De geschiedenis van hypnose en hypnotherapie

Van de slaaptempels van het oude Egypte tot moderne neurowetenschap: ontdek de fascinerende geschiedenis van hypnose en hypnotherapie.

Hypnose is geen uitvinding van de moderne tijd. Trance-achtige
toestanden zijn door de mensheid gebruikt voor spirituele en helende
doeleinden zolang er beschavingen bestaan. Van de slaaptempels van het
oude Egypte en Griekenland tot de sjamaan die in trance communiceert met
de geestenwereld — de mensheid heeft altijd geweten dat er in bepaalde
bewustzijnstoestanden iets bijzonders toegankelijk is. De moderne
wetenschappelijke geschiedenis van hypnose begint echter in de
achttiende eeuw, met een Weense arts die zichzelf te ver vooruit was
voor zijn tijd.

Franz
Anton Mesmer en het ‘dierlijk magnetisme’

De geschiedenis van de moderne hypnose begint bij Franz Anton Mesmer
(1734–1815), een Weense arts die stelde dat er een universele
magnetische vloeistof door alle levende wezens stroomt — wat hij
‘dierlijk magnetisme’ noemde. Ziekte, zo geloofde hij, was het gevolg
van een verstoorde stroming van dit magnetisme. Door zijn handen over
het lichaam van de patiënt te bewegen (‘mesmeren’) herstelde hij de
stroom en genas hij de patiënt.

Messmer behaalde spectaculaire resultaten, maar zijn theorie over
magnetische vloeistof werd door een wetenschappelijke commissie —
waaronder Benjamin Franklin en Antoine Lavoisier — in 1784 afgewezen. De
commissie concludeerde dat de effecten te verklaren waren door
verbeelding en verwachting. Mesmer werd wetenschappelijk
gediskrediteerd, maar zijn werk zaaide de zaad voor wat later hypnose
zou worden.

James Braid
en de geboorte van de hypnose

De term ‘hypnose’ werd geïntroduceerd door de Schotse chirurg James
Braid (1795–1860), die het begrip afleide van het Griekse ‘hypnos’
(slaap). Braid ontdekte dat hij trance-toestanden kon induceren door
mensen te laten staren op een glanzend object — een techniek die niets
te maken had met magnetisme of vloeistoffen.

Braid begreep dat hypnose een psychologisch en neurologisch fenomeen
was, geen mystiek verschijnsel. Hij was de eerste die hypnose probeerde
te plaatsen in een wetenschappelijk kader en er therapeutische
toepassingen voor zag. Zijn werk legde de grondslag voor alle latere
wetenschappelijke studie van hypnose.

In de tweede helft van de negentiende eeuw gebruikten Franse
neurologen — met name Jean-Martin Charcot en Hippolyte Bernheim —
hypnose systematisch in de behandeling van hysterie en andere
neurologische aandoeningen. Sigmund Freud leerde hypnose bij Charcot en
Bernheim, en gebruikte het aanvankelijk in zijn eigen praktijk voordat
hij de psychoanalyse ontwikkelde.

Twintigste eeuw tot
heden

In de twintigste eeuw werd hypnose verder wetenschappelijk onderzocht
en klinisch toegepast. Sleutelfiguren zijn Milton Erickson (1901–1980),
de Amerikaanse psychiater die een geheel nieuwe, indirecte benadering
van hypnose ontwikkelde die de autonomie van de cliënt centraal stelde.
Ericksons werk is tot op de dag van vandaag buitengewoon
invloedrijk.

In 1955 erkende de British Medical Association hypnose als legitiem
therapeutisch middel; de American Medical Association volgde in 1958.
Sindsdien is het wetenschappelijk onderzoek naar hypnose gegroeid, met
name op het gebied van pijnbeheersing, angst, psychosomatische
aandoeningen en neuroimaging-onderzoek naar wat er in het brein gebeurt
tijdens hypnose.

Vandaag de dag is hypnotherapie een erkende aanvullende
behandelmethode die wordt toegepast in ziekenhuizen, tandartspraktijken,
bevallingscentra, oncologie en psychotherapiepraktijken wereldwijd.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

11 augustus, 2026

Thema

Hypnotherapie

Tags

Deel dit artikel

Elke dag een druppeltje zon

Zes maanden lang gratis!

Gerelateerde artikelen