Een goede gezondheid begint in de darm
Door André Frankhuizen
Heeft uw cliënt twee keer per dag stoelgang? Voelt hij of zij zich altijd goed na het eten, slaapt rustig en wordt uitgerust wakker? Heeft uw cliënt daarbij ook nog eens de hele dag volop energie, geen stemmingswisselingen of overmatige behoefte aan zoetigheid? Dan mag u hem of haar van harte feliciteren!
Helaas, de geschetste situatie komt zelden in de praktijk voor. Vrijwel iedereen heeft klachten op één of meerdere gebieden. Dit varieert van verstopping of juist waterdunne ontlasting, tot voedselallergieën en prikkelbaredarmsyndroom. Baanbrekend onderzoek laat zelfs zien dat een problematische darmflora gerelateerd is aan verschillende mentale aandoeningen, waaronder depressie, autisme en ADHD.
Willen we ons weer goed voelen, dan moet er dus structureel iets aan onze darmflora veranderen. Maar de wisselwerkingen tussen omgeving, microbioom en gezondheid zijn complex. Om dit op te helderen, beschrijven we in dit artikel eerst de evolutionaire achtergrond en leeftijdgerelateerde ontwikkeling van onze darmflora. Vervolgens laten we zien waarom onze westerse levensstijl voer is voor pathogenen en geven we u handvatten voor een succesvol herstel.
De mens en zijn darmflora: een innige symbiose
Onze darmflora bevat honderden biljoenen cellen. Geschat wordt dat er tot wel 10.000 verschillende soorten bacteriën in onze darmen leven. Dat zijn ongeveer tien keer zoveel bacteriën als menselijke cellen. We zijn dus sterk in de minderheid.
Sommige van onze bacteriën zijn een leven lang in meer of mindere mate aanwezig en houden ons gezond, zoals lactobacillen en bifidobacteriën. Andere maken ons ziek als ze maar de kans krijgen, zoals Clostridium difficile. Weer andere zijn passanten die meeliften op onze voeding en na een kort verblijf weer vertrekken.
Maar ondanks het komen en gaan van bacteriën, is de bezetting onder normale omstandigheden relatief stabiel en vertoont de populatie een voorspelbare ontwikkeling door het leven (zie: Waaruit bestaat een goede darmflora?). Hoe is deze situatie geëvolueerd? En waarom geeft zij ons tegenwoordig zo veel problemen?
Evolutie en hedendaagse levensstijl
De mens blijkt binnen zijn natuurlijke leefomgeving relatief harmonieus te hebben samengeleefd met zijn bacteriën, schimmels en gisten (Brewster, 2013). Wat hebben we elkaar eigenlijk te bieden? De mens is een stabiele, warme en relatief beschermde leefomgeving waarin bacteriën graag verblijven. Als tegenprestatie beschermen ze ons interne milieu en hebben ze in de loop van de evolutie taken van ons lichaam overgenomen. Dat levert natuurlijk ook gewoon een voordeel voor hen op: als wij lang in goede gezondheid leven, doen zij dat ook.
De leefomgeving die we tegenwoordig bieden, lijkt echter steeds minder op die van toen. Het moderne geïndustrialiseerde leven wordt gekenmerkt door nieuwe invloeden van buitenaf, waaronder ongepaste voeding, bewegingsarmoede, stress, verstoorde bioritmen en antibiotica (zie: Hoe antibiotica onze darmflora verstoort). Daardoor verdwijnen voornamelijk onze gunstige darmbewoners; de nis die zo ontstaat, wordt ingepikt door ongunstige bacteriën (Dunn, 2011).
“De gezondheid van een mens is een functie van zijn darmflora.” – Brewster, 2013
Factoren die de natuurlijke kolonisatie van de darm veranderen:
- Keizersnede
- Geen of kortdurende borstvoeding
- De kwaliteit van kolonisatie op jongere leeftijd
- Een overdaad aan suiker en gebrek aan fermenteerbare vezels
- Medicijnen, zoals antibiotica en NSAID’s
- Stress, burn-out, ouderdom, ziekte
De meeste van deze factoren zijn kenmerkend voor ons westerse levenspatroon. De tendens lijkt te zijn: hoe groter de ‘welvaart’, hoe nadeliger voor onze darmflora. Uit vergelijkend flora-onderzoek onder chimpansees, jagers-verzamelaars en stedelingen komt inderdaad ook duidelijk een graduele afname van het aantal gunstige bacteriesoorten naar voren (Gomez et al, 2016).
Gevolgen voor de gezondheid
Kolonisatie door ongunstige bacteriën heeft op termijn een scala aan ernstige gevolgen voor de gezondheid. De eerste tekenen zijn echter zo alledaags dat veel mensen ze niet als symptoom herkennen; het begint namelijk met spijsverteringsklachten zoals winderigheid, diarree of obstipatie (Brewster, 2013). Dit gaat altijd gepaard met een verminderde spijsverteringscapaciteit en een verminderde opname van voedingsstoffen, waardoor het lichaam niet goed meer van nutriënten wordt voorzien.
Wanneer iemand zich uiteindelijk bij een therapeut meldt, voelt hij of zij zich niet optimaal, maar weet niet goed hoe dit komt. Na verloop van tijd zijn de klachten erger geworden en is de oorzaak ervan voor de cliënt niet meer inzichtelijk. Dat is ook niet moeilijk te begrijpen; het is niet gebruikelijk om de oorzaak van bijvoorbeeld depressie of onrust te zoeken in een problematische darm. Vaak is dit echter wel de voornaamste boosdoener.
Waaruit bestaat een goede darmflora?
Een goede flora bestaat uit een brede variëteit van stammen, waarbij de gunstige bacteriën de overhand hebben. De basis voor een goede volwassen flora wordt al bij de foetus gelegd. Wanneer op jonge leeftijd geen goede kolonisatie op gang komt, kan dit de mate beperken waarin zich op latere leeftijd een goede darmflora ontwikkelt.
Hoewel men voorheen dacht dat de darm van de foetus steriel was, is vrij recent ontdekt dat deze al een kleine hoeveelheid bacteriën huisvest (Jiménez et al, 2008). Deze bacteriën zijn afkomstig van de placenta van de moeder en lijken het meest op bacteriën die ook in de mond van de moeder worden aangetroffen (Stout et al, 2013). Een goede (orale) flora tijdens de zwangerschap is dan ook essentieel voor een goede eerste enting van de prille darm. Voldoende is dit echter niet.
Vaginale geboorte of keizersnede
Tijdens een vaginale geboorte worden veel goede bacteriën via de vaginale flora overgebracht op de baby. Ook bij de borstvoeding komt de flora van de moeder rond de tepelhof uiteindelijk bij de baby in de darm terecht. Wanneer men met een keizersnede wordt geboren en/of wanneer men geen borstvoeding krijgt, is het aantal goede bacteriën dat zich kan vestigen, dus ook minder.
Het blijkt dat keizersnedekinderen een grotere kans hebben om allergische klachten te ontwikkelen, zoals astma, eczeem, auto-immuunziekten en overgewicht. Men vindt in de darmen een hoger aantal firmicuten, net als bij volwassenen met overgewicht. Bovendien zijn er minder bifidobacteriën en bacteroïdes en vaker Clostridium difficile aanwezig (Kuitunen et al, 2009).
Insmeren met vaginale flora
Amerikaanse onderzoekers keken of de darmflora zich wel normaal ontwikkelt, wanneer keizersnedekinderen worden ingesmeerd met vaginale bacteriën van de moeder (Dominguez-Bello et al, 2016). Aan het onderzoek deden 18 baby’s mee, waarvan 11 via een keizersnede waren geboren. Een viertal van hen werd binnen een minuut na de geboorte ingesmeerd met vaginale bacteriën, onder andere op de huid en rond de mond en anus.
Dertig dagen later leek de bacterieflora op deze plekken sterk op die van baby’s die vaginaal ter wereld waren gebracht. Het aantal bacteriesoorten was wel iets minder. Keizersnedekinderen die niet waren ingesmeerd, hadden de armste bacterieflora. Het insmeren met vaginale bacteriën is nog geen algemeen gebruik in ziekenhuizen, mede vanwege strenge hygiëneprotocollen.
Ontwikkeling door het leven
De eerste acht maanden van het leven hoort de darmflora vooral te bestaan uit bifidobacteriën. Dit zijn sterke zuurvormers die het prille milieu moeten beschermen tegen overgroei van pathogenen. Zijn die er niet of in mindere mate, dan krijgen ongunstige bacteriën de kans om zich te vermeerderen. Men herkent dit aan krampjes, gasvorming, winderigheid, obstipatie, stinkende ontlasting of diarree. Dan is het altijd aan te bevelen om als probioticum Bifidobacterium infantis samen met Lactobacillus rhamnosus toe te dienen.
Volwassenen
De volwassen flora ontwikkelt zich onder natuurlijke omstandigheden tot een brede diversiteit van stammen (zie afbeelding: Evolutie van de microflora). Naarmate men ouder wordt, neemt het aandeel gunstige darmbewoners weer af. Het aantal darmklachten en gerelateerde gezondheidsproblemen neemt gaandeweg het leven dus toe.
Ouderen
De oudere mens heeft vooral last van een afname van de groep van bifidobacteriën en anaerobe bacteriën, terwijl het aantal enterobacteriën toeneemt (Hebuterne 2003, Hopkins 2002 en 2004). De afname van vooral zuurproducerende bifidobacteriën geeft aanleiding tot de ontwikkeling van een minder zuur milieu in vooral de dunne darm. Andere minder zuurresistente kolonies, zoals de Clostridium difficile, krijgen daardoor de kans zich uit te breiden. Zo blijkt diarree bij ouderen meestal veroorzaakt te worden door deze laatste bacterie.
Hoe antibiotica onze darmflora verstoort
Wat doet antibiotica precies met onze darmflora? Wordt alleen de boosdoener aangepakt, of gaat de grote bezem erdoorheen? We denken vaak het laatste, maar het is geen van beide. En dat is precies het probleem.
Bioloog Robert Dunn beschrijft het met een beeldende metafoor in zijn boek over onze flora The Wild Life of Our Bodies (Dunn, 2011): “We besproeien onze gewassen en tuinen om het onkruid te verdelgen, maar daardoor schiet het superonkruid omhoog tussen de scheuren in het cement.”
Hetzelfde gebeurt in onze darmen als we antibiotica gebruiken: we verdelgen de zwakke pathogenen, terwijl het ‘superonkruid’ juist blijft zitten. Ook in onze darmen is het een survival of the fittest; door antibiotica toe te dienen, versnellen we het proces van natuurlijke selectie in het voordeel van de pathogenen.
Antibiotica in de vroege kindertijd
Al in de vroege kindertijd kan door het gebruik van antibiotica de opbouw van een goede darmflora verstoord raken (Korpela et al., 2016). Vooral de macrolide antibiotica zoals azitromycine of claritromycine – welke algemeen worden ingezet bij longontsteking – hebben een grote negatieve impact.
Uit de resultaten van het onderzoek blijkt dat antibioticagebruik duidelijk is terug te zien. Antibiotica verminderen de diversiteit en remmen de leeftijdgerelateerde ontwikkeling van de darmflora. Vooral de darmflora van kinderen die in de twee voorgaande levensjaren macrolide antibiotica hadden gekregen, week af van de norm. Het is bekend dat het gebruik van antibiotica op jonge leeftijd een verhoogde kans geeft op IBD, astma en obesitas.
Antibiotica niet alleen maar slecht
Bij potentieel dodelijke aandoeningen zijn antibiotica vaak de enige oplossing. Maar dat is niet meer waarvoor antibiotica hoofdzakelijk worden gebruikt; toepassing bij kleine kwaaltjes, preventief gebruik en gebruik binnen de intensieve veeteelt spelen onze natuurlijke vijanden in de kaart en verdunnen de slagkracht van ons sterkste medische wapen. Staphylococcus aureus heeft hierdoor kunnen evolueren tot de nauwelijks te bestrijden MRSA-bacterie. Deze is resistent geworden voor alle vormen van penicilline en vormt een steeds groter risico voor de volksgezondheid (WHO, 2014).
Wat een gezonde darmflora voor ons doet
Waarom is het eigenlijk zo slecht als onze ‘gunstige’ bacteriën uit onze darmflora verdwijnen? Eén van de belangrijkste taken van deze bacteriën is het voorkomen van overgroei van pathogenen. Daarnaast hebben ze nog tal van andere functies die anders niet goed worden uitgevoerd.
Onze gunstige bacteriën helpen ons bij het afbreken van koolhydraten, suikers en vezels in onze voeding. Ze produceren ontgiftende enzymen en beschermen ons tegen toxinen zoals kwik, pesticiden en vervuiling. Bovendien reguleren ze de stoelgang en de peristaltiek van de darm. Ook wordt het steeds duidelijker dat ze essentieel zijn voor een goede functie van het immuunsysteem en dat ze een belangrijke invloed uitoefenen op onze hersenen via de darm-hersenverbinding.
Functies van onze darmflora
De lijst hieronder is niet volledig, maar geeft u een idee hoe ver de invloed van onze darmflora reikt.
- Produceren van enzymen. Probiotische organismen dragen bij aan het verteringsproces, doordat ze enzymen zoals lactase produceren.
- Reguleren van peristaltiek en stoelgang. Lactobacillen en bepaalde gisten hebben een stimulerende functie op de darmperistaltiek en bevorderen hiermee een regelmatige stoelgang, waardoor rottingsprocessen in de darm zoveel mogelijk worden tegengegaan.
- Beschermen tegen toxinen zoals kwik, pesticiden en vervuiling. Een goede darmperistaltiek beschermt tegen ophoping van toxische vervuiling in de darm. Bovendien maken probiotische organismen stoffen aan die hiertegen beschermen.
- Afbreken van koolhydraten, suikers, vezels. Koolhydraten, suikers en vezels worden als voeding gebruikt door darmbacteriën.
- Balanceren pH-waarde darmmilieu. Probiotische bacteriën produceren kortketenige vetzuren, waarmee de pH-waarde in de darm wordt verlaagd.
- Zorgen voor een goede vochtbalans (diarree/verstopping). Wanneer bijvoorbeeld Clostridium zich ongeremd over de darmwand kan verspreiden, kan deze erg veel gifstoffen gaan produceren en zorgen voor diarree. Wanneer een gunstige bacterie zich op de darmwand nestelt, houdt dit wildgroei van ongunstige bacteriën zoals Clostridium in toom.
- Moduleren van het immuunsysteem. De darm is het grootste immuunorgaan van het lichaam. Verbetering van de darmflora in de dunne darm heeft een positief effect op de conditie van het afweersysteem. Zo helpen probiotische organismen bijvoorbeeld bij de productie van antilichamen.
- Voorkomen van allergieën. De gunstige bacteriën trainen het immuunsysteem om onderscheid te maken tussen ziekteverwekkende en onschuldige stoffen. De gunstige bacteriën voorkomen zo overreactie van het immuunsysteem.
- Moduleren darm-hersenverbinding. Zenuwcellen in de darmen communiceren met de hersenen. Het wordt steeds duidelijker dat diverse neurologische en gastro-intestinale problemen zowel een darm- als hersencomponent hebben.
- Voorkomen van overgroei van pathogene bacteriën en schimmels. De afscheiding van kortketenige vetzuren creëert een zuur darmmilieu, waarin pathogene gisten, schimmels en bacteriën zich minder goed handhaven. Bovendien bezetten gunstige bacteriën de darmwand zodat pathogenen zich minder goed kunnen aanhechten. Tot slot scheiden sommige stammen bacteriocinen af: stoffen die schadelijk zijn voor ongunstige darmbewoners.
- Productie van onder andere vitaminen B en K. Bifidobacteriën kunnen vitaminen produceren, waaronder vitamine B1, B6, B12, foliumzuur, biotine en vitamine K, evenals verschillende aminozuren.
- Reguleren van vet-, triglyceride- en cholesterolniveaus. Probiotische bacteriën zetten cholesterol om in een minder goed opneembare vorm, waardoor de opname vanuit het maag-darmkanaal wordt verminderd en het cholesterolgehalte in het bloed daalt.
Problemen van een slechte darmflora
Wanneer de darmflora niet in orde is, kunt u bovenstaande lijst omkeren. De pH-waarde raakt uit balans, waardoor voeding niet goed wordt afgebroken en opgenomen en het lichaam en de weefsels niet langer optimaal worden voorzien van nutriënten. Pathogene bacteriën veroorzaken overgroei en de hoeveelheid toxinen in de darm neemt logaritmisch toe. De slijmlaag degradeert, waardoor allerlei stoffen die daar niet horen, in de bloedbaan terechtkomen en laaggradige ontstekingsprocessen veroorzaken.
Laaggradige ontstekingsprocessen kunnen op termijn chronische aandoeningen veroorzaken die lastig te behandelen zijn, zoals diabetes type 2. Tot slot raakt ook het immuunsysteem van slag, wat naast een directe impact op onze ziektegevoeligheid, ook een effect heeft op ons welbevinden via het neuro-endocriene netwerk dat onze darmen en hersenen verbindt (zie: Hoe onze darmen onze hersenen beïnvloeden).
Er zijn sterke aanwijzingen dat een slechte darmkolonisatie een belangrijke rol speelt in:
- Infecties met bacteriën, schimmels, gisten en virussen
- Voedselallergieën en overgevoeligheden
- Autisme en andere aandoeningen van het CZS, zoals ALS
- Auto-immuunziekten
- Chronisch vermoeidheidssyndroom
- Depressie, schizofrenie, alzheimer
- Fibromyalgie
- Prikkelbare darmsyndroom (IBS – Irritable Bowel Syndrome)
- Multiple sclerose (Finegold, 2013)
Hoe onze darmen onze hersenen beïnvloeden
Na de hersenen bevatten onze darmen het grootste aantal zenuwcellen. Het is dan ook niet verwonderlijk dat diverse neurologische en gastro-intestinale problemen zowel een darm- als hersencomponent hebben.
Negentig procent van de zenuwcellen in onze darmen stuurt informatie naar de hersenen. Maar ook langs biochemische reactiepaden oefent de darm invloed uit op ons brein. Darmspecialist professor Claus-Dietrich Runow legt het goed uit in zijn boek De Darm Denkt Mee: “Bij ontstekingen, allergieën en microbiologische overgroei in de darmen worden signalen via chemische transmitterstoffen in de darmen naar de gliacellen in de hersenen gezonden. Uiteindelijk worden de gliacellen zelf ontstekingscellen, die op hun beurt chemische signalen zenden naar de hersenen en andere organen. De ontsteking van de gliacellen kan in het ongunstigste geval tot wel tien maanden duren. In die periode kunnen er dus neurologische reacties en depressies ontstaan.” (Runow, 2014)
Daarnaast stelt hij dat er zich in de darm ook andere cellen bevinden die van invloed zijn op onder andere de hersenen, zoals mastocyten en T-cellen. Deze cellen kunnen histamine, serotonine en andere ontstekingsbevorderende cytokines vrijmaken en zo ook hersenziekten en -symptomen veroorzaken en versterken. Daarbij kunt u denken aan depressie, agressiviteit, hyperactiviteit, ADHD, autisme en schizofrenie. In dit verband is het interessant om naar twee recente onderzoeken te kijken.
Onderzoek: cognitieve reactiviteit
In het eerste onderzoek analyseerden onderzoekers van onder andere de Universiteit van Leiden (Steenbergen, 2015) het effect van een breedspectrum probioticum op de mate waarin men op somberheid reageert (cognitieve reactiviteit).
Twintig gezonde proefpersonen kregen gedurende vier weken een probioticum met onder andere Bifidobacterium bifidum, Bifidobacterium lactis, Lactobacillus acidophilus, Lactobacillus salivarius en Lactococcus lactis. Een andere groep van twintig personen kreeg placebo. Zowel voor als na het onderzoek werd de cognitieve reactiviteit gemeten met een zelfrapportage.
De groep die het breedspectrum probioticum had gekregen, bleek na afloop significant minder sterk op somberheid te reageren. De cognitieve reactiviteit was in deze groep dus aanmerkelijk afgenomen. Dit was vooral merkbaar op de gebieden ‘agressieve gedachten’ en ‘rumineren’. Daarvan had de probioticagroep significant minder last.
Onderzoek: autisme, ADHD en darmflora
In een langlopend onderzoek (Curran et al., 2015) is het verband tussen autisme, ADHD en de samenstelling van de darmflora onderzocht. Vijfenzeventig baby’s tussen de 0 en 6 maanden werden behandeld met een probioticum of placebo. Vervolgens werden deze kinderen 13 jaar later nog eens onderzocht. De samenstelling van de darmflora werd aan de hand van ontlastingsonderzoek bepaald.
Aan het eind van het onderzoek bleek dat 0 procent van de probioticagroep een diagnose ADHD of autisme had gekregen. In de placebogroep was dit 17 procent. Het onderzoek was weliswaar niet groot opgezet, toch was het verschil significant. Wanneer de resultaten naast de samenstelling van de darmflora werden gelegd, bleek dat kinderen met een diagnose ADHD en autisme structureel minder bifidobacteriën hadden.
Het is bekend dat autisme en ADHD een erfelijk component hebben; genen voor autisme blijken bovendien bij de gehele populatie voor te komen (Robinson et al., 2016) De samenstelling van de darmflora speelt wellicht een rol in het al dan niet tot uiting komen van de symptomen. Het is hoe dan ook van cruciaal belang om bij personen met een gevoelige hersenstofwisseling een goede darmflora te stichten, te handhaven of zo snel mogelijk te herstellen.
Herstel van een goede darmflora
Moeten we terug naar onze oude nis in Afrika om weer contact te maken met ons evolutionaire microbioom? Dat is niet realistisch en levert op de korte termijn geen gezondheidsvoordelen op: ons lichaam zou overspoeld raken door bacteriën, virussen en andere micro-organismen waarop we niet meer zijn ingesteld.
Willen we onze darmflora succesvol herstellen, dan moeten we onze evolutionaire behoeften inpassen in onze huidige leefomgeving. Daarbij hoort allereerst een voeding die onze evolutionaire voedingspartoon zoveel mogelijk benadert. Dit wordt ook wel oervoeding of paleovoeding genoemd. Oervoeding bestaat vooral uit mager vlees en gevogelte, (vette) vis, eieren, groenten, noten, fruit, bessen, zaden en paddenstoelen. Oervoeding is daardoor armer aan gemakkelijke koolhydraten – een voedingsbron voor de ongunstige flora – en rijker aan fermenteerbare vezels, die juist een voedingsbron vormen voor onze gunstige bacteriën (Manheimer et al., 2015).
Klinisch onderzoek probiotica
Ook probiotica zijn een sterke troef in de strijd tegen een ongunstige flora. Anno 2016 zijn er al meer dan 700 gerandomiseerde klinische onderzoeken uitgevoerd naar interventies met probiotica bij mensen. Hieruit komt duidelijk naar voren dat probiotica bijvoorbeeld kunnen bijdragen aan een succesvolle behandeling van stoornissen van het maag-darmkanaal, metabool syndroom en gerelateerde gezondheidsklachten (Wallace et al., 2011). Probiotica horen dus thuis in elke darminterventie. Daarnaast zijn ook L-Glutamine en prebiotica belangrijk.
L-Glutamine
L-Glutamine is een voedingsstof voor de slijmvliezen, waaronder in de darm. Het zorgt voor een dikkere slijmlaag, waardoor stoffen die in de darm horen, daar ook blijven en dus geen laaggradige ontstekingsprocessen kunnen starten op andere plaatsen in het lichaam. L-Glutamine stimuleert bovendien het immuunsysteem, waardoor ongunstige bacteriën zich minder goed kunnen huisvesten.
Prebiotica
Prebiotica zijn vezels die goed worden opgenomen door de gunstige darmflora en als voedingsbron fungeren. Inuline en FOS (fructo-oligosachariden) zijn belangrijke voorbeelden. Bij een voeding die arm is aan vezels, zijn prebiotica nog eens extra aan te bevelen.
Belangrijke interventietips
Een probiotisch drankje met één stam of elke dag Bulgaarse yoghurt: het helpt niet veel bij de behandeling van darmproblemen en gerelateerde ziektebeelden. Behandeling vraagt om een professioneel, breedspectrum probioticum en een bijpassend gepersonaliseerd behandelplan waarin de totale flora en alle beïnvloedende factoren worden meegenomen. Dit bewustzijn leeft nog niet onder de consument.
Breedspectrum probiotica
Breedspectrum probiotica bestaan uit twee tot wel meer dan vijftien verschillende gunstige bacteriestammen. De Griffith School of Medicine in Australië gebruikt ze voor onderzoek en noemt het zelfs een vast onderdeel van elke gezonde levensstijl (Khalesi et al., 2014).
Gezondheid begint eigenlijk al in de mond
Naast de darm verblijven over het gehele lichaam bacteriën die we goed moeten verzorgen om van hun gezondheidsvoordelen te kunnen profiteren. Een belangrijk voorbeeld is de mond; steeds vaker wordt een ontregelde mondflora in verband gebracht met chronische degeneratieve aandoeningen. Een Noorse en een Britse onderzoeker hebben samen onlangs een intrigerende review gepubliceerd waarin ze dit overtuigend uiteenzetten. Ze onderbouwen hun betoog met meer dan 200 publicaties over het onderwerp (Olsen et al., 2015).
Tot nu toe werden voornamelijk spirocheten en Porphyromonas gingivalis in verband gebracht met alzheimer. Volgens de onderzoekers kunnen echter alle ontstekingsbevorderende bacteriën en schimmels in de mond via lekkende barrières aanleiding geven tot mentale achteruitgang en alzheimer. Sprekende voorbeelden zijn candida en herpes, maar er bestaan nog veel meer stammen die onze hersenen kunnen aantasten.
Orale probiotica
Tegenwoordig bestaan er specifieke orale probiotica die een goede balans bevorderen tussen gunstige en ongunstige bacteriën in de mond. Vooral L. paracasei, L. plantarum, L. rhamnosus, L. casei, L. fermentum en L. salivarius hebben een sterk antipathogeen effect. Bovendien hebben ze ontstekingsremmende eigenschappen. Tevens lijken ze voor het herstel van de mondbarrière te zorgen omdat ze zelf bacteriocinen produceren (Kekkonen et al., 2008).
Vaginale probiotica
Wanneer de darmflora niet goed functioneert, is het belangrijk om ook te letten op eventuele klachten binnen het vaginale milieu. Door versleping kunnen slechte darmbacteriën namelijk gemakkelijk in de vagina terechtkomen. In geval van klachten zoals jeuk, irritatie of een branderig gevoel aan de intieme delen bieden de probiotische stammen Lactobacillus rhamnosus en Lactobacillus plantarum uitkomst. Deze stammen komen van nature voor in de vagina. Ze zetten het glycogeen in de vagina om in melkzuur en produceren waterstofperoxide. Dit leidt tot een verlaging van de zuurtegraad in de vagina, waardoor deze beter beschermd is tegen pathogenen. De stammen kunnen daarom goed worden ingezet bij de preventie en behandeling van onder andere aspecifieke vaginitis en vaginose.
Conclusie
Het belang van een goede darmflora is enorm. Handhaven we een goede flora, dan zal deze een grote dienst voor onze gezondheid bewijzen. Andersom geldt, dat een ongezonde flora ons lichamelijk en geestelijk ziek kan maken. We staan dus voor een belangrijke keuze.
Draaien we miljoenen jaren van symbiose met ons microbioom de rug toe, of integreren we onze evolutionaire behoeften zo goed mogelijk in ons moderne leven? De veranderingen zijn zo spectaculair niet: meer vezels, minder suiker, voldoende goede vetzuren, brede probiotica, regelmatig bewegen. Toch is het de beste strategie om onze goede bacteriën te vriend te houden en hen optimaal bij te staan in de wapenwedloop met de pathogenen.
Het liefst behouden en handhaven we een goede flora natuurlijk vanaf de vroegste kindertijd. Maar vaak beseffen mensen pas dat ze een verkeerde keuze hebben gemaakt als ze met de gevolgen geconfronteerd worden. Gelukkig hoeft het ook dán niet te laat te zijn: er is veel meer mogelijk met gerichte suppletie en een persoonlijk behandelplan dan menigeen denkt. Met deze positieve boodschap kunnen we alleen maar ons voordeel doen!
Een volledige lijst van referenties is op te vragen bij de redactie.

