Raakbaarheid en kwetsbaarheid: durven verbinden
Kirsten Riepma-Heusinkveld van Stichting Rosegaarden schrijft over raakbaarheid, kwetsbaarheid en verbinding. Zoek je dit woord op, dan vind je omschrijvingen als: de kwaliteit waarmee we oorspronkelijk open en uitnodigend naar de wereld zijn, om kennis, waardering, goedkeuring, ondersteuning en aanmoediging te ontvangen. Daarbij hoort ook de bereidheid om kritische reacties te krijgen.
Voor de voedende boodschappen die we ontvangen, staan de meesten van ons makkelijk open. Maar hoe gaat dat met de meer kritische boodschappen? Zelf zoek ik een woord dat naadloos aansluit bij dit begrip en kom uit bij kwetsbaarheid. Duidt dat woord meer op pijn dan op geluk? Of riekt het ook naar slachtofferschap?
Toch zit in kwetsbaarheid ook het verlangen om elkaar te ontmoeten als mens, niet achter een masker of vanuit een functie. Open en transparant zijn over hoe het echt met je gaat. Op een dieper niveau contact maken met jezelf en anderen daarin meenemen. Dat zou uiteindelijk toch meer geluk moeten opleveren dan pijn.
Verbinden heeft ook te maken met onvoorwaardelijk liefhebben, en liefhebben kan niet zonder waarheid. Daarin zit zowel geluk als soms ook pijn. De Amerikaanse onderzoeker Brené Brown kwam in haar veelbekeken TED-talk over de kracht van kwetsbaarheid tot een vergelijkbare conclusie: juist de bereidheid om je kwetsbaar op te stellen blijkt de kern te vormen van betekenisvolle menselijke verbinding.
Het durven spreken over verdriet, en het luisteren naar verdriet, geeft een relationele verbinding die veel steviger is dan samen plezier maken (wat natuurlijk ook belangrijk is). De essentie zit in het durven spreken en vooral in het kunnen luisteren. Dit creëert corrigerende ervaringen waarin de onzekerheid van “ik mag er wel zijn” weer draagkracht krijgt.
Zoals psychiater Dirk de Wachter het treffend verwoordt:
Ik mag spreken.
Er wordt geluisterd.
Ik mag er zijn.
Ik ben de moeite waard.
Dit zijn fundamentele zaken die rechtstreeks te maken hebben met durven verbinden en met openstaan voor de ander. Laten we bij onszelf beginnen: hoe kan ik zorgzaam zijn voor mezelf en voor de ander?
In verbinding zit leven, de zuurstof die we allemaal nodig hebben, zowel met onszelf als met de ander. Raken we elkaar nog? Laat jij je raken? Hoe gemakkelijk dat gaat, hangt onder meer af van je emotionele volwassenheid, je hechtingsverhaal en de groei die je doormaakt richting meer autonomie. Dat betekent minder coregulatie met de ander en meer zelfregulatie. Ik noem dat proces vaak “beenversterking”: je weet de plek in te nemen die voor jou bedoeld is, en daarin goed voor jezelf te zorgen. Ook onafhankelijker worden van de goedkeuring of afwijzing van de ander hoort daarbij.
Dit alles zorgt ervoor dat je je niet hoeft te verbergen. Je durft tevoorschijn te komen, omdat je contact maakt met jezelf en jezelf geeft wat we allemaal nodig hebben: onze hechtingsbehoeften, zoals onvoorwaardelijke liefde, veiligheid en erkenning. Deze basisbehoeften zijn ook terug te vinden in de gehechtheidstheorie van John Bowlby, die liet zien hoe vroege bindingservaringen ons vermogen tot verbinding later in het leven blijven beïnvloeden.
Wie voorziet jou in die behoeften: de ander, of lukt het je vooral zelf? Als dat laatste lukt, blijf je je eigen Gezonde Volwassene, met als resultaat een breder venster van verdragen. Zo blijf je in verbinding met jezelf en met de ander, met als resultaat dat het je goed blijft gaan.
Ik wens onszelf als mens en als hulpverlener toe, maar ook onze cliënten, dat we blijven groeien in raakbaar zijn en kwetsbaar durven zijn, en zo te verbinden. Mijns inziens is dat een cadeau dat je aan jezelf en aan de ander kunt geven. Wie meer wil lezen over verbinding en persoonlijke groei, vindt verwante verhalen op de thema-pagina van TCC Magazine.
In mijn praktijk bij Stichting Rosegaarden zie ik hoe moeilijk het voor veel mensen is om deze raakbaarheid toe te laten. Vaak is er onderweg een moment geweest waarop open en kwetsbaar zijn niet werd beloond, maar juist pijn deed. Dan leren we onszelf aan om raakbaarheid in te ruilen voor controle, of voor een harnas dat ons beschermt maar ons tegelijk ook afsluit van echte verbinding. Het herstel van raakbaarheid begint vaak met iets kleins: één keer eerlijk zeggen hoe het echt met je gaat, tegen iemand die je vertrouwt.
Wat ik in gesprekken vaak terugzie, is dat mensen bang zijn dat hun raakbaarheid als zwakte wordt gezien. In de praktijk gebeurt vaak het tegenovergestelde: juist wanneer iemand zich kwetsbaar durft op te stellen, ontstaat er ruimte voor een dieper contact. Collega’s, partners en vrienden voelen zich uitgenodigd om ook hun eigen raakbaarheid te tonen. Zo werkt het als een olievlek: de een die de moed vindt, geeft de ander stilzwijgend toestemming om hetzelfde te doen.
Het mooie is dat raakbaarheid geen vaststaande eigenschap is die je wel of niet hebt, maar iets dat je stap voor stap kunt oefenen. Begin klein: deel één echt gevoel met iemand die je vertrouwt, in plaats van het gebruikelijke “het gaat goed”. Merk wat het met je doet, en met de ander.


