Natuur en voeding blijken meer met elkaar te maken te hebben dan gedacht: stadsmensen die zich verbonden voelen met de natuur, eten gevarieerder en hebben een hogere inname van groente en fruit dan stadsmensen die minder ‘natuurminded’ zijn. Dat laat een Amerikaanse studie zien, uitgevoerd onder 317 volwassenen in Philadelphia.
Ook in Nederland groeit de belangstelling voor deze combinatie van natuur en gezondheid. Steeds meer huisartsenpraktijken en gemeenten experimenteren met ‘groen voorschrijven’, waarbij bewegen of tijd doorbrengen in een park of natuurgebied onderdeel wordt van een breder leefstijladvies naast voeding en beweging. Onderzoekers wijzen erop dat dit soort maatregelen relatief laagdrempelig en goedkoop zijn te organiseren, vergeleken met bijvoorbeeld medicatie of intensieve begeleiding, en dat de neveneffecten vrijwel uitsluitend positief zijn: meer buiten zijn hangt naast betere voeding ook samen met minder stress en meer lichaamsbeweging.
Verbondenheid met de natuur meten
De onderzoekers gebruikten de zogeheten Nature Relatedness-schaal, een vragenlijst die meet hoe sterk iemand zich verbonden voelt met de natuur, in combinatie met vragenlijsten over voedingspatroon en dieetkwaliteit. Volgens de onderzoekers was al eerder aangetoond dat verbondenheid met de natuur een gunstige invloed kan hebben op het psychologische en fysieke welbevinden, maar de relatie met concrete voedingskeuzes was nog niet eerder op deze manier in kaart gebracht.
Uit de resultaten bleek een duidelijk verband: deelnemers met een sterkere verbondenheid met de natuur aten gemiddeld genomen gevarieerder en hadden een hogere inname van groente, fruit en peulvruchten, en aten minder geraffineerde granen. Een vervolgstudie bevestigde deze samenhang met een bredere dieetkwaliteitsscore.
De onderzoekers benadrukken dat het hier gaat om een dwarsdoorsnede-onderzoek: het toont een samenhang tussen verbondenheid met de natuur en voedingskeuzes, maar bewijst niet welke van de twee de ander veroorzaakt. Het zou dus ook kunnen dat mensen die al gezonder en gevarieerder eten, van nature meer openstaan voor tijd in de natuur. Toch vinden de onderzoekers de bevinding relevant genoeg om verder te onderzoeken, juist omdat beide factoren, natuur en voeding, onafhankelijk van elkaar al bekendstaan als beschermend voor de gezondheid.
Voor stedelijke gemeenten liggen hier concrete aanknopingspunten: bij het inrichten van nieuwe wijken kan bewust ruimte worden gereserveerd voor groen, moestuinen en wandelpaden, in plaats van dit als sluitpost te behandelen. Zulke keuzes op de lange termijn kunnen volgens de onderzoekers bijdragen aan zowel gezondere voedingspatronen als een lager risico op leefstijlgerelateerde aandoeningen bij de bewoners.
Natuur als opstap naar gezondere keuzes
Ander onderzoek, gepubliceerd in Communications Psychology, liet daarnaast zien dat het simpelweg ervaren van natuur, bijvoorbeeld tijdens een wandeling in een park, mensen direct aanzette tot gezondere voedselkeuzes op dat moment, vergeleken met een stedelijke omgeving zonder groen.
Volgens de onderzoekers kan het dus lonen om voedingsinterventies uit te breiden met activiteiten in de natuur. Een voorbeeld dat ze aanhalen zijn Canadese artsen die natuur letterlijk aan hun patiënten voorschrijven, de zogeheten ‘nature prescriptions’. Ook pleiten de onderzoekers voor het vergroten van de verbondenheid met de natuur via stadsmoestuinen, natuurlessen op scholen en voldoende groen in de openbare ruimte.
In de praktijk vertalen sommige Amerikaanse en Canadese zorgverleners deze inzichten al naar concreet beleid. Zogeheten ‘natuurrecepten’ worden bijvoorbeeld uitgeschreven naast het gebruikelijke voedingsadvies bij patiënten met een verhoogd risico op hart- en vaatziekten of diabetes type 2. Artsen verwijzen patiënten dan door naar lokale parken, wandelroutes of stadstuinen, soms in combinatie met een groepsactiviteit, om zo zowel beweging, ontspanning als een betere relatie met voeding te stimuleren, met opvallend positieve reacties van patiënten die dit soort verwijzingen kregen.
Wie zelf wil profiteren van deze samenhang tussen natuur en voeding hoeft niet meteen groot te denken. Een korte wandeling in een park tijdens de lunchpauze, een moestuinbak op het balkon of een weekendje weg in een bosrijke omgeving kunnen al bijdragen aan een sterkere band met de natuur. Ook lokale initiatieven zoals volkstuinen of stadslandbouwprojecten combineren vaak op een natuurlijke manier tijd buiten met het zelf verbouwen en eten van groente en fruit.
Veelgestelde vragen over natuur en voeding
Hoe verklaren onderzoekers de link tussen natuur en gezonder eten?
Een mogelijke verklaring is dat mensen die zich verbonden voelen met de natuur, zich ook meer bewust zijn van de herkomst van hun voedsel en de gevolgen van hun keuzes voor het milieu, wat samen kan gaan met een voorkeur voor onbewerkte, plantaardige producten.
Helpt tijd doorbrengen in de natuur al op korte termijn?
Onderzoek suggereert van wel: al een korte blootstelling aan een natuurlijke omgeving kan voedselkeuzes op dat moment beïnvloeden, al is verbondenheid met de natuur als persoonlijkheidskenmerk over langere tijd een sterkere voorspeller van dieetkwaliteit.
Wat kunnen steden doen om deze verbondenheid te vergroten?
Onderzoekers noemen concrete maatregelen zoals stadsmoestuinen, meer groen in de openbare ruimte, natuurlessen op scholen en het voorschrijven van tijd in de natuur door zorgverleners, als aanvulling op reguliere voedingsadviezen, in plaats van als vervanging daarvan.
Meer weten over de link tussen natuur en voeding? Bekijk ook de andere artikelen op de thema-pagina N&S Magazine.


