Misverstanden (en ophelderingen) over ADHD
Door: Lucas Flamend
In 2010 publiceerden dr. Nigel Williams van de Cardiff University School of Medicine en zijn collega’s een onderzoek waaruit bleek dat kinderen met ADHD genetische afwijkingen hebben. Volgens de onderzoekers waren hun bevindingen een direct bewijs dat ADHD wordt veroorzaakt door genetische factoren. Ook stelden ze er geen verband is tussen sociale oorzaken zoals opvoeding en ADHD-symptomen. Wat volgde was een stormvloed van protest van andere wetenschappers. Veel critici waren het niet eens met deze bevindingen. Een ervan merkte op dat de auteurs vergeten waren te definiëren wat ‘genetisch’ nu eigenlijk betekent. Veel mensen, voornamelijk leken, maar ook een deel van de zorgverleners, zien ‘genetisch’ als een toestand van onveranderlijkheid. Je erft het zwarte haar van je vader en de lange benen van je moeder. ‘Een genetische afwijking heb je voor het leven’ – is wat de meeste mensen denken.
De hardware en de software
Erfelijkheid bestaat uit twee componenten. Het eerste is de hardware; dat deel gaat over het zwarte haar en de lange benen. De hardware vertegenwoordigt de onveranderlijke genetische eigenschappen, het domein van de genetica. De hardware kun je niet veranderen, maar wel beïnvloeden. De tweede component gaat over de software. Genen hebben informatie nodig over hoe hun omgeving eruitziet. De interactie tussen de genen en hun omgeving is het domein van de epigenetica.
De werking van de software wordt beïnvloed door omgevingsfactoren. Eet men te veel suiker, dan passen de genen zich aan door een toestand van insulineresistentie te creëren; dit noemen we epigenetische adaptatie. Een ander concreet voorbeeld van epigenetische adaptatie, maar ditmaal erfelijk, is roken. Het rookgedrag van de voorouders veroorzaakt een verhoogde kans op spataders bij hun nageslacht.
Neem je toekomst (en die van je nageslacht) in eigen hand
De genen die invloed hebben op ADHD, omvatten twee componenten: enerzijds de genetische eigenschappen die onveranderlijk zijn en anderzijds de epigenetische eigenschappen. Beide componenten worden beïnvloed door de omgeving. Bijvoorbeeld iemand met een traagwerkend GAD, het enzym dat glutamaat omzet in GABA, is geholpen met een omgeving die zo weinig mogelijk glutamaat verhoogt. Ondanks de genetische afwijkingen kan men de afwijkende genen dus positief beïnvloeden.
Ander voorbeeld: je erft een epigenetische afwijking van je ouders: het gen dat de insulinegevoeligheid moet reguleren is verzwakt, bijvoorbeeld omdat je vader voordat je werd verwekt, behoorlijk wat overgewicht had. Ga je dan voeding eten die insulinepieken veroorzaakt, dan vererger je de aanleg die je vader doorgaf. Door je levensstijl te veranderen, door gezond te eten, te bewegen en voldoende te slapen, ‘corrigeer’ je de epigenetische adaptatie van je vader. Met als gevolg dat je kinderen een gen erven dat minder insulineproblemen veroorzaakt. Het zal je inmiddels duidelijk zijn: door de omgevingsfactoren in je leven te verbeteren of te verergeren, heb je invloed op je epigenetische eigenschappen, die van jezelf en die van je nageslacht.
Over de auteur
Lucas Flamend begon zijn carrière als bachelor ziekenhuisverpleegkundige. Twintig jaar geleden startte hij een eigen praktijk als psychotherapeut na een vierjarige opleiding transpersoonlijke psychotherapie. Als ADHD-ervaringsdeskundige specialiseerde hij zich gaandeweg in de ADHD-problematiek. Hij merkte dat de psychische klachten van ADHD gepaard gaan met lichamelijke klachten. Na een aantal opleidingen – onder meer voor EEG-analist in Amerika en orthomoleculaire geneeskunde in Nederland – is hij zich meer gaan richten op de fysieke oorzaken van ADHD. Zo kwam hij uit bij de epigenetica, een tak van de geneeskunde die vijftien jaar geleden nog in de kinderschoenen stond. De epigenetica bestudeert de invloed van omgevingsfactoren zoals voeding en stress op de werking van de genen.
Eind 2019 kwam zijn tweede boek uit De epigenetica van ADHD & glutamaat.
