Reiki en kwaliteit van leven

Binnen het domein Natuurgeneeskunde, en specifiek binnen de discipline Energetische therapie (Malva, discipline 17), bespreekt dit artikel de meta-analyse van Liu, Qin, Qin, Li, Liu, Gao, Zhang…

Samenvatting

Een kritische bespreking van de meta-analyse van gerandomiseerde gecontroleerde trials van Liu e.a. (2025)

Binnen het domein Natuurgeneeskunde, en specifiek binnen de discipline Energetische therapie (Malva, discipline 17), bespreekt dit artikel de meta-analyse van Liu, Qin, Qin, Li, Liu, Gao, Zhang en Wang (2025), gepubliceerd in het peer-reviewed tijdschrift Systematic Reviews onder de titel “Effects of Reiki therapy on quality of life: a meta-analysis of randomized controlled trials”1. De auteurs poolden de resultaten van elf gerandomiseerde gecontroleerde trials (RCT’s) met in totaal 661 deelnemers en vonden een statistisch significante, maar kleine verbetering van kwaliteit van leven na Reiki-therapie ten opzichte van controlecondities (gestandaardiseerd gemiddeld verschil, SMD = 0,28; 95%-betrouwbaarheidsinterval 0,01-0,56; p = 0,043), bij een aanzienlijke mate van heterogeniteit tussen de geïncludeerde studies (I² = 65,1%; p = 0,001). Subgroepanalyses suggereerden dat zowel korte, acute sessies (≤20 minuten) als intensievere behandelschema’s (≥8 sessies van ten minste 60 minuten) samenhingen met grotere effecten, terwijl voor specifieke patiëntengroepen zoals oncologische en chirurgische patiënten afzonderlijk geen statistisch significant effect kon worden aangetoond. Dit artikel plaatst deze bevindingen in hun theoretische en methodologische context, bespreekt de sterktes en beperkingen van de meta-analyse in detail, en weegt de resultaten af tegen de bredere evidentiebasis voor energetische therapieën binnen de complementaire zorg. Geconcludeerd wordt dat Reiki op basis van dit onderzoek als een voorzichtig veelbelovende, maar vooralsnog niet overtuigend onderbouwde aanvullende interventie voor kwaliteit van leven moet worden beschouwd, waarbij de kleine effectgrootte, de substantiële heterogeniteit en de moeilijkheid om Reiki-interventies adequaat te blinderen tot terughoudende interpretatie nopen.

1. Inleiding

Reiki behoort tot de meest verspreide vormen van energetische therapie binnen de complementaire en integratieve zorg. De methode, ontwikkeld in het begin van de twintigste eeuw in Japan door Mikao Usui, wordt inmiddels wereldwijd toegepast, onder meer in ziekenhuizen en oncologische zorgsettingen, waar zij vaak wordt aangeboden als ondersteunende interventie naast reguliere behandeling. Binnen de “Gids Evidence Based Onderzoek Complementaire Zorg” wordt Reiki ondergebracht bij de discipline Energetische therapie (Malva, discipline 17) binnen het domein Natuurgeneeskunde, samen met verwante interventies zoals therapeutic touch. Deze disciplines delen het uitgangspunt dat er een niet-fysiek waarneembaar energieveld rond en in het lichaam bestaat, dat door een behandelaar — doorgaans via handoplegging op of nabij het lichaam — kan worden beïnvloed ten behoeve van genezing of welbevinden.

Ondanks de wijdverbreide toepassing blijft de wetenschappelijke onderbouwing van de werkzaamheid van Reiki onderwerp van aanhoudend debat. Omdat het veronderstelde werkingsmechanisme niet aansluit bij gangbare biomedische verklaringsmodellen, behoort Reiki tot de meer omstreden interventies binnen de complementaire zorg. Tegelijkertijd is in de afgelopen decennia een groeiend aantal RCT’s naar de effecten van Reiki gepubliceerd, wat meta-analytische synthese mogelijk maakt en een preciezer, statistisch krachtiger beeld oplevert dan afzonderlijke, kleinschalige studies kunnen bieden.

Dit artikel bespreekt in detail de meta-analyse van Liu en collega’s (2025), gepubliceerd in Systematic Reviews, die de effecten van Reiki-therapie op kwaliteit van leven onderzocht op basis van elf RCT’s1. Deze meta-analyse is in de discipline Energetische therapie nauw verwant aan de eveneens in dit corpus besproken rapid evidence assessment van therapeutic touch2 en de institutionele beoordeling van energetische therapieën door het Amerikaanse National Center for Complementary and Integrative Health (NCCIH)3. Het doel van dit artikel is drieledig: het theoretisch kader van Reiki toelichten, de methodologie en resultaten van de meta-analyse van Liu e.a. in detail bespreken, en de bevindingen kritisch plaatsen binnen de bredere evidentiebasis voor energetische therapieën, inclusief een weging van methodologische sterktes en zwaktes.

2. Theoretisch kader

Reiki — een samenstelling van de Japanse woorden rei (universeel, geestelijk) en ki (levensenergie) — veronderstelt het bestaan van een universele levensenergie die door de behandelaar, na specifieke training en inwijding, kan worden doorgegeven aan de ontvanger via handoplegging op of nabij het lichaam. Volgens de theorie stroomt deze energie naar de plaatsen in het lichaam waar zij het meest nodig is en ondersteunt zij het zelfherstellend vermogen van het lichaam. Een behandeling duurt doorgaans tussen de twintig en zestig minuten; de behandelaar plaatst de handen achtereenvolgens op of net boven een reeks vaste lichaamsposities.

Dit werkingsmechanisme sluit, zoals ook door het NCCIH wordt vastgesteld, niet aan bij de huidige stand van de biofysica en fysiologie: het bestaan van een overdraagbaar energieveld dat gezondheidseffecten kan bewerkstelligen, is empirisch niet aangetoond3. Onderzoekers die desondanks positieve effecten rapporteren, verklaren deze doorgaans niet vanuit het energetische model zelf, maar vanuit alternatieve, biologisch plausibele mechanismen: activering van het parasympathische zenuwstelsel, vermindering van fysiologische stressmarkers, en vermindering van angst, pijn en vermoeidheid via aandacht, aanraking en verwachting. Liu e.a. (2025) erkennen expliciet dat de precieze fysiologische mechanismen achter de eventuele effecten van Reiki vooralsnog niet zijn geïdentificeerd1.

Kwaliteit van leven, de centrale uitkomstmaat in de besproken meta-analyse, is een multidimensioneel construct dat doorgaans wordt opgevat als het subjectief ervaren welzijn van een persoon op fysiek, psychisch en sociaal vlak, gemeten met gevalideerde vragenlijsten zoals de SF-36 of ziektespecifieke instrumenten zoals de EORTC QLQ-C30. Omdat kwaliteit van leven per definitie een patiëntgerapporteerde uitkomstmaat is, is deze bijzonder gevoelig voor placebo- en verwachtingseffecten en voor de niet-specifieke effecten van aandacht en zorgzame aanraking — een kwetsbaarheid die bij de beoordeling van de resultaten van groot belang is en waarop in paragraaf 6 nader wordt ingegaan.

3. Doel en onderzoeksvraag

De centrale onderzoeksvraag van Liu e.a. (2025) luidde of Reiki-therapie leidt tot een statistisch significante verbetering van kwaliteit van leven in vergelijking met controlecondities (geen interventie of sham-Reiki), gepoold over de beschikbare RCT’s. Als secundair doel onderzochten de auteurs welke kenmerken van de interventie — aantal sessies, duur per sessie, type patiëntenpopulatie — samenhingen met een grotere effectgrootte, met het oog op praktische aanbevelingen voor de klinische toepassing van Reiki. De studie werd vooraf geregistreerd in PROSPERO (CRD42023483961) en gepubliceerd in Systematic Reviews (2025, jaargang 14, artikelnummer 72)1.

4. Methode

4.1 Zoekstrategie en selectiecriteria

De auteurs doorzochten systematisch de databases PubMed, Web of Science, Embase, Scopus en de Cochrane Library, met als afsluitdatum september 2024, met zoektermen die combinaties van “Reiki therapy” of “Reiki intervention” met “quality of life” en varianten van gecontroleerd onderzoeksdesign omvatten. De zoekactie werd beperkt tot Engelstalige, volledig beschikbare publicaties, wat een gebruikelijke maar methodologisch niet geheel neutrale keuze is, aangezien dit potentieel relevante studies in andere talen — waaronder mogelijk Japanstalig onderzoek, gezien de oorsprong van Reiki — uitsluit.

Inclusiecriteria waren: een gerandomiseerd gecontroleerd studiedesign met ten minste één Reiki-interventiesessie, een controlegroep (geen interventie of sham-Reiki), gebruik van een gestandaardiseerde uitkomstmaat voor kwaliteit van leven, en deelnemers van veertien jaar of ouder uit uiteenlopende patiëntenpopulaties. Uitgesloten werden niet-Engelstalige studies, narratieve reviews, preklinisch onderzoek, duplicaten, redactionele commentaren, grijze literatuur, congresabstracts en studieprotocollen zonder resultaten.

4.2 Geïncludeerde studies

Na de systematische zoekactie en selectieprocedure includeerden de auteurs elf RCT’s met een gezamenlijke steekproefomvang van 661 deelnemers. De geïncludeerde studies varieerden aanzienlijk in patiëntenpopulatie (onder meer oncologische, chirurgische en chronisch zieke patiënten en gezonde volwassenen), in type controleconditie (geen interventie versus sham-Reiki, waarbij een niet-ingewijde persoon dezelfde handbewegingen uitvoert zonder de veronderstelde energieoverdracht), en in dosering, variërend van korte, eenmalige sessies van twintig minuten tot behandeltrajecten van acht of meer sessies van zestig minuten of langer. Deze aanzienlijke klinische heterogeniteit vormt, zoals in paragraaf 6 nader wordt besproken, een belangrijke interpretatiebeperking voor de gepoolde effectschatting.

4.3 Kwaliteitsbeoordeling

De methodologische kwaliteit werd beoordeeld met de Cochrane risk-of-bias tool voor gerandomiseerde trials, die het risico op vertekening beoordeelt over de domeinen randomisatie, toewijzingsconcealment, blindering van deelnemers, behandelaars en uitkomstbeoordelaars, onvolledige uitkomstgegevens en selectieve rapportage. De beoordeling werd uitgevoerd door twee onafhankelijke reviewers, met een derde beoordelaar ter beslechting van meningsverschillen. Vier van de elf studies rapporteerden geen duidelijke blindering van de uitkomstbeoordeling; blindering van deelnemers en behandelaars is voor de aard van de interventie bovendien inherent lastig te realiseren, een probleem dat Reiki-onderzoek deelt met vrijwel alle vormen van energetische therapie.

4.4 Statistische synthese

De statistische analyses werden uitgevoerd in STATA versie 15. Als effectmaat werd het gestandaardiseerd gemiddeld verschil (SMD) gebruikt, berekend volgens de methode van Hedges’ g, geschikt voor het samenvoegen van uitkomsten gemeten met verschillende kwaliteit-van-leven-instrumenten. Afhankelijk van de mate van heterogeniteit werd gekozen tussen een fixed-effectmodel en een random-effectmodel volgens de DerSimonian-Laird-methode; gegeven de vastgestelde substantiële heterogeniteit werd het random-effectmodel gehanteerd voor de primaire analyse. Heterogeniteit werd beoordeeld met de chi-kwadraattoets en de I²-index (>50% als substantieel beschouwd). Publicatiebias werd beoordeeld met een funnelplot en de Egger-regressietoets, en vooraf gespecificeerde subgroepanalyses onderzochten de invloed van interventiefrequentie, sessieduur, controleconditie en patiëntenpopulatie op de effectgrootte.

5. Resultaten

De primaire analyse liet een statistisch significante verbetering van kwaliteit van leven zien bij deelnemers die Reiki-therapie ontvingen, ten opzichte van de controlecondities (SMD = 0,28; 95%-betrouwbaarheidsinterval 0,01 tot 0,56; p = 0,043). Deze effectgrootte wordt in de conventionele interpretatie van Cohen als klein aangemerkt en het betrouwbaarheidsinterval strekt zich uit van nagenoeg nul tot een matig effect, wat wijst op aanzienlijke onzekerheid rond de precieze omvang van het effect. De heterogeniteit tussen de geïncludeerde studies was substantieel (I² = 65,1%; p = 0,001), wat betekent dat een aanzienlijk deel van de variatie in effectgrootte tussen studies niet aan toeval kan worden toegeschreven, maar samenhangt met verschillen in patiëntenpopulatie, interventiekenmerken, controleconditie of meetinstrumenten.

De subgroepanalyse naar interventiekenmerken liet zien dat zowel kortdurende, acute sessies van twintig minuten of korter (SMD = 0,54; p = 0,015) als intensievere behandelschema’s van acht of meer sessies van ten minste zestig minuten (SMD = 0,50; p = 0,032) samenhingen met een groter, statistisch significant effect, terwijl sessies van dertig minuten (SMD = 0,14) en van veertig tot vijfenveertig minuten (SMD = -0,01) geen betekenisvol effect opleverden. Dit suggereert een mogelijk niet-lineair verband tussen dosering en effect, al benadrukken de auteurs zelf dat het aantal studies per subgroep klein is, waardoor deze resultaten eerder hypothesegenererend dan bevestigend van aard zijn.

Bij uitsplitsing naar patiëntenpopulatie werd voor geen van de afzonderlijke subgroepen een statistisch significant effect gevonden: bij oncologische patiënten was de effectgrootte klein en niet significant (SMD = 0,11; p = 0,690), bij chirurgische patiënten eveneens niet significant (SMD = 0,35; p = 0,367), en bij de algemene, niet-klinische populatie evenmin (SMD = 0,35; p = 0,104). Dat het significante hoofdeffect uiteenvalt in niet-significante deeleffecten zodra wordt gestratificeerd naar populatie, is een belangrijke observatie: het gepoolde resultaat wordt kennelijk gedragen door de combinatie van uiteenlopende populaties, en niet door een consistent effect binnen een specifieke patiëntengroep.

Wat betreft het type controleconditie liet vergelijking met een actieve controle (sham-Reiki) een grotere, maar zeer onzekere puntschatting zien (SMD = 0,58; niet significant) dan vergelijking met een inactieve controleconditie zonder interventie (SMD = 0,21; niet significant), wat de beperkte statistische power van deze uitsplitsingen onderstreept. De publicatiebiasanalyse via de Egger-regressietoets leverde geen aanwijzingen op voor significante publicatiebias (t = 0,29; p = 0,777), al is de power van deze toets bij slechts elf studies doorgaans laag.

Op basis van deze bevindingen concluderen de auteurs dat Reiki-therapie de kwaliteit van leven bij uiteenlopende patiëntenpopulaties significant kan verbeteren, en adviseren zij Reiki hetzij als korte sessie van twintig minuten of korter, hetzij als intensiever schema van acht of meer sessies van ten minste zestig minuten in te zetten bij oncologische, chirurgische en chronisch zieke patiënten en de algemene bevolking1. Tegelijk wijzen zij op tegenstrijdige bevindingen tussen de geïncludeerde studies — onder meer een studie bij colorectale kankerpatiënten zonder significante verbetering — en op de rol van confounders zoals sociaaleconomische status, gezinsachtergrond en algemene gezondheid, die kwaliteit van leven beïnvloeden onafhankelijk van de Reiki-interventie.

6. Methodologische beoordeling

6.1 Sterktes

De belangrijkste sterkte van deze meta-analyse is de beperking tot gerandomiseerde gecontroleerde trials, waarmee de auteurs kiezen voor het meest rigoureuze beschikbare studiedesign binnen het onderzoeksveld naar Reiki, in plaats van ook observationele studies mee te nemen. Dit onderscheidt haar van de eveneens in dit corpus besproken rapid evidence assessment van therapeutic touch, die een breder scala aan studiedesigns includeert2. Daarnaast dragen de vooraf registratie in PROSPERO, de systematische zoekstrategie over vijf databases, de onafhankelijke, dubbele beoordeling van studiekwaliteit, en de expliciete toetsing van publicatiebias bij aan de transparantie en methodologische degelijkheid van de synthese. Ook de vooraf gespecificeerde subgroepanalyses zijn waardevol: zij bieden inzicht in mogelijke bronnen van heterogeniteit en aanknopingspunten voor toekomstig onderzoek naar optimale doseringsschema’s.

6.2 Beperkingen

De belangrijkste beperking is de substantiële heterogeniteit tussen de geïncludeerde studies (I² = 65,1%), die erop wijst dat de elf studies in klinisch en methodologisch opzicht onvoldoende vergelijkbaar zijn om zonder voorbehoud tot één generaliseerbare effectschatting te worden samengevoegd. De gepoolde SMD van 0,28 moet daarom eerder worden gelezen als een grove samenvatting van een divers en inconsistent onderzoeksveld dan als een precieze schatting van het werkelijke effect van Reiki.

Ten tweede is de effectgrootte klein en grenst het betrouwbaarheidsinterval net aan statistische non-significantie (ondergrens 0,01); een minieme verschuiving in de onderliggende data zou het resultaat gemakkelijk niet-significant kunnen maken, wat wijst op een fragiele bevinding. Dit wordt onderstreept door het feit dat, zodra wordt gestratificeerd naar patiëntenpopulatie, geen van de afzonderlijke subgroepen een significant effect laat zien; het significante hoofdresultaat lijkt daarmee sterk afhankelijk van de wijze waarop de studies zijn samengevoegd.

Ten derde is blindering van deelnemers en behandelaars voor Reiki, net als bij andere vormen van energetische therapie, om praktische redenen nauwelijks te realiseren, en vier van de elf studies rapporteerden bovendien geen duidelijke blindering van de uitkomstbeoordeling. Omdat kwaliteit van leven een subjectieve, patiëntgerapporteerde uitkomstmaat is, is het onderzoeksveld hierdoor bijzonder kwetsbaar voor verwachtings- en placebo-effecten en voor niet-specifieke effecten van aandacht en aanraking — effecten die niet zonder meer kunnen worden onderscheiden van een eventueel specifiek werkzaam bestanddeel van Reiki zelf.

Ten vierde is de beperking tot Engelstalige publicaties een mogelijke bron van taalbias, gezien de Japanse oorsprong van Reiki. Tot slot blijft, zoals de auteurs zelf onderkennen, het fysiologische werkingsmechanisme van Reiki onopgehelderd, en zijn de subgroepanalyses gebaseerd op een beperkt aantal studies per subgroep, waardoor zij eerder als voorlopige signalen dan als bevestigde bevindingen moeten worden opgevat.

7. Plaats binnen de bredere evidentiebasis

Binnen de discipline Energetische therapie sluit de meta-analyse van Liu e.a. nauw aan bij de eveneens in dit corpus besproken rapid evidence assessment van therapeutic touch, die eveneens aanwijzingen vindt voor gunstige effecten op met name welzijn en vermoeidheid, maar deze bevindingen expliciet relativeert vanwege de beperkte omvang en methodologische kwaliteit van het onderliggende onderzoek2. Beide bronnen tekenen daarmee eenzelfde patroon: voorzichtig positieve signalen op subjectieve uitkomstmaten, gecombineerd met aanhoudende methodologische kanttekeningen die overtuigende conclusies vooralsnog in de weg staan.

Deze bevindingen dienen bovendien te worden gelezen tegen de achtergrond van de institutionele beoordeling van energetische therapieën door het NCCIH, dat concludeert dat er onvoldoende robuuste klinische studies bestaan om de gezondheidsclaims van Reiki overtuigend te onderbouwen, mede vanwege het ontbreken van een wetenschappelijk aangetoond werkingsmechanisme3. De meta-analyse van Liu e.a. weerlegt deze kritische positie niet zozeer als dat zij haar nuanceert: er zijn statistisch significante, zij het bescheiden, gepoolde signalen van een gunstig effect, maar deze zijn onvoldoende robuust en onvoldoende consistent over patiëntenpopulaties heen om als overtuigend bewijs van specifieke werkzaamheid te gelden.

Vergeleken met disciplines binnen de complementaire zorg waarvoor omvangrijker en methodologisch sterker meta-analytisch bewijs beschikbaar is, moet de evidentiebasis voor Reiki, met elf geïncludeerde trials en een totale steekproef van 661 deelnemers, nog altijd als beperkt in omvang worden gekwalificeerd. Dit relatieve gebrek aan onderzoeksvolume, in combinatie met de aanhoudende onduidelijkheid over het werkingsmechanisme, plaatst Reiki binnen de bredere evidentiebasis van de complementaire zorg in de categorie van voorzichtig veelbelovende, maar nog niet overtuigend onderbouwde interventies — een kwalificatie die voor energetische therapieën als geheel lijkt te gelden.

8. Klinische en praktijkimplicaties

Voor de klinische praktijk van zorgverleners die Reiki overwegen als ondersteunende interventie, bieden deze resultaten een voorzichtig positief, maar bepaald geen ondubbelzinnig signaal. Het gepoolde effect op kwaliteit van leven is statistisch significant, maar klein en fragiel, en valt uiteen zodra wordt gekeken naar specifieke patiëntenpopulaties afzonderlijk. Reiki kan op basis van het huidige bewijs dus niet worden gepresenteerd als bewezen effectieve behandeling voor een specifieke indicatie, maar hooguit als een veilige, laagdrempelige aanvullende interventie die bij sommige patiënten kan bijdragen aan verbeterd subjectief welbevinden, mogelijk via aspecifieke mechanismen zoals ontspanning, aandacht en verwachting.

De subgroepbevindingen rond interventiedosering — de suggestie dat zowel korte sessies als intensievere trajecten samenhangen met grotere effecten — kunnen een voorzichtig uitgangspunt bieden voor de praktische vormgeving van een Reiki-aanbod, maar moeten gezien de beperkte studieaantallen per subgroep worden beschouwd als hypothese voor toekomstig onderzoek, niet als onderbouwd doseringsadvies. Reiki kan worden aangeboden binnen een breder ondersteunend zorgaanbod, mits gepaard gaand met transparante voorlichting over het voorlopige karakter van de evidentiebasis, en zonder dat het wordt gepositioneerd als alternatief voor bewezen effectieve reguliere behandeling. Gezien de lage kosten en het gunstige veiligheidsprofiel van Reiki lijkt het risico van een dergelijk voorzichtig, aanvullend gebruik beperkt.

9. Conclusie

De meta-analyse van Liu en collega’s (2025) laat op basis van elf RCT’s met 661 deelnemers een statistisch significante, maar kleine verbetering van kwaliteit van leven zien na Reiki-therapie ten opzichte van controlecondities (SMD = 0,28; p = 0,043), gepaard gaand met substantiële heterogeniteit (I² = 65,1%). Subgroepanalyses suggereren dat zowel korte als intensievere behandelschema’s tot grotere effecten kunnen leiden, terwijl voor specifieke patiëntenpopulaties afzonderlijk geen significant effect kon worden vastgesteld. De fragiliteit van het gepoolde effect, de aanzienlijke heterogeniteit, de beperkte mogelijkheden tot blindering en de aanhoudende onduidelijkheid over het werkingsmechanisme nopen tot een terughoudende interpretatie. Binnen de discipline Energetische therapie bevestigt deze meta-analyse het patroon dat ook uit ander onderzoek naar Reiki en therapeutic touch naar voren komt: voorzichtig positieve signalen op subjectieve uitkomstmaten, die vooralsnog onvoldoende robuust en consistent zijn om als overtuigend bewijs van specifieke werkzaamheid te gelden. Voor de klinische praktijk rechtvaardigen de resultaten een terughoudend optimistische houding ten aanzien van Reiki als veilige, laagdrempelige aanvullende interventie voor welbevinden, in afwachting van grootschaliger, methodologisch sterker repliceeronderzoek.

Eindnoten

  1. Liu K, Qin Z, Qin Y, Li Y, Liu Q, Gao F, Zhang P, Wang W. Effects of Reiki therapy on quality of life: a meta-analysis of randomized controlled trials. Systematic Reviews. 2025;14:72. doi:10.1186/s13643-025-02811-5. PROSPERO CRD42023483961. https://link.springer.com/article/10.1186/s13643-025-02811-5
  2. A rapid evidence assessment of recent therapeutic touch research. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC8363410/
  3. National Center for Complementary and Integrative Health (NCCIH). Reiki. https://www.nccih.nih.gov/health/reiki

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

11 augustus, 2026

Thema

Wetenschappelijke studies

Tags

Deel dit artikel

Elke dag een druppeltje zon

Zes maanden lang gratis!

Gerelateerde artikelen