Aromatherapie van René-Maurice Gattefossé in vogelvlucht
De geschiedenis van aromatherapie gaat ver terug in de tijd. Het woord betekent ‘behandeling met geuren’. Er wordt gebruikgemaakt van essentiële oliën (geuren) van kruiden, bloemen, bomen, wortels en andere plantendelen. Deze werken bij lichamelijke en psychische klachten en ondersteunen lichaam en geest op een holistische manier met hun zelfgenezend vermogen.
René-Maurice Gattefossé
De Fransman René-Maurice Gattefossé heeft in de twintigste eeuw een belangrijke rol gespeeld in het op de kaart zetten van aromatherapie. Hij was een echte pionier op het gebied van moderne, wetenschappelijke aromatherapie met essentiële oliën voor medische toepassingen.
René-Maurice studeerde chemische technologie aan de Universiteit van Lyon en sloot zich al snel aan bij het familiebedrijf, opgericht door zijn vader Louis. Destijds verkocht het bedrijf ingrediënten voor parfumerie, waaronder essentiële oliën.
Hij heeft talloze publicaties op zijn naam staan en introduceerde de term ‘aromatherapie’, dat algemeen geaccepteerd werd na de publicatie van zijn gelijknamige boek in 1937.
Lavendel in de Haute-Provence
René-Maurice was altijd op zoek naar manieren om de kwaliteit van etherische oliën te verbeteren. Daarom bezocht hij in 1907 de lavendelboeren in de Franse regio Haute-Provence. Hij ontdekte een arme streek en was geschokt door de slechte levens- en arbeidsomstandigheden van de boeren, waarop hij besloot hen te helpen en zich volledig in te zetten voor de ontwikkeling van Franse lavendel.
Hij organiseerde de gehele keten vanaf de plant tot de uiteindelijke olie en patenteerde technieken die de distillatiefaciliteiten verbeterden en moderniseerden, plantte hectares lavendel en richtte een vakbond van lavendelboeren op.
In enkele jaren nam de oogst van lavendel en de distillatie van etherische oliën aanzienlijk toe en stond de nu zo bekende Franse lavendel op de kaart.
Tijdens deze jaren deelden de lavendelboeren hun kennis over medicinale eigenschappen van lavendel met René-Maurice, waardoor zijn passie meer en meer aangewakkerd werd.
Brandwonden
Op een dag in 1910 toen René-Maurice aan het werk was in zijn laboratorium, raakte hij bespat met brandende olie, die rondvloog na een explosie; hij liep brandwonden op aan zijn hoofd en beide handen. Toen zijn wonden begonnen te infecteren en hij hoge koorts kreeg, herinnerde hij zich dat de lavendelboeren hem hadden verteld dat brandwonden konden worden genezen met essentiële lavendelolie.
Hij deed zijn verband af en smeerde zijn huid in met lavendelolie. Twee dagen later daalde zijn koorts en verdween de infectie, terwijl de wonden relatief snel en zonder huidschade genazen. Dit inspireerde hem om verder onderzoek te doen naar de kwaliteiten van lavendelolie.
Antiseptische eigenschappen
Voor René-Maurice bevestigde deze persoonlijke ervaring de hypothese dat essentiële lavendelolie antiseptische en helende eigenschappen had. Hij besteedde veel tijd aan het bestuderen van de heilzame, chemische eigenschappen van lavendelolie en ontwikkelde gaandeweg ook interesse in tal van andere etherische oliën. Vervolgens voerde hij een reeks experimenten uit in ziekenhuizen, werkte samen met artsen en ontwikkelde etherische oliën om infecties te bestrijden.
René-Maurice vatte een nieuwe missie op: de medische wereld ervan overtuigen dat deze therapie echt effectief was.
SALVOL
Een tweede gebeurtenis die zijn gedrevenheid aanwakkerde om aromatherapie verder te ontwikkelen, was het overlijden van zijn oudere broer, die ook in het familiebedrijf werkte. Deze stierf in 1915 tijdens de oorlog aan een infectieziekte. René-Maurice was hier erg door getroffen en besloot zich te wijden aan de ontwikkeling van een aromatisch antisepticum, dat hij SALVOL noemde.
Toen de Spaanse griep in 1918 hard toesloeg, was hij ervan overtuigd dat SALVOL levens kon redden. Om de effectiviteit van zijn aromatische mix te ondersteunen, publiceerde hij in het tijdschrift La Parfumerie Moderne een studie naar de bacteriedodende eigenschappen van etherische oliën op stafylokokkenculturen. Het bleek dat de extracten van lavendel, rozemarijn en SALVOL vanaf het eerste uur na contact stafylokokken vernietigden.
Veel militaire en civiele ziekenhuizen in Frankrijk en in het buitenland gebruikten zijn SALVOL-formule vervolgens met succes.
René-Maurice wilde de SALVOL-formule niet omzetten in een commercieel product, omdat hij geloofde dat het een publiek bezit was dat voor het algemeen belang gebruikt moest worden. Daarom stelde hij het productieproces beschikbaar aan degenen die erom vroegen.
Erkenning
In de jaren 20 en 30 van de vorige eeuw kregen René-Maurices experimenten geleidelijk erkenning. Hij produceerde antiseptische zepen en crèmes en SALVOL werd opnieuw wijdverspreid gebruikt voor desinfectie in ziekenhuizen, maar ook in fabrieken, kazernes, scholen en bioscopen.
Op basis van de resultaten van zijn vele experimenten schreef René-Maurice in 1937 een samenvatting van zijn werk in een boek dat hij Aromatherapie noemde.
Het jaar daarop publiceerde hij een tweede boek, een aanvulling op het eerste, Essential antiseptics, waarin hij de bacteriedodende eigenschappen van etherische oliën en de protocollen beschreef.
Onderzoek ten behoeve van iedereen
René-Maurice deelde graag zijn kennis en publiceerde meer dan 30 wetenschappelijke en technische boeken, naast tal van artikelen.
Als vrije geest wilde René-Maurice zowel de wetenschap als de filosofie begrijpen én bovenal de wetenschap gebruiken voor innovatief onderzoek ten behoeve van iedereen. In 1950 kreeg hij tijdens een bezoek aan Marokko een longembolie en overleed plotseling. Zijn zoon Henri-Marcel nam het familiebedrijf over en zette de studies naar etherische oliën, die zijn vader was begonnen, voort.
Bron: www.fondation-gattefosse.org

