Het bevuilde nest

José Al over onveilige hechting door vroegkinderlijk trauma, verhuld in gezinnen met een hogere sociale status.

Het bevuilde nest

Door José Al

Wanneer je ter wereld komt en opgroeit in een bevuild nest, staat jouw wieg op een plek waar alle kleuren en vormen van een onveilige hechting al enkele generaties lang bestaan. Zo’n bevuild nest kan goed gemaskeerd worden door bijvoorbeeld een hogere sociale status en maatschappelijke klasse, vanwege de wolk van aanzien en prestige die eromheen hangt. Je kunt, van kinds af aan, ervaren dat mensen tegen je familie opkijken en je ouders mogelijk als voorbeeld zien. Bovendien worden mensen met een hogere status over het algemeen gerespecteerd, dus wie vangt dan de signalen, dat je bang en onveilig bent, op?

Dit verhaalt in een notendop waarom incest in een dergelijk milieu nauwelijks herkend wordt. We hebben het hier over incest, – actief of passief – door beide ouders gepleegd. Vermengd met affectieve verwaarlozing, vormen van psychische mishandeling en huiselijk geweld. Ik wil de lezer een blik over de schutting geven hoe de onderbelichte sfeer, die rond misbruik zweeft, aan onzichtbare waslijnen buiten hangt en tot vaak onderschatte gevolgen op volwassen leeftijd leidt. Hoe het Stockholmsyndroom onder de huid van deze kinderen kruipt en het trauma zich een weg baant naar de meest donkere en eenzame plek van de ziel, om zich daar te verstoppen en uiteindelijk te nestelen.

Al zo’n twintig jaar werk ik als psychotraumahulpverlener met volwassenen die het getraumatiseerde kind nog in zich meedragen. In de afgelopen jaren heb ik zo ongeveer duizend vrouwen en achthonderd mannen binnen deze doelgroep, die vastgelopen zijn door een onverwerkt trauma, gesproken. Uit al deze contacten en ervaringsverhalen is er een onderbelichte groep slachtoffers met onveilige hechting door vroegkinderlijk trauma naar voren gekomen.

Het zijn in de eerste plaats slachtoffers van wat ik de ‘derde generatie’ noem. Dat wil zeggen dat ook de ouders en grootouders van deze groep slachtoffers opgegroeid zijn in een gezin waarin incest, affectieve verwaarlozing en huiselijk geweld ingebed is in de gezinsstructuur. Ik hanteer in dit boek hiervoor de beeldspraak: geboren worden in een bevuild nest. Een aantal slachtoffers is zo moedig geweest te delen dat zij ook dader (geweest) zijn.

Een tweede factor is de combinatie van dit ‘bevuilde nest’ tezamen met het opgroeien in een gezin van een bovengemiddelde sociaal-maatschappelijke klasse als achtergrond. Dit kunnen ouders zijn die post-hbo- en/of universitair geschoold zijn. Maar ook ouders die zich financieel in de bovenlaag van de maatschappij bevinden doordat zij zich bijvoorbeeld als ondernemer, artiest of topsporter op de kaart gezet hebben. Hiermee heb ik het stigmatiserende en stereotypische beeld dat misbruik vooral voorkomt in de sociaal zwakkere milieus en praktisch opgeleiden met beperktere (sociale) vaardigheden en minder maatschappelijke kansen, rigoureus willen doorbreken en het gemaskeerde disfunctionele gezin willen belichten.

Daarnaast wil ik het algemene beeld bijstellen dat geweld, mishandeling en incest voornamelijk door mannen gepleegd worden. Hierdoor wordt er te vaak en te snel aan moeders voorbij gegaan als mogelijke dader. Tezamen met het heilige huisje dat met name moeders het beste voorhebben met hun kind. Dit is onomstotelijk uit mijn onderzoek onder vijfhonderd zorgprofessionals naar voren gekomen. Het is voor slachtoffers met deze achtergrond bijna onmogelijk om kenbaar te maken dat de schade door béide ouders aangericht is. Misbruik en geweld door de vrouw zijn nog steeds lastig in onze denkstructuren op te nemen. Helemaal wanneer de vrouw de agressor en initiator van het misbruik is en geen clichématig kwetsbaar slachtoffer van haar dominante man.

De daders die ik gesproken heb, zijn tevens slachtoffer en komen ook duidelijk in beeld, zodat zij niet onzichtbaar blijven. Daders worden in de media en de publieke opinie, maar ook binnen justitie en hulpverlening, regelmatig met afkeer en walging tegemoet getreden. Hoe begrijpelijk ook, ontstaat dan al snel in gedachten een beeld van een soort ‘Boris Boef’. Ongeschoren met een zwart/wit gestreept shirt. De slechtheid zelf. De realiteit laat ons iets anders zien: mensen die eruitzien als jij en ik. Daarom is het belangrijk het daderbeeld nooit te ver buiten jezelf te plaatsen. Wie nog steeds uitgaat van het beeld van Boris Boef, maakt de kans op daderherkenning nihil. Laten we niet vergeten dat wij allemaal wel een dader van misbruik kennen. Misschien zelfs als je met een open blik in de spiegel durft te kijken. Want misbruik – passief of actief – heeft zoveel kleuren en vormen. Het is hoe dan ook, van onschatbare waarde wanneer wij ook de dader(s) sneller leren herkennen. En er contact mee maken, niet wegkijken of vermijden, zodat de cirkel die met regelmaat al generaties voortduurt, doorbroken kan worden. Achter elke voordeur schuilt een verhaal.

Dit boek is allesbehalve een einddoel, maar juist een nieuwe deur die opengaat, een onderdeel van een groter geheel. Het is vooral een stapsteen naar de lezingen en themadagen die ik als deskundigheidsbevordering geef. Voor de volle breedte van onze zorgprofessionals, ervaringsdeskundigen en lotgenoten. Om van het geschreven woord over te stappen naar het gesproken woord en zodoende de drempel naar dit beladen onderwerp te verlagen. Zodat heldere woorden gehoord kunnen worden voor het onzegbare dat zo vaak versluierd blijft liggen. Woorden die getuigen van de impact en sfeer van het bevuilde nest op het latere leven van het slachtoffer.

Of je nu beroepsmatig, slachtoffer of anderszins persoonlijk betrokken of gewoon geïnteresseerd bent, dit boek zal niemand onberoerd laten. Het personage Astrid deelt aangrijpend eerlijk haar herinneringen, ervaringen en strijd. De verdiepende toelichting, theoretische onderbouwing en de onderzoeksresultaten schetsen daarnaast onverbloemd een haarscherp beeld van de wereld van slachtoffers én daders, en de levenslange gevolgen van misbruik, verwaarlozing en huiselijk geweld. Het ervaringsgerichte onderzoek onder tweehonderd cliënten met deze achtergrond is een zeer waardevolle completering van dit boek. Want van wie kunnen we nu meer leren dan van de cliënten zelf?

Kindermishandeling – actief of passief – vindt plaats door de ouders of andere personen van wie het kind in een relatie van afhankelijkheid of onvrijheid staat. Kindermishandeling gaat in eerste instantie om het kind, maar kinderen groeien op en zijn op een gegeven moment volwassen. Veel van deze volwassenen lopen rond met onverwerkt of onvoldoende verwerkte gevolgen van kindermishandeling. In mijn dagelijkse praktijk van traumahulpverlening werk ik met het getraumatiseerde kind dat voortleeft ín de volwassene – nadat het onveilige bevuilde nest verlaten is. Wanneer de volwassene het leven tegemoet treedt terwijl alle alarmbellen van het overlevingsmechanisme áán zijn blijven staan.

De verborgen complexe PTSS, het Stockholmsyndroom dat onder de inmiddels volwassen huid is gekropen. Ik ervaar het als mijn missie om een maatschappelijke bijdrage te leveren aan een ruimere bewustwording van misbruik dan wat doorgaans in de samenleving, literatuur en media naar buiten komt. Van daaruit heb ik twee onderzoeken gedaan (onder vijfhonderd zorgprofessionals en onder tweehonderd cliënten), heb het boek geschreven en geef deze samenkomsten als deskundigheidsbevordering. Ik richt mij op de zorgprofessionals en/of ervaringsdeskundigen die (nog meer) verdieping, inzicht, kennis en kunde in een onveilige gehechtheid willen verfijnen en ontwikkelen. Maar ik kan dit niet alleen; daar zijn betrokken collega’s voor nodig! Wat ik wil aanbieden, is dat je het boek – als collega/lezer van TCC Magazine – met flinke korting kunt bestellen. Want alleen ga je sneller, maar samen komen we verder!

Kijk voor meer informatie op www.dewegnaarbinnen.nl

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

TCC Magazine 2021

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen