Ayurveda bij onvruchtbaarheid: systematische review van 14 studies

Binnen het domein Oosters, en specifiek binnen de discipline Ayurveda, bespreekt dit artikel de systematische review van Rathi, Mavi, Shannawaz, Saeed, Yadav en Hasan (2024), gepubliceerd in het…

Samenvatting

Een kritische bespreking van de systematische review van Rathi e.a. (2024) naar Ayurvedische interventies bij mannelijke en vrouwelijke infertiliteit

Binnen het domein Oosters, en specifiek binnen de discipline Ayurveda, bespreekt dit artikel de systematische review van Rathi, Mavi, Shannawaz, Saeed, Yadav en Hasan (2024), gepubliceerd in het peer-reviewed tijdschrift Cureus1. De review bracht de beschikbare wetenschappelijke literatuur over Ayurvedische interventies bij onvruchtbaarheid systematisch in kaart en includeerde na een gestructureerde zoekstrategie in PubMed en Scopus (januari 2013 tot december 2023) uiteindelijk 14 studies met gezamenlijk 248 patiënten (164 vrouwen, 84 mannen). Van deze 14 studies betroffen twee gerandomiseerde gecontroleerde trials, drie open-label trials, één studie met een parallelle-armopzet en acht casusrapportages. De bestudeerde interventies omvatten kruidenpreparaten zoals ashwagandha (Withania somnifera), polyherbale formuleringen, en uiteenlopende panchakarma- en lokale Ayurvedische behandelingen zoals uttarabasti (intra-uterien/intravaginaal toegediende medicinale olie) en yonipichu (vaginale tampon met medicinale ghee), vaak gecombineerd met dieet- en leefstijladviezen.

De bevindingen suggereren dat Ayurvedische behandeling bij mannelijke infertiliteit gepaard kan gaan met verbetering van spermaparameters (concentratie, motiliteit) en serumtestosteron, en bij vrouwelijke infertiliteit met verbeterde tubaire doorgankelijkheid, ovulatie, endometriumkwaliteit en zwangerschapscijfers. De methodologische kwaliteit van de onderliggende studies werd door de auteurs zelf overwegend als laag risico op bias beoordeeld met gestandaardiseerde beoordelingsinstrumenten, maar de evidentiebasis bestaat grotendeels uit kleine, ongecontroleerde studies en casusrapportages zonder placebo-controle of blindering. Dit artikel plaatst deze bevindingen in hun theoretische en methodologische context, bespreekt de sterktes en beperkingen van de review, en weegt de resultaten af tegen de bredere evidentiebasis voor complementaire zorg bij vruchtbaarheidsproblematiek. Geconcludeerd wordt dat Ayurvedische interventies op basis van deze review een veelbelovende, mogelijk kosteneffectieve aanvullende benadering kunnen vormen, maar dat grootschalig, methodologisch sterker vergelijkend onderzoek nodig is voordat stellige uitspraken over werkzaamheid gerechtvaardigd zijn.

1. Inleiding

Onvruchtbaarheid is wereldwijd een aanzienlijk en vaak onderbelicht gezondheidsprobleem. Volgens een analyse van de Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) uit 2023, gebaseerd op 133 studies uit de periode 1990-2021, ondervindt ongeveer één op de zes volwassenen wereldwijd gedurende het leven te maken met infertiliteit, met een vergelijkbare prevalentie in hoge- en lage-inkomenslanden (respectievelijk 17,8% en 16,5%)4. Infertiliteit brengt niet alleen fysieke, maar ook aanzienlijke psychische, relationele en financiële lasten met zich mee, en de toegang tot reguliere fertiliteitszorg — zoals hormonale stimulatie en geassisteerde voortplantingstechnieken (IVF, ICSI) — is wereldwijd ongelijk verdeeld en voor veel paren financieel belastend of niet beschikbaar.

Tegen deze achtergrond bestaat er groeiende belangstelling voor complementaire en traditionele geneeswijzen bij de behandeling van vruchtbaarheidsproblemen, zowel als op zichzelf staande behandeloptie als ter ondersteuning van of in aanvulling op reguliere fertiliteitszorg. Ayurveda, een van de oudste nog beoefende medische tradities ter wereld, afkomstig uit het Indisch subcontinent, wordt binnen deze context steeds vaker onderzocht. De discipline Ayurveda wordt in deze gids ondergebracht binnen het domein Oosters en kent een lange geschiedenis van toepassing bij wat in de klassieke teksten wordt omschreven als vruchtbaarheidsproblematiek bij zowel mannen als vrouwen.

Dit artikel bespreekt in detail de systematische review van Rathi en collega’s (2024), gepubliceerd in Cureus, die als doel had de effectiviteit van Ayurvedische interventies bij de behandeling van infertiliteit systematisch te evalueren1. Het doel van dit artikel is drieledig: ten eerste wordt het Ayurvedische theoretisch kader rond vruchtbaarheid kort toegelicht; ten tweede worden de methodologie en de bevindingen van de besproken systematische review in detail besproken; en ten derde worden de resultaten kritisch geplaatst binnen de bredere evidentiebasis voor complementaire zorg bij reproductieve problematiek, met aandacht voor methodologische sterktes en beperkingen die relevant zijn voor de klinische interpretatie.

2. Ayurvedische visie op vruchtbaarheid

Ayurveda hanteert een holistisch mens- en gezondheidsbeeld, waarbij gezondheid wordt opgevat als een dynamisch evenwicht tussen fysieke, mentale en omgevingsfactoren. Volgens de in de besproken review beschreven uitgangspunten wordt onvruchtbaarheid binnen de Ayurvedische traditie in belangrijke mate toegeschreven aan een verstoring van dit evenwicht, en richt de behandeling zich op het herstellen van een gezonde algehele conditie als voorwaarde voor vruchtbaarheid, eerder dan uitsluitend op het bestrijden van een geïsoleerde afwijking1.

De auteurs van de review onderscheiden binnen de Ayurvedische behandelbenadering van infertiliteit twee hoofdstrategieën: shodhana (zuiverende therapieën, waaronder purgatie, braakinductie en klysma’s, gericht op het verwijderen van verondersteld schadelijke stoffen uit het lichaam) en shamana (palliatieve of ondersteunende therapieën, voornamelijk bestaand uit kruidengeneesmiddelen die inwendig of lokaal worden toegepast)1. Deze zuiverende behandelingen worden in de bredere Ayurvedische literatuur aangeduid met de term panchakarma, een reeks van vijf klassieke reinigingstherapieën die wordt ingezet om het lichaam voor te bereiden op verdere behandeling en herstel te bevorderen.

In de praktijk combineren de in de review beschreven interventies vaak meerdere elementen: kruidenpreparaten (zowel enkelvoudige middelen als polyherbale formuleringen), lokale of inwendige oliebehandelingen zoals uttarabasti (het via de baarmoederhals of langs rectale weg toedienen van medicinale olie) en yonipichu (een met medicinale ghee gedrenkte vaginale tampon), en dieet- en leefstijladviezen. Het Amerikaanse National Center for Complementary and Integrative Health (NCCIH) omschrijft Ayurvedische geneeskunde in algemene zin als een op oude geschriften gebaseerde, holistische benadering die gebruikmaakt van overwegend plantaardige preparaten, dieet, beweging en leefstijl, en wijst er tegelijk op dat de wetenschappelijke onderbouwing van veel Ayurvedische behandelingen vooralsnog beperkt is en dat sommige preparaten risico’s op verontreiniging met zware metalen zoals lood, kwik of arseen met zich kunnen meebrengen5. Deze bredere context is relevant bij de beoordeling van de in de besproken review samengevatte bevindingen over vruchtbaarheidsbehandeling.

3. Methode van de systematische review

3.1 Zoekstrategie en inclusiecriteria

De auteurs doorzochten systematisch de databases PubMed en Scopus over de periode januari 2013 tot december 2023, waarbij gebruik werd gemaakt van Medical Subject Headings (MeSH)-termen waarin ‘Medicine, Ayurvedic’ werd gecombineerd met ‘Infertility’. De review werd uitgevoerd en gerapporteerd volgens de PRISMA 2020-richtlijnen (Preferred Reporting Items for Systematic Reviews and Meta-Analyses) en de onderzoeksvraag werd gestructureerd volgens het PICO-format (Population: personen met infertiliteit; Intervention: Ayurvedische behandeling; Outcomes: verbetering van vruchtbaarheid)1.

Als inclusiecriteria hanteerden de auteurs: klinische studies bij mensen (gerandomiseerde gecontroleerde trials, prospectieve en retrospectieve studies, en casusrapportages), Engelstalige publicaties, beschikbaarheid van de volledige tekst, en een focus op Ayurvedische interventies bij infertiliteit. Uitgesloten werden in-vitro- en dierstudies, reviewartikelen, onderzoeksprotocollen en redactionele stukken, evenals studies zonder bruikbare uitkomstgegevens1.

3.2 De 14 geïncludeerde studies

Na de systematische selectieprocedure werden 14 studies geïncludeerd, met in totaal 248 deelnemers (164 vrouwen, 84 mannen). Van deze studies betroffen twee gerandomiseerde gecontroleerde trials, drie open-label trials, één studie met een parallelle-armopzet, en acht casusrapportages. Twaalf van de 14 studies waren afkomstig uit India, en telkens één uit Pakistan en Duitsland, wat de geografische herkomst van het merendeel van het Ayurvedische onderzoek weerspiegelt1.

De leeftijd van de mannelijke deelnemers varieerde van 22 tot 56 jaar en van de vrouwelijke deelnemers van 19 tot 45 jaar. Bij mannen betrof de onderliggende problematiek voornamelijk oligospermie (verlaagd spermaconcentratie) en necrospermie (verminderde levensvatbaarheid van zaadcellen); bij vrouwen ging het onder meer om tubaire obstructie (afgesloten eileiders), polycysteus-ovariumsyndroom (PCOS), anovulatie, een dun endometrium, endometriumverkalking en endometrioom1.

De bestudeerde interventietypen waren divers en omvatten: enkelvoudige kruidenpreparaten zoals ashwagandha-extract (Withania somnifera, merknaam KSM-66), polyherbale formuleringen, klassieke panchakarma-gerelateerde zuiveringstherapieën, lokale oliebehandelingen zoals uttarabasti met Yavakshara taila of Dhanvantari taila, nasale en rectale toediening van Narayana taila, vaginale toepassing van Saubhagyanandana ghrita via yonipichu, en aanvullende dieet- en leefstijladviezen. In veel van de casusrapportages werden meerdere van deze elementen gecombineerd tot een geïndividualiseerd, multimodaal behandelplan1.

3.3 Uitkomstmaten en kwaliteitsbeoordeling

De gerapporteerde uitkomstmaten omvatten, afhankelijk van de bestudeerde populatie, zwangerschaps- en conceptiecijfers, spermaparameters (concentratie, motiliteit, volume), serumtestosteronspiegels, tubaire doorgankelijkheid, ovulatiepercentages, endometriumdikte en regelmaat van de menstruatiecyclus. De methodologische kwaliteit van de geïncludeerde studies werd systematisch beoordeeld: voor de acht casusrapportages werd de checklist van het Joanna Briggs Institute (JBI) gebruikt, waarbij zeven studies een score van 7 op 8 en één studie een score van 6 op 8 behaalden, wat door de auteurs als een over het algemeen laag risico op bias werd geïnterpreteerd. Voor de zes overige, meer vergelijkende studies werd vijf van de zes (83%) beoordeeld als ‘laag risico’ of ‘enige zorgen’, terwijl één studie als ‘hoog risico’ werd beoordeeld, voornamelijk vanwege bias in de uitkomstmeting1.

4. Bevindingen

4.1 Mannelijke infertiliteit

Bij mannen met oligospermie liet een studie naar ashwagandha-extract (KSM-66) na 90 dagen behandeling een significante verbetering zien in spermaparameters en serumtestosteron. Een polyherbale formulering werd in een andere studie geassocieerd met een significante toename van spermaconcentratie, -volume, -motiliteit en serumtestosteronspiegels. In een van de casusrapportages werd na een uitgebreid, geïndividualiseerd Ayurvedisch behandeltraject een toename van de spermamotiliteit van 5% naar 56% beschreven1.

4.2 Vrouwelijke infertiliteit

Bij vrouwen met tubaire obstructie werd uttarabasti met Yavakshara taila in verband gebracht met het herstel van tubaire doorgankelijkheid bij 68,75% van de patiënten, terwijl uttarabasti met Dhanvantari taila een totaal conceptiecijfer van 75% liet zien. Toediening van Narayana taila via de rectale route ging gepaard met hogere ovulatiepercentages dan toediening via de neus (nasale route). Behandeling met Saubhagyanandana ghrita via yonipichu werd geassocieerd met verbetering van endometriumdikte, regelmaat van de menstruatiecyclus en ovulatie, met in één geval een succesvolle conceptie. In de overige casusrapportages werden succesvolle zwangerschappen en voldragen bevallingen beschreven bij vrouwen met uiteenlopende onderliggende aandoeningen, waaronder PCOS, tubaire blokkade, verlaagd anti-müllerien hormoon (AMH) en diverse endometriumpathologieën, na geïntegreerde behandeltrajecten die zuiverende therapieën, kruidenpreparaten en leefstijlaanpassingen combineerden1.

4.3 Veiligheid

In de door de auteurs samengevatte studies werden geen ernstige bijwerkingen van de onderzochte Ayurvedische interventies gerapporteerd, en de behandelingen werden in het algemeen als veilig en goed verdraagbaar beschreven. De auteurs van de review benadrukken dat Ayurveda hiermee een natuurlijke, mogelijk kosteneffectieve behandeloptie kan bieden voor paren met vruchtbaarheidsproblemen, onder meer als aanvulling na eerder mislukte IVF-pogingen1. Hierbij dient wel te worden aangetekend dat systematische, gestandaardiseerde bijwerkingenregistratie in de meeste geïncludeerde studies, en zeker in de casusrapportages, ontbrak, zodat deze constatering vooral als een afwezigheid van gerapporteerde signalen moet worden gelezen, en niet als een sluitend bewijs van veiligheid op basis van systematische monitoring.

5. Kritische methodologische beschouwing

Hoewel de door de auteurs zelf uitgevoerde risico-op-biasbeoordeling voor het merendeel van de geïncludeerde studies een relatief gunstig beeld liet zien, moeten deze bevindingen met de nodige voorzichtigheid worden geïnterpreteerd. Van de 14 geïncludeerde studies betroffen er slechts twee gerandomiseerde gecontroleerde trials; de overige studies bestonden uit open-label trials zonder blindering, een enkele studie met een parallelle-armopzet, en acht casusrapportages. Casusrapportages beschrijven per definitie individuele, vaak positief geselecteerde behandeluitkomsten en lenen zich niet voor het trekken van generaliseerbare conclusies over werkzaamheid, hoe waardevol zij ook kunnen zijn voor het genereren van hypothesen en het documenteren van klinische praktijkervaring.

Een tweede belangrijk aandachtspunt is de afwezigheid van placebo-gecontroleerde trials in de geïncludeerde evidentie. Zonder een placebo- of wachtlijstcontroleconditie is het niet mogelijk om specifieke effecten van de Ayurvedische interventies te onderscheiden van aspecifieke effecten zoals regressie naar het gemiddelde, spontane conceptie, verwachtingseffecten bij patiënten en behandelaars, en de invloed van gelijktijdige leefstijladviezen. Vruchtbaarheidsproblematiek kent bovendien een aanzienlijke spontane fluctuatie en een niet te verwaarlozen kans op natuurlijke conceptie zonder interventie, wat de interpretatie van ongecontroleerde conceptiecijfers zoals de gerapporteerde 75% na uttarabasti extra bemoeilijkt.

Ten derde is er sprake van aanzienlijke heterogeniteit tussen de geïncludeerde studies, zowel wat betreft onderzoeksdesign, bestudeerde patiëntenpopulatie (mannelijke versus vrouwelijke infertiliteit, met uiteenlopende onderliggende aandoeningen), de aard en intensiteit van de interventie, als de gehanteerde uitkomstmaten. Deze heterogeniteit maakte volgens de auteurs zelf een kwantitatieve meta-analyse niet mogelijk, en bemoeilijkt het trekken van eenduidige conclusies over de werkzaamheid van specifieke Ayurvedische behandelingen bij specifieke indicaties1.

Ten vierde ontbreekt het in de Ayurvedische praktijk, en daarmee ook in het onderliggende onderzoek, doorgaans aan gestandaardiseerde behandelprotocollen: behandelingen worden vaak geïndividualiseerd samengesteld op basis van de veronderstelde dosha-constitutie en klachtenpresentatie van de patiënt, wat de reproduceerbaarheid en onderlinge vergelijkbaarheid van interventies bemoeilijkt. De auteurs noemen dit gebrek aan standaardisatie zelf uitdrukkelijk als een centrale beperking van het huidige onderzoeksveld1. Tot slot zijn de meeste geïncludeerde studies relatief klein van omvang, wat het risico op selectieve rapportage van positieve uitkomsten vergroot en de statistische power om kleinere, maar mogelijk klinisch relevante effecten te detecteren beperkt.

6. Klinische en praktische implicaties

Voor zorgverleners binnen de complementaire reproductieve zorg bieden de bevindingen van deze review een voorzichtig positief, maar nog verkennend signaal: de bestudeerde Ayurvedische interventies werden overwegend als veilig gerapporteerd en gingen in de geïncludeerde studies gepaard met verbeteringen in relevante fertiliteitsparameters bij zowel mannen als vrouwen. Dit rechtvaardigt volgens de auteurs verder onderzoek, en kan in de praktijk aanleiding geven om Ayurvedische behandeling te overwegen als aanvullende, ondersteunende benadering naast reguliere fertiliteitszorg, bijvoorbeeld bij patiënten die om persoonlijke, culturele of financiële redenen de voorkeur geven aan een meer holistische of kosteneffectieve aanpak, of ter overbrugging of ondersteuning rond mislukte IVF-pogingen1.

Tegelijkertijd is terughoudendheid geboden bij het presenteren van Ayurvedische behandeling als bewezen alternatief voor reguliere fertiliteitszorg. Gezien de beperkte methodologische kwaliteit van het merendeel van de onderliggende studies, het ontbreken van placebo-controle, en de aanzienlijke heterogeniteit in interventies en uitkomstmaten, dienen zorgverleners cliënten transparant te informeren over het voorlopige karakter van de evidentiebasis. Daarnaast is, gelet op de door het NCCIH gesignaleerde risico’s van verontreiniging van sommige Ayurvedische preparaten met zware metalen, aandacht voor de kwaliteit en herkomst van gebruikte kruidenpreparaten en oliebehandelingen een relevant aandachtspunt in de klinische praktijk, evenals goede afstemming met de behandelend fertiliteitsarts om interacties of vertraging van noodzakelijke reguliere behandeling te voorkomen5.

7. Conclusie en toekomstig onderzoek

De systematische review van Rathi en collega’s (2024) brengt op gestructureerde wijze de beschikbare literatuur over Ayurvedische interventies bij infertiliteit in kaart, en concludeert op basis van 14 studies met 248 patiënten dat Ayurvedische behandeling een veelbelovende, natuurlijke en mogelijk kosteneffectieve optie kan vormen voor paren met vruchtbaarheidsproblemen, met gunstige signalen voor spermakwaliteit bij mannen en conceptie- en ovulatiecijfers bij vrouwen1. Door de overwegend kleine, ongecontroleerde aard van de onderliggende studies — waaronder acht casusrapportages en slechts twee gerandomiseerde trials — kan echter geen stellige uitspraak worden gedaan over de daadwerkelijke werkzaamheid van deze interventies ten opzichte van placebo of reguliere behandeling.

De auteurs van de review bepleiten zelf uitdrukkelijk grootschalig, gerandomiseerd en placebo-gecontroleerd vervolgonderzoek met gestandaardiseerde, reproduceerbare Ayurvedische behandelprotocollen, gericht op het vaststellen van evidence-based richtlijnen voor de toepassing van Ayurveda bij infertiliteit1. Daarnaast zou toekomstig onderzoek gebaat zijn bij nader mechanistisch onderzoek naar de werkingswegen van de bestudeerde kruidenpreparaten en oliebehandelingen, bij systematische en gestandaardiseerde veiligheidsmonitoring, en bij onderzoek naar de mogelijkheden voor geïntegreerde zorgtrajecten waarin Ayurvedische en reguliere fertiliteitsbehandeling naast elkaar of in combinatie worden ingezet. Binnen de discipline Ayurveda vormt deze review, met 14 geïncludeerde studies, een relatief uitgebreid overzicht in een vakgebied waar systematisch effectonderzoek doorgaans nog schaars is, en levert daarmee een relevante, zij het voorlopige bijdrage aan de evidentiebasis voor complementaire zorg bij onvruchtbaarheid.

Eindnoten

  1. Rathi I, Mavi A, Shannawaz M, Saeed S, Yadav A, Hasan S. Effectiveness of Ayurveda Intervention in the Management of Infertility: A Systematic Review. Cureus. 2024;16(4):e57730. doi:10.7759/cureus.57730. PMCID: PMC11073818. https://www.ncbi.nlm.nih.gov/pmc/articles/PMC11073818/
  2. Rathi I, Mavi A, Shannawaz M, Saeed S, Yadav A, Hasan S. Effectiveness of Ayurveda Intervention in the Management of Infertility: A Systematic Review. Cureus. 2024;16(4):e57730. PubMed. https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/38711705/
  3. Effectiveness of Ayurveda Intervention in the Management of Infertility: A Systematic Review. Cureus (uitgeversplatform, volledige tekst en PDF). https://www.cureus.com/articles/241382-effectiveness-of-ayurveda-intervention-in-the-management-of-infertility-a-systematic-review
  4. World Health Organization. 1 in 6 people globally affected by infertility. WHO news release, 4 april 2023, gebaseerd op de WHO-analyse van 133 studies (1990-2021) naar de wereldwijde prevalentie van infertiliteit. https://www.who.int/news/item/04-04-2023-1-in-6-people-globally-affected-by-infertility
  5. National Center for Complementary and Integrative Health (NCCIH). Ayurvedic Medicine: In Depth. Achtergrondinformatie over concepten, toepassing, evidentiebasis en veiligheidsaspecten van Ayurvedische geneeskunde. https://www.nccih.nih.gov/health/ayurvedic-medicine-in-depth

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

11 augustus, 2026

Thema

Wetenschappelijke studies

Tags

Deel dit artikel

Elke dag een druppeltje zon

Zes maanden lang gratis!

Gerelateerde artikelen