Pillen, poeders of tablet? Zo is het maar net!

Een therapeut over waarom de beste suppletie-formule niets waard is als een patiënt haar niet naar binnen krijgt, zonder kokhalzen of tegenzin.

Zo is het maar net!

Weet je wat mij de afgelopen jaren het vaakst is opgevallen? Dat wij als therapeut soms te makkelijk denken wanneer het gaat om het innemen van supplementen. Als het middel klopt bij de klacht en de klant gemotiveerd is, komt het wel goed, toch? Alsof het lichaam een brievenbus is: je stopt het erin en de rest wordt vanzelf geregeld. Nee dus!

Want in de praktijk blijkt het een stuk lastiger ervoor te zorgen dat de voorgeschreven suppletie goed wordt ingenomen, zonder kokhalzen, walging, haast, nare smaak, fysieke stress en een leven dat niet meewerkt. Waren wij westerlingen maar meer als de Chinezen in dit opzicht. Daar geldt de simpele vuistregel: als het niet smerig is of sterk ruikt, zal het ook niks genezen. Duidelijk een andere cultuur, die botst met onze westerse insteek: als het niet lekker is, kan het ook niet goed voor me zijn.

Zelf adviseer ik allerlei suppletie in de vorm van poeder, pillen, drankjes en tabletten.

En eigenlijk heb ik bij alle bovengenoemde vormen weerstand gekregen, ondanks mijn waarschuwing en uitleg vooraf.

We willen voor iedereen het beste adviseren. Dus producten met hoge opneembaarheid, de juiste ingrediënten, de synergie in een mengsel van kruiden en ga zo maar door. Weet de patiënt veel? Eh nee. Tenminste, niet iedereen heeft een studie suppletie en kruiden gedaan of zich verdiept in inhoudsstoffen en capsulevormen, voorafgaand aan het consult.

Pas was het weer raak: “Ik kan dit niet binnenhouden.” De patiënte zat tegenover me met mengeling van motivatie en frustratie. Ze wilde echt, want er waren darmklachten, een opgeblazen buik, moeheid en brainfog. We hadden al best een aantal zaken op de rit. Voedsel aangepast, ritme beter en stress verminderd. Nu nog één stap: een protocol met vezels vermalen tot poeder om de boel van binnen op te schonen.

Ze keek me aan en zei: “Hayo, ik heb het geprobeerd. Drie keer. Ik kots ervan.” En dat was geen aanstellerij, ik zag het aan haar. Alleen al het idee dat ze dat glas met poeder weer moest klaarmaken, gaf spanning in haar keel. Haar lichaam had het al besloten: dit wordt hem niet.

Wat doe je dan? Je kiest wat werkt, dus flexibel zijn. Bij haar was de oplossing: stoppen met het poeder en het boeltje capsuleren met een natuurlijk omhulsel zodat we de manier van inname wijzigden. Klein beginnen, in warm water, met een paar slokken ertussen en niet op een lege maag. En raad eens? Ze hield het wél vol. Niet omdat de formule zo magisch was, maar omdat haar systeem geen alarm meer sloeg.

Want als iemand kokhalzend boven de wc hangt, wordt de therapietrouw nul. Dan kun je het biochemisch perfect hebben, maar praktisch is het waardeloos. De les die ik zelf weer kreeg, is dat we eindeloos kunnen praten over opname, enzymen, pillen, poeders en tabletten maar de eerste vraag is: gaat je patiënt het überhaupt naar binnenwerken, zonder stress of tegenzin?

Want de beste therapie is de therapie die iemand vooruitbrengt. En ja, ik houd van poeders en granulaten als het kan. Ik houd van capsules boven harde tabletten. Ik houd van cofactoren die de opname ondersteunen. Maar ik houd nog meer van een resultaat in de vorm van vermindering van klachten en een blije patiënt. Dat blijft gewoon maatwerk.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

15 augustus, 2026

Thema

NGW Magazine 2026

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen