Een kwart tot een derde van de amateursporters gebruikt voedingssupplementen net voor of na het sporten. Veel sporters weten echter niet precies wat ze gebruiken of maken combinaties met middelen, die schadelijk kunnen zijn voor hun gezondheid. Dit blijkt uit een grootschalig onderzoek van het RIVM onder 7.000 amateursporters.
Pre- en post-work-out-supplementen
Het RIVM heeft het gebruik van sportsupplementen voor het eerst uitgebreid in kaart gebracht. Er is gekeken naar zogeheten “pre- en post-work-out-supplementen“ die zijn bedoeld om net voor of net na het sporten te gebruiken. Ze claimen betere prestaties tijdens het sporten, doordat gebruikers er meer energie van krijgen. Ook zou het gebruik ervan leiden tot een betere focus en een beter uithoudingsvermogen (pre-work-out), of een beter herstel na afloop (post-work-out). Vooral bij krachtsport, fitness, wielrennen en hardlopen worden deze sportsupplementen gebruikt, blijkt uit het onderzoek.
Het gebruik van sportsupplementen is het hoogst in de leeftijdsgroep 25 t/m 34 jaar. Mannen gebruiken meer en vaker supplementen dan vrouwen en nemen vaak meer verschillende producten in.
De meest voorkomende ingrediënten in de gebruikte voedingssupplementen zijn eiwit (proteïne), cafeïne, calcium, magnesium, vitamines en creatine. Uit het onderzoek blijkt dat ongeveer 1 op de 6 mensen niet weet welke ingrediënten in hun sportsupplement zitten. Dit geldt vooral voor vrouwen en jongeren (15 t/m 24 jaar).

