Acupunctuur bij overgangsklachten

Opvliegers, nachtzweten, slechter slapen: acupunctuur wordt vaak genoemd bij overgangsklachten. Wat zegt het beste onderzoek echt?

Inhoudsopgave

Een prikkende vraag in een overvolle spreekkamer

Acupunctuur bij overgangsklachten

Acupunctuur bij overgangsklachten wint aan populariteit, want ergens tussen het achtenveertigste en vijfenvijftigste levensjaar krijgt de meerderheid van de vrouwen te maken met opvliegers, nachtzweten, stemmingswisselingen of slaapproblemen die samenhangen met de overgang.

Voor een deel van hen is hormoontherapie geen optie, of geen wens, bijvoorbeeld na borstkanker, bij een verhoogd risico op trombose, of gewoon omdat ze liever eerst iets anders proberen.

Acupunctuur duikt in die zoektocht steeds vaker op, zowel in de spreekkamer van de huisarts als in advertenties van klinieken die “natuurlijke verlichting” beloven.

Dat roept een simpele vraag op: werkt het ook echt, of voelt het vooral zo? Het eerlijke antwoord ligt ergens genuanceerd in het midden, en juist die nuance verdient het om uitgelegd te worden, niet weggemoffeld achter een simpel “ja” of “nee”.

De Nederlandse richtlijnendatabase, die huisartsen en specialisten helpt bij hormoonloze behandelopties voor overgangsklachten, formuleert het voorzichtig: vrouwen mogen geïnformeerd worden dat traditionele acupunctuur een optie is, met name wanneer voeding en leefstijlaanpassingen onvoldoende verlichting geven.

Maar diezelfde richtlijn plakt er meteen een kwaliteitsstempel “laag” op.

Om te begrijpen waar dat vandaan komt, is het nodig om de onderliggende studies zelf te bekijken.

Er is ook een fysiologisch verhaal achter de belofte.

De Amerikaanse arts Peter Dorsher beschreef in 2012 in Medical Acupuncture een theoretisch kader waarin drie mechanismen samenkomen: veranderingen in het endogene opioïdesysteem (met name β-endorfine, dat mede bepaalt hoe het lichaam op oestrogeenonttrekking reageert), ontregeling van noradrenerge en serotonerge banen die een rol spelen bij het ontstaan van een opvlieger, en beïnvloeding van het autonome zenuwstelsel, dat de huiddoorbloeding en hartslag tijdens een opvlieger aanstuurt.

De gangbare hypothese is dat oestrogeenonttrekking de thermoregulerende “neutrale zone” in de hypothalamus versmalt, waardoor al bij een kleine stijging van de kerntemperatuur een opvlieger wordt getriggerd, en dat acupunctuur op dat mechanisme aangrijpt via endorfine-afgifte en het autonome zenuwstelsel.

Belangrijk om te beseffen: dit is een theoretisch model gebaseerd op fysiologische aannames, geen keihard bewezen werkingsmechanisme dat de effecten uit klinische trials één-op-één verklaart.

De Cochrane-cijfers: beter dan niets, maar hoeveel beter?

De meest aangehaalde systematische review op dit gebied is die van Dodin en collega’s uit 2013, gepubliceerd in de Cochrane Database of Systematic Reviews.

Zij verzamelden zestien gerandomiseerde onderzoeken met in totaal 1155 vrouwen en vergeleken echte acupunctuur met zowel nep-acupunctuur (sham) als met geen behandeling.

De conclusie was terughoudend: er was onvoldoende bewijs om vast te stellen of acupunctuur daadwerkelijk effectief is tegen vasomotore klachten zoals opvliegers, en de bevindingen moesten “met grote voorzichtigheid” worden behandeld.

De bewijskwaliteit werd beoordeeld als laag tot zeer laag, onder meer omdat veel studies geen goede placebocontrole hadden.

Een uitgebreide evidence-synthese van de Amerikaanse Veterans Affairs, gepubliceerd in 2016, bracht daar iets meer cijfermatige nuance in.

Vergeleken met geen enkele behandeling gaf acupunctuur een gestandaardiseerde effectgrootte van -0,66 voor de frequentie van opvliegers en -0,49 voor de ernst, grofweg neerkomend op zo’n drie opvliegers per dag minder.

Vergeleken met sham-acupunctuur echter, kromp dat verschil naar -0,21 voor frequentie en -0,35 voor ernst, met betrouwbaarheidsintervallen die de nul overlapten, statistisch dus niet overtuigend.

De onderzoekers schreven het zo: een kuur acupunctuur verbetert vasomotore klachten en kwaliteit van leven vergeleken met geen acupunctuur, maar niet méér dan sham-acupunctuur.

Vergeleken met hormoontherapie deed acupunctuur het bovendien duidelijk zwakker: vrouwen in de acupunctuurgroep hadden gemiddeld dertien opvliegers per dag méér dan vrouwen op hormonen.

Niet elke studie is zo terughoudend.

De Noorse ACUFLASH-studie uit 2009, met 134 vrouwen in de acupunctuurgroep en 133 in een controlegroep die alleen zelfzorgadvies kreeg, vond een duidelijker verschil: een daling van 5,8 opvliegers per dag bij acupunctuur tegenover 3,7 bij de controlegroep, en een daling van 3,2 punten in de intensiteitsscore tegenover 1,8 punten (beide verschillen statistisch significant, p<0,001).

De onderzoekers noemden dit een “klinisch relevante afname” met een merkbare verbetering van de aan gezondheid gerelateerde kwaliteit van leven.

Belangrijk om te weten: deze studie vergeleek niet met sham-acupunctuur, maar met helemaal geen prikbehandeling, waardoor een placebo-effect niet valt uit te sluiten.

Een recentere meta-analyse van Liu en collega’s uit 2022 in Acupuncture in Medicine, gebaseerd op dertien onderzoeken met 1784 patiënten, bevestigt het patroon van de VA-review: vergeleken met sham-acupunctuur was er wel een significante afname van de opvliegerfrequentie gedurende de behandeling, maar geen significant verschil meer in de eindscores tussen beide groepen.

Ook op hormoonspiegels (oestradiol, FSH, LH) werd geen verschil met hormoontherapie gevonden.

Voor lezers die niet dagelijks met statistiek werken: een gestandaardiseerde effectgrootte (SMD) van rond de 0,5 geldt doorgaans als een matig effect, terwijl waarden onder de 0,2 als klein tot verwaarloosbaar worden beschouwd, precies het verschil tussen de “vs.

geen behandeling”-cijfers en de “vs.

sham”-cijfers hierboven.

De Cochrane-review naar acupunctuur bij overgangsklachten vond geen overtuigend verschil tussen echte en nepacupunctuur voor opvliegers, al leek er wel een voordeel ten opzichte van geen behandeling.

Het venijnige verschil tussen prikken en nep-prikken

En daar zit precies de kern van de discussie. Zodra onderzoekers een serieuze sham-controle inbouwen, waarbij proefpersonen ook geprikt worden, maar op willekeurige plekken of met naalden die niet echt doordringen, verdwijnt het verschil met echte acupunctuur vaak grotendeels.

De grootste en methodologisch sterkste studie op dit vlak is die van Carolyn Ee en collega’s, gepubliceerd in 2016 in Annals of Internal Medicine.

Bij 327 Australische vrouwen van in de veertig en ouder, met minstens zeven matige opvliegers per dag, werd tien sessies over acht weken lang echte acupunctuur vergeleken met een niet-doordringende sham-vorm.

Het resultaat: beide groepen daalden ongeveer 40 procent in hun opvliegerscore, een effect dat zes maanden aanhield, maar er was geen statistisch significant verschil tussen de twee groepen.

In een vervolganalyse bleek verwachting over de behandeling het resultaat niet te voorspellen, wat er eerder op wijst dat het contact met een behandelaar en het ritueel van de sessie zelf iets doen, los van waar de naald precies zit.

” Acupunctuur verbeterde weliswaar algemene klachten en kwaliteit van leven ten opzichte van geen behandeling, maar had volgens NAMS “weinig tot geen klinisch voordeel” ten opzichte van sham-behandeling.

Een treffende illustratie van hoe sterk dat placebo-achtige effect kan zijn, komt uit een studie van Mao en collega’s (2015) in Journal of Clinical Oncology.

Bij 120 borstkankeroverlevenden werden vier behandelingen met elkaar vergeleken: elektroacupunctuur, sham-acupunctuur, het medicijn gabapentine, en een placebopil.

Na acht weken daalde de opvliegerscore met 47,8 procent bij elektroacupunctuur, met 45,0 procent bij sham-acupunctuur, met 39,4 procent bij gabapentine en met slechts 22,3 procent bij de placebopil.

Sham-acupunctuur, dus nep-naalden, presteerde daarmee significant béter dan de placebopil.

Blijkbaar doet het ontvangen van “iets via naalden”, ook als het nep is, meer met mensen dan een nepcapsule slikken, mogelijk door de combinatie van fysiek contact, aandacht van een behandelaar en de verwachting die bij een prikbehandeling hoort.

Dit venijnige verschil tussen prikken en nep-prikken is precies waarom onderzoek naar acupunctuur bij overgangsklachten zo lastig te interpreteren blijft.

Elektroacupunctuur bij borstkanker: een net iets ander verhaal

Toch is niet alles even somber, vooral niet wanneer je kijkt naar intensievere protocollen bij een specifieke groep: vrouwen die vanwege hormoonreceptor-positieve borstkanker tamoxifen of een aromataseremmer gebruiken, medicijnen die stevige opvliegers kunnen veroorzaken.

In de eerder genoemde Mao-studie bleef elektroacupunctuur, waarbij een lichte elektrische stroom via de naalden loopt, na 24 weken duidelijk effectiever dan gabapentine, waarvan het effect juist terugzakte.

Een recentere en grotere gepoolde analyse van Lu en collega’s, gepubliceerd in 2024 in het tijdschrift Cancer, bevestigt dit beeld.

Bij 158 vrouwen met hormoonreceptor-positieve borstkanker gaf twintig sessies acupunctuur over tien weken een afname van 49 procent in de ernst van opvliegers, tegenover 13 procent in de controlegroep die pas later behandeld werd, een verschil dat statistisch overtuigend was (p=0,003).

Ook de kwaliteit van leven verbeterde duidelijk meer in de acupunctuurgroep, en dat effect hield nog tien weken na het stoppen van de behandeling aan.

Belangrijke kanttekening: deze studie vergeleek niet met sham-acupunctuur maar met “gewone zorg”, dus ook hier is een placebocomponent niet volledig uit te sluiten.

En het gaat om een heel specifieke groep, vrouwen met medicijn-geïnduceerde opvliegers na borstkanker, niet de gemiddelde vrouw in de natuurlijke overgang.

Een eerdere, kleinere meta-analyse uit 2017 naar 844 borstkankerpatiënten vond juist geen significant effect op de frequentie of ernst van opvliegers zelf, wel op algemenere overgangsklachten (gemeten met de Kupperman-index, p=0,009), een nuance die in populaire berichtgeving nogal eens verloren gaat.

Wat deze twee bevindingen samen laten zien, is dat de uitkomst van onderzoek naar acupunctuur bij opvliegers sterk afhangt van drie keuzes: welke populatie wordt onderzocht (natuurlijke overgang versus medicijn-geïnduceerde klachten), waarmee wordt vergeleken (niets, sham, of medicatie), en hoe intensief het protocol is (handmatige versus elektrische stimulatie, acht versus twintig sessies).

Dat maakt harde, algemene uitspraken lastig, en verklaart ook waarom verschillende organisaties tot verschillende conclusies komen.

Slaap, stemming en de praktijk in Nederland

Naast opvliegers wordt acupunctuur ook onderzocht voor twee andere veelvoorkomende overgangsklachten: slaapproblemen en stemmingsklachten.

Een meta-analyse uit 2025, gepubliceerd in PLOS ONE, bundelde 28 onderzoeken met in totaal 2063 deelnemers naar acupunctuur bij overgangsgerelateerde slapeloosheid.

Vergeleken met sham-acupunctuur (zes studies, 428 deelnemers) verbeterde de slaapkwaliteit significant, met een effect dat tot vier weken na de behandeling aanhield.

Vergeleken met reguliere slaapmedicatie was acupunctuur op de korte termijn beter, maar dat voordeel verdween bij een behandelduur langer dan acht weken.

De bewijskwaliteit werd beoordeeld als zeer laag tot matig.

Voor stemmingsklachten rond de overgang liet een systematische review uit 2021 in Frontiers in Psychiatry, gebaseerd op 25 studies met 2213 vrouwen, een positiever beeld zien: acupunctuur naast standaardzorg gaf een duidelijk grotere verbetering dan standaardzorg alleen.

Belangrijk voorbehoud: de meeste van deze onderzoeken vergeleken met antidepressiva, niet met sham-acupunctuur, dus een placebo-effect kan ook hier niet worden uitgesloten.

Bovendien komt het merendeel van deze studies uit China, met vaak minder strenge methodologie dan in westerse trials gebruikelijk is.

Ter vergelijking: de Nederlandse huisartsenrichtlijn over de overgang legt in haar aanbevelingen vooral de nadruk op voorlichting en hormoontherapie, en noemt acupunctuur niet expliciet als eerstekeuzeoptie, een indicatie dat de Nederlandse eerstelijnszorg terughoudender is dan sommige gespecialiseerde klinieken doen vermoeden.

Dat wil niet zeggen dat een huisarts het zal afraden, maar wel dat het niet standaard onderdeel is van het behandelpad.

Wat betreft veiligheid is het beeld gunstig, mits acupunctuur wordt uitgevoerd door een ervaren behandelaar met steriele naalden.

Een overzichtsstudie in Scientific Reports (2017) die zeventien systematische reviews naar bijwerkingen samenvatte, vond dat ernstige complicaties zoals een klaplong of infectie zeldzaam zijn, wereldwijd cumulatief enkele tientallen gevallen over meerdere decennia, terwijl lichte bijwerkingen zoals blauwe plekken en prikpijn vaker voorkomen maar onschuldig zijn.

In de trials die specifiek bij overgangsklachten werden uitgevoerd, waren bijwerkingen van acupunctuur bovendien substantieel minder frequent dan bij medicatie: in de Mao-studie bijvoorbeeld 16,7 procent bij elektroacupunctuur tegenover 39,3 procent bij gabapentine.

Typische onderzoeksprotocollen gebruiken tussen de acht en twintig sessies, verspreid over acht tot tien weken, de ACUFLASH-studie werkte met tien sessies, Ee met tien sessies over acht weken, en de intensievere oncologische protocollen van Mao en Lu liepen op tot twintig sessies over tien weken.

Wie overweegt het te proberen, moet dus rekening houden met een investering van meerdere maanden voordat een eventueel effect goed te beoordelen is; na één of twee sessies is nog niets te zeggen.

Ook de context waarin acupunctuur wordt aangeboden, doet er in de praktijk toe.

In vrijwel alle bovengenoemde studies ging het om behandeling door een opgeleide, ervaren acupuncturist die tijd nam voor een intakegesprek en persoonlijke aandacht gaf tijdens de sessies, precies het soort contact waarvan bekend is dat het losstaand van de naald zelf al een positief effect kan hebben op klachten en welbevinden.

Dat betekent niet dat de behandeling “nep” is of geen zin heeft, maar wel dat het verstandig is de verwachtingen te temperen tot wat de wetenschap daadwerkelijk laat zien: een duidelijk effect ten opzichte van niets doen, een veel kleiner en vaak niet-significant verschil ten opzichte van nep-acupunctuur, en het meest overtuigende bewijs juist bij intensievere, elektrische protocollen binnen de oncologische setting.

Bronnen
Dodin S, et al.

” Cochrane Database of Systematic Reviews, 2013, CD007410.

Goldstein KM, Coeytaux RR, Williams JW Jr, et al.

Nonpharmacologic Treatments for Menopause-Associated Vasomotor Symptoms.

VA Evidence-based Synthesis Program, 2016.

Borud EK, Alraek T, White A, et al.

The Acupuncture on Hot Flushes Among Menopausal Women (ACUFLASH) study.

Menopause, 2009;16(3):484-493.

Ee C, et al.

Acupuncture for Menopausal Hot Flashes: A Randomized Trial.

Annals of Internal Medicine, 2016;164(3):146-154.

Ee C, et al.

Expectancy after the first treatment and response to acupuncture for menopausal hot flashes.

PLOS ONE, 2017.

Liu C, Wang Z, Guo T, Zhuang L, Gao X.

Acupuncture in Medicine, 2022;40(4).

Mao JJ, et al.

Electroacupuncture for fatigue, sleep, and psychological distress in breast cancer patients with aromatase inhibitor-related joint pain.

Journal of Clinical Oncology, 2015;33(31).

Lu W, et al.

Acupuncture for hot flashes in hormone receptor-positive breast cancer: a pooled analysis.

Cancer, 2024.

North American Menopause Society.

2023 Nonhormone Therapy Position Statement.

Menopause, 2023.

nl.

Hormoonloze behandeling overgangsklachten (richtlijn Management rondom menopauze).

Zhang, et al.

Acupuncture for menopause-related insomnia: a meta-analysis.

PLOS ONE, 2025.

Zhao Y, et al.

Acupuncture as an Independent or Adjuvant Management to Standard Care for Perimenopausal Depression.

Frontiers in Psychiatry, 2021.

Safety of Acupuncture: Overview of Systematic Reviews.

Scientific Reports, 2017.

Meer lezen over deze behandelvorm? Bekijk de thema-pagina acupunctuur voor een breder overzicht.

Of acupunctuur bij overgangsklachten voor jou meerwaarde heeft, hangt sterk af van je verwachtingen en de klachten die het meest storen.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

27 augustus, 2026

Thema

Acupunctuur

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen