Door: Laura van Loon — Over therapeutschap en bewust aanwezig zijn
We leven in een fascinerende tijd, waarin kennis een belangrijke plaats inneemt en toegankelijker is dan ooit. Daarnaast kunnen we steeds meer zaken meten en analyseren, en dat doen we naar hartenlust. Binnen de complementaire zorg wordt er meer dan ooit gevraagd om onze interventies te onderbouwen en de effectiviteit van onze behandelingen inzichtelijk te maken. Dat is begrijpelijk, onze cliënten verdienen de allerbeste zorg.
Toch komt er voor iedereen een moment waarop duidelijk wordt dat het leven zich niet altijd laat sturen. Vroeg of laat maken we allemaal een keer verlies mee. Hoe zorgvuldig we ook werken, hoe graag we ook een bepaald resultaat willen zien, de uitkomst laat zich lang niet altijd voorspellen.
De grens van maakbaarheid
In onze opleidingen leren we hoe we met kennis, tools en ervaring het genezingsproces van onze cliënten zo goed mogelijk kunnen begeleiden. We leren observeren, diagnosticeren en interveniëren. We oefenen in het herkennen van patronen, het opstellen van behandelprotocollen en het activeren van het zelfherstellend vermogen. Het vormt het fundament van ons vak en vaak behalen we daar mooie uitkomsten mee.
Tegelijkertijd schuilt er in het verlangen naar meer en meer kennis ook een valkuil. En dat is de gedachte dat, als we maar genoeg weten, we de loop van het leven kunnen beheersen. Die gedachte is hoopvol, maar ook misleidend. Want wat gebeurt er als de klacht blijft? Als iemand niet beter wordt, ondanks alles wat we aanreiken?
Deze vragen brengen ons bij de grens van maakbaarheid.
Het ego van de helper
Het verlangen om te helpen is nobel. Maar het kent ook een keerzijde.
Toen ik begon als therapeut, dacht ik dat mijn kennis, inzet en aandacht het verschil zouden maken. Dit idee werd versterkt doordat ik heel mooie dingen in mijn praktijk zag ontstaan. Maar naarmate ik langer in praktijk voerde, werd ik ook soms geconfronteerd met processen die zich totaal anders ontvouwden dan ik had verwacht.
Hoe zorgvuldig ik ook werkte, de uitkomst van mijn handelen bleek minder voorspelbaar dan ik hoopte. Achteraf bezien had ik, zonder het te beseffen, het idee gekregen dat heling af te dwingen was, als ik maar hard genoeg mijn best deed.
Niks was minder waar. ‘Alles goed doen’ was geen garantie tot volledige genezing. Terugkijkend zie ik hoe ik onderweg een afslag had gemist.
Ik ben toeschouwer geweest van ‘wonderen’ in de praktijk. En ik heb evengoed hele verdrietige situaties meegemaakt waarbij ik me, ondanks mijn opleidingen, als therapeut machteloos voelde. Juist deze momenten hebben mij nederig gemaakt. Zittend tegenover een vrouw die ‘alles goed heeft gedaan’ en ‘toch’ tijdens de zwangerschap haar kindje heeft verloren, of tegenover een jongeman die ondanks een toegewijd leven met diepgaande kennis van gezondheid en vitaliteit, een hersenbloeding kreeg, kan ik niet anders dan concluderen dat er een heleboel is dat we met ons hoofd niet kunnen bevatten. Ik benoem bewust en met eerbied deze heftige voorbeelden. Het is namelijk makkelijk om een grote mening te hebben over relatief kleine ongemakken, maar als het om leven en dood gaat, dan komen er andere krachten bij kijken.
Ik moest het niet-weten toelaten in mijn praktijk en leven.
De onderstroom
Het omarmen van niet-weten is niet gelijk aan het hebben van desinteresse. Voor mij betekent het een houding van openheid en bereidheid om mee te bewegen met de stroom van het leven, ook als het zich anders ontvouwt dan we denken of hopen. Het vraagt van ons dat we luisteren met ons hele systeem, niet alleen met ons analytische vermogen.
In de Chinese geneeskunde wordt gesproken over de Dao. Het verwijst naar de onderliggende stroming van het leven zelf. Een ordening die we duidelijk terugzien in seizoenen en in geboorte en dood. We zijn er onlosmakelijk mee verbonden, we kunnen op haar meebewegen, zoals een surfer op de golven, maar we besturen of bezitten haar niet.
Wanneer we als therapeut het idee hebben dat wij het proces kunnen sturen, proberen we ongemerkt de grotere ordening met onze persoonlijke wil over te nemen. Met de beste bedoelingen, maar ook met een zekere overschatting van onze rol. Wat ik gaandeweg leerde, is dat heling niet ontstaat doordat wij haar kunnen afdwingen of begrijpen. De dingen zullen zich volgens hun eigen blauwdruk ontvouwen.
Dat betekent niet dat we geen tools meer kunnen inzetten, integendeel. Onze kennis en vaardigheden zijn waardevol, ze kunnen bijstaan en omstandigheden optimaliseren. Maar ze komen in mijn ogen het meest tot hun recht wanneer ze voortkomen uit afstemming en meebewegen in plaats van uit iets willen bereiken.
Een andere vorm van professionaliteit
De therapeut stond van oudsher naast het proces en diende het leven, niet zijn eigen idee ervan. Als we kijken naar de oorsprong van het woord therapeut, ontdekken we deze diepere betekenis.
Het woord therapeut komt van het Griekse therapeia en therapeuein, wat zoiets betekent als: het geven van zorg en aandacht aan de ander. In de oorspronkelijke betekenis gaat dit niet over genezen of herstellen van kwalen, maar over dienen en afgestemd aanwezig zijn bij een proces dat groter is dan wijzelf.
Tot slot
Therapeutschap vraagt behalve kennis ook om afstemming. Het helpt ons met vertrouwen aanwezig te blijven waar het ongemakkelijk is. We mogen het leven dienen in al haar kracht en kwetsbaarheid en misschien is dat wel een van de mooiste dingen die we te geven hebben. Onze bezielde aanwezigheid, dienstbaar met onze tools, vanuit vertrouwen in een ordening die groter is dan wijzelf.
Laura van Loon is docent acupunctuur en schrijver. Ze combineert Oosterse geneeskunst met Westerse toepasbaarheid en maakt eeuwenoude inzichten praktisch en helder. In haar boek Oosterse wijsheid in een Westers leven verbindt ze Lichaam, Geest en Ziel op een manier die uitnodigt tot vertraging en luisteren naar je innerlijke kompas. Laura geeft les in psychische en spirituele gezondheid bij Total Health. Meer over haar werk: www.lauravanloon.com/boek