‘Als therapeut heb je de functie van de parasympathicus’

NWP-lid Connie van der Arend vertelt over haar methode van systemisch werk via het lichaam, waarmee ze op zielsniveau met cliënten werkt.

Ze heeft een praktijk voor systemisch werk via het lichaam. Een speciale methode die tot op de zielslaag werkt. Wat ze daarmee bereikt, vindt ze zó waardevol, dat ze haar kennis en inzichten met collega’s wil delen. Daarom heeft ze een aantal jaren geleden de training ‘Het roepen van de ziel’ ontwikkeld. In 2016 schreef ze een boek over haar methode: Het veld van aandacht. Covid legde zowel haar praktijk als trainingen tijdelijk stil. Een tijd die Connie van der Arend (65) bewust gebruikte voor rust en inkeer. Voor ‘Natuurgeneeswijzen’ stapte ze in die tijd even uit die cocon om over haar werk te vertellen.

‘Lichaamswerk is iets dat ik al jaren doe. Maar ik kwam niet verder dan een bepaald niveau. Dezelfde klachten of thema’s bleven bij sommige cliënten terugkomen. Hoe dat kwam, ontdekte ik tijdens een opleiding systemisch werk. Je bent als mens op zielslaag verbonden met je familiesysteem en daar resoneer je mee. Dat betekent dat je lichaam daar informatie over met zich meedraagt, dat er verstrikkingen kunnen zijn. Als iemand het eigen lijf niet helemaal kan bewonen, blijven de klachten bestaan. Dat gebeurt ook als het lichaam is losgeraakt van de eigen plek in het systeem of daar niet meer mee in verbinding staat. Dat uit zich fysiek, emotioneel of via bepaalde thema’s die constant terugkomen. Systemisch werk is beter bekend als familieopstellingen. Onder begeleiding worden mensen in een ruimte opgesteld als representanten van familieleden op de plek waar de hoofdpersoon, de vraagsteller, ze neerzet. Zo’n opstelling geeft de dynamiek van de groep weer en geeft inzicht in wat er op de zielslaag in een systeem speelt. Het gaat om wat de helende beweging is en waardoor deze wordt geblokkeerd. De vraag is om dat onder woorden te brengen. Zo ben ik opgeleid. Maar voor mij was die manier niet toereikend. Dus ontwikkelde ik zelf een methode. Je kan er namelijk ook via het lichaam mee werken, want dat bevat alle informatie die je nodig hebt. Het gaat zelfs nog dieper omdat je bezig bent op celniveau, de laag waar trauma’s zijn opgeslagen.’

Veiligheid

‘Tijdens een opstelling in een ruimte krijgen mensen weliswaar veel inzichten, maar dat verandert nog niets in hun lijf. Soms blijven de klachten of symptomen aanwezig. Als je daarentegen iemand aanraakt op de zielslaag en de juiste woorden en interventies vindt waardoor de helende beweging in het lichaam ontstaat, voel je direct verandering in het lichaam. Het lichaam heeft de wijsheid en is daarom leidend. Samen met de cliënt luister je naar wat het lijf te vertellen heeft. De rol als begeleider is heel belangrijk. De cliënt is namelijk gewend geraakt aan hoe zijn lichaam voelt. Er zijn mensen die totaal uit hun lichaam zijn en dat ervaren als een relaxed gevoel. De begeleider herkent en benoemt dat. Die zegt dan: “Ik raak je aan, maar je bent niet hier, je bent ergens ver weg.” Of een cliënt is verkrampt en vertrouwd met dat gevoel. Dan kan het zelfs eng voelen als diens ruimte groter wordt. Dan vraag je als therapeut of hij kan voelen hoe hij zichzelf op slot zet. Zo is er veel waarin je kan begeleiden. Door iemand aan te raken bied je meteen al veel veiligheid. Die heeft iemand nodig om oude conditioneringen los te laten en steeds meer in het lichaam te zakken. Dat is heel helpend.’

Heb je een bepaalde heldervoelendheid nodig om dit werk te doen?

‘Nee. Wel moet je leren om contact te maken met de zielslaag. Dat is niet moeilijk. Tijdens mijn trainingen heeft iedereen het in twee dagen geleerd. Daarna ontwikkel je het verder door het heel veel toe te passen. Na zoveel jaren ben ik steeds meer gaan voelen.’

Wat deed je voordat je met dit specifieke werk begon?

‘Tot mijn 25e heb ik tien jaar als analiste in een ziekenhuis gewerkt. Daarna ben ik de Academie voor Natuurgeneeskunde gaan doen, waar ik koos voor de richting massage. Zo deed ik voetreflexmassage en leerde ik nog andere massagevormen. Op die opleiding ben ik daarna zestien jaar stafdocent geweest en gaf ik les in verschillende natuurgeneeskundige vakken. Eigenlijk begon ik me in die tijd al af te vragen hoe ik cliënten in mijn praktijk nog verder zou kunnen helpen. Want ik merkte dat ik met bijvoorbeeld natuurgeneeskunde, voeding, kruiden en iriscopie maar tot een bepaalde laag kwam. In die tijd heb ik samen met zenleraar Henk Goossens het boek geschreven Met aandacht genezen. Dat geeft de samenhang weer tussen het lichaam en de geest en gaat over een diepere laag om te kijken naar hoe je als mens ziek wordt. De vraag hoe ik steeds dichter kon komen bij waar het echt om gaat, de essentie, vormt de rode draad in mijn leven. Die essentie gaat over een deel waarin je de mens op veel lagen in z’n totaliteit kan zien. Natuurlijk blijft het belangrijk dat je ook naar zoiets als voeding kijkt of naar het afweersysteem. Daarvoor stuur ik mensen soms door naar collega’s. Mij gaat het erom hoe je kan samenvallen met je essentie en hoe je je lijf bewoont. En ook welke factoren je daarvan afhouden.’

Hoe ben je ertoe gekomen zelf een training te ontwikkelen?

‘Nadat ik een paar opleidingen in systemisch werk had gedaan, was er iemand die tegen me zei dat ik dat werk met mijn handen moest gaan doen. Dat resoneerde in mij. Aanwezig zijn en contact maken waren voor mij altijd al heel belangrijk, maar het systemisch werk verdiepte dat steeds meer. Als je iets wilt voelen bij je cliënt, heb je focus nodig. Dat kreeg ik door de nieuwe manier van werken. Ik ontdekte dat je als mens onderdeel bent van je familie. Zo staat je moeder links en je vader rechts achter je. Als er trauma’s zijn van je moederskant, dan komen die in je linker lichaamshelft tot uiting. Dat ben ik gaan onderzoeken. Uiteindelijk gaat het niet over het verhaal waar iemand mee komt, dat leidt eerder af. Het gaat erom dat je het lichaam kan uitnodigen tot een helende beweging. Vanaf 2014 ben ik gaan opleiden, studenten vonden het heel interessant. Inmiddels ben ik toe aan de elfde groep. Daarvoor heb ik al het maximale aantal aanmeldingen.’

Hoe werken jouw sessies systemisch werk via het lichaam’?

‘Het lijf heeft in mijn beleving woorden nodig om erkenning te krijgen. Stel dat ik voel dat het linkerbeen niet op de grond staat, dan probeer ik woorden te vinden die ontspanning en beweging kunnen brengen in het been. Ik wil de oorzaak weten. Want alles is met elkaar verbonden. Ik breid mijn focus uit en voel in de ruimte om de cliënt heen wat daar is. Soms staat de moeder te dichtbij, waardoor iemand niet in staat is om zelf stappen te zetten in het leven. Of de moeder heeft veel dood meegemaakt in haar systeem waardoor haar ziel nooit echt op aarde is gekomen. Het kindje maakt dezelfde bewegingen als die moeder in het systeem. In het verleden was het een poos de trend om tijdens therapie alles uit te schreeuwen en alles eruit te gooien, of dat je moest focussen en van daaruit het lichaam bevragen. Nu is het zo dat je meer uitnodigt om te zijn met wat er is. Dat je kijkt naar waar het bij een cliënt over gaat op de zielslaag. Dan komt er erkenning voor de ziel.’

Waarom is erkenning belangrijk voor de ziel?

‘Omdat alleen dan echte genezing kan plaatsvinden. We worden als ziel geboren op aarde. Als therapeut nodig je de ziel van de cliënt uit in een liefdevolle aanraking. De aanwezigheid van de ziel is wat geneest. Natuurlijk is het belangrijk dat de persoon zelf leert om contact te maken met zijn ziel en zichzelf daarin helemaal toe te laten. Maar soms kan dat zo moeilijk zijn, dat er iemand nodig is die daarbij helpt. Door aan te raken geef je een veilige bedding. Door het vlak van het familiesysteem groter te maken, kan je een groot helend veld aanroepen die de cliënt helpt om steeds meer dichterbij te komen.’

Is erkenning niet synoniem aan bewustwording?

‘Dat hangt ervan af wat je onder die twee begrippen verstaat. Als bewustwording betekent dat iemand inzicht krijgt, wil dat niet zeggen dat er iets in het lichaam verandert. Wij zijn zo gewend om alles te willen begrijpen met ons hoofd. Met het lichaam wordt het echt een ander verhaal. Dan heb je een veilige bedding nodig. Zie het zo: je bent als therapeut de parasympathicus. De cliënt kan niet genezen als hij in z’n overlevingsmechanisme zit ofwel in z’n sympathische zenuwstelsel. Als baby’tje fungeert de moeder of de verzorger als parasympathicus. Als therapeut kan je die functie soms ook vervullen zodat de cliënt echt in de rust en het lijf kan zakken, dan komt hij steeds dichter bij de eigen antwoorden. Je moet mensen heel erg uit hun verhaal halen en in de ontspanning brengen zodat ze dieper contact kunnen maken.’

Wat voor resultaten bereik je? Is je therapie geschikt voor al je cliënten?

‘De mensen die bij mij komen weten wat ik doe en kiezen daarvoor. Dus heb ik zelden dat het niet past. Wel is het zo dat ik vroeger mensen vaker zag terugkomen voor een sessie terwijl het nu met twee à drie keer wel klaar is. De therapie duurt aanmerkelijk korter.’

Hoe verklaar je dat?

‘Vroeger werkte ik meer resultaatgericht. Ik probeerde als het ware iemands klacht op te lossen. Dan begeef je je al in een fuik, want je kan het nooit oplossen voor een ander. Nu laat ik het resultaat helemaal los, ik durf te zijn met wat er is. Ik focus uit en luister goed naar de hulpvraag van de cliënt. Vervolgens zeg ik dat we alles loslaten, dat we met het lichaam gaan praten en alles laten komen wat er moet komen. Zo kom je veel dichter bij de bron. Daar waar het om gaat. Die hulpverleningsdrive die ik had, zorgde ervoor dat ik voor die ander ging werken. Op het moment dat ik een cliënt zo wil helpen, zit ik in de energie van die cliënt. Dan kan je eigenlijk al niet meer helpen. En wellicht gebeurt er iets wat hij van huis uit ook al gewend is, dat zijn moeder op zijn nek zit. Daarom is het belangrijk dat je als therapeut ook je eigen bewegingen leert kennen. Overigens zit er nog meer aan vast. Je komt bijvoorbeeld niet verder dan waar je als therapeut je eigen blokkades hebt opgelost.’

Richt jij je op een speciale doelgroep?

‘Nee, het kan van alles zijn. Ook behandel ik veel therapeuten die voor zichzelf komen. En laatst had ik een golf van allemaal jonge mensen. Dit werk vind ik overigens niet geschikt voor kleine kinderen.’

Omdat?

‘…die nog heel loyaal aan het systeem zijn. Je kan wel voelen hoe het kind in zijn lijfje zit en kijken of je daar iets mee kan. Maar je doet niets in het familiesysteem. Dat komt omdat het kind nog afhankelijk is de ouders en altijd loyaal aan hen is. Tot 7 jaar bevindt een kind zich in de gronding van de moeder.’

Systemisch werk is een therapeutische methode die is ontwikkeld door de Duitse psychiater Bert Hellinger. Hij ontdekte dat gezins- en familiedynamieken met al hun onbewuste processen zichtbaar worden in een ruimtelijke opstelling. De inzichten die dat biedt, helpen om de energie van verstrikkende familierelaties te transformeren. Wie onbewust een plek in het familiesysteem bezet die niet past, kan alsnog de juiste innemen. Systemisch werk is een verzamelnaam die aangeeft dat er verbinding bestaat tussen systemen. Familieopstellingen zijn een vorm daarvan, organisatieopstellingen ook.

Wil je nog wat vertellen over je laatste boek, Het veld van aandacht?

‘Het is een boek voor therapeuten, maar ook voor leken die geïnteresseerd zijn in bewustwording. Ik leg stap voor stap uit wat de ziel is, hoe een familieopstelling werkt, hoe groot de invloed van de familie op het lichaam is en hoe je van daaruit klachten krijgt. Er staan allerlei oefeningen in beschreven, bijvoorbeeld om uit je hoofd in je lijf te komen. En ik geef praktijkvoorbeelden.’

Een heel andere vraag, hoe kom jij de coronatijd door?

‘Ik kan niet werken, want ik kies ervoor om mensen aan te raken. Dat vind ik in mijn werk belangrijk om te doen. Dus pak ik de kans om in mijzelf te keren. Ik wandel veel, lees en schrijf veel, ben veel buiten. Toch voel ik me tegelijkertijd heel betrokken bij de maatschappij. Ik heb allerlei ideeën over wat gaande is. Ik zie corona als een oproep om anders met de wereld om te gaan. Ik heb daar een blog over geschreven, die staat op mijn website. De angst die er is, zuigt je naar waar je niet moet zijn. Dat geldt voor het lichaam, maar ook voor de maatschappij. Het gaat erom hoe je uitzoomt en weer overzicht krijgt over het geheel. Dat houdt me bezig. Ik denk dat we als wereld ook in een trauma zitten. Er is zo’n verkokering, zo’n angstcultuur. We moeten uitzoomen naar het grotere veld en zien wat de wereld nodig heeft.’

Hoelang ben je NWP-lid?

‘Dat zou ik niet eens precies meer weten, ik denk nu zo’n 25 jaar. Nadat ik in 1984 afstudeerde, ben ik eerst nog lid van een andere beroepsvereniging geweest. Maar ik wilde een degelijker vereniging en zo ben ik bij de NWP gekomen.’

Wat vind je sterk aan de NWP?

‘Ze zijn goed georganiseerd. Ze ondersteunen de leden in alle aspecten die nodig zijn om het vak uit te oefenen. Er worden immers vanuit de overheid en de zorgverzekeraars steeds meer eisen aan ons gesteld. Daar worden we goed van op de hoogte gehouden, dat is heel fijn. De vereniging bestaat uit veel betrokken mensen.’

Heb je nog advies voor je collega’s?

‘Nee, want ieder heeft zo zijn eigen manier van werken.’

www.hetroepenvandeziel.nl

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

15 augustus, 2026

Thema

NWP Magazine 2021

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen