Pandemie haalt de interesse van onderzoekers naar de inzet van vitaminen, mineralen en kruiden naar boven; curcumine (deel 9)

Jan Blaauw duikt in het negende deel van zijn reeks in de wetenschap achter curcumine: werking, farmacokinetiek, interacties en de rol bij COVID-19.

Door: Jan Blaauw

In de eerste zes uitgaven van Nutriënt & Supplement is er naast de inleiding een inzet gemaakt van vitaminen, mineralen en kruiden met de artikelen over SARS-CoV-2 in rol van ontdekker van vitamine- en mineralentekorten en herontdekker van het Post Viraal Syndroom alsmede uitlokker van reactivatie van eerdere ziekten. Hierin is als eerste inleidende artikel vitamine D aan bod gekomen. In deel 1 is vitamine C besproken, in deel 2 zijn zink en selenium besproken, in deel 3 is vitamine A aan bod gekomen, in deel 4 waren de onderwerpen foliumzuur, folaat en vitamine B12, in deel 5 ging het over vitamine B6, in deel 6 over het mineraal ijzer en in deel 7 over het mineraal koper en in het laatste nummer, deel 8, stond een artikel over vitamine K. Het is lastig om volledig te zijn, daar er vele onderzoeken zijn met daarnaast nog lopende onderzoeken. Dit geldt ook voor andere stoffen die behandeld (gaan) worden. In deze aflevering gaat het om het kruid curcuma, met de bioactieve stof curcumine.

De rol van curcuma en claims die gemaakt mogen worden

Ondanks het jarenlange gebruik van curcuma over de hele wereld komt de EFSA niet tot een standpunt waarvan zij vinden dat je hierover een claim mag maken (Verordening (EU) 2018/1556 van de commissie (EFSA)).

Doordat een of meerdere claims niet worden doorgezet of worden geaccepteerd, lijkt het erop dat de werking en effectiviteit van curcuma niet goed onderbouwd zou zijn. Dit laatste is maar de vraag. Desondanks zijn er tegengestelde berichten over de effectiviteit.

Inleiding

Curcuma is een specerij dat al meer dan 2000 jaar wordt gebruikt in de Ayurvedische geneeskunde en de Aziatische keuken (voor o.a. curries). Daarnaast wordt het ook gebruikt voor cosmetica en bij Indiase religieuze ceremonies.

De Curcuma longa wordt gekweekt in India en Zuid-China, maar ook in andere tropische en subtropische landen. Marco Polo beschreef curcuma in zijn dagboeken. In Europa werd het rond de Middeleeuwen populair, onder andere als kleurstof en geneesmiddel.

Rond 1940 kwam curcuma onder de aandacht van de onderzoekswereld, met name door zijn farmacologische eigenschappen (anti-inflammatoir, antioxidant en antibiotisch).

De Curcuma longa is familie van de gember en valt onder de Zingiberaceae familie. De plant kan ongeveer 1 meter hoog worden en groeit het beste in warme en vochtige gebieden.

Curcumine, ook bekend als “kurkuma longa” in het Nederlands, is het gele pigment dat afkomstig is van de turmericwortel. Hoewel de termen curcumine en turmeric soms door elkaar worden gebruikt bij supplementen, is turmeric eigenlijk het gele poeder dat wordt gebruikt in de keuken om gerechten op smaak te brengen, terwijl curcumine een natuurlijke chemische stof is die in de turmeric voorkomt.

Curcumine behoort tot de groep van moleculen die bekend staan als “polyfenolen”, bioactieve plantenstoffen die het menselijke lichaam op verschillende manieren beïnvloeden. In de turmericwortel worden niet alleen verschillende vormen van curcumine gevonden, maar ook diverse andere bestanddelen. Naar schatting zijn er meer dan 100 verschillende stoffen in de turmericwortel aanwezig, waaronder curcuminoïden. Curcuminoïden is een groep van curcuminemoleculen en wordt gevonden in een variëteit van verschillende vormen in de turmericwortel.

Voedingssupplementen bevatten voornamelijk drie curcuminehoofdvormen: curcumine, demethoxycurcumine en bisdemethoxycurcuminedie, waarvan we de laatste twee niet beschrijven. Ongeveer 1-5% van de turmericwortel bestaat uit curcuminoïden, en het lijkt erop dat het synergisme tussen al deze verschillende curcuminemoleculen leidt tot een beter biologisch effect dan inname van geïsoleerde curcuminevormen. Het is daarom aan te raden om een 100% natuurlijk curcumineproduct te gebruiken met een breed scala aan curcuminoïden, omdat dit het meest effectief blijkt te zijn. Helaas zijn er ook kunstmatige petroleum-gebaseerde curcumineproducten op de markt die goedkoper zijn, maar die niet even effectief en mogelijk onveilig zijn.

Samenvattend de belangrijkste invloedsferen van curcuma met bronnen

Curcumine bevat vele moleculaire mechanismen die kunnen inwerken op SARS-CoV-2 geïnduceerde fysiopathologie. Curcumine heeft enkele nuttige klinische effecten, zoals antivirale, antinociceptieve, ontstekingsremmende, antipyretische, anticoagulante, antiplatelet, cytoprotectieve, antivermoeidheidseffecten, antiprotozoa, antislangengif, antimicrobieel, antimalaria, antioxiderende, antiapoptotische en antifibrotische eigenschappen met remmende effecten op Toll-achtige receptoren, NF-KB, inflammatoire cytokines, chemokine en bradykinine. Deze kunnen effectief zijn om de symptomen van de geïnfecteerde patiënt met SARS-CoV-2 te beïnvloeden. Zowel in een acute fase als ook in een postvirale situatie.

Eerder uitgevoerd wetenschappelijk onderzoek laat zien dat curcumine een mogelijke rol zou kunnen spelen bij de behandeling van SARS-COV2. Daarom moet het gebruik van curcumine in de klinische proef als een nieuwe behandelingsoptie worden overwogen (Babaei et al., 2020, Amalraj et al., 2017).

Dit wordt ook gesuggereerd door onderzoek van Zahedipour et al., 2020, dat specifiek het mechanisme heeft bekeken van curcumine aangaande het effect op het remmen van de binnenkomst van het virus in de cel, het remmen van inkapseling van het virus en virale protease, evenals het moduleren van verschillende cellulaire signaalroutes. Deze invloed is al eerder werkzaam gebleken bij: Vesicular stomatitis virus, parainfluenza virus type 3, flock house virus, herpes simplex virus (HSV), respiratory syncytial virus (RSV) (Zahedipour et al., 2020) en influenza A-virus, HIV, enterovirus 71 (EV71), hepatitis C-virus (HCV) en humaan papillomavirus (HPV) (Babaei et al., 2020).

In een onderzoek van Bruna et al., 2021, is verder gezien dat curcumine werkzaam is gebleken tegen dengue virus, zikavirus, chikununya virus, humaan norovirus (HuNoV), viraal hemorragisch virus in vissen en runder herpesvirus 1 (BHV-1), Japanse encephalitis virus (JEV), Epstein-Barr virus (EBV), humaan cytomegalovirus (HCMV) en human immunodeficiency virus (HIV).

Farmacokinetiek

Absorptie

Bij mensen is de orale biologische beschikbaarheid van curcumine in onderzoeken erg laag gebleken. De gemiddelde piekserumconcentraties na inname van curcumine 4 gram, 6 gram en 8 gram waren respectievelijk 0,51 microM, 0,63 microM en 1,77 microM. De opname van curcumine lijkt toe te nemen bij inname met voedsel of piperine (het actieve ingrediënt in zwarte of witte peper). Opmerking bij het gebruik van piperine is dat deze toevoeging ook voor darmklachten kan zorgen bij sommige mensen. Ook lijkt de opname van curcumine te verbeteren bij inname in een capsule, in een liposomale formulering, in een nanodeeltjespoeder, of in een fytosoom, een homogeen fosfolipidencomplex. Specifieke orale formuleringen van curcuma hebben een verhoogde absorptie aangetoond in studies.

Metabolisme

Curcumine ondergaat een aanzienlijk metabolisme in de lever en darmen, wat bijdraagt aan een lage orale biologische beschikbaarheid. Bij mensen is curcumine in het plasma aanwezig als glucuronide- en sulfaatconjugaten. De halfwaardetijden van deze conjugaten zijn 6-24 uur.

Uitscheiding

Bij mensen is curcumine aanwezig in de ontlasting na consumptie van een extract. In sommige onderzoeken was curcumine niet detecteerbaar in de urine na orale inname. Andere studies ontdekten echter wel curcumine en zijn conjugaten in de urine.

Interacties met curcuma vanuit supplementen, voeding, ziekten en medicijnen

Een bijwerking door het gebruik kan droge mond, flatulentie en een geïrriteerde maag zijn. De frequentie waarin dit voorkomt is niet bekend. En tevens kan een overgevoeligheid voor de werkzame stof voorkomen.

Juist omdat curcuma zo uitgebreid is onderzocht, is ook duidelijk geworden dat er interacties kunnen zijn waar rekening mee gehouden moet worden. Deze worden hieronder beschreven.

Antistollingsmiddelen / bloedverdunners: kurkuma heeft een bloedverdunnend effect. Theoretisch zou het gelijktijdig gebruik van curcuma met antistollingsmiddelen/bloedverdunners het risico op bloedingen kunnen verhogen (o.a. doordat de bloedplaatjes minder samenklonteren). Het is dus belangrijk om gelijktijdig gebruik te monitoren of te voorkomen.

Cytochroom substraten: het cytochroom P450-enzymsysteem bevat een verzameling van ISO-enzymen die organische stoffen helpen te oxideren. Ze zijn belangrijk voor o.a. de afbraak van schadelijke/lichaamsvreemde stoffen. Verschillende cytochroom substraten hebben een interactie met curcuma, namelijk: CYP1A1, CYP1A2 en CYP3A4 zijn hierbij betrokken. Bij medicijnen die door deze enzymen gemetaboliseerd worden, kan dit het geneesmiddelenniveau van het lichaam verhogen/verlagen. Echter is dit bij-effect bij mensen niet gemeld.

Diabetesmedicatie / Glyburide: curcuma kan het HbA1c en de bloedglucosespiegel in diabetespatiënten verlagen. Bij gelijktijdig gebruik van curcuma met diabetesmedicatie kan het effect worden versterkt. Hierdoor is er meer kans op een hypoglykemie.

Docetaxel: uit dieronderzoek blijkt dat curcuma de biologische beschikbaarheid van docetaxel verbetert. Gelijktijdig gebruik van curcuma en docetaxel verhoogt de bloedspiegel van (oraal toegediend) docetaxel. Echter is de bruikbaarheid hiervan onduidelijk, omdat docetaxel meestal intraveneus wordt toegediend (in een klinische setting).

Norfloxacine: uit dieronderzoek blijkt dat het gebruik van curcuma de bloedspiegels van (oraal toegediende) Norfloxacine kan verhogen. Hierdoor kunnen de effecten, maar ook bijwerkingen van Norfloxacine verhoogd worden. Echter is dit niet bij de mens aangetoond.

Oestrogeen: het gelijktijdig gebruik van grote hoeveelheden curcuma met oestrogeen interfereert met hormonale therapie, omdat curcuma een competitie aangaat met de verbinding van oestrogeen aan receptoren. Er ontstaan dan concurrentie met de oestrogeenreceptoren.

P-glycoproteïne substraten: P-glycoproteine is een ‘draagmechanisme’ dat verantwoordelijk is voor het transporteren van medicijnen (en andere substanties) door de celmembranen. Als de absorptie van P-glycoproteïne wordt geremd in het maag-/darmkanaal, kan dit de absorptie van bepaalde medicijnen verhogen. In vitro- en dieronderzoek heeft aangetoond dat curcuminoïden en andere bestanddelen in curcuma de expressie en activiteit van P-glycoproteïne kan remmen. Theoretisch kan curcuma de absorptie van P-glycoproteïne-substraten dus verhogen.

Paclitaxel: dieronderzoek heeft aangetoond dat curcuma de orale biologische beschikbaarheid van Paclitaxel verbeterd. Gelijktijdig gebruik verhoogt dus het bloedlevel van Paclitaxel. De betekenis van dit onderzoek is echter niet duidelijk omdat Paclitaxel meestal intraveneus (in een klinische setting) wordt toegediend.

Sulfasalazine: klinisch bewijs toont aan dat het nemen van curcuma de bloedspiegel van sulfasalazine kan verhogen. De effecten, maar ook bijwerkingen van sulfasalazine kunnen hiermee dus verhoogd worden.

Talinolol: onderzoek bij mensen toont aan, dat als curcuma gedurende 6 dagen voor het gebruik van Talinolol en op de 7e dag gelijktijdig met Talinolol wordt gebruikt, de biologische beschikbaarheid van Talinolol afneemt.

Tamoxifen: een kleine klinische studie heeft aangetoond dat de toevoeging van curcumine en piperine aan de behandeling van patiënten met borstkanker die Tamoxifen 20-30 mg per dag gebruiken, de effecten van de medicatie kunnen verminderen. In deze studie, waarbij patiënten driemaal daags 1200 mg curcumine en 10 mg piperine kregen toegediend, werd het 24-uurs gebied onder de curve van Tamoxifen en de actieve metaboliet endoxifen met respectievelijk 12,8% en 12,4% verlaagd, evenals de maximale concentraties van Tamoxifen. Dit in vergelijking met patiënten die alleen Tamoxifen kregen toegediend. Het effect van curcumine en piperine was het meest uitgesproken bij patiënten die uitgebreide cytochroom P450 (CYP) 2D6-metaboliseerders waren. Het gebied onder de curve voor endoxifen en de maximale concentratie van Tamoxifen waren echter niet significant verminderd in afwezigheid van piperine (Hussaarts et al., 2019).

Topoisomerase I remmers: in vitro-onderzoek toont aan dat curcumine, een bestanddeel van curcuma, door camptothecine geïnduceerde apoptose van borstkankercellen tot wel 71% remt. Ander in vitro-onderzoek toont echter aan dat curcumine de cytotoxische effecten van camptothecine versterkt. Redenen voor de discrepanties kunnen verband houden met de dosis curcumine en de chemotherapeutische middelen. Lagere doses curcumine kunnen antioxiderende effecten hebben, terwijl hogere doses pro-oxidante effecten kunnen hebben. Er is meer bewijs nodig om te bepalen welk effect, indien aanwezig, curcuma zou kunnen hebben.

Bij ziekten en gevoeligheden is het goed om rekening te houden met:

IJzer: curcuma kan binden met ijzer en hierdoor de absorptie verminderen. Dit gebeurt echter alleen wanneer er hoge doseringen curcuma worden gebruikt. Bij normale gehaltes in de voeding wordt dit effect niet gezien. Belangrijk om voorzichtig te zijn met curcumasuppletie bij mensen met een ijzertekort.

Galwegobstructie / galstenen: curcuma zorgt voor een contractie van de galblaas. Bij mensen met galstenen of galblaasproblemen moet hier dus voorzichtig mee worden omgegaan.

Bloedingen: omdat curcuma een bloedverdunnend effect heeft, is het belangrijk voorzichtig om te gaan met het gebruik bij mensen die een verhoogde kans hebben op bloedingen.

Diabetes: curcuma kan het bloedglucosegehalte in het bloed verlagen. Hierdoor is het belangrijk om bij diabetespatiënten te letten op een mogelijk verhoogd risico op een hypoglykemie bij het gebruik van curcuma.

Gastro-intestinale reflux: curcuma kan negatieve effecten hebben op het maag-/darmkanaal (zoals dyspepsie en gastro-intestinale reflux). Bij mensen met deze klachten kan het gebruik van curcuma de klachten mogelijk verergeren.

Hormoongevoelige kanker: curcuma kan milde oestrogene effecten hebben, omdat het een competitie aangaat met de binding van 3H-estradiol en bèta-galactosidase op de oestrogeenreceptoren. Andere onderzoeken tonen echter aan dat curcuma de groei van baarmoederhalskanker en borstkanker mogelijk kunnen tegengaan. Dit duidt erop dat curcuma mogelijk effectief kan zijn bij hormoongevoelige kankersoorten. Echter is er nog onvoldoende over bekend, waardoor voorzichtig gebruik van curcuma bij hormoongevoelige kankersoorten is aan te raden.

Onvruchtbaarheid: curcuma kan de hoeveelheid en de beweeglijkheid van de zaadcellen verminderen. Hierdoor kunnen er veranderingen in de testes ontstaan, waardoor het luteïniserend hormoon verminderd wordt. Bij oraal gebruik kan het de vruchtbaarheid verminderen. Totdat er meer over bekend is, is het belangrijk om dit met voorzichtigheid te gebruiken bij patiënten die zwanger willen worden.

Welke rol speelt curcumine in het lichaam als het gaat om het immuunsysteem gerelateerd aan SARS-CoV-2?

In een systemische review is gekeken naar de effectiviteit van curcumine bij, in het ziekenhuis opgenomen, COVID-19-patiënten in 6 geïncludeerde studies. Bij de in ogenschouw genomen onderzoeken leidde interventie met curcumine tot verbetering van cytokine-storm, een verslechtering waarvan wordt aangenomen dat dit aan de basis staat van ernstige COVID-19-gevallen. Inname van curcumine zorgde voor een gedeeltelijk herstel van het pro-inflammatoir/ontstekingsremmend evenwicht. Als conclusie van deze review kwam naar voren dat suppletie met gestandaardiseerde preparaten van curcumine-gerelateerde verbindingen een effectieve en veilige optie kan zijn om de ziekte-uitkomsten van COVID-19 te verbeteren. Hier zijn wel grotere cohorten nodig om tot een definitief oordeel te kunnen komen (Vaedian-Azimi et al., 2022). Dezelfde conclusies werden getrokken in een andere review en meta-analyse waarbij naar voren kwam dat vanuit 764 records er 3 studies als uitgangspunt werden genomen om te bezien wat de effecten zijn van curcumine op het risico om te overlijden door COVID-19 (Kow et al., 2022).

Een meta-analyse aangaande het effect van curcumine voor de behandeling van COVID-19-patiënten liet zien dat het meeste effect werd behaald met een vroeg begin (ingezet voor de 5e dag na het uitbreken van symptomen) en in een gecombineerde therapie. Van de 566 studies bleven er uiteindelijk 13 over. De limitaties voor deze studie bestonden uit: een kleine sample size, risico op bias, de kracht van de studie op basis van GRADE-schaal (Shafiee et al., 2022).

Doseringen voor curcuma, veiligheid en Europese dagbehoefte

Op therapeutisch gebied is de optimale dosering curcuma bij verschillende aandoeningen variërend van 1 x 500 mg tot 2000-3000 mg per dag in een goed opneembare vorm.

Bij de aangehaalde COVID-onderzoeken is dit rond de 250 – 500 mg per dag.

De Wereldgezondheidsorganisatie (WHO) acht het acceptabel om dagelijks een inname van curcuminoïden als voedingsadditief in het bereik van 0 – 3 mg/kg te hebben.

De gemiddelde inname van curcuma in het Indiase dieet is ongeveer 2 – 2,5 g voor een persoon van 60 kg, wat overeenkomt met een dagelijkse inname van ongeveer 60 -100 mg curcumine (Mahmood et al., 2015).

De WHO en FDA erkennen curcuma als veilig. Uit dieronderzoek komt naar voren dat de LD50 (ratten/muizen) staat op >2000 mg/kg. Andere onderzoeken tonen daarnaast aan dat het gebruik van gemiddeld 12 gram curcuma per dag goed wordt getolereerd bij mensen (Aggarwal et al., 2007).

Afsluitende conclusie

Curcumine heeft vele bewezen aangrijpingspunten die een rol kunnen spelen bij het bestrijden van acute en postvirale infecties, zoals SARS-COV2.

Vele onderzoeken zijn veelbelovend als het gaat om effecten van curcumine bij de adjuvante behandeling van COVID-19; een probleem is dat het gebruik van curcumine die wordt voorgesteld in de behandeling en preventie van COVID-19-infectie, meestal is gebaseerd op in vitro-, in vivo- en in silico-onderzoeken, klinische onderzoeken en nieuwe computerformuleringsontwerpen. In feite is er weinig of geen direct gebruik bij de met SARS-CoV-2-geïnfecteerde patiënten geweest.

Dus ook hier geldt weer: verder onderzoek, en met name in vivo-onderzoek, is noodzakelijk onder voldoende mensen die zijn samengesteld op een manier dat de uitkomsten ook klinisch kunnen worden toegepast.

Jan Blaauw is orthomoleculair en natuurgeneeskundig therapeut bij Praktijk Blaauw. Hij is tevens oprichter en hoofddocent van het opleidingsinstituut Ortho Linea.

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

N&S Magazine 2023

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen