Acupunctuur in de oncologische zorg

Als aanvulling naast de behandeling van kanker wordt acupunctuur steeds vaker ingezet tegen bijwerkingen. Wat laat het onderzoek zien, en waarvoor niet?

Inhoudsopgave

Een aanvulling op de behandeling, geen behandeling van de ziekte zelf

Acupunctuur in de oncologische zorg: onderzoek en toepassing

Acupunctuur in de oncologische zorg krijgt steeds meer aandacht, maar voordat er één cijfer wordt genoemd, verdient één ding vooropgesteld te worden: acupunctuur wordt in de oncologie uitsluitend onderzocht en toegepast als ondersteunende, symptoomverlichtende zorg náast de regulieren kankerbehandeling: chemotherapie, bestraling, chirurgie, hormoontherapie. Er is geen serieus wetenschappelijk bewijs dat acupunctuur kanker zelf behandelt, geneest of de ziekte remt, en geen van de hieronder besproken onderzoeken beweert dat ook. Waar het wél om gaat, is het verlichten van de bijwerkingen die de behandeling van kanker met zich meebrengt: misselijkheid, vermoeidheid, gewrichtspijn, zenuwschade en opvliegers.

Dat onderscheid is belangrijk, want juist op dit specifieke, bescheiden terrein heeft acupunctuur inmiddels een plek veroverd in gezaghebbende medische richtlijnen. In 2022 publiceerden de Society for Integrative Oncology (SIO) en de American Society of Clinical Oncology (ASCO) gezamenlijk een uitgebreide richtlijn over pijnbehandeling bij mensen met kanker, waarin acupunctuur voor één specifieke indicatie zelfs de sterkste aanbeveling krijgt die de richtlijn kent.

Dat zo’n richtlijn er komt vanuit twee gerenommeerde oncologische beroepsverenigingen, niet vanuit een belangenorganisatie voor complementaire zorg, zegt op zichzelf al iets: het betekent dat oncologen en onderzoekers de bestaande studies serieus genoeg vonden om er, per specifieke indicatie, een formele uitspraak over te doen. Dat is wezenlijk anders dan een vage, algemene claim dat “acupunctuur goed is bij kanker”, de richtlijn maakt juist per symptoom onderscheid, met een eigen bewijskracht en aanbevelingssterkte voor elke afzonderlijke toepassing.

Zo blijft duidelijk dat acupunctuur in de oncologische zorg altijd een aanvullende rol speelt, nooit een vervangende.

Gewrichtspijn door aromataseremmers: het sterkste bewijs

Vrouwen die na borstkanker een aromataseremmer gebruiken, een hormoonblokkerend medicijn dat de kans op terugkeer van de ziekte verkleint, krijgen daarbij vaak last van gewrichtspijn en stijfheid, een bijwerking die voor sommigen zo hinderlijk is dat ze overwegen om ermee te stoppen. Dit is precies het gebied waarop het beste onderzoek naar acupunctuur in de oncologie is verricht.

De belangrijkste studie is die van Hershman en collega’s, gepubliceerd in 2018 in JAMA (bekend als de SWOG S1200-trial). Bij 226 vrouwen met vroegstadium borstkanker werden drie groepen vergeleken: echte acupunctuur (110 vrouwen), sham-acupunctuur (59 vrouwen) en een wachtlijstgroep (57 vrouwen), gedurende twaalf weken behandeling. Na zes weken was de pijnscore (op een schaal van 0 tot 10) 0,92 punt lager bij echte acupunctuur dan bij sham, en 0,96 punt lager dan bij de wachtlijstgroep, een statistisch overtuigend verschil. Nog concreter: 58 procent van de vrouwen in de acupunctuurgroep bereikte een klinisch relevante pijnvermindering van minstens twee punten, tegenover 33 procent bij sham en 31 procent bij de wachtlijst. Het effect bleef ook bij een follow-up van 24 weken merkbaar.

Een vervolgpublicatie van dezelfde onderzoeksgroep, gepubliceerd in JAMA Network Open, volgde de deelneemsters nog verder: bij 52 weken, dus lang na het einde van de twaalf weken durende behandeling, hadden de vrouwen die echte acupunctuur hadden gekregen nog altijd 1,08 punt minder pijn dan de sham-groep en 0,99 punt minder dan de wachtlijstgroep.

Op basis van precies deze studie formuleerde de SIO-ASCO-richtlijn van 2022 haar sterkste aanbeveling voor acupunctuur binnen de hele oncologische pijnrichtlijn: “acupunctuur zou moeten worden aangeboden aan patiënten met borstkanker die gewrichtspijn ervaren door aromataseremmers.” Dit is een van de weinige acupunctuurstudies met een grote studiepopulatie, een serieuze sham-controle, langdurige follow-up, en een resultaat dat na herhaling en verlengde opvolging overeind bleef.

Deze bevindingen komen uit de SWOG S1200-studie, een van de grootste gerandomiseerde trials naar acupunctuur in de oncologische zorg, gepubliceerd in JAMA. Het effect bleek zelfs 40 weken na het stoppen van de behandeling nog meetbaar.

Dit is precies het soort bewijs dat acupunctuur in de oncologische zorg naar een serieuzere positie tilt binnen de ondersteunende zorg rond kankerbehandeling.

Misselijkheid, vermoeidheid en opvliegers: een wisselender beeld

Voor andere veelvoorkomende bijwerkingen van kankerbehandeling is het bewijs minder eenduidig. Voor misselijkheid en braken door chemotherapie bundelde een Cochrane-review van Ezzo en collega’s elf onderzoeken. Elektroacupunctuur als aanvulling op standaard anti-braakmedicatie verminderde braken in de eerste 24 uur na chemotherapie (relatief risico 0,77), een bescheiden maar reëel effect. Een belangrijke kanttekening van de Amerikaanse National Center for Complementary and Integrative Health (NCCIH) is dat dit onderzoek dateert van vóór de huidige generatie krachtige anti-braakmedicijnen, waardoor de resultaten mogelijk niet één-op-één te vertalen zijn naar de hedendaagse standaardbehandeling van misselijkheid. Ondanks deze beperking kreeg elektroacupunctuur als aanvulling op medicatie tegen misselijkheid een gunstige, zij het gematigde beoordeling (“graad B”) in de gezamenlijke SIO-ASCO-richtlijn van 2017/2018.

Voor kankergerelateerde vermoeidheid vond een pragmatische studie van Molassiotis en collega’s bij 302 borstkankerpatiënten een significante verbetering van algemene, fysieke en mentale vermoeidheid met acupunctuur ten opzichte van verbeterde gebruikelijke zorg. Een latere meta-analyse van Zhang en collega’s uit 2018, gebaseerd op tien onderzoeken met 1327 patiënten, bevestigde dat beeld in bredere zin. Een belangrijk voorbehoud bij de Molassiotis-studie: er was geen sham-acupunctuurgroep, waardoor een placebo-effect niet kan worden uitgesloten. De SIO-ASCO-richtlijn beoordeelt acupunctuur voor vermoeidheid na kankerbehandeling dan ook terughoudender dan voor gewrichtspijn: “kan worden overwogen” (graad C) in plaats van “zou moeten worden aangeboden”.

Bij opvliegers door tamoxifen of aromataseremmers is het beeld door de tijd heen zelfs tegenstrijdig. Een meta-analyse uit 2017 op basis van 844 borstkankerpatiënten vond geen effect van acupunctuur op de frequentie of ernst van opvliegers zelf. Een recentere, methodologisch sterkere gepoolde analyse (Lu en collega’s, 2024, Cancer) vond juist een duidelijk gunstig effect: bij 158 vrouwen daalde de ernst van opvliegers met 49 procent na twintig sessies acupunctuur over tien weken, tegenover 13 procent in de controlegroep. Twee degelijke onderzoeken, twee verschillende conclusies: een aanwijzing dat recenter, intensiever onderzoek een positiever beeld laat zien dan ouder werk.

Deze uitkomst versterkt het beeld dat acupunctuur in de oncologische zorg breder inzetbaar kan zijn dan alleen bij gewrichtspijn door aromataseremmers.

Chemotherapie-geïnduceerde zenuwschade: nog pril bewijs

Een van de hardnekkigste en moeilijkst te behandelen bijwerkingen van bepaalde chemotherapieën is perifere neuropathie: tintelingen, doofheid of pijn in handen en voeten door zenuwschade. Hier is het beschikbare onderzoek naar acupunctuur duidelijk het meest voorlopig van alle hier besproken toepassingen.

Een meta-analyse van Chien en collega’s uit 2019, gebaseerd op zes onderzoeken met 386 patiënten, vond een significante verbetering van zowel pijn als sensorische klachten op vragenlijstniveau. Belangrijk is echter wat er niet verbeterde: de zenuwgeleidingssnelheid, een objectieve, elektrofysiologische meting van hoe goed de zenuwen daadwerkelijk functioneren, veranderde niet significant. De onderzoekers formuleerden dit zelf voorzichtig: acupunctuur “kan chemotherapie-geïnduceerde perifere neuropathie tot op zekere hoogte verminderen, maar het mechanisme is niet duidelijk.”

Een tweede review, van Xu en collega’s uit 2022 met vijf onderzoeken en 225 deelnemers, bevestigde dit gemengde beeld: neuropathische pijn verbeterde significant, maar functionele beperkingen door de neuropathie verbeterden niet significant en de spreiding tussen studies was groot. Dit sluit precies aan bij de voorzichtige inschatting van de SIO-ASCO-richtlijn, die acupunctuur voor deze indicatie de zwakste aanbeveling van de hele richtlijn geeft: “kan worden overwogen”, gebaseerd op laagwaardig bewijs uit zeven kleine onderzoeken. Van alle in dit artikel besproken toepassingen bij kanker is dit veruit de minst overtuigende.

Onderzoek naar acupunctuur in de oncologische zorg bij zenuwschade staat nog in een vroeg stadium, met kleinere studies dan bij gewrichtspijn of misselijkheid.

Veiligheid bij kankerpatiënten, en wat er mogelijk achter zit

Veiligheid van acupunctuur bij kankerpatiënten

Kankerpatiënten vormen om verschillende redenen een kwetsbaardere groep dan de gemiddelde acupunctuurpatiënt, en daar bestaan specifieke voorzorgsmaatregelen voor. Een overzichtsartikel over veilige acupunctuurpraktijk bij kanker, gepubliceerd in 2024 in Supportive Care in Cancer, noemt een aantal concrete aandachtspunten. Bij een trombocytenaantal onder de 20×10&sup9;/L wordt geadviseerd eerst overleg te hebben met het behandelteam, vanwege een verhoogd bloedingsrisico; bij mensen die stabiel bloedverdunners gebruiken, blijkt ernstige bloeding in de praktijk zeer zeldzaam. Voor het risico op infectie bij een verzwakt immuunsysteem is de zorg vooral theoretisch: één aangehaalde studie vond een infectiepercentage van 0,014 procent bij behandeling met schone-naaldentechniek. Een derde, expliciete voorzorgsmaatregel is het vermijden van naaldbehandeling in of nabij een arm met lymfoedeem of een verhoogd risico daarop, bijvoorbeeld na verwijdering van okselklieren bij borstkankerchirurgie.

Wat betreft mogelijke werkingsmechanismen bouwt het oncologische onderzoek voort op dezelfde theorieën die ook bij chronische pijn en migraine worden genoemd: beïnvloeding van pijnpoorten op ruggenmergniveau, activering van het endogene opioïdesysteem via endorfine-afgifte, en regulatie van het autonome zenuwstelsel. Een veelgeciteerd overzichtsartikel van radiotherapeut en onderzoeker Stephen Sagar uit 2008 brengt deze lijnen samen. Deze mechanismen zijn overwegend afkomstig uit algemener pijnonderzoek en worden in de vakliteratuur expliciet als hypothese gepresenteerd, niet als bewezen feit. Sagar waarschuwt zelf uitdrukkelijk dat de effecten van de naald losstaand van niet-specifieke, aandachts- en verwachtingsgebonden effecten van de behandelaar moeten worden onderscheiden.

Samenvattend tekent zich binnen de oncologie een duidelijke rangorde af. Voor gewrichtspijn door aromataseremmers is het bewijs stevig genoeg voor een sterke richtlijnaanbeveling. Voor misselijkheid en vermoeidheid is het bewijs redelijk, met kanttekeningen over placebo-controle en verouderde vergelijkingsstandaarden. Voor opvliegers bij hormoontherapie is het beeld door de tijd heen gewisseld. En voor chemotherapie-geïnduceerde zenuwschade is het bewijs nog duidelijk voorlopig. In alle gevallen geldt: dit betreft ondersteunende symptoombestrijding náast de kankerbehandeling, nooit een vervanging voor de behandeling van de ziekte zelf.

Voor wie als kankerpatiënt of naaste overweegt acupunctuur te proberen: bespreek het altijd eerst met het behandelend oncologisch team, kies een behandelaar met specifieke ervaring in de oncologische setting, en houd de verwachtingen gekoppeld aan wat voor de specifieke klacht is aangetoond, voor gewrichtspijn door aromataseremmers is er reden voor een redelijk optimistische verwachting, voor chemotherapie-geïnduceerde zenuwschade juist voor een voorzichtige.

Bronnen
Hershman DL, Unger JM, Greenlee H, et al. Effect of Acupuncture vs Sham Acupuncture or Waitlist Control on Joint Pain Related to Aromatase Inhibitors Among Women With Early-Stage Breast Cancer (SWOG S1200). JAMA, 2018;320(2):167-176.
Hershman DL, et al. Follow-up analyse. JAMA Network Open, 2022.
Mao JJ, Ismaila N, Bao T, et al. Integrative Medicine for Pain Management in Oncology: SIO-ASCO Guideline. Journal of Clinical Oncology, 2022;40(34):3998-4024.
Ezzo J, Richardson MA, Vickers A, et al. Acupuncture-point stimulation for chemotherapy-induced nausea or vomiting. Cochrane Database of Systematic Reviews, 2006, CD002285.
Greenlee H, et al. SIO Clinical Practice Guidelines. CA: A Cancer Journal for Clinicians, 2017; endorsed: Lyman GH, Greenlee H, et al. Journal of Clinical Oncology, 2018;36(25):2647-2655.
Molassiotis A, Bardy J, Finnegan-John J, et al. Acupuncture for Cancer-Related Fatigue in Patients With Breast Cancer. Journal of Clinical Oncology, 2012;30(36):4470-4476.
Zhang Y, Lin L, Li H, Hu Y, Tian L. Effects of acupuncture on cancer-related fatigue: a meta-analysis. Supportive Care in Cancer, 2018;26(2):415-425.
Lu W, Giobbie-Hurder A, Tanasijevic A, et al. Acupuncture for hot flashes in hormone receptor-positive breast cancer. Cancer, 2024.
Chien TJ, Liu CY, Fang CJ, Kuo CY. The Efficacy of Acupuncture in Chemotherapy-Induced Peripheral Neuropathy. Integrative Cancer Therapies, 2019.
Xu, et al. Systematische review CIPN. Frontiers in Neurology, 2022;9:963358.
de Valois B, Young T, Zollman C, et al. Acupuncture in cancer care: recommendations for safe practice. Supportive Care in Cancer, 2024.
Sagar SM. Acupuncture as an Evidence-Based Option for Symptom Control in Cancer Patients. Current Treatment Options in Oncology, 2008;9(2-3).

Meer lezen over andere toepassingen van acupunctuur? Bekijk de thema-pagina acupunctuur voor het volledige overzicht.

Zo blijft acupunctuur in de oncologische zorg een terrein waarbij per klacht en per patiënt gekeken moet worden naar wat het meeste oplevert.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

27 augustus, 2026

Thema

Acupunctuur

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen