Met beweging ligt de gezondheidswinst voor het oprapen

In gesprek met Bram Bakker: fysieke en mentale gezondheid zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Over runningtherapie, preventie en een gezonde geest in een gezond lichaam.

In gesprek met Bram Bakker

Blijf beter is de titel van Bram Bakkers nieuwste boek én de lezing die hij op 24 mei geeft op de PSC-dagen. ‘Bewegen is geen standaardbeleid in psychische gezondheidszorg. En dat terwijl er zoveel psychische klachten mee verholpen kunnen worden.’ Zelf brengt Bakker dat al in de praktijk in zijn werk bij GGZ in Geest en als medeoprichter van Mind & Health. Over een hedendaagse invulling van het credo ‘een gezonde geest in een gezond lichaam’.

Wat hebben fysieke en mentale gezondheid met elkaar te maken?
‘Alles, dat is precies de kern, datgene waar het mij om te doen is. Mensen moeten zich er veel meer van bewust worden dat fysieke en mentale gezondheid onlosmakelijk met elkaar verbonden zijn. Het aantal mensen met klachten waarvoor geen objectieve verklaring of aandoening te vinden is, neemt toe. Zodra we geen lichamelijk oorzaak vinden, is het mentaal, zit het ‘tussen de oren’. Maar alle lichamelijke klachten zijn ook mentaal en alle mentale klachten kunnen zich in het lichaam openbaren. Zo openbaart een depressie zich bijvoorbeeld ook fysiek.’

Wanneer ben jij je gaan focussen op bewegen als behandeling?
‘Al heel lang geleden. Ik ben gepromoveerd op de behandeling van paniekaanvallen, een heel goed voorbeeld van een psychische klacht die met beweging goed te verminderen of verhelpen is. Bij een angstaanval zijn veel lichamelijke verschijnselen betrokken: hartkloppingen, misselijkheid, duizeligheid. Die komen allemaal vanuit het hoofd, want het gaat vaak om een stoornis in het angstcentrum. De redenering is dan vaak dat er sprake is van een psychische aandoening die behandeld moet worden met medicatie of psychotherapie. Maar er is veel bewijs dat ook lichaamsbeweging erg kan helpen. Waar ik werk (bij GGZ in Geest, red.) is dat al standaardbeleid, maar in veel andere behandelcentra nog niet.’

Op welke manier ben je met bewegen bezig in je werk?
‘Al zo’n tien jaar leid ik mensen op als runningtherapeut. Zij helpen mensen bewegen met een therapiedoel, dus niet om bijvoorbeeld de marathon te lopen. Het doel is dat de patiënt zich beter voelt, niet dat hij een bepaalde fysieke prestatie levert. Een runningtherapeut leert mensen onder begeleiding om gedoseerd aan duursport te doen, zoals hardlopen, fietsen of roeien. Het aanleren van een duursport is een manier om je klachten te beteugelen. Dit is bij uitstek iets voor fysiotherapeuten en de behandeling gebeurt vaak in groepsverband. Het is echter niet mijn eigen core business, ik leid vooral runningtherapeuten op. Vergelijk het met een operatie: daar is een cardioloog ook niet intensief bezig met de revalidatie.’

Hoe komt beweging dan terug in je eigen praktijk?
‘Ik ga vaak met mensen lopen, in plaats van aan tafel zitten praten. Wanneer je loopt, komen er andere processen op gang dan wanneer je elkaar over de tafel zit aan te kijken. Onbewust weet iedereen dat, want als je een moeilijk gesprek te voeren hebt, ga je ook eerder wandelen. Het praat makkelijker als je beweegt. En of dat nou wandelend of rennend is, dat maakt niet uit, dat hangt van het niveau van de cliënt af.’

Voor welke cliënten is beweging bij uitstek een heilzaam middel?
‘Het werkt sowieso goed bij paniekaanvallen en depressies, maar eigenlijk kun je de vraag beter omkeren: waarvoor helpt het niet? Op het niveau van proefdieren is het effect van beweging heel goed onderzocht en het blijkt bij beesten ontzettend goed te werken. Helaas is het bijzonder duur om bij mensen per kwaal uit te zoeken in hoeverre beweging werkt en er is niemand die daarin wil investeren, want er hangt nu eenmaal geen dure behandeling of medicijn aan vast waar dat onderzoek mee terug te verdienen is. Bewegen is gratis. Dat maakt het ook lastig om behandelingen als runningtherapie vergoed te krijgen, want verzekeraars willen dat alles evidence based is. Ze doen dan moeilijk omdat bij sommige indicaties geen wetenschappelijk bewijs is geleverd, dat bewegen helpt. Je kunt natuurlijk ook zeggen dat ‘niet bewegen’ sowieso een risicofactor is. In dat opzicht is beweging altijd van toegevoegde waarde. Je zult mij ook niet horen beweren dat je geen medicatie moet slikken of geen therapie moet volgen, maar bewegen geeft altijd iets extra’s.’

Waar ga je het over hebben tijdens het PSC-dagen in mei?
‘In mijn lezing richt ik me op de uitdaging waar de meeste mensen voor staan om te zorgen dat ze niet teveel stress hebben. En de rol die beweging daarin kan spelen, omdat voldoende beweging ervoor zorgt dat je meer stressbestendig bent. Maar ik keer het ook om: hoe beweging, als je al veel stress hebt, ervoor zorgt dat die druk hanteerbaar blijft. Alle onderzoeken laten zien dat er steeds meer mensen bij komen met een burn-out, dat er meer stressklachten worden waargenomen. Werkstress is inmiddels door de minister erkend als officieel probleem; dat betekent dat de overheid er geld voor uittrekt om dit probleem te beteugelen.’

En daarin zie je ook een grote rol voor preventie.
‘Ja, daar is nu veel te weinig aandacht en geld voor, terwijl er veel aan te verdienen valt. De gezondheidszorg is nu heel reactief georganiseerd: de patiënt heeft een klacht en gaat naar de dokter voor een behandeling. Maar veel mensen zouden relatief eenvoudig kunnen voorkomen dat ze ooit naar de dokter hoeven, door over hun leefwijze na te denken. Voor de overheid is het die investering wat mij betreft wel waard om bewegen wat grootschaliger onder de aandacht te brengen. Mensen die dat al doen, hoef je het niet uit te leggen, maar er zijn veel andere mensen die hier nog baat bij kunnen hebben. Het helpt tegen overgewicht, een hoge bloeddruk, hart- en vaatziekten, suikerziekte. Maar net zozeer tegen depressie, angstaanvallen of een burn-out. In het hele scala van de gezondheidszorg ligt de winst voor het oprapen.’

Hoe kunnen professionals deze boodschap gebruiken om hun cliënten beter te helpen?
‘Op het moment dat ze mensen gaan behandelen, zouden ze naar mijn idee nog wat meer en wat actiever kunnen uitleggen wat ze kunnen ondernemen om te voorkomen dat klachten terugkomen. Patiënt wijzen op hun eigen aandeel in het herstel. De meeste winst is te boeken op het moment vóórdat mensen een professional bezoeken. Dus we moeten met z’n allen nadenken over een grotere en bredere bijdrage aan preventie. Kijk bijvoorbeeld naar runningtherapie; dat is weliswaar voor mensen die al klachten hebben, maar ze worden zich wel bewust van het effect van meer beweging en het is prettig als je daar begeleiding bij krijgt.’

Voorkomen dat mensen ziek worden, zorgt dat niet voor inkomstenderving van professionals?
‘Nee hoor. Vergelijk het maar met de tandarts: we moeten allemaal naar de tandarts voor controle en dat is zijn belangrijkste businessmodel: dat wij laten checken hoe het er met ons gebit voor staat. Dat zouden de huisarts, de fysiotherapeut en de psycholoog ook kunnen doen. Een screening aanbieden waarmee mensen hun gezondheid regelmatig kunnen peilen en waar ze geld voor over hebben. Niet om beter te worden, maar om beter te blijven.’

Bram Bakker is een van de keynote sprekers op de PSC-dagen. Hij geeft op zaterdag 24 mei een lezing over dit onderwerp.

Zelf meer beweging toevoegen aan je dag

Al kleine stappen in beweging kunnen al veel verschil maken voor zowel lichaam als geest. Meer lezen over gezondheid en beweging? Bekijk ook de andere artikelen op Curova, of verdiep je verder via Wikipedia.

Auteur

Redactie PSC Magazine

Redactie PSC Magazine

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2014

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen