Wetenschappelijk bewijs voor massage bij pijn en angst tijdens kanker

Een meta-analyse van 36 onderzoeken naar massage bij kanker toont verbetering in pijn, kwaliteit van leven en angst, maar het bewijs is vooralsnog zeer beperkt van kwaliteit.

Samenvatting

Massagetherapie wordt door mensen met kanker vaak overwogen als aanvullende ondersteuning bij pijn, angst en een verminderde kwaliteit van leven. Een grote systematische review en meta-analyse, in 2025 gepubliceerd in het Journal of Clinical Nursing, bundelde de resultaten van 36 gerandomiseerde gecontroleerde trials met in totaal 3671 deelnemers om te onderzoeken of massage daadwerkelijk samenhangt met verbetering op deze drie uitkomsten bij mensen met kanker. De onderzoekers, onder leiding van Win Myint O, vonden na de interventie een significante afname van pijn (gestandaardiseerd gemiddeld verschil, SMD, van -0,51), een significante verbetering van kwaliteit van leven en een significante afname van angstklachten (SMD -0,38).

Deze cijfers klinken bemoedigend, en de auteurs concluderen dan ook dat zorginstellingen en zorgprofessionals de waarde van massagetherapie zouden moeten erkennen in de zorg voor mensen met kankerpijn. Tegelijk plaatsen de onderzoekers zelf een cruciale kanttekening: de zekerheid van het bewijs was voor alle drie de uitkomsten zeer laag. De meeste onderliggende studies hadden een onduidelijk of hoog risico op vertekening, onder meer doordat deelnemers en behandelaars vaak wisten wie er massage kreeg en wie niet, en doordat de studies onderling sterk verschilden in opzet, type massage en meetinstrumenten. Dat betekent niet dat de gevonden effecten onwaar zijn, maar wel dat vervolgonderzoek van hogere kwaliteit de uitkomsten nog aanzienlijk kan bijstellen.

Voor mensen met kanker die massage overwegen als aanvullende ondersteuning, is de praktische boodschap tweeledig. Er zijn aanwijzingen dat massage kan bijdragen aan minder pijn, minder angst en een betere kwaliteit van leven, maar dit is geen sterk bewezen behandeling en zeker geen vervanging voor de reguliere kankerbehandeling. Massage kan, in overleg met de behandelend arts of het oncologisch team, worden ingezet als aanvullende, ondersteunende zorg naast de bestaande medische behandeling — niet in plaats daarvan.

Verdieping

Steeds meer mensen met kanker zoeken naast hun reguliere behandeling naar vormen van ondersteunende zorg die klachten als pijn, spanning en angst helpen verlichten. Massagetherapie is daarbij een van de meest gevraagde vormen van complementaire zorg binnen de oncologie. Toch bestond er lange tijd geen goed overzicht van wat het totale, wereldwijde onderzoek naar massage bij kanker nu eigenlijk laat zien. Een team van onderzoekers rond Win Myint O bracht hier verandering in met een systematische review en meta-analyse die eind 2024 online verscheen en in 2025 werd gepubliceerd in het Journal of Clinical Nursing, een gerenommeerd internationaal vaktijdschrift voor verpleegkundig onderzoek. Dit artikel bespreekt deze specifieke studie: wat er precies is onderzocht, welke resultaten er zijn gevonden, en vooral ook welke voorzichtigheid daarbij op zijn plaats is.

Een systematische review en meta-analyse in gewone taal

Om de betekenis van deze studie goed te kunnen inschatten, is het nuttig eerst kort stil te staan bij het type onderzoek. Een systematische review is een onderzoek waarbij wetenschappers op een gestructureerde, vooraf vastgelegde manier alle beschikbare onderzoeksliteratuur over een bepaald onderwerp opsporen en beoordelen. In dit geval doorzochten de onderzoekers de wetenschappelijke literatuur op gerandomiseerde gecontroleerde trials, vaak aangeduid als RCT’s, waarin het effect van massagetherapie bij mensen met kanker werd onderzocht op pijn, kwaliteit van leven en angst. Een gerandomiseerde gecontroleerde trial is een onderzoeksopzet waarbij deelnemers door loting worden verdeeld over een groep die de interventie krijgt, in dit geval massage, en een controlegroep die dat niet krijgt of een andere vorm van zorg ontvangt. Deze opzet geldt als een van de sterkere manieren om te onderzoeken of een behandeling daadwerkelijk effect heeft, omdat toeval bepaalt wie in welke groep terechtkomt, waardoor de twee groepen bij aanvang van het onderzoek zo veel mogelijk vergelijkbaar zijn.

Na deze systematische zoektocht selecteerden de onderzoekers uiteindelijk 36 RCT’s die aan hun inclusiecriteria voldeden, met in totaal 3671 deelnemers, allemaal mensen met een kankerdiagnose. Vervolgens voerden zij een meta-analyse uit. Een meta-analyse is een statistische techniek waarbij de resultaten van meerdere afzonderlijke studies worden samengevoegd tot één gecombineerd, gepoold resultaat. Het idee daarachter is dat een enkele studie vaak te klein is, of net iets andere deelnemers of meetmethoden gebruikt, om met zekerheid conclusies te trekken. Door de resultaten van veel studies samen te nemen, ontstaat een preciezer en statistisch krachtiger beeld van het gemiddelde effect, en kan bovendien worden bekeken of de bevindingen consistent zijn tussen studies onderling.

Omdat de opgenomen studies verschillende meetinstrumenten gebruikten om bijvoorbeeld pijn of angst te meten, de ene studie een pijnschaal van nul tot tien en de andere een uitgebreidere vragenlijst, konden de onderzoekers de uitkomsten niet zomaar rechtstreeks met elkaar vergelijken. Daarom rekenden zij de resultaten van elke studie om naar een gestandaardiseerd gemiddeld verschil, in de vakliteratuur aangeduid als SMD, de afkorting van standardized mean difference. Een SMD drukt uit hoe groot het verschil tussen de massagegroep en de controlegroep is, uitgedrukt in standaarddeviaties in plaats van in de oorspronkelijke meeteenheden. Dit maakt het mogelijk om appels met peren te vergelijken: ongeacht welke specifieke vragenlijst een studie gebruikte, levert de SMD een uitkomst op die tussen studies onderling vergelijkbaar en optelbaar is. Als vuistregel geldt binnen de gedragswetenschappen vaak dat een SMD rond de 0,2 als een klein effect wordt beschouwd, rond de 0,5 als een gemiddeld effect, en rond de 0,8 of hoger als een groot effect. Deze indeling is een grove richtlijn en geen harde grens, maar helpt wel om de cijfers uit deze meta-analyse in perspectief te plaatsen.

De resultaten in cijfers

De meta-analyse keek naar drie uitkomsten, gemeten direct na afloop van de massage-interventie. Voor pijn vonden de onderzoekers een gepoolde SMD van -0,51, met een 95%-betrouwbaarheidsinterval van -0,68 tot -0,33. Het negatieve getal betekent hier een afname van pijn in de massagegroep ten opzichte van de controlegroep. Uitgaande van de eerder genoemde vuistregel gaat het hier om een effect dat tussen klein en gemiddeld in ligt, net over de grens van een gemiddeld effect. Het betrouwbaarheidsinterval geeft aan tussen welke twee waarden het werkelijke effect vermoedelijk ligt, met 95 procent zekerheid, gegeven de beschikbare data. Omdat dit hele interval aan de negatieve kant van nul ligt, spreken onderzoekers van een statistisch significant resultaat: puur toeval als verklaring voor het gevonden verschil wordt onwaarschijnlijk geacht.

Voor kwaliteit van leven werden de resultaten opgesplitst naar het type meetschaal, omdat sommige vragenlijsten een hogere score als beter interpreteren en andere juist een lagere score als beter. Bij de schalen waarbij een hogere score op een betere kwaliteit van leven wijst, vonden de onderzoekers een SMD van 0,48, met een betrouwbaarheidsinterval van 0,19 tot 0,78, wat duidt op een verbetering ten gunste van de massagegroep. Bij de schalen waarbij juist een hogere score op een slechtere kwaliteit van leven wijst, vonden zij een SMD van -0,52, met een betrouwbaarheidsinterval van -0,88 tot -0,16, wat op diezelfde manier op een verbetering wijst, omdat de score daalde. Beide uitkomsten wijzen dus, ondanks de tegengestelde cijfers, in dezelfde richting: mensen die massage kregen, rapporteerden gemiddeld een betere kwaliteit van leven dan mensen in de controlegroep.

Voor angst vonden de onderzoekers een gepoolde SMD van -0,38, met een betrouwbaarheidsinterval van -0,57 tot -0,18. Ook dit resultaat is statistisch significant en wijst op een afname van angstklachten bij mensen die massage kregen, ten opzichte van de controlegroep, al is de omvang van dit effect wat kleiner dan bij pijn en kwaliteit van leven.

Op basis van deze cijfers concludeerde de auteurs dat massage bij mensen met kanker samenhangt met een significante verbetering van pijn, kwaliteit van leven en angst, gemeten direct na de interventie. Zij roepen zorginstellingen en zorgprofessionals op om de waarde van massagetherapie te erkennen binnen de zorg voor mensen met kankerpijn.

Een cruciale kanttekening over de bewijszekerheid

Dit is het punt waarop zorgvuldige lezing van de studie extra belangrijk wordt. Statistische significantie, zoals hierboven beschreven, zegt iets over de kans dat een gevonden effect op toeval berust. Het zegt echter niets over hoeveel vertrouwen onderzoekers mogen hebben dat het gevonden effect ook klopt, gezien de kwaliteit van de onderliggende studies. Dat laatste wordt in de wetenschap apart beoordeeld, vaak met een systeem dat bekendstaat als GRADE, waarbij de bewijszekerheid van een uitkomst wordt ingedeeld in vier niveaus: hoog, gematigd, laag, of zeer laag.

De auteurs van deze meta-analyse beoordeelden de bewijszekerheid voor alle drie de onderzochte uitkomsten, pijn, kwaliteit van leven en angst, als zeer laag. Dat is de laagste categorie die er bestaat, en het is een uitspraak die de onderzoekers zelf expliciet en prominent in hun studie vermelden. Een zeer lage bewijszekerheid betekent dat er weinig vertrouwen mag worden ontleend aan het gevonden effect: toekomstig, beter uitgevoerd onderzoek kan de huidige schattingen nog aanzienlijk veranderen, in beide richtingen. Het effect zou in werkelijkheid dus kleiner kunnen blijken, groter, of zelfs afwezig.

Waarom kwam deze beoordeling zo laag uit? De onderzoekers noemen twee met elkaar samenhangende problemen die bij vrijwel alle 36 opgenomen studies speelden. Ten eerste hadden de meeste studies een onduidelijk of hoog risico op vertekening, ook wel bias genoemd. Bij onderzoek naar massage is het bijvoorbeeld vaak onmogelijk om deelnemers te blinderen voor de behandeling: iemand die massage krijgt, weet dat vrijwel altijd, in tegenstelling tot bijvoorbeeld onderzoek naar een pil, waarbij deelnemers niet weten of zij het echte middel of een placebo krijgen. Dat gebrek aan blindering kan ertoe leiden dat deelnemers of behandelaars, bewust of onbewust, uitkomsten anders inschatten of rapporteren. Daarnaast ontbrak bij een deel van de studies duidelijke informatie over bijvoorbeeld de wijze van randomisatie of de omgang met deelnemers die voortijdig afhaakten, waardoor het risico op vertekening moeilijk goed valt in te schatten.

Ten tweede verschilden de opgenomen studies sterk van elkaar: in het type kanker en de fase van de ziekte, in het soort massage dat werd gegeven, in de duur en frequentie van de sessies, in de gebruikte meetinstrumenten en in de omvang van de onderzoeksgroepen. Deze heterogeniteit maakt het lastiger om met vertrouwen te zeggen dat de gevonden gemiddelde effecten voor iedere patiënt en elke vorm van massage op dezelfde manier gelden. Sommige van de onderliggende studies waren bovendien klein, wat de precisie van de schattingen verder onder druk zet.

Het is belangrijk dit goed te begrijpen, juist omdat de uitkomsten van deze meta-analyse op het eerste gezicht overtuigend ogen: drie significante resultaten, met betrouwbaarheidsintervallen die niet door nul heen lopen. Toch geldt hier het adagium dat statistische significantie iets anders is dan bewijskracht. Deze meta-analyse laat zien dat er, over de hele linie van het beschikbare onderzoek, een signaal is dat wijst op mogelijke baat van massage bij pijn, kwaliteit van leven en angst tijdens kanker. Zij laat niet zien dat dit signaal stevig, robuust en boven elke twijfel verheven is. De auteurs zijn daar zelf helder en eerlijk over, en die eerlijkheid verdient het om net zo prominent te worden meegenomen als de significante cijfers zelf.

Praktische betekenis voor mensen met kanker

Wat betekent dit alles voor iemand die zelf met kanker te maken heeft en overweegt om massage te proberen als aanvullende ondersteuning? Ten eerste is het gerechtvaardigd om te zeggen dat er wetenschappelijke aanwijzingen zijn dat massage kan bijdragen aan minder pijn, minder angst en een betere ervaren kwaliteit van leven. Dat is een redelijk hoopvol signaal, zeker gezien hoe belastend deze klachten voor mensen met kanker kunnen zijn, naast de fysieke en emotionele last van de ziekte en de behandeling zelf.

Tegelijk is het minstens zo belangrijk om helder te zijn over wat deze studie niet laat zien. Massage is op basis van dit onderzoek geen bewezen, sterk onderbouwde behandeling tegen pijn, angst of verminderde kwaliteit van leven bij kanker, en het is zeker geen vervanging voor de reguliere oncologische behandeling of voor medische pijn- en angstbestrijding. De studie onderzocht massage uitdrukkelijk als aanvullende, ondersteunende zorg naast de bestaande behandeling, niet als alternatief daarvoor. Mensen die overwegen massage te proberen, doen er daarom verstandig aan dit altijd te bespreken met hun behandelend arts of het oncologisch behandelteam, voordat zij hiermee starten.

Dat overleg is om meerdere redenen zinvol. Ten eerste kan de arts of verpleegkundig specialist meedenken over het juiste moment en de juiste vorm van massage, afgestemd op de individuele situatie. Bij kanker kunnen namelijk aandachtspunten spelen die bij massage in de algemene bevolking geen rol spelen: zo kan het nodig zijn om rond een operatiegebied, een bestralingsplek, een poortkatheter of een gebied met lymfoedeem voorzichtig of juist niet te masseren, en kan bij een verhoogd risico op bloedstolsels, een sterk verlaagd aantal bloedplaatjes, of uitzaaiingen naar het bot, extra terughoudendheid nodig zijn met druk of intensiteit. Ten tweede is het van belang dat de massagetherapeut op de hoogte is van de diagnose en de behandelfase, en idealiter ervaring heeft met het werken bij mensen met kanker, zodat de massage veilig kan worden afgestemd op de situatie van de cliënt.

Verder is het goed te beseffen dat deze meta-analyse de effecten mat direct na afloop van de massage-interventie. Over de vraag of eventuele positieve effecten op langere termijn aanhouden, geeft deze studie geen uitsluitsel. Ook zegt de gepoolde uitkomst weinig over welke specifieke vorm van massage, welke frequentie of welke duur van de sessies het meest effectief zou zijn, omdat de opgenomen studies hierin sterk uiteenliepen. Wie massage overweegt, kan het beste zien of de klachten en het welbevinden na een aantal sessies daadwerkelijk verbeteren, in samenspraak met de eigen zorgverleners, in plaats van op voorhand een groot effect te verwachten.

Tot besluit

Deze meta-analyse van 36 gerandomiseerde gecontroleerde trials met 3671 deelnemers biedt een van de meest omvattende overzichten tot nu toe van het onderzoek naar massagetherapie bij pijn, kwaliteit van leven en angst bij mensen met kanker. De gevonden effecten, met SMD’s van -0,51 voor pijn, 0,48 respectievelijk -0,52 voor kwaliteit van leven, en -0,38 voor angst, zijn stuk voor stuk statistisch significant en wijzen in een consistente, hoopgevende richting. Tegelijk hebben de auteurs zelf klip-en-klaar aangegeven dat de bewijszekerheid voor al deze uitkomsten zeer laag is, vanwege een onduidelijk tot hoog risico op vertekening in de meeste onderliggende studies en aanzienlijke verschillen tussen die studies onderling.

Voor de praktijk betekent dit dat massage een redelijk verdedigbare, maar nog niet stevig bewezen aanvullende ondersteuning kan zijn voor mensen met kanker die last hebben van pijn, angst of een verminderde kwaliteit van leven, mits ingezet naast en niet in plaats van de reguliere kankerbehandeling, en altijd in overleg met en onder de aandacht van het behandelend medisch team. Toekomstig onderzoek van hogere methodologische kwaliteit, met minder risico op vertekening en meer eenduidigheid in opzet, zal moeten uitwijzen hoe stevig deze veelbelovende, maar voorlopig nog fragiele bevindingen werkelijk zijn.

Bron

Win Myint O, Yoong SQ, Toh E, Lei F, Jiang Y. Effectiveness of Massage Therapy for Cancer Pain, Quality of Life and Anxiety Levels: A Systematic Review and Meta-Analysis. Journal of Clinical Nursing. 2025;34(1). PMID: 39558520. Beschikbaar via: https://pubmed.ncbi.nlm.nih.gov/39558520/

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

14 augustus, 2026

Thema

Massagetherapie

Tags

Deel dit artikel

Elke dag een druppeltje zon

Zes maanden lang gratis!

Gerelateerde artikelen