Pandemie haalt de interesse van onderzoekers naar de inzet van vitaminen, mineralen en kruiden naar boven; resumé (deel 10)

In het afsluitende deel van deze reeks bespreekt Jan Blaauw Long Covid-onderzoek en de rol van arginine, vitamine C en lactoferrine.

Door: Jan Blaauw

Vanaf de oorsprong van het eerste nummer van Nutriënt & Supplement in april 2021 is er, naast de inleiding, een inzet gemaakt van vitaminen, mineralen en kruiden met de artikelen over SARS-CoV-2 in rol van ontdekker van vitamine- en mineralentekorten en herontdekker van het Post Viraal Syndroom alsmede uitlokker van reactivatie van eerdere ziekten. Hierin zijn achtereenvolgens in 9 uitgaven aan bod gekomen: vitamine D, vitamine C, zink, vitamine A, foliumzuur, folaat, vitamine B12, vitamine B6, ijzer, koper, vitamine K en in het laatste nummer curcuma, met de bioactieve stof curcumine.

Deel 10

De voedingscrisis van SARS-Cov-2

Voeding is al meerdere jaren een ontwikkelingsprioriteit, die bijgestuurd wordt door eens in de 4-5 jaar voortschrijdend inzicht vanuit VCP’s (voedselconsumptiepeilingen). Hieraan doen gemiddeld 3500 mensen mee, die vervolgens ons voedingsbeleid bepalen voor de komende periode tot herhaling van de volgende VCP. Jaar in jaar uit komen dezelfde aandachtspunten (tekorten) eruit, waar weinig tot geen verandering in zit. Eigenlijk kun je stellen dat we te maken hebben met een voedingsbeleid dat failliet is.

Veel landen hebben hun voedingsbeleid en -programma’s opgezet met enig tot weinig meetbaar succes. Derek Headey en Marie Ruel kijken naar beschikbaar bewijs om aan te tonen dat de vooruitgang op het gebied van voeding in gevaar komt door de COVID-19-crisis, vooral als deze aanhoudt voor de IFPRI (International Food Policy Research Institute). Om nadelige voedingseffecten te verminderen, schetsen ze multisectorale voedingsacties die de meest kwetsbaren, waaronder moeders en kinderen, kunnen beschermen.

Van symptomen naar langdurige symptomen en (re)activator van andere virussen

In begin van 2021 heb ik in de inleiding beschreven dat er al sprake was van langdurige last van SARS-COV-2, wat ik aanduidde als (al jaren bekend, stammend uit de jaren 80/90 van de vorige eeuw) fenomeen Post Viraal Syndroom (PVS).

Na 3 jaar corona is het ontluisterend om te zien hoeveel mensen er Long Covid hebben en dat er vanuit de overheid uiterst laks mee wordt omgesprongen. Zo stellen ook patiënten, artsen en onderzoekers. Nu pas is het RIVM bezig om in kaart te brengen bij wie dit voorkomt, hoe dit is ontstaan, om hoeveel mensen dit gaat en wat de behoefte zou kunnen zijn. Het momentum om mee te willen werken aan een dergelijk onderzoek is voor velen voorbij. De rijksoverheid heeft dit niet bijgehouden en we weten dus niet waar we staan.

Regio Rijnmond heeft onderzoek gedaan en het blijkt dat 92% van de opgenomen patiënten (650 patiënten) een jaar na opname nog steeds last had van klachten die leiden naar Long Covid (L. Martine Bek et al., 2022). Er is wel degelijk verschil tussen ex-patiënten die wel of niet in het ziekenhuis hebben gelegen. Door de gezondheidsdata van bijna 13.000 Nederlanders te analyseren, heeft een team onderzoekers onder leiding van UMCG-onderzoeker prof. dr. Judith Rosmalen ontdekt dat 1 op de 8 Nederlanders langdurig klachten houdt na COVID-19-diagnose. (Aranka V Ballering et al., 2022).

In deze studie is niet onderzocht wat de oorzaak zou kunnen zijn van de symptomen die na COVID-19 werden waargenomen. Er wordt gehoopt dat toekomstig onderzoek inzicht zal kunnen geven in de betrokken mechanismen. Gezien de timing van deze studie kon het effect van COVID-19-vaccinatie en verschillende SARS-CoV-2-varianten op langdurige COVID-symptomen niet beoordeeld worden.

Uit Brits onderzoek blijkt dat in november 2022 1,8 miljoen Britten langer dan 3 maanden Long Covid-klachten ervaren na een Covid-infectie. Dit is 2,7% van de bevolking. Een derde hiervan is besmet geraakt in de Omikron-periode (hierbij is gekeken naar mensen die langer dan 4 weken klachten hadden na een Covid-infectie en dus niet de 3 maanden volgens de WHO-definitie).

De actieradius van een Long Covid-patiënt zal enorm beknopt zijn en het leven met een dergelijk beeld vraagt veel van een persoon. Alleen een orthomoleculaire benadering zal ook niet voldoende blijken te zijn. Er zal sprake moeten zijn van een multidisciplinaire aanpak van het probleem.

Kennis over ME, CVS, CFS en PVS is belangrijk

ME wordt vaak in één adem genoemd met chronisch vermoeidheidssyndroom (CVS) (in het Engels Chronic Fatigue Syndrome genoemd) of met postviraal syndroom (PVS) en dit is niet correct. Er is een duidelijke differentiatie aan te geven.

Postviraal syndroom ontstaat altijd na een viraal infect, waarbij dit sluimerend of reactiverend aanwezig is/blijft; CVS kan allerlei oorzaken hebben en kan ook PVS of ME inhouden; ME (myalgische encefalomyelitis, een ontsteking van de hersenen en ruggenmerg) wordt door de restklachten vaak onder CVS geschaard. Maar eigenlijk zijn het op zichzelf staande beelden.

PVS is geen ME, maar ME kan wel PVS zijn. Als CVS een virale oorsprong heeft, noem je het eerder PVS, maar dit is geen officiële term.

Bij CVS en chronische vermoeidheid is dus allerminst sprake van hetzelfde begrip: chronische vermoeidheid is een symptoom dat ook bij een groot aantal andere aandoeningen voorkomt en hiermee geassocieerd wordt (en dient ook als differentiaaldiagnose).

De volgende benamingen komen in de wereldliteratuur voor (let op: opsomming niet vermeld in mate van belangrijkheid, maar willekeurig!):

  • myasthenia (gravis)
  • neuro(my)asthenie
  • chronische Epstein-Barrvirusinfectie (CEBV)
  • Esptein-Barrvirus reactivatie syndroom
  • chronisch-actief Epstein-Barrvirussyndroom (CAEBV)
  • chronische pfeiffer
  • (benigne) myalgische encefalomyelitis (ME)
  • chronisch vermoeidheidssyndroom
  • Nightingale syndroom
  • chronisch viraal syndroom
  • chronische hyper-fatigability syndrome
  • spasmophile (Frankrijk)
  • raphe nucleus encephalopathy
  • epidemic vegetative neuritis
  • post-viral fatigue syndrome (PVFS)
  • postviraal syndroom (PVS)
  • post-infection encephalomyelitis (PIE)
  • post infection fatigue syndrome (PIFS)
  • Royal Free-ziekte
  • IJslandse ziekte
  • Akureyri-ziekte
  • Tapamui-ziekte
  • Lake Tahoo-ziekte
  • fibromyalgie (syndroom)
  • Chronische Erschöpfungs Syndrom (CES)
  • Chronische Müdigkeit Syndrom
  • Yuppie flu

De volgende klachten en ziekten dienen ter overweging meegenomen te worden als differentiaaldiagnose bij chronische vermoeidheid:

  • malignomen
  • auto-immuunziekten
  • lokale infecties (inapperent abces)
  • chronische of subcutane bacteriële infecties
  • schimmelinfecties (systemisch)
  • infecties in relatie tot HIV
  • chronisch(e) psychisch(e) ziektebeeld(en)
  • chronische virale belastingen (recidiverend)
  • chronische ontstekingsprocessen
  • neuromusculaire ziekten
  • endocriene ziekten
  • drugsverslaving of drugsmisbruik
  • bijwerkingen t.g.v. chronische medicatie
  • intoxicatie van b.v. metaalbelasting
  • voedingsdeficiënties
  • stofwisselingsstoornissen (aangeboren, verworven)
  • traumatische ziekteveroorzakers (lichamelijk/geestelijk)
  • geopatische en technische stralingsbelasting
  • voedselallergie en -intolerantie
  • andere gedefinieerde cardiale, gastro-intestinale, renale of hematologische ziekte

Mogelijke risicofactoren voor Long Covid: ‘Genezen maar toch ziek’

Waarom blijft de een wel klachten houden of verdere klachten ontwikkelen en de ander niet? Er zijn inmiddels mogelijke risicofactoren gedefinieerd die een hogere kans geven op het ontwikkelen van Long COVID-symptomen:

Vrouwelijk geslacht, mensen met een auto-immuunziekte, doorgemaakte pfeiffer, Q-koorts, ADHD, diabetes type 2, chronische netelroos, bindweefselaandoeningen zoals reuma, allergische rhinitis en mensen met Spaanse of Latino-afkomst. Te snel weer aan het werk gaan na een COVID-19-infectie kan ook een risicofactor zijn wegens onvoldoende herstel en balans. Een derde van de mensen met Long COVID blijkt voorafgaand aan de infectie gezond te zijn en niet te lijden aan chronische aandoeningen.

Long Covid kan gezien worden als een multisysteemziekte met orgaanschade

Je kan stellen dat verschillende systemen zijn betrokken en in diverse onderzoeken zijn beschreven, zoals:

  • mitochondriale disfunctie
  • stresshormonenveranderingen
  • laaggradige ontstekingen
  • spiermassaverlies/spierzwakte
  • ontregeling microbiota
  • ademhalingsmoeilijkheden
  • auto-immuniteit priming of mimicking
  • slaapstoornissen, angst, somberheid
  • ontregeling immunologische parameters en signalering
  • bloedstolling en endotheelafwijkingen
  • cardiologische verstoringen
  • disfunctionele neurologische signalering
  • aanhoudende COVID-viremia
  • vermoeidheid
  • cognitieve klachten/overprikkeling

Onderzoek naar inzet van nutriënten

In 2022 en 2023 zijn weer heel wat onderzoeken verschenen waarbij voedingsstoffen, bioactieve stoffen en nutriceuticals zijn beschreven. Juist omdat dit een afsluitend artikel is, som ik een aantal stoffen op, die nog niet behandeld zijn en beschrijf ik in het kort een aantal extra uitgelichte zaken. Waar ook verder aandacht aan gegeven kan worden, is onder andere: bromelaine, echinacea, andrographis, elderberry, ginseng, melatonine, omega 3-vetzuren, riboflavine, nicotinezuur, magnesium, probiotica, NAC, vitamine E, Nigella sativa (in silico-studies), NAD en NADH, resveratrol en EGCG.

Arginine en vitamine C
In de Lincoln Survey is gebruik gemaakt van L-arginine (2 x 1,66 gram) en vitamine C (500 mg) met n=892 en de tweede groep maakte gebruik van een multivitamine met n=521 (vitamine B1: 388 mg; vitamine B2 443 mg; nicotinamide: 18 mg; foliumzuur: 200 µg; pantotheenzuur: 2493 g; vitamine B6: 831 mg; vitamine B12: 416 µg) gedurende 30 dagen voor Long Covid-symptomen. Na een behandeling van 1 maand hadden patiënten in de L-Arginine + vitamine C-groep significant lagere scores in vergelijking met de alternatieve behandelingsgroep (wat betekent dat deze groep minder ernstige langdurige COVID-symptomen vertoonden). (Izzo Raffaele et al., 2022).

Lactoferrine
Lactoferrine (Lf), een multifunctioneel kationisch glycoproteïne dat wordt gesynthetiseerd door exocriene klieren en neutrofielen, bezit in vitro antivirale activiteit tegen SARS-CoV-2. Het Franciscus Gasthuis & Vlietland is een onderzoek gestart naar de effectiviteit van lactoferrine tegen Long COVID. Volgens een van de onderzoekers, longarts Braunstahl, is de dosis lactoferrine die gebruikt wordt in het onderzoek, gelijk te stellen aan 20 glazen melk. De uitslag van het onderzoek is nog niet bekend.

Over lactoferrine is al veel geschreven. Vanwege de vele succesvolle onderzoeken en toegepaste strategieën met andere vergelijkbare en ongelijksoortige virale infecties, suggereert de huidige literatuur niet alleen sterk het grote potentieel van Lf bij de behandeling van COVID-19, maar impliceert het ook het grote potentieel van het molecuul bij de preventie van de ziekte (Ecem Bolat et al., 2022).

Hier stopt het duidelijk niet. Ik nodig eenieder uit om ook onderzoekend te zijn of te worden. Gerichte (wetenschappelijke) kennis geeft gezondheidspower en -inzicht!

Afsluitend

Het is de afgelopen jaren duidelijk geworden dat mensen knap ziek konden worden en veelal “vreemde klachten” kregen, die vervolgens ook chronisch konden blijven aanhouden en zorgden voor een Long Covid. De enige uitweg die werd aangeboden in de afgelopen tijd, waren de vaccinaties, die per definitie geen vaccinatie genoemd zou mogen worden. Gelukkig zijn veel onderzoekers in deze periode aan de slag gegaan en hebben aangetoond dat met voeding en voedingsstoffen vooral preventief, in de behandeling en curatief veel te bieden hebben. Dit heb ik uitgebreid mogen beschrijven in de afgelopen 9 afleveringen met als voorloper het inleidende artikel (dus eigenlijk bij elkaar een ’11-luik’).

Wat mij dit persoonlijk heeft gebracht is, dat ik op basis van onderzoek dat ik op dit terrein heb gedaan, gezien en ondervonden heb wat dit voor de patiënt in de praktijk kan betekenen. Hieruit is ook een 4-daagse Orthomoleculair Herstel Therapeut uit voortgekomen in samenwerking met Jeroen de Haas en Armin Schwarzbach.

Je mag stellen dat, mede door deze kennis, we ook voorbereid zijn om verdere ontwikkelingen gewapend tegemoet te treden.

Jan Blaauw is orthomoleculair en natuurgeneeskundig therapeut bij Praktijk Blaauw. Hij is tevens oprichter en hoofddocent van het opleidingsinstituut Ortho Linea.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

N&S Magazine 2023

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen