De geesten die met je meereizen
Fragment uit het boek ‘Nabijheid zonder uitputting – Over veerkracht, grenzen en zelfzorg in de therapeutische praktijk’ van Babette Rothschild, uitgegeven door Uitgeverij Mens.
Tegen het einde van de rit door het Haunted Mansion in Disneyland rijdt de buggy waarin ik zit, richting een spiegel. Ik kan het spiegelbeeld van mijzelf en de vrienden met wie ik in de buggy zit, duidelijk zien. Er is ook een vaag spiegelbeeld van een aantal geesten die op onze schoot lijken mee te rijden. Ze glimlachen en dragen koffers, vastbesloten om met ons mee naar huis te liften. Uiteraard blijkt na de rit dat de geesten zich niet echt aan ons hebben vastgeklampt en ook bij thuiskomst blijken ze niet met ons te zijn meegereden.
Met onze cliënten verloopt dit soms anders. Af en toe lijkt het alsof die meer succes hebben dan de geesten in het spookhuis: ze liften in wezen met ons – of liever gezegd: in ons – mee naar huis. Vaak beseffen we niet dat we thuiskomen met een onwelkome bezoeker, tenzij we merken dat we geprikkeld zijn, slaapproblemen hebben of onnodig bekvechten met onze partner en dat aan een cliënt koppelen. Gebeurt dit niet zo vaak, dan zijn de gevolgen minimaal. Maar therapeuten die hun cliënten consequent mee naar huis nemen – bewust of onbewust – kunnen hier in de loop van de tijd grote invloed van ondervinden. De missie van dit boek is om dat te voorkomen en om het standpunt uit te dragen dat we, om compassievolle en competente therapeuten te zijn, onze cliënten niet mee naar huis hoeven te nemen. Integendeel: hoe beter we voor onszelf zorgen en een passende professionele afstand tot onze cliënten bewaren, des te beter zijn we in staat om werkelijk empathisch en compassievol te zijn en zinvolle hulp te bieden.
Emoties zijn besmettelijk
Alle emoties zijn besmettelijk, zowel de plezierige als de onplezierige. De entertainmentindustrie benut dit door gevoelens bij ons op te roepen via acteurs die intense gemoedstoestanden verbeelden, en via realityprogramma’s die de rauwe emoties van deelnemers uitvergroten. Een voorbeeld hiervan zijn de populaire make-overprogramma’s. Doorgaans wordt aan het einde van dit soort programma’s iets onthuld wat een immense verandering heeft ondergaan (lichaam, auto, huis). De vreugde die de ontvangers van de make-over uitstralen, is zo besmettelijk dat het onmogelijk is om niet ook blij te worden. Deze programma’s exploiteren het fenomeen van emotionele besmetting.
Ook bij ons, professionele hulpverleners, kunnen emoties worden opgeroepen wanneer we geïnfecteerd raken door de gevoelens van onze cliënten. Soms is dit empathische vermogen een voordeel, omdat het ons helpt om ons te verplaatsen in hun wereld. Andere keren is het helemaal niet gunstig om te worden besmet door de gemoedstoestand van een cliënt.
Empathie – oftewel het vermogen om te ervaren wat anderen ervaren – is het belangrijkste, betrouwbaarste en wezenlijkste instrument waarover we als psychotherapeuten beschikken. Dankzij empathie zijn we in staat om een relatie aan te gaan met de mensen met wie we werken, om een idee te krijgen van wat zij voelen. Het helpt ons ook om hun ervaringen in perspectief te plaatsen en te begrijpen hoe ze worden beïnvloed door de gebeurtenissen waarmee wij hen proberen te helpen. Krijgen we opeens een inzicht of ingeving of lijken we de gedachten van onze cliënt te kunnen lezen? Dat zijn allemaal vormen van empathie. Zonder empathie zouden we geen effectieve therapeuten kunnen zijn. Empathie is een onmisbaar element van ons werk.
Dat zijn de voordelen van empathie, maar er kleven ook nadelen aan. Kan het zijn dat empathie in feite een tweesnijdend zwaard is, dat zowel hulp biedt als schade berokkent? Kan het instrument dat ons helpt onze cliënten te begrijpen, tegelijkertijd een bedreiging voor ons eigen welzijn vormen? Kortgezegd: ja. Ik heb gezien dat veel therapeuten lijden onder hun werk als gevolg van onbewuste empathie, dat wil zeggen, empathische processen die buiten hun bewustzijn plaatsvinden en daardoor ook buiten hun macht liggen. Veelvoorkomende valkuilen voor therapeuten houden verband met onbewuste empathie, waaronder de verschijnselen tegenoverdracht, identificatie, compassiemoeheid, plaatsvervangende traumatisering en burn-out, waar ik in mijn boek dieper op inga.
Het lichaam en de hersenen
Als therapeuten goed voor zichzelf willen zorgen, moeten minstens drie neuropsychologische systemen goed functioneren. Ze zijn alle drie nodig om therapeuten ook in de stressvolste situaties de volledige controle over hun eigen welbevinden te geven. Het eerste systeem behelst de hersenmechanismen die betrokken zijn bij empathie. Het tweede is afhankelijk van het evenwicht in het autonome zenuwstelsel (AZS) en de regulatie van arousal. Het derde vereist een vermogen tot helder denken, dat deels afhangt van de gebalanceerde werking van alle hersenstructuren. Kortom, als therapeuten de risico’s voor hun emotionele en fysieke welzijn willen minimaliseren, moeten ze manieren vinden om hun empathische betrokkenheid in evenwicht te brengen, hun AZS-arousal te reguleren en hun heldere denkvermogen te behouden.
Hoewel sommigen bang zijn dat neurobiologie te ingewikkeld voor hen is, raad ik je aan de tijd te nemen om het te begrijpen. Ik heb mijn uiterste best gedaan om de informatie zo toegankelijk mogelijk te maken. De risico’s voor het welzijn van therapeuten zijn allemaal nauw verbonden met het lichaam en de hersenen. Als je weet hoe je door je cliënten wordt beïnvloed, heb je meer controle over de gevolgen.
Kennis en vaardigheden
Ik hoop dat dit boek leidt tot een radicale verandering van de manier waarop psychotherapeuten zich een beeld vormen van en het hoofd bieden aan de risico’s van hun vak. Mensen zijn zich vaak niet bewust van de negatieve gevolgen van therapeutisch werk. Dit boek heeft vooral ten doel om therapeuten toe te rusten met kennis en vaardigheden om hun vatbaarheid voor compassiemoeheid te verkleinen, onder andere door middel van oefeningen die hen helpen deze inzichten toe te passen in hun dagelijks werk. Sommige praktijkvoorbeelden gaan over therapie met getraumatiseerde mensen, omdat trauma’s van cliënten het risico voor de therapeut verhogen. Ik richt me echter op alle therapeuten, ook degenen die niet met getraumatiseerde cliënten werken. Ons werk kan op ieder van ons een nadelige invloed hebben.
Over dit boek
Therapeut, vergeet jezelf niet!
Nabijheid zonder uitputting – Over veerkracht, grenzen en zelfzorg in de therapeutische praktijk
Babette Rothschild
uitgeverijmens.nl