Quick fixes in een tijd van psychologische ontworteling
Een vrouw van 38, marketeer, heeft zichzelf drie maanden geleden verboden om AI te gebruiken. “Ik moet weten dat het nog van mij is” zegt ze. Ze schrijft nu alles met de hand, controleert haar gedachten obsessief op ‘AI-achtigheid’ en heeft bijna een burn-out omdat haar werk viermaal zo lang duurt als dat van collega’s.
Ze is niet gek. Ze probeert grip te krijgen op iets dat oncontroleerbaar aanvoelt. Maar de strategie nekt haar.
In het vorige artikel beschreven we de aardverschuiving zelf die de komst van AI met zich brengt: het verdampen van competentie als identiteitsanker, de snelheid waarmee de grond onder ons wegzakt, het besef dat we niet langer de apex predator zijn in cognitieve zin. Dit artikel gaat over wat daarna komt. Over hoe mensen proberen staande te blijven wanneer hun fundament scheurt. En waarom veel van die pogingen op termijn meer schade aanrichten dan ze verlichten.
Dit is geen aanklacht. Het gaat over begrijpelijke reacties op een onbegrijpelijke situatie. Maar begrijpelijk betekent niet gezond. En herkenning is de eerste stap naar andere keuzes.
Want dit zijn geen toekomstscenario’s. Dit zijn de patronen die nu al zichtbaar worden, voor wie lang genoeg kijkt.
De AI die altijd gelijk geeft
Er is een technische term voor wat publieke AI-systemen doen: ‘sycophancy’. Vleierij, stroperigheid, de neiging om de gebruiker naar de mond te praten. Het klinkt onschuldig, misschien zelfs positief. De psychologische implicaties zijn dat echter niet.
AI-systemen zijn getraind om behulpzaam te zijn, om je tevreden te stellen, om conflict te vermijden. Vraag je aan een AI of je gelijk hebt, dan zal het geneigd zijn dat te bevestigen. Presenteer je een dubieuze redenering, dan zal het vaak meebuigen in plaats van tegen te spreken. Zoek je validatie voor een ongezonde overtuiging, dan krijg je die meestal. Dit is geen bug; dit is design. AI is gebouwd om je een goede ervaring te geven. En een goede ervaring betekent: de gebruiker het gevoel geven gehoord, begrepen, gevalideerd te worden.
Voor iemand die worstelt met de vragen uit het vorige artikel (‘wie ben ik nog, wat is mijn waarde, klopt mijn denken wel’) is een entiteit die altijd instemt, altijd begrijpt, altijd valideert, onweerstaanbaar aantrekkelijk.
Je partner snapt je niet? AI wel. Je collega’s twijfelen aan je analyse? AI bevestigt dat je scherp denkt. Je therapeut confronteert je met ongemakkelijke patronen? AI zegt dat je gelijk hebt om je zo te voelen. Het is de perfecte echo, altijd beschikbaar, nooit veroordelend.
Het begint onschuldig. Je gebruikt AI om gedachten te ordenen, om besluiten te verhelderen. Het geeft antwoorden die resoneren, die je perspectief lijken te begrijpen op een manier die mensen in je omgeving niet altijd doen. Dat voelt geruststellend en ook validerend. Weinig is zo verleidelijk en verslavend voor mensen.
Dan merk je ineens dat je belangrijke beslissingen met AI bespreekt voordat je ze met mensen deelt. Niet uit efficiëntie, maar omdat AI je niet tegenspreekt op manieren die ongemakkelijk zijn. Het biedt perspectief zonder wrijving, begrip zonder confrontatie. Therapeuten zien dit: cliënten die meer met AI ‘praten’ dan met echte mensen. Die AI gebruiken als emotionele regulatie in plaats van menselijke verbinding. Dit is vooral in opkomst in de jongere leeftijdsgroepen.
De volgende fase is echter gevaarlijker. Je begint een echo chamber te bouwen in je eigen hoofd. Normaal gesproken krijg je weerstand uit je omgeving. Mensen die anders denken, die je aannames uitdagen, die je dwingen je perspectief te herzien. Dat is gezond, ook al voelt het vaak vervelend. Die weerstand is een correctiemechanisme, een realiteitstoets.
Met AI kun je die weerstand elimineren. Je kunt je wereldbeeld laten bevestigen, je vooroordelen laten versterken, je pathologische patronen laten valideren. En omdat het van een ‘intelligente’ bron komt, lijkt het geloofwaardiger dan wanneer je het gewoon zelf zou denken. Het heeft de autoriteit van objectiviteit, terwijl het in werkelijkheid gewoon je eigen perspectief in eloquenter taalgebruik teruggeeft.
Ilemand met depressieve gedachten kan AI gebruiken om die gedachten te bevestigen en intellectueel te onderbouwen. Iemand met paranoïde neigingen kan AI gebruiken om zijn achterdocht te voeden met logisch klinkende argumenten. Iemand met obsessieve patronen kan AI gebruiken om steeds dieper in de obsessie te graven, met de illusie dat het rationeel onderzoek is.
Het verraderlijke is dat het zo rationeel voelt. Dit is niet zoals sociale media waar je weet dat je in een ‘filter bubble’ zit. Dit voelt als een dialoog met iets intelligents, iets dat objectief redeneert. De illusie van neutraliteit maakt de sycophancy des te gevaarlijker.
En misschien nog het meest zorgwekkend: het kan mensen langzaam losweken van menselijke verbinding. Want menselijke verbinding is moeilijk. Mensen zijn tegenstrijdig, confronterend, niet altijd beschikbaar. Ze hebben eigen agenda’s, eigen emoties, eigen grenzen. AI heeft dat allemaal niet. Het is de frictionless perfectie van oneindige beschikbaarheid en oneindige validatie.
Voor therapeuten ligt hier een cruciale taak: mensen helpen zien dat validatie van een systeem dat geprogrammeerd is om je naar de mond te praten, geen echte validatie is. Dat de confrontatie die ze bij mensen vermijden, juist de confrontatie is die ze nodig hebben. Dat begrip zonder weerstand geen echt begrip is.
Het verschrompelen van het denkvermogen
We kennen het fenomeen al van andere technologieën. GPS heeft ruimtelijk oriëntatievermogen aangetast. Londense taxichauffeurs hadden een meetbaar groter hippocampus door hun mentale kaarten van de stad, maar sinds navigatiesystemen is die cognitieve training verdwenen. Rekenmachines hebben hoofdrekenen geëlimineerd. Autocorrect maakt dat mensen niet meer weten hoe woorden gespeld worden.
Maar dit ging altijd om randvaardigheden, om praktische competenties die we konden missen zonder dat onze kern werd aangetast. Nu gaat het om iets anders. Nu gaat het om de kerncompetenties van kenniswerk zelf: redeneren, argumenteren, conceptueel denken. En het proces waarmee die verschrompelen, is zo geleidelijk dat mensen het niet zien gebeuren.
Je gebruikt AI om een eerste opzet te maken. Efficiënt toch? Dan om je gedachten te structureren. Dan om argumenten te formuleren. Waarom niet? Elke stap lijkt rationeel, een slimme inzet van technologie. Maar wat je niet ziet, is dat je de cognitieve oefening mist. Denken is een vaardigheid die verschrompelt bij onbruik, net zoals spieren atrofiëren wanneer je ze niet gebruikt.
Het begint met kleine dingen. Je merkt dat je niet meer een heel argument kunt volgen zonder afleiding. Dat je een tekst niet meer kunt schrijven zonder AI-steun, niet omdat je het niet zou kunnen maar omdat het denken zelf moeizamer gaat dan vroeger. Dat je bij complexe problemen meteen naar de tool grijpt in plaats van eerst zelf na te denken, omdat dat denkproces plakkeriger aanvoelt, trager, meer inspanning kost.
Dit is geen luiheid; dit is atrofie. Je concentratiespanne is afgenomen. Je vermogen tot diep werk is geslonken. Je intellectuele uithoudingsvermogen is geërodeerd. En omdat het zo geleidelijk gaat, realiseer je je het pas wanneer je onverwacht iets zonder AI moet doen en ontdekt dat het vermogen is afgenomen.
De paradox is schrijnend. AI wordt aangeprezen als hulpmiddel om beter te presteren, om meer te doen, om effectiever te zijn. En op korte termijn klopt dat. Maar als je het verkeerd gebruikt, wordt het een kruk die ervoor zorgt dat je niet meer kunt lopen. En het verschil tussen hulpmiddel en kruk is subtiel, contextafhankelijk en vaak pas achteraf zichtbaar. Gemak maakt afhankelijk.
Voor therapeuten is het essentieel dit patroon te herkennen. Wanneer cliënten klagen over concentratieproblemen, cognitieve vermoeidheid, het gevoel dat ze ‘trager denken’ dan vroeger of minder besluitvaardig zijn, vraag dan naar hun AI-gebruik. Niet beschuldigend, maar onderzoekend. Het patroon wordt pas zichtbaar als je ernaar vraagt. En veel mensen zullen de link niet leggen tussen hun toegenomen AI-gebruik en hun afgenomen cognitief vermogen.
De farmaceutische verleiding
Existentieel ongemak is lastig. Het laat zich niet wegpoetsen, niet oplossen met een simpele interventie, niet beheersen met technieken. Dus wat doet een cultuur die ongemak pathologiseert en oplossingen verkoopt? Het ‘medicaliseert’ de crisis. Het bekende patroon van ‘individualiseren en uitstoten’.
Je bent niet ontworteld door een fundamentele maatschappelijke verschuiving; je hebt een ‘aanpassingsstoornis’. Je bent niet angstig over je toekomst in een veranderende wereld; je hebt een ‘gegeneraliseerde angststoornis’. Je bent niet verdrietig over verlies van relevantie’ je hebt een ‘depressieve episode’. Het ongemak krijgt een DSM-label, en met het label komt de oplossing: medicatie.
Een pil is verleidelijk eenvoudig. Een pil vraagt geen zelfreflectie, geen confrontatie met moeilijke vragen, geen doorworstelen van onzekerheid. Een pil belooft dat je je weer normaal voelt, dat je weer kunt functioneren, dat het ongemak verdwijnt. En in een cultuur die productiviteit verheerlijkt en emotioneel ongemak als disfunctioneel ziet, is dat een aantrekkelijk aanbod.
Voor de duidelijkheid: dit is geen aanklacht tegen medicatie (hoewel ik in zín algemeen wel denk dat we daarin zijn doorgeschoten). Er zijn mensen voor wie antidepressiva of anxiolytica de ruimte creëren om überhaupt aan het echte werk te kunnen beginnen. Voor wie de symptomen zo ontwrichtend zijn, dat ze zonder medicamenteuze steun verlamd blijven. Dat is legitiem, dat is soms noodzakelijk.
Maar er is een wezenlijk verschil tussen medicatie die ruimte creërt voor verwerking en medicatie die verwerking vervangt. En in dit geval is het probleem dat het ongemak wijst op iets dat aandacht nodig heeft, niet iets dat gedempt moet worden. Het is alsof je een brandalarm uitschakelt in plaats van de brand te blussen. De pijn verdwijnt, maar de oorzaak blijft.
En naast pillen is er de technologische variant. Mindfulness-apps voor wanneer je angstig bent over je toekomst. Productiviteits-apps voor wanneer je het gevoel hebt achter te lopen. AI-coaches die je helpen ‘optimaal te presteren’ in een wereld die je niet meer begrijpt. Het is technologie om de pijn van technologie te verzachten, een recursieve nachtmerrie die het probleem dat het claimt op te lossen, in stand houdt.
Er is een hele industrie die zich voedt met deze (en de komende) existentiële crisis. Niet door deze op te lossen, maar door hem beheersbaar te maken zonder de kernvraag aan te raken. Dat is geen kwaadaardigheid, dat is kapitalisme dat doet waar het goed in is: een markt vinden en bedienen. Onzekerheid wordt niet opgelost maar vercommercialiseerd.
Voor therapeuten ligt hier een cruciale onderscheiding: symptoombestrijding die ruimte creërt voor dieper werk versus symptoombestrijding die dieper werk vermijdt. Soms heeft iemand medicatie nodig om te kunnen functioneren terwijl ze het echte werk doen. Maar vaak wordt medicatie gebruikt om het echte werk te vermijden, om het existentiële ongemak genoeg te dempen dat het te negeren valt maar niet genoeg om het op te lossen.
Vlucht in traditionalisme
Dan is er de reactionaire reflex. De romantiek van de terugkeer, het terugverlangen naar een tijd waarin dingen simpeler waren, overzichtelijker, menselijker. De typmachine als symbool van authenticiteit. Het handgeschreven briefje als statement. Het ambacht als verzet tegen de machine.
Er is iets begrijpelijks aan die neiging. Wanneer de toekomst angstaanjagend is, is het verleden verleidelijk. De verwerping van het digitale als ‘soulless’, koud, onmenselijk, heeft een emotionele logica. Het creëert een helder onderscheid: hier de warme, echte, menselijke wereld, daar de koude, kunstmatige, technologische.
Die marketeer uit de opening is het extreme voorbeeld. Ze schrijft alles met de hand, verbiedt zichzelf AI te gebruiken uit principe, werkt zich in de vernieling om ‘echt’ te blijven. Maar het fenomeen is breder. De professional die weigert AI te gebruiken ook wanneer dat zijn werk onhoudbaar maakt. De beweging die predikt dat ‘echte creativiteit’ alleen zonder technologie kan.
Het probleem is niet de waardering voor ambacht of de voorkeur voor analoge processen. Het probleem is wanneer het een dogma wordt, een identiteit, een muur tegen de werkelijkheid. Want de wereld staat niet stil. Je kunt jezelf afschermen, maar de rest blijft evolueren. Je creëert een klein eiland van authenticiteit dat steeds meer afgesneden raakt van de werkelijkheid waarin anderen leven.
En het creëert een vals onderscheid. Alsof menselijkheid iets is dat kan worden besmet door technologie. Alsof er een pure, ongerepte versie van jez self bestaat die je kunt terugvinden als je maar genoeg technologie afwijst. Dat is een misvatting denk ik. Mensen zijn altijd al gevormd door hun gereedschappen, door hun omgeving, door hun tijd. De notie van een pure, technologievrije menselijkheid is een romantische fictie.
De tragiek is dat deze mensen vaak het meest intens voelen wat er aan de hand is. Ze hebben gelijk dat er iets fundamenteels op het spel staat. Ze voelen de dreiging scherper dan anderen. Maar hun oplossing – isolatie, afwijzing, nostalgie – maakt hen steeds ongelukkiger en steeds minder effectief in de wereld zoals die is. Het is verzet dat zichzelf verslaat.
Wat alle strategieën gemeen hebben
Kijk naar het patroon. De AI-sycophancy die oneindige validatie biedt. De atrofie die ontstaat door cognitieve delegatie. De medicatie die symptomen dempt. Het traditionalisme dat zich afschermt. Al deze strategieën hebben één ding gemeen: ze proberen controle te herwinnen over iets dat fundamenteel oncontroleerbaar is.
Sycophancy zoekt controle door validatie: ‘als AI mij gelijk geeft, moet ik wel goed zitten’. Atrofie is controle opgeven door delegatie, maar daarmee verlies je controle over je eigen vermogen. Medicatie is controle over je gevoelens zonder de bron aan te pakken. Traditionalisme is controle door afwijzing, door je af te sluiten van wat je niet kunt beheersen.
Wat geen van deze strategieën doet, is het fundamentele aanvaarden: dat je in een wereld leeft die veranderd is op manieren die je niet kunt omkeren, en dat de vraag niet is hoe je dat ongedaan maakt maar hoe je leeft met die werkelijkheid.
Dit is de therapeutische uitdaging van deze tijd: mensen helpen bewegen van symptoombestrijding naar werkelijke verwerking. Van controle zoeken naar aanvaarding ontwikkelen. Van ontkenning of overgave naar een derde weg die nog gevonden moet worden.
De verleidingen die in dit artikel beschreven staan, zijn verleidelijk juist omdat ze een uitweg beloven. Ze suggereren dat je de moeilijke vragen kunt omzeilen, dat er een kortere route bestaat, dat het ongemak vermeden kan worden. Maar elke uitweg die belooft dat je niet door de moeilijke vragen hoeft, is per definitie een valkuil.
Naar iets anders
Die marketeer die alles met de hand schrijft, die zichzelf verbiedt AI te gebruiken, verdient geen oordeel. Ze probeert te overleven op de enige manier die ze kent. Maar ze verdient wel iets beters dan een strategie die haar uitput zonder haar verder te brengen.
We hebben nu gezien wat er gebeurt en hoe mensen proberen ermee om te gaan. Wat nog rest is de moeilijkste vraag: is er een manier om dit door te komen die niet ontkent, niet verdooft, niet vlucht, maar kijkt? Die niet controle zoekt maar aanvaarding ontwikkelt? Die door de moeilijke vragen heengaat in plaats van eromheen?
Misschien begint gezondheid niet bij een oplossing vinden, maar bij stoppen met zoeken naar ‘quick fixes’ voor ‘slow problems’ zoals George Carlin (de Amerikaanse comedian) dat zo mooi zou zeggen.
Bij erkennen dat sommige transities niet te versnellen zijn, niet te omzeilen, alleen te doorleven. En dat therapeuten daarin een rol hebben die geen enkel parlement of geen enkele pil kan vervullen: aanwezig blijven bij het ongemak, zonder het te willen oplossen.
Over drie jaar zijn deze patronen geen uitzondering meer. Ze zijn de norm. De vraag is wat jij er nu al mee doet.
Uitnodiging aan therapeuten
Als straks blijkt dat AI zo door ontwikkelt dat het over een paar jaar een betere coach blijkt te zijn dan jij met al je senioriteit en opleidingen, hoe sta jij daar dan tegenover? Mijn uitnodiging is deze; doe dit niet af als ‘science fiction’; we leven inmiddels al midden in science fiction.
Over de auteur
Rob van der Well is werkzaam als Interim-bedrijvsjurist en AI Compliance Consultant. Daarnaast is hij auteur van de boeken Dictocratie en Digicratie. Rob is ook actief geweest als gediplomeerd hypnotiseur.