De geschiedenis en oorsprong van shiatsu

Van Japanse drukmassage tot wereldwijd erkende complementaire therapie: de boeiende geschiedenis van shiatsu.

Samenvatting

Shiatsu is een Japanse drukmassagetechniek die haar wortels heeft in eeuwenoude tradities van lichaamswerk en geneeskunde. De term zelf, die letterlijk “vingerdruk” betekent, ontstond pas in het begin van de twintigste eeuw, maar de technieken en inzichten waarop shiatsu voortbouwt gaan veel verder terug. Ze zijn te herleiden tot de Japanse anma-massage en tot de traditionele Chinese geneeskunde, die via handelsroutes en boeddhistische monniken Japan bereikte en daar een eigen invulling kreeg.

In de loop van de twintigste eeuw ontwikkelden pioniers als Tokujiro Namikoshi en Shizuto Masunaga shiatsu tot een zelfstandige discipline met een herkenbare methodiek. Namikoshi legde de nadruk op een anatomisch onderbouwde benadering, terwijl Masunaga later een meer psychologisch geïnspireerde variant introduceerde die bekend werd als zen shiatsu. In 1964 erkende de Japanse overheid shiatsu officieel als eigenstandige therapievorm, los van de klassieke anma-massage, wat de weg vrijmaakte voor verdere professionalisering.

Vanaf de jaren zeventig verspreidde shiatsu zich via leraren en beoefenaars naar de Verenigde Staten en Europa, waar het langzaam een plaats kreeg binnen de bredere wereld van complementaire zorg. Dit artikel beschrijft die historische ontwikkeling stap voor stap, van de vroege voorlopers tot de hedendaagse praktijk in onder meer Nederland en België, en plaatst shiatsu steeds in de juiste context: als een aanvullende vorm van lichaamswerk naast, en nooit in plaats van, reguliere medische zorg.

Verdieping

Voorlopers: anma en de invloed van de Chinese geneeskunde

Om de oorsprong van shiatsu te begrijpen, moet je terug naar de Japanse anma-massage, een vorm van lichaamswerk die al eeuwen bestond voordat het woord shiatsu voor het eerst werd opgeschreven. Anma, wat zoveel betekent als “kneden en drukken”, combineert wrijven, kneden, kloppen en drukken op het lichaam en werd van oudsher beoefend door rondtrekkende masseurs, van wie velen slechtziend of blind waren. In het feodale Japan groeide anma uit tot een gerespecteerd beroep met eigen scholen en meester-leerlingrelaties.

Anma zelf is niet in een vacuüm ontstaan. De techniek werd sterk beïnvloed door de traditionele Chinese geneeskunde, die via boeddhistische monniken, geleerden en handelscontacten Japan binnenkwam. Met die kennis kwamen ook concepten als qi, de levensenergie die door het lichaam zou stromen, en het idee van banen of meridianen waarlangs die energie zich verplaatst. Deze Chinese denkbeelden werden in Japan niet klakkeloos overgenomen, maar geleidelijk verweven met lokale genees- en massagetradities tot iets dat een eigen, Japans karakter kreeg.

Naast anma bestonden er in Japan ook andere vormen van lichaamswerk en fysieke behandeling, zoals do-in, een vorm van zelfmassage en ademhalingsoefening, en diverse vormen van uitrekking en mobilisatie die van generatie op generatie werden doorgegeven. Al deze tradities deelden een gemeenschappelijke gedachte: dat gezondheid samenhangt met een goede doorstroming van energie en met de balans tussen lichaam en geest. Die gedachte zou eeuwen later een centrale plaats innemen in de filosofie achter shiatsu.

Belangrijk om te beseffen is dat deze vroege vormen van lichaamswerk nooit bedoeld waren als vervanging voor de geneeskunde van die tijd, maar functioneerden naast bestaande behandelmethoden, vaak gericht op ontspanning, herstel van vermoeidheid en algeheel welzijn. Die aanvullende positie, naast en niet in plaats van reguliere zorg, is een rode draad die door de hele geschiedenis van shiatsu tot op de dag van vandaag loopt.

De vroege twintigste eeuw: het ontstaan van de term shiatsu

Aan het begin van de twintigste eeuw onderging Japan een snelle modernisering, waarbij westerse wetenschap en geneeskunde steeds meer invloed kregen op de manier waarop traditionele behandelvormen werden bekeken en beoefend. In die context begonnen sommige beoefenaars van anma en verwante technieken hun werk explicieter te baseren op anatomische en fysiologische kennis, in een poging de effectiviteit en herkenbaarheid van hun methode te vergroten.

De term shiatsu, opgebouwd uit de karakters voor “vinger” (shi) en “druk” (atsu), verscheen voor het eerst in geschreven bronnen in de jaren 1910 en 1920. Verschillende beoefenaars gebruikten de term om een specifieke vorm van drukmassage aan te duiden die zich onderscheidde van de bredere, meer diffuse praktijk van anma. Een van de eerste gepubliceerde werken waarin de term systematisch werd gebruikt, verscheen in 1919 en droeg bij aan de verspreiding van het begrip binnen Japanse vakkringen.

In deze periode was er nog geen sprake van één uniforme shiatsu-methode. Verschillende beoefenaars ontwikkelden hun eigen benadering, soms sterk leunend op anma-technieken, soms meer geïnspireerd door westerse anatomie en fysiotherapie, en soms met duidelijke verwijzingen naar de energetische concepten uit de Chinese geneeskunde. Deze diversiteit aan invalshoeken zou later terugkeren in de verschillende stijlen die zich binnen shiatsu ontwikkelden.

De vroege twintigste eeuw was dus vooral een periode van zoeken en experimenteren, waarin beoefenaars probeerden een balans te vinden tussen traditionele kennis en de eisen van een moderniserende samenleving die steeds meer waarde hechtte aan wetenschappelijke onderbouwing. Deze zoektocht naar erkenning en legitimiteit zou uiteindelijk uitmonden in de formalisering van shiatsu als zelfstandige discipline.

Tokujiro Namikoshi en de anatomisch georiënteerde stijl

Een van de belangrijkste figuren in de geschiedenis van shiatsu is Tokujiro Namikoshi, die wordt gezien als een van de grondleggers van shiatsu als georganiseerde, lesbare discipline. Namikoshi groeide op in een tijd waarin zijn moeder kampte met gewrichtsklachten, en volgens de overlevering begon hij als kind druk op haar pijnlijke plekken uit te oefenen om verlichting te brengen. Deze persoonlijke ervaring vormde de kiem voor zijn latere werk.

Namikoshi ontwikkelde in de jaren twintig en dertig van de twintigste eeuw een eigen benadering die zich sterk richtte op anatomische kennis, spieren, zenuwbanen en bloedsomloop, in plaats van op de meer abstracte energetische concepten uit de Chinese geneeskunde. Hij wilde shiatsu presenteren als een methode die aansloot bij moderne, westerse medische inzichten, wat de acceptatie ervan binnen de Japanse gezondheidszorg ten goede kwam.

In 1940 richtte Namikoshi in Hokkaido zijn eerste instituut voor shiatsu-therapie op, en later verplaatste hij zijn activiteiten naar Tokio, waar hij het Japan Shiatsu College stichtte. Dit instituut groeide uit tot een centrale opleidingsplaats voor shiatsu-beoefenaars en speelde een sleutelrol bij het standaardiseren van technieken, lesmateriaal en examens. Veel latere generaties shiatsu-therapeuten, zowel in Japan als daarbuiten, zijn direct of indirect beïnvloed door de methode van Namikoshi.

Namikoshi’s benadering, vaak aangeduid als Namikoshi shiatsu, kenmerkt zich door het gebruik van duim-, hand- en vingerdruk op specifieke punten van het lichaam, met als doel spierspanning te verminderen, de doorbloeding te bevorderen en algemene ontspanning te stimuleren. Zijn stijl legt weinig nadruk op meridianen of energetische theorieën en presenteert zich nadrukkelijk als een fysiek georiënteerde, ondersteunende therapie naast reguliere gezondheidszorg, niet als vervanging daarvan.

Officiële erkenning in Japan in 1964

Een cruciaal keerpunt in de geschiedenis van shiatsu vond plaats in 1964, toen het Japanse ministerie van Volksgezondheid en Welzijn shiatsu officieel erkende als zelfstandige therapievorm, los van anma en van de Chinese acupunctuur- en moxatraditie. Deze erkenning betekende dat shiatsu vanaf dat moment een eigen wettelijk kader kreeg, met specifieke opleidingseisen en een eigen licentie voor beoefenaars.

Voor die tijd werd shiatsu in de Japanse regelgeving vaak op één lijn gesteld met anma, wat het voor beoefenaars lastig maakte om shiatsu als onderscheidende discipline te profileren. De officiële erkenning van 1964 gaf shiatsu een formele identiteit en maakte het mogelijk om aparte opleidingsinstituten te erkennen, examens af te nemen en een beroepstitel te verlenen aan wie aan de eisen voldeed.

Deze stap had een grote symbolische en praktische betekenis. Het bevestigde dat shiatsu, ondanks zijn wortels in traditionele massage, kon worden beschouwd als een op zichzelf staande behandelvorm met een herkenbare methodiek en een zekere mate van wetenschappelijke onderbouwing, althans naar de maatstaven van die tijd. Tegelijk bleef shiatsu in de Japanse regelgeving nadrukkelijk gepositioneerd als aanvullende zorg, uit te oefenen door gediplomeerde beoefenaars, naast en niet in plaats van de reguliere geneeskunde.

De erkenning van 1964 wordt door veel historici van Aziatisch lichaamswerk gezien als het moment waarop shiatsu definitief losraakte van zijn anma-oorsprong en zich ontwikkelde tot een volwaardige, herkenbare discipline. Deze formele status droeg bij aan de groeiende belangstelling voor shiatsu, zowel binnen Japan als, enkele decennia later, daarbuiten.

Shizuto Masunaga en de ontwikkeling van zen shiatsu

Waar Namikoshi de anatomische en fysiologische kant van shiatsu benadrukte, sloeg Shizuto Masunaga een andere weg in. Masunaga was psycholoog van opleiding en werkte aanvankelijk als docent aan het instituut van Namikoshi, maar ontwikkelde gaandeweg zijn eigen visie op shiatsu, waarin hij de klassieke energetische concepten uit de Chinese geneeskunde weer een prominente plaats gaf.

Masunaga combineerde inzichten uit de traditionele meridiaanleer met westerse psychologische theorieën, waaronder elementen uit de psychologie van Carl Jung. Hij breidde het klassieke systeem van meridianen uit en ontwikkelde een eigen diagnostisch model, waarbij hij niet alleen keek naar lichamelijke spanningspatronen, maar ook naar de wisselwerking tussen lichaam en emotioneel welbevinden. Deze benadering kreeg de naam zen shiatsu.

Kenmerkend voor zen shiatsu is het gebruik van langzamere, meer aandachtige aanraking, vaak met de handpalmen in plaats van uitsluitend de duimen, en een sterke nadruk op de kwaliteit van contact tussen behandelaar en cliënt. Masunaga richtte in 1970 zijn eigen school op, het Iokai Shiatsu Center, van waaruit zijn methode zich verder verspreidde, ook naar het buitenland, waar zijn boeken en lesmateriaal grote invloed kregen op de ontwikkeling van shiatsu in het Westen.

De benadering van Masunaga wordt vaak gepositioneerd als complementair aan die van Namikoshi: waar de een de nadruk legt op meetbare, anatomische effecten, benadrukt de ander de bredere, meer holistische ervaring van de behandeling. Beide benaderingen delen echter hetzelfde uitgangspunt, namelijk dat shiatsu een ondersteunende, geen genezende, rol vervult in de zorg voor lichaam en geest.

Verspreiding naar de Verenigde Staten en Europa

Vanaf het einde van de jaren zestig en vooral in de jaren zeventig begon shiatsu zich buiten Japan te verspreiden, mede dankzij de groeiende belangstelling in het Westen voor Aziatische geneeswijzen en lichaamswerk in het algemeen. Reizende leraren, Japanse migranten en westerse studenten die in Japan hadden gestudeerd, brachten shiatsu naar landen als de Verenigde Staten, Groot-Brittannië, Frankrijk en Duitsland.

In de Verenigde Staten speelde onder meer Wataru Ohashi een belangrijke rol bij het populariseren van shiatsu. Hij richtte in New York een instituut op en ontwikkelde zijn eigen variant, bekend als Ohashiatsu, waarin hij elementen uit verschillende Japanse tradities combineerde met een toegankelijke, westers geformuleerde uitleg. Deze aanpak sloot goed aan bij de groeiende interesse in alternatieve en aanvullende geneeswijzen die in de jaren zeventig in de Verenigde Staten opkwam.

In Europa verspreidde shiatsu zich via een netwerk van leraren die vaak zelf bij Masunaga, Namikoshi of hun directe leerlingen hadden gestudeerd. In het Verenigd Koninkrijk ontstonden al vroeg beroepsverenigingen en opleidingsinstituten, en van daaruit verspreidde shiatsu zich verder naar het Europese vasteland, waaronder Nederland, België, Duitsland en Frankrijk. Deze verspreiding ging gepaard met de oprichting van nationale en later Europese beroepsorganisaties die kwaliteitsnormen en opleidingseisen vaststelden.

Deze internationale verspreiding zorgde er ook voor dat shiatsu in aanraking kwam met westerse gezondheidszorgsystemen en regelgeving, wat in veel landen leidde tot discussies over de status van shiatsu: is het een vorm van massage, een complementaire therapie, of iets daartussenin? Deze vragen zijn tot op de dag van vandaag relevant en hebben de manier waarop shiatsu wordt gepositioneerd, mede bepaald.

Opname binnen de complementaire geneeskunde

Naarmate shiatsu zich in het Westen verder verspreidde, kreeg het geleidelijk een plaats binnen wat vaak wordt aangeduid als complementaire of aanvullende geneeskunde: een verzamelnaam voor behandelvormen die naast de reguliere, wetenschappelijk onderbouwde zorg worden aangeboden, met als doel welzijn en ontspanning te ondersteunen. Shiatsu werd in deze context meestal gepositioneerd naast andere vormen van lichaamswerk, zoals massage, yoga en ontspanningstherapie.

Deze positionering bracht met zich mee dat shiatsu-beoefenaars en beroepsverenigingen zich steeds meer gingen richten op het vaststellen van kwaliteitsnormen, ethische richtlijnen en heldere grenzen ten opzichte van de reguliere gezondheidszorg. Veel beroepsorganisaties benadrukken expliciet dat shiatsu geen diagnoses stelt in medische zin en geen ziekten behandelt, maar zich richt op het bevorderen van ontspanning en algemeen welbevinden, in aanvulling op, en niet ter vervanging van, behandeling door een arts.

Wetenschappelijk onderzoek naar de effecten van shiatsu staat, vergeleken met veel reguliere medische behandelingen, nog in een relatief vroeg stadium. Er is enig onderzoek gedaan naar mogelijke effecten op bijvoorbeeld spanning, vermoeidheid en subjectief welbevinden, maar de bewijskracht hiervan is wisselend en vaak beperkt door kleine studiegroepen of methodologische beperkingen. Dit betekent dat shiatsu met de nodige nuance moet worden besproken: het kan door sommige mensen als prettig en ontspannend worden ervaren, zonder dat daarmee vaststaat dat het specifieke medische aandoeningen verhelpt.

Deze voorzichtige, genuanceerde positionering is ook terug te zien in de manier waarop overheden en zorgverzekeraars in verschillende landen met shiatsu omgaan. In sommige landen wordt shiatsu onder bepaalde voorwaarden gedeeltelijk vergoed vanuit aanvullende verzekeringen, terwijl het in andere landen volledig buiten het reguliere zorgsysteem valt. Deze verschillen weerspiegelen de uiteenlopende manier waarop complementaire zorg in de verschillende gezondheidszorgsystemen wordt gewaardeerd en gereguleerd.

Verschillende stijlen binnen shiatsu

In de loop van de twintigste en eenentwintigste eeuw heeft shiatsu zich vertakt in verschillende stijlen, die elk hun eigen accenten leggen, maar wel een gemeenschappelijke basis delen in druktechnieken en aandacht voor lichaamsbewustzijn. Naast de klassieke Namikoshi-stijl en de zen shiatsu van Masunaga zijn er in de loop der tijd tal van varianten ontstaan, elk met een eigen filosofische inslag en didactische benadering.

Zo ontwikkelde zich onder meer macrobiotisch shiatsu, dat wordt geassocieerd met de macrobiotische beweging en waarin voeding en levensstijl een grotere rol spelen naast de fysieke behandeling. Ook ontstonden stijlen die sterker leunen op de klassieke Chinese meridiaanleer, waarin behandelaars zich richten op het herstellen van de energiestroom langs specifieke banen in het lichaam, vaak in combinatie met adem- en bewegingsoefeningen voor de cliënt.

Daarnaast zijn er stijlen ontstaan die shiatsu combineren met westerse inzichten uit de fysiotherapie, osteopathie of lichaamsgerichte psychotherapie, in een poging de effectiviteit en toegankelijkheid van de behandeling te vergroten voor een westers publiek. Deze hybride vormen laten zien hoe shiatsu, net als veel andere tradities van lichaamswerk, blijft evolueren onder invloed van nieuwe inzichten en culturele contexten.

Ondanks deze diversiteit aan stijlen delen alle vormen van shiatsu een aantal kernprincipes: het werken met druk via vingers, duimen, handpalmen, ellebogen of zelfs knieën, aandacht voor de ademhaling van zowel behandelaar als cliënt, en een op ontspanning en welzijn gerichte, aanvullende benadering die nadrukkelijk geen vervanging is voor diagnose of behandeling door een arts of andere zorgprofessional.

Opleidingen en de huidige status wereldwijd

Tegenwoordig bestaan er wereldwijd tal van opleidingsinstituten voor shiatsu, variërend van korte introductiecursussen tot meerjarige beroepsopleidingen die enkele honderden tot duizenden lesuren omvatten. In Japan blijft het Japan Shiatsu College van Namikoshi een belangrijk referentiepunt, terwijl in Europa en de Verenigde Staten talrijke scholen zijn ontstaan die vaak zijn aangesloten bij nationale of internationale beroepsverenigingen.

Deze beroepsverenigingen, zoals bijvoorbeeld overkoepelende Europese shiatsu-federaties, stellen doorgaans minimale opleidingseisen vast wat betreft aantal lesuren, anatomie- en fysiologieonderwijs, praktijkstages en ethische code. Doel hiervan is de kwaliteit van de beroepsgroep te bewaken en cliënten een zekere mate van zekerheid te bieden over de deskundigheid van de behandelaar bij wie zij terechtkomen.

Toch verschilt de wettelijke status van shiatsu sterk van land tot land. In sommige landen is de titel shiatsu-therapeut of shiatsu-beoefenaar wettelijk beschermd en gekoppeld aan erkende opleidingen, terwijl in andere landen vrijwel iedereen zich zonder formele kwalificatie shiatsu-beoefenaar mag noemen. Dit maakt het voor consumenten belangrijk om bij het kiezen van een behandelaar te letten op diploma’s, aansluiting bij een beroepsvereniging en duidelijke communicatie over wat shiatsu wel en niet kan bieden.

Internationale samenwerking tussen beroepsverenigingen heeft de afgelopen decennia bijgedragen aan een zekere mate van standaardisering, al blijft er ruimte voor lokale en stilistische verschillen. Deze ontwikkeling weerspiegelt de bredere trend binnen complementaire zorg, waarin professionalisering en kwaliteitsbewaking steeds belangrijker worden, zonder dat de disciplines daarmee de status van reguliere, evidence-based geneeskunde claimen.

Shiatsu in Nederland en België

Ook in Nederland en België vond shiatsu vanaf de jaren zeventig en tachtig van de twintigste eeuw geleidelijk zijn weg, mede dankzij Nederlandse en Belgische beoefenaars die in Japan, het Verenigd Koninkrijk of de Verenigde Staten waren opgeleid en de methode meebrachten naar hun thuisland. In de decennia die volgden ontstonden er in beide landen opleidingsinstituten en beroepsverenigingen die zich richtten op het bewaken van kwaliteit en het behartigen van de belangen van shiatsu-therapeuten.

In Nederland is shiatsu inmiddels een bekend, al blijft het relatief kleinschalig, onderdeel van het bredere landschap van complementaire zorg. Praktijken voor shiatsu zijn te vinden in grote steden en op het platteland, en de therapie wordt in sommige gevallen gedeeltelijk vergoed via aanvullende zorgverzekeringen, mits de behandelaar is aangesloten bij een erkende beroepsvereniging. Ook in België bestaat een vergelijkbare structuur, met eigen opleidingen en beroepsorganisaties die aansluiten bij Europese standaarden.

De belangstelling voor shiatsu in de Lage Landen hangt samen met een bredere maatschappelijke ontwikkeling waarin mensen op zoek zijn naar manieren om stress te verminderen, meer lichaamsbewustzijn te ontwikkelen en ruimte te maken voor ontspanning naast een vaak drukke levensstijl. Shiatsu wordt in die context door velen gewaardeerd als een rustmoment en een vorm van aandachtige aanraking, zonder dat dit ten koste hoeft te gaan van de aandacht voor reguliere medische zorg wanneer die nodig is.

Belangrijk is dat Nederlandse en Belgische beroepsverenigingen doorgaans expliciet communiceren dat shiatsu geen vervanging is voor diagnose of behandeling door een huisarts, specialist of andere zorgprofessional. Cliënten met aanhoudende, ernstige of onduidelijke klachten worden geadviseerd eerst medisch advies in te winnen, en shiatsu-therapeuten worden in hun opleiding doorgaans getraind om door te verwijzen wanneer klachten buiten het domein van hun deskundigheid vallen.

Conclusie

De geschiedenis van shiatsu is er een van geleidelijke ontwikkeling: van eeuwenoude Japanse anma-massage en de invloed van de Chinese geneeskunde, via de vroege twintigste-eeuwse zoektocht naar een eigen identiteit, tot de formele erkenning in 1964 en de daaropvolgende verspreiding over de wereld. Figuren als Tokujiro Namikoshi en Shizuto Masunaga gaven shiatsu elk hun eigen accent, respectievelijk gericht op anatomische onderbouwing en op een meer holistische, psychologisch geïnspireerde benadering, en samen legden zij de basis voor de veelheid aan stijlen die vandaag de dag bestaat.

Deze rijke geschiedenis laat zien dat shiatsu, ondanks zijn diepe wortels, voortdurend in ontwikkeling is gebleven en zich heeft aangepast aan nieuwe culturele en wetenschappelijke contexten. Tegelijk is de kernboodschap door de decennia heen onveranderd gebleven: shiatsu is een vorm van aandachtig, drukgebaseerd lichaamswerk dat ontspanning en welzijn kan ondersteunen, maar dat nooit is bedoeld als vervanging voor de diagnose en behandeling die reguliere, medische zorg biedt.

Redactionele zorgvuldigheidsnoot: Dit artikel is algemene informatie over shiatsu en geen medisch advies. Shiatsu is een aanvullende behandelvorm en geen vervanging voor reguliere zorg. Raadpleeg bij aanhoudende, ernstige of onduidelijke klachten een arts.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

12 augustus, 2026

Thema

Shiatsu

Deel dit artikel

Elke dag een druppeltje zon

Zes maanden lang gratis!

Gerelateerde artikelen