Geen gedroomde cijfers voor je rouwrapport

Er zijn 16 miljoen manieren om te rouwen. Violet Falkenburg over misverstanden rondom omgaan met verlies en waarom rouw niet te normeren is.

Door: Violet Falkenburg

Rouw hoort bij het leven, in alle maten en soorten. Hoe pak je daarna de draad weer op? Journalist Violet Falkenburg, bekend van het tv-programma Rondom Tien, schreef hierover het boek Veerkracht – verder na verlies. Zij is een van de sprekers van PSC-dag op 24 mei.

Wanneer we iets of iemand verliezen, is dat zo ingrijpend dat we op allerlei manieren proberen om de pijn voor onszelf en anderen te minimaliseren. Dat leidt vaak tot goede, maar ook minder goed bedoelde adviezen. Ook in hulpverlenersland heerst nog steeds een flink aantal misverstanden over omgaan met verlies:

Na een jaar hoort de ergste rouwperiode toch wel over te zijn. De één rouwt zes maanden, de ander vijf jaar, en het is geen van beide fout of abnormaal. Rouw wordt pas ongezond als het een zelfstandige functie krijgt in iemands leven.

Huilen lucht op. Voor sommige mensen kan huilen inderdaad een opluchting geven, maar het is geen wet van Meden en Perzen.

Praten helpt. Het is niet bewezen dat ‘erover praten’ en bij herhaling verdrietige herinneringen oproepen, bijdraagt aan herstel. Ook hier geldt dat praten voor de één werkt, terwijl de ander zijn verdriet liever op een andere manier verwerkt.

Bel me als je me nodig hebt. Voor iemand die rouwt, is zo’n telefoontje vaak een brug te ver. Wel heeft hij of zij baat bij simpele vragen waar alleen een ja of nee op hoeft te komen. ‘Ik ga naar de film. Ga je mee?’

Ik probeer te helpen, maar je moet wel meewerken. Dat wordt natuurlijk niet gezegd, maar soms wel gedacht. Dat zijn de redders onder ons. Als hun hulp niet wordt aanvaard of tijdelijk afgeslagen, zijn ze beledigd. Voor het gemak vergeten ze wie er ook al weer geholpen moest worden.

Voor rouw en verlies zijn geen standaarden aan te leggen. Iedereen zit anders in elkaar en gaat dus anders om met verlies en verdriet. Een van de hoofdstukken in Veerkracht is gewijd aan de opvattingen over rouwverwerking en de ontwikkeling daarvan. Je kunt niet slagen voor je rouwexamen. Er is geen goed en fout, rouw is niet te normeren. Rouwtaken en rouwfasen die de manier waarop mensen rouwen in een keurslijf stoppen, moeten overboord. Dan komt er meer ruimte om iemand die verder moet na een verlies, écht te helpen.

Hoofdstuk uit het boek Veerkracht: Slagen voor je rouwexamen

Taalkundig gezien is rouwen een werkwoord, – de termen rouwarbeid en rouwtaken verraden dat, net als verlies verwerken. Alles ademt activiteit, alsof je niet machteloos onderworpen bent aan de nieuwe realiteit. Je kunt eraan werken. Rouwen moet je doen, niet ondergaan.

Dat is tenminste hoe er de laatste decennia over verlies, verdriet en rouw gedacht wordt. Pionier op het gebied van verliesverwerking is Elisabeth Kübler-Ross (1926-2004); zij veroorzaakte een doorbraak door als eerste een poging te doen de verschillende fasen in een rouwperiode te benoemen. Vanaf de jaren zestig kennen we ook het ‘rouwtaken-model’ van William Worden. Dit zijn de taken die hij beschrijft: het aanvaarden van het verlies, verwerken van de pijn, aanpassen van een leven waarin de overledene ontbreekt en als vierde de overledene emotioneel een plaats geven en daarmee verder leven.

De fixatie op de vaste fasen van rouw en andere tot voor kort klakkeloos aanvaarde opvattingen over hoe en hoe lang een rouwproces moet verlopen, wordt door verliesdeskundigen steeds meer losgelaten, soms zelfs apert afgewezen. Jan van den Bout, hoogleraar klinische psychologie aan de Universiteit van Utrecht, vindt dat dergelijke stellige, maar nauwelijks onderzochte opvattingen, die nog in veel rouwboeken beschreven staan, het zicht versluieren op wat er werkelijk in iemand gebeurt. ‘Veel mensen die met afscheid te maken hebben, denken dat ze niet normaal zijn als hun rouwproces bijvoorbeeld anders verloopt dan hoe het in het rouwfasen-model beschreven staat’, vertelt hij me. ‘Natuurlijk is het niet complete onzin. Bijna iedereen die een verlies lijdt, krijgt te maken met verschijnselen als boosheid en ontkenning in het begin, dat kanniewaarzijn-gevoel. Het onvermogen om weer op gang te komen, lam geslagen zijn en het gevoel hebben dat je louter uit verdriet bestaat is voor mensen met een groot verdriet gesneden koek. Je geïsoleerd voelen, niet meer contact kunnen maken met je omgeving omdat ze toch niet begrijpen wat je doormaakt, iemand zo missen dat je zelf ook niet verder wilt leven en zo kan ik wel doorgaan: iedereen kent de emoties die bij verdriet horen en gaat er doorheen. Alleen doen we het allemaal anders, op onze eigen manier, in ons eigen tempo, in onze eigen volgorde. Soms lijkt het proces weer helemaal opnieuw te beginnen. De een is na zes maanden weer op de been, de ander doet er twee jaar of langer over.’

Hoezo standaard? Er is geen lijstje met gedroomde cijfers op je rouwrapport, zakken kun je niet, slagen wel. Van den Bout: ‘Een van de uitgangspunten, axiomatisch bijna, is dat het niet gezond is om gevoelens uit de weg te gaan, in het jargon ook wel ontkenning en verdringen genoemd: iemand zou dan vroeg of laat wel zijn trekken thuis krijgen. Uit onderzoek blijkt helemaal niet,’ zegt hij, ‘dat je je beter voelt als je jezelf bij voortduring confronteert met pijn en verlies dan als je dat niet doet. Soms kan het vermijden van gevoelens en gedachten noodzakelijk zijn om niet overweldigd te worden door het verlies. En bij sommige nabestaanden werkt zo’n ogenschijnlijk vermijdende stijl simpelweg beter. Het is dus een misverstand dat een belangrijk verlies altijd met diepe emoties moet worden doorgewerkt.’

Wat er ook in de boeken beweerd wordt, er is geen ‘beste’ manier om te rouwen. Om het even om welk verlies of afscheid het gaat. Net als bij het verlies van een partner aan de dood, bestaan er bij verlies van je partner door echtscheiding geen duidelijke, omschreven rouwfasen. ‘Evenmin is het zo dat iedereen die iemand of iets verliest, verdriet heeft’, zegt Van den Bout. ‘Dat is niet zo. Niet alle rouwenden beleven een periode van intense pijn. Als je huwelijk een chronische bron van stress is geweest bijvoorbeeld, kan verlies van je partner door scheiding of dood een opluchting betekenen. Juist het reorganiseren van het leven als alleenstaande zonder je partner van wie je jarenlang afhankelijk bent geweest, kan naast een bron van pijn ook een uitdaging zijn en nieuwe energie oproepen.’

Klakkeloos aanvaarde opvattingen…ik denk dat we ons daar allemaal aan overgeven. Maar kloppen die denkbeelden wel? Als iemand huilt en met rode ogen de kamer binnenkomt, heeft hij verdriet. Dat is evident, en op de een of andere manier vinden we – de omgeving – dat makkelijk. Iemand die huilt, kun je troosten. En vreemd genoeg gaan we onbewust door met het plakken van onze clichédenkbeelden op de uiterlijke kant van rouw. Als iemand niet meer functioneert, omdat hij zo’n hoofdpijn heeft van het huilen, zal het verdriet wel heel groot zijn, kan de omgeving denken. En als het verdriet groot is, dan zal de liefde en dus het gemis van de dierbare wel enorm zijn. Oh ja?

‘Rouwmodellen moeten de diversiteit erkennen en vertalen naar individuele verschillen, sekse en cultuur, relatie en omgeving. Maar de taken zoals Worden die beschreef,’ licht Van den Bout toe, ‘daar heb ik nauwelijks bezwaren tegen. Al laten ze weinig ruimte voor de eigen beleving. Ik loop ze nog even langs: het lijkt me niet slecht om de realiteit van een definitief verlies te aanvaarden, veel anders zit er namelijk niet op. Ervaar de pijn daar maar van, al is dat mijns inziens niet altijd nodig. Aanpassen aan een leven waarin de overledene ontbreekt: tja, wederom heb je niet veel keus. En dat geldt ook voor de laatste taak: het verlies een plaats geven en daarmee verder leven. Je moet wel en bij het overgrote deel van de mensen lukt dat ook. Maar, wat de wetenschap ook verzint, hoe we zelf omgaan met verlies of hoe we hen die verdriet hebben, tegemoet treden: één model, één benadering is een vrij onzinnige poging om rouw te uniformeren en in een hanteerbaar keurslijf te proppen. Het doet onrecht aan onze eigenheid.’

Er zijn meer verschillende reacties op verlies en afscheid dan gelijksoortige. Mensen passen niet in een handboek.

Violet Falkenburg is een van de keynote sprekers op de PSC-dagen. Ze geeft op vrijdag 23 mei een lezing over dit onderwerp.

Meer lezen over omgaan met verlies en veerkracht? Bekijk ook de andere artikelen in het PSC Magazine 2014.

Auteur

Violet Falkenburg

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2014

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen