In gesprek met Karina van der Leeuw
Karina van der Leeuw is massage-, aroma- en orthomoleculaire therapeut. Ze is gespecialiseerd in de behandeling van vrouwenklachten, zoals cyclus- en fertiliteitsklachten, en pre- en postnatale zorg. Sinds 2019 is ze voorzitter van de FAGT, een multidisciplinaire beroepsvereniging voor CAM-therapeuten (Complementary and Alternative Medicine).
Mooie combinatie
‘Ik ben in het FAGT-bestuur terechtgekomen, omdat het bloed kruipt waar het niet gaan kan, geloof ik. Oorspronkelijk kom ik uit een heel ander beroep. Ik ben jarenlang IT-consultent geweest. In die rol kwam ik veel bij bedrijven over de vloer en dacht mee over bedrijfsprocessen. Dat heb ik een lange tijd gedaan en toen ben ik een overstap gaan maken naar wat ik nu aan het doen ben. Ik koos een beroepsvereniging, de FAGT in dit geval, en was geïnteresseerd in wat een vereniging kan doen voor de aangesloten leden. Eerst sloot ik me aan bij de visitatiecommissie en al snel werd ik gevraagd of ik in het bestuur wilde komen als bestuurslid kwaliteit en zo kwam het een na het ander.
Ik merk dat ik de combinatie tussen het werk voor de FAGT en het werk in mijn eigen praktijk fijn vind. Ik vind het heerlijk om in mijn praktijk te werken, maar bij het werk voor de FAGT komt nog een ander stukje kijken dat elkaar mooi aanvult. Ik kan daarbij veel uit mijn ervaring putten. Nog steeds voel ik me heel erg geroepen tot de ontwikkeling die gaande is binnen de sector. Niet alleen wil ik iets voor onze leden betekenen, maar voor heel de beroepsgroep. Daar ligt nog ongelofelijk veel te doen om ons een plekje te geven binnen het huidige zorgstelsel en de complementaire zorg meer bekendheid te geven. Daar werk ik graag aan mee.’
Meant to be
‘Toen ik met mijn man in 1995 op huwelijksreis was in Nieuw-Zeeland, heb ik bij een ernstig auto-ongeluk mijn rug gebroken. Ik kwam daar in het ziekenhuis terecht voor langere tijd en had heel veel pijn. In Nieuw-Zeeland hadden ze toen een pijnteam met mensen uit verschillende disciplines die samen keken, hoe ze de situatie voor mij zo comfortabel mogelijk konden krijgen. Ik kreeg, naast normale pijnstilling, elektrodes, massages, warmtecompressen en aromatherapie. Die aromatherapie raakte iets bij mij. Toen we uiteindelijk terugkwamen in Nederland, vertelde ik mijn man dat ik daar interesse in had. Toen ik korte tijd later zwanger bleek, gaf hij mij een boek cadeau (Aromatherapie voor moeder en kind). Ik ben dat gaan lezen en vond het heel interessant. Later ben ik een cursus gaan volgen bij mij in de stad, met het idee een leuke hobby te hebben gevonden.
Jaren later en twee kinderen verder had ik zo’n ‘is-dit-het-nu-gevoel’ over mijn werk. Ik miste iets en merkte dat ik iets nodig had om weer inspiratie te krijgen. Ik wist niet wat ik moest doen. Het enige dat bij me opkwam, was de cursus die ik destijds heel leuk had gevonden en ik besloot daar te beginnen. Ik heb me ingeschreven voor een mbo-opleiding aromatherapie van een jaar met de mogelijkheid om er een hbo-opleiding van te maken. Tijdens de eerste les had ik al het gevoel: dit is het! Dus ik heb de hbo-opleiding afgemaakt en direct de opleiding Medische Basiskennis er achteraan gevolgd. Eigenlijk had ik tijdens het eerste jaar van de studie al mijn eigen praktijk en ik heb niet meer teruggekeken. Ik heb gewerkt, gestudeerd en mijn praktijk gestart met twee jonge kinderen ernaast. Na twee tot drie jaar heb ik mijn baan opgezegd, omdat mijn praktijk al voldoende opleverde. Het was meant to be, denk ik.’
Specialisatie
‘Ik weet niet waarom, maar dingen komen steeds weer op mijn pad. Ik werkte toen vanuit huis en vond een briefje in mijn brievenbus van een verloskundige die mij praktijkruimte bij haar aanbod. Aanvankelijk ben ik geen praktijk bij haar begonnen, maar ben ik gratis consulten in haar praktijk gaan geven. Ik kon veel met haar meekijken en zo begon het balletje te rollen. Via haar ben ik de geboortezorg ingerold. Daarnaast werd ik gevraagd bij de opzet van kraamhotels die toen steeds meer opkwamen. Ik ging nadenken over producten en werkmethodes met de vraag in mijn achterhoofd: hoe kun je op een veilige manier aromatherapie toepassen in een klinische setting?
Ik had daarmee heel snel mijn specialisatie gevonden en dat heeft zich uitgebreid. Ik zag die zwangere buiken en wilde die buiken graag na de bevalling ook wel zien, want er gebeurt nog zoveel voor zo’n vrouw. En ook de baby’s wilde ik wel blijven zien. Dus toen ben ik er ook babymassage bij gaan doen. Omdat ik het leuk vond, maar ook vanuit een missie die ik voelde over hoe belangrijk aanraking is. Zeker tussen ouder en kind.
Daarna kwam vruchtbaarheid erbij kijken en ben ik me daarin gaan verdiepen. Zo werd het steeds groter. Ik ben leergierig en wil graag nieuwe dingen weten en vind het fijn dat ik vrouwen kan begeleiden tijdens het gehele proces van zwanger worden, zwanger zijn tot na de geboorte. Ook wilde ik de baby’s erbij kunnen betrekken.’
Fusie
‘Onlangs heb ik weer een grote nieuwe stap in mijn leven gezet. We zijn van Den Haag naar het veel kleinere Woudrichem verhuisd. Van een grote stad naar een dorp met 4000 bewoners. Ik heb mijn praktijk opgezegd en ben hier weer opnieuw begonnen. Het leuke is dat ik hier in de nieuwe praktijk ook weer een ander soort mensen zie, bijvoorbeeld mensen met chronische (pijn) klachten en ik behandel ook weer meer mannen, en dat is eigenlijk wel echt leuk. Waar ik in Den Haag wachtlijsten had, heb ik nu hier in Woudrichem meer tijd. Ik voel minder haast en kan meer tijd nemen voor mijn cliënten.
Dat ik het nu wat rustiger heb in mijn praktijk, komt ook wel goed uit, want met de FAGT zijn we bezig met een mogelijke fusie met twee andere beroepsverenigingen. Dat vraagt veel tijd.
De therapeuten die aangesloten zijn bij de verschillende verenigingen, werken binnen uiteenlopende disciplines, dus we hebben te maken met veel verschillende soorten mensen en therapieën, met wie we allemaal rekening moeten houden. Ik zou het fantastisch vinden om uiteindelijk uit te komen bij een organisatie die zo is ingericht dat er ruimte is, niet alleen om de therapeut te bedienen, maar ook dat er ruimte is om als kennisbank te fungeren, waarin onderzoek en nieuwe ideeën opgenomen kunnen worden. Ik hoef niet degene te zijn die dat allemaal doet, maar ik heb daar bepaalde ideeën over en om dat in zo’n organisatie voor elkaar te krijgen, zou ik een hele prestatie vinden.’
Multi-vereniging
‘De beroepsvereniging FAGT bestaat nu 30 jaar. Veel andere beroepsverenigingen zijn rond diezelfde tijd gestart. Er was destijds niets georganiseerd in Nederland. Dus het is al heel knap dat er toen beroepsverenigingen ontstonden. In 2017 heeft er een professionaliseringsslag plaatsgevonden. Er kwam steeds meer regelgeving, dus er was ook meer professioneel bestuur nodig. Nu zijn we toe aan de volgende stap. Die stap houdt in dat we onze plek mogen opeisen binnen het zorgstelsel en dat we meer naamsbekendheid krijgen. Je ziet dat sommige (kleine) verenigingen alleen maar tijd hebben voor de verenigingsactiviteiten. Die doen alleen de meest noodzakelijke dingen. Dat is ook een beetje het probleem binnen de beroepsgroep. Wanneer je groot genoeg bent en dus ook beschikt over meer geld, kun je meer. En dat is wat heel veel organisaties heeft tegengehouden. Dat is ook een van de hoofdredenen waarom we de fusie willen. Een nieuwe stap binnen de zorg voor de complementaire therapieën. Voor ons is dat heel breed, want de FAGT is een echte Multi-vereniging. We hebben 19 verschillende disciplines onder ons dak. Dat is best een taak.’
Verbinding
‘Waar multidisciplinaire verenigingen vooral voor staan, sluit aan bij hoe ik werk. Dat je als therapeut meerdere vakdisciplines integreert in één behandeling. Of dat je per behandeling werkt volgens één vakdiscipline, maar dat je wel bij één vereniging je belangen behartigd kan krijgen.
Wij richten onze organisatie zo in om heel breed met elkaar te kijken naar problematiek, met verschillende invalshoeken. Daar leer je veel van. Daarom kiezen sommige therapeuten heel bewust voor een Multi, omdat ze zich daar wat breder kunnen bijscholen en intervisies kunnen doen met andere therapeuten die weer met andere disciplines werken.
Hier staat het hokjes-denken waar de zorgverzekeraar om vraagt, eigenlijk lijnrecht tegenover. Zij willen juist per behandeling één prestatiecode. Zo werken wij gewoon niet en dat blijft lastig. Ik ben heel erg gemotiveerd om dat verhaal te blijven vertellen bij de verzekeraars. Daarnaast is het belangrijk dat iedereen binnen de sector hetzelfde verhaal wil vertellen, anders zitten we elkaar in de weg en gebeurt er niets. Het gaat dus ook over verbinding zoeken met elkaar om duidelijkheid te krijgen. En om te gaan staan voor wat je aan het doen bent. Want als de vergoeding de enige reden is waarvoor we dingen doen, klopt er iets niet meer.’

