Maskers in mijn praktijk
Door Willem Pinksterboer
In openbare ruimtes dragen we tegenwoordig mondkapjes om onszelf, elkaar en de maatschappij te beschermen tegen de gevolgen van het telkens opnieuw om zich heen grijpende coronavirus. Een jaar geleden was dat ondenkbaar, maar nu is het al bijna normaal. Door zo’n mondkapje te dragen en afstand van elkaar te houden, houden we de gezondheidzorg en daarmee de maatschappij zoveel mogelijk overeind.
Hoewel ik die toegenomen afstand en het dragen van zo’n kapje onplezierig vind, doe ik wat er van me gevraagd wordt. Ik ben geen activist; ik beweeg mee met de keuzes die de maatschappij hierin maakt en heb daar weinig moeite mee. Een mondkapje dragen heeft ook een grote symbolische waarde. Ik laat ermee zien dat ik het virus serieus neem, bereid ben mijn verantwoordelijkheid te nemen en zorg draag voor de ander. Ook daarom voelt het goed om in de openbare ruimte mijn mondkapje op te zetten. Maar ik had het wel moeilijk met dat ik ook verplicht in mijn praktijk een mondkapje moest dragen, juist vanwege die symbolische betekenis.
Een mondkapje is een symbool dat duidelijk maakt dat kwetsbaarheid moet worden afgeschermd. Wie dat symbool draagt, laat zien dat hij zijn steentje bijdraagt en dat afstand houden de veilige keuze is. In de psychologie staan maskers voor de overlevingsmechanismen die ervoor zorgen dat we wenselijk gedrag vertonen: ze zorgen ervoor dat we onszelf niet werkelijk laten zien. We trekken ons terug en zijn niet meer in staat wezenlijk contact te maken. Achter het dragen van een masker schuilt altijd kwetsbaarheid.
Het woord ‘samen’, dat wordt gebruikt in de campagnes die ons oproepen een mondkapje te dragen en anderhalve meter afstand te houden, wijst niet op de gevoelde verbinding tussen een groep mensen, maar op het systeem dat we als individuen met z’n allen moeten dragen. We zijn als mensen opzichzelfstaande, dragende pilaartjes geworden. Als je kwetsbaar bent, verlies je je functie en je waarde voor de samenleving; je doet dan niet meer mee. Eenzaamheid werd al lang voor de coronacrisis een steeds groter probleem en het aantal mensen met psychische klachten neemt al langer steeds verder toe. De coronacrisis versterkt die trend. Hoe minder ruimte er voor onze kwetsbaarheid is, des te duidelijker die zichtbaar lijkt te worden.
In mijn praktijk gelden andere normen en waarden. Het is een safe haven waar alle ruimte is om kwetsbaar te zijn en tijd en aandacht is voor de gevoelens die dat met zich meebrengt. Je hoeft in mijn praktijk niet overeind te blijven. Niet wat je presteert staat centraal, maar wie je bent, wat je voelt en wat je nodig hebt. In mijn praktijk nodig ik mensen uit hun masker af te zetten en zichzelf zichtbaar te maken, zodat er werkelijk contact kan ontstaan. Nu mensen in mijn praktijk wettelijk verplicht zijn een masker op te houden, dringt de maatschappij met haar normen en waarden binnen in mijn veilige domein. Dat doet me pijn en het bemoeilijkt mijn werk.
Nu zou je kunnen zeggen dat mijn ongemakkelijke gevoelens hierover niet belangrijk zijn, omdat het op dit moment gaat om de feitelijke bescherming die de mondkapjes bieden. Waarschijnlijk zou je daar gelijk in hebben, en daarom houd ik me aan de regels. Toch denk ik dat ongemakkelijke gevoelens over mondkapjes een belangrijke boodschap vertellen over de manier waarop we ons in deze samenleving tot onze kwetsbaarheid verhouden. Wat kwetsbaar is, heeft niet alleen bescherming en versterking nodig, maar ook nabijheid, erkenning, permissie en waardering. Alleen als we dat begrijpen, kunnen we als individu en als maatschappij, evenwichtige keuzes maken.
Willem Pinksterboer heeft een praktijk voor oosterse geneeswijzen en is als docent verbonden aan acupunctuuropleiding TCMA. Hij schrijft artikelen en geeft lezingen over filosofie, zingeving, gezondheid en de positie van de alternatieve geneeswijzen in de gezondheidszorg. www.willempinksterboer.com

