van de review is een scherp contrast tussen de betrouwbaarheid van manuele spiertesten met en zonder aanvullende, niet-musculoskeletale challenges. Voor spiertesten waarbij een dergelijke challenge werd toegepast — de toepassing die het meest kenmerkend is voor de bredere diagnostische claims van de toegepaste kinesiologie, zoals het opsporen van voedingsintoleranties of energetische disbalansen — rapporteren de auteurs een nagenoeg afwezige betrouwbaarheid. Op basis hiervan concluderen zij expliciet dat dit type toepassing van de manuele spiertest niet geschikt is voor klinisch gebruik.
Voor manuele spiertesten zonder aanvullende challenge — de eenvoudige weerstandstest van een specifieke spier — was het beeld aanzienlijk gemengder. De interbeoordelaarsbetrouwbaarheid varieerde over de geïncludeerde studies en spiergroepen van een kappa van -0,05 (een overeenstemming die niet beter is dan toeval) tot een kappa van 0,91 (zeer sterke overeenstemming). Voor een aantal specifieke spieren — de musculus deltoideus, de musculus gluteus maximus, de musculus piriformis en de musculus iliopsoas — werd een matige tot zeer sterke betrouwbaarheid gerapporteerd, wat de auteurs deed concluderen dat de eenvoudige, niet-challenge-gebaseerde manuele spiertest voor deze specifieke spieren mogelijk wel klinisch bruikbaar is.
Deze bevindingen suggereren een klinisch relevante differentiatie: niet zozeer de manuele spiertest als zodanig is onbetrouwbaar, maar specifiek de toepassing ervan in combinatie met niet-musculoskeletale challenges — exact het onderdeel dat de toegepaste kinesiologie onderscheidt van reguliere spierkrachttests en dat de bredere diagnostische claims van de discipline onderbouwt. Voor de kernclaims van de toegepaste kinesiologie als geheel is dit weinig bemoedigend: juist het instrument waarmee deze bredere claims worden onderbouwd, bleek nauwelijks reproduceerbaar. Exacte numerieke details over bijvoorbeeld het precieze aantal deelnemers per studie of de volledige lijst van onderzochte spieren en bijbehorende kappa-waarden konden op basis van de voor dit artikel beschikbare secundaire bronnen niet worden geverifieerd, omdat de volledige tekst van het artikel achter een betaalmuur bleek te staan; deze bespreking beperkt zich daarom bewust tot de bevindingen die uit meerdere onafhankelijke bronnen konden worden bevestigd.
6. Methodologische beoordeling: sterktes en beperkingen
6.1 Sterktes
De belangrijkste methodologische sterkte van deze review is dat zij, in tegenstelling tot veel eerder onderzoek over toegepaste kinesiologie, expliciet onderscheid maakt tussen de manuele spiertest als eenvoudige musculoskeletale krachttest en de manuele spiertest met aanvullende, niet-musculoskeletale challenges. Dit onderscheid is conceptueel scherp en klinisch zinvol: het maakt duidelijk dat de betrouwbaarheidsproblematiek zich concentreert op precies dat onderdeel van de testprocedure waarmee de meest verstrekkende diagnostische claims worden onderbouwd, en vormt daarmee een waardevolle aanvulling op eerdere, meer algemene kritische literatuuroverzichten zoals dat van Hall en Lewith2.
Daarnaast is het een sterkte dat deze recente publicatie uit 2025 de literatuur tot in elk geval 2023 systematisch heeft samengevat, twee decennia na eerdere kernpublicaties als die van Hall en Lewith (2008) en Schwartz en collega’s (2007). Dat de kernbevinding — wisselende en voor de challenge-gebaseerde toepassing nagenoeg afwezige betrouwbaarheid — aansluit bij de eerdere kritische literatuur, versterkt de overtuigingskracht van de conclusie: het gaat om een patroon dat zich over meerdere onafhankelijke reviews en bijna twintig jaar onderzoek herhaalt.
6.2 Beperkingen
De belangrijkste beperking van deze review is de geringe omvang van het onderliggende corpus aan primaire betrouwbaarheidsstudies: met slechts zeven geïncludeerde studies is de empirische basis smal, zeker gegeven de aanzienlijke heterogeniteit in onderzochte spiergroepen, testprocedures en de ervaring van beoordelaars. Deze heterogeniteit maakt een kwantitatieve meta-analyse onmogelijk en dwingt tot een narratieve synthese, die per definitie minder statistische precisie biedt dan een gepoolde schatting. Daarnaast is de spreiding in de gerapporteerde kappa-waarden voor de niet-challenge-gebaseerde spiertest zeer groot (van -0,05 tot 0,91), wat wijst op aanzienlijke inconsistentie tussen studies en spiergroepen: de bevinding dat enkele spieren (deltoideus, gluteus maximus, piriformis, iliopsoas) een matige tot zeer sterke betrouwbaarheid vertoonden, zegt niets over de vele andere spieren die in de toegepaste kinesiologie eveneens routinematig worden getest.
Voor dit artikel kon bovendien de volledige tekst van de systematische review niet worden geraadpleegd, waardoor methodologische details — de precieze zoekstrategie, het aantal doorzochte databases, het gehanteerde instrument voor risk-of-bias-beoordeling en de exacte spreiding van kappa-waarden per spier — niet zelfstandig konden worden geverifieerd, maar zijn gebaseerd op samenvattingen zoals beschikbaar via secundaire, peer-reviewed en bibliografische bronnen. Dit artikel vermeldt daarom bewust geen niet-geverifieerde specifieke getallen buiten de wel bevestigde bevindingen.
Ten slotte, en meer fundamenteel, betreft deze review uitsluitend de betrouwbaarheid van het meetinstrument, niet de validiteit van de onderliggende theoretische claims. Zelfs voor spieren waarvoor een acceptabele betrouwbaarheid werd vastgesteld, zegt dit niets over de vraag of de spierrespons daadwerkelijk iets zegt over onderliggende orgaandisfuncties, voedingsintoleranties of energetische verstoringen — de bredere claim die de theoretische kern van de toegepaste kinesiologie vormt en die, zoals Schwartz en collega’s beargumenteren, een overtuigende fysiologische verklaring ontbeert3.
7. Plaats binnen de bredere evidentiebasis
Binnen de discipline Kinesiologie vormt deze systematische review, samen met de eveneens in dit corpus besproken publicaties van Hall en Lewith2 en Schwartz en collega’s3, een van de kernbronnen die de wetenschappelijke stand van zaken rond toegepaste kinesiologie schetsen. Waar Hall en Lewith (2008) een breed literatuuroverzicht bieden dat concludeert dat er onvoldoende methodologisch degelijk onderzoek bestaat om de claims van de discipline te onderbouwen, en Schwartz en collega’s (2007) een principiële, theoretische kritiek leveren op de fysiologische onderbouwing van de manuele spiertest — onder meer door te wijzen op het risico van onbedoelde beoordelaarsbeïnvloeding via non-verbale signalen (het experimenter-effect) — voegt de hier besproken review van Soares en collega’s (2025) een actuele, empirisch scherpere laag toe: zij toont concreet aan waar, binnen de manuele spiertest, het betrouwbaarheidsprobleem zich concentreert, namelijk specifiek bij de toepassing met niet-musculoskeletale challenges.
Deze drie publicaties, gepubliceerd over een periode van bijna twintig jaar in onafhankelijke, peer-reviewed tijdschriften door verschillende onderzoeksgroepen, tekenen samen een consistent en weinig bemoedigend beeld: de twijfels betreffen niet alleen de effectiviteit van op kinesiologische diagnostiek gebaseerde behandelingen, maar beginnen al fundamenteel bij de betrouwbaarheid en de theoretische onderbouwing van het diagnostische instrument zelf. Dit sluit aan bij een breder patroon in het complementaire-zorgonderzoek, waarin diagnostische instrumenten die zich baseren op subtiele, semi-kwalitatieve beoordelingen door een individuele behandelaar bijzonder gevoelig blijken voor beoordelaarsafhankelijke variatie. Tegelijkertijd nuanceert de bevinding dat de eenvoudige, niet-challenge-gebaseerde spiertest voor sommige spiergroepen wel een acceptabele betrouwbaarheid liet zien, het beeld enigszins: het gaat niet om een volledig ongefundeerd instrument, maar om een instrument waarvan de betrouwbaarheid sterk toepassingsafhankelijk is, en dat vooral problematisch wordt zodra het wordt ingezet voor de meer verstrekkende, kenmerkend kinesiologische claims via de challenge-procedure.
8. Klinische en praktijkimplicaties
Voor de klinische praktijk van behandelaars die toegepaste kinesiologie toepassen of overwegen, bieden deze bevindingen een direct toepasbaar onderscheid. Het gebruik van de manuele spiertest in combinatie met niet-musculoskeletale challenges — om bijvoorbeeld voedingsintoleranties, allergieën of emotionele blokkades op te sporen — wordt door de auteurs expliciet ontraden voor klinisch gebruik, gezien de nagenoeg afwezige betrouwbaarheid van deze toepassing. Cliënten die op basis van dergelijke challenge-testen concrete diagnostische of voedingsadviezen ontvangen, dienen zich ervan bewust te zijn dat de wetenschappelijke onderbouwing hiervoor vooralsnog ontoereikend is.
Voor de eenvoudige, niet-challenge-gebaseerde manuele spiertest van specifieke, goed gestandaardiseerde spieren laten de bevindingen meer ruimte voor voorzichtig gebruik binnen een musculoskeletale context, mits steeds in het achterhoofd wordt gehouden dat een acceptabele betrouwbaarheid geen bewijs van validiteit is voor de bredere, kenmerkend kinesiologische claims. Zorgverleners doen er goed aan cliënten transparant te informeren over dit onderscheid.
9. Conclusie
De systematische review van Soares, Stieven, Rocha en Miranda (2025) laat zien dat de betrouwbaarheid van de manuele spiertest binnen de toegepaste kinesiologie sterk afhankelijk is van de wijze waarop de test wordt toegepast. Voor manuele spiertesten met aanvullende, niet-musculoskeletale challenges — de toepassing die het meest kenmerkend is voor de bredere diagnostische claims van de discipline — bleek de betrouwbaarheid nagenoeg afwezig, wat de auteurs deed concluderen dat dit type toepassing niet geschikt is voor klinisch gebruik. Voor de eenvoudige, niet-challenge-gebaseerde spiertest was het beeld gemengder, met voor een beperkt aantal specifieke spieren een matige tot zeer sterke betrouwbaarheid, maar met een aanzienlijke spreiding over de geïncludeerde studies als geheel.
Binnen de discipline Kinesiologie sluit deze review nauw aan bij, en versterkt zij, de kritische bevindingen uit eerdere literatuuroverzichten zoals die van Hall en Lewith en de theoretische analyse van Schwartz en collega’s: de twijfels over de wetenschappelijke onderbouwing van toegepaste kinesiologie beginnen niet pas bij de vraag naar klinische effectiviteit, maar al bij de fundamentele betrouwbaarheid van het onderliggende diagnostische instrument. Voor de klinische praktijk rechtvaardigen deze bevindingen terughoudendheid ten aanzien van de challenge-gebaseerde toepassingen van de manuele spiertest, en een transparante, kritische houding ten aanzien van de bredere diagnostische claims van de toegepaste kinesiologie, in afwachting van methodologisch sterker en omvangrijker vervolgonderzoek.
Eindnoten
- Soares JR, Stieven FF, Rocha CSDS, Miranda IF. Reliability of Manual Muscle Testing in Applied Kinesiology: A Systematic Review. Journal of Manipulative and Physiological Therapeutics. 2025 Jul-Dec;48(6-9):862-870. doi:10.1016/j.jmpt.2025.10.007. PMID: 41236460. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/41236460/
- Hall S, Lewith G, e.a. A review of the literature in applied and specialised kinesiology. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/18334813/
- Schwartz SA, e.a. Disentangling manual muscle testing and Applied Kinesiology: critique and reinterpretation. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/17716373/