Slaapapneu en overgewicht als overlevingsstrategie

Anneke Kiers ontrafelt hoe slaapapneu en overgewicht bij een 83-jarige cliënte samenhangen met generatietrauma en overlevingsdrang.

Slaapapneu en overgewicht als overlevingsstrategie

Ze is 83 als ze bij me komt. Haar klachten: slaapapneu en overgewicht. Al 13 jaar slaapt ze met een apparaat dat haar ademhaling ondersteunt. Ze wil er graag vanaf, maar de angst is groot: wat als de benauwdheid en de vermoeidheid terugkomen?

Wanneer we samen terugkijken, zien we het patroon in haar familiesysteem. Haar klachten begonnen rond haar 69e, precies de leeftijd waarop haar vader in zijn slaap overleed. Ook hij leed aan benauwdheid en zwaar ademen, en zijn klachten begonnen rond de leeftijd van 60 jaar toen zijn moeder plotseling in haar slaap overleed.

Voor mijn cliënte, toen een meisje van 9, was dit een heel verwarrende stilte: ‘Oma slaapt gewoon.’ De boosheid op het moment van het sluiten van de kist vertelt hoe onbegrijpelijk dit verlies voor haar was.

In haar gezin van herkomst speelde nog meer verlies en ontwrichting. Een zus stierf jong, op 34-jarige leeftijd. Twee andere zussen groeiden op bij familie, omdat hun eigen moeder de zorg niet aankon. En haar jongste broertje werd op 19-jarige leeftijd getroffen door polio en belandde in een rolstoel. Deze opeenstapeling van trauma’s en verlieservaringen maakte dat het gezin voortdurend leefde in een sfeer van kwetsbaarheid en overleven.

Haar lichaam staat sinds die tijd in overlevingsstand, met name in de nacht, en laat zich zien als slaapapneu. Slaapapneu als een biologisch overlevingsprogramma: het nachtelijk waken, het steeds controleren of er nog lucht is, of het leven er nog is. Het onderbewuste fluistert: ‘Oma ademt niet meer ~ mijn vader ademde niet meer ~ straks ik ook niet.’

Ook haar overgewicht kan hierin verklaard worden. Biologisch gezien vormt extra lichaamsweefsel een buffer: een reservevoorraad voor moeilijke tijden, maar ook letterlijk een laag bescherming om de kwetsbaarheid binnenin te bedekken. In een lichaam dat voortdurend in de stand van overleven staat, is vetweefsel geen vijand maar bondgenoot: het dempt, het beschermt, het houdt vast.

Zo krijgt haar hele levensverhaal beeld en wordt de puzzel steeds completer. Het ademhalingsapparaat naast haar bed is niet alleen een medische voorziening, maar ook een symbool: een ademsteun, een tastbare geruststelling dat ze veilig kan slapen. Het overgewicht is geen falen, maar biologisch gezien een houvast en een vorm van veiligheid.

We zien hier een herhaling in het familiesysteem van verlieservaringen die niet geaccepteerd, gerespecteerd, geïntegreerd en geneutraliseerd zijn. Deze zullen onderdeel van de therapie zijn, door middel van bijvoorbeeld NEI in combinatie met het Schumann Resonantie Systeem.

Voor ons als therapeuten is dit een waardevolle les. Achter klachten gaan soms oude verhalen schuil, vaak generatie breed. Het lichaam spreekt in symptomen de taal van overleven. En juist door die taal te verstaan, kan een cliënt ervaren dat klachten niet alleen belemmeren, maar ook getuigen van een diepe wijsheid: het lichaam doet wat nodig is om te blijven leven.

Anneke Kiers

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

15 augustus, 2026

Thema

NGW Magazine 2025

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen