Toepassingsmogelijkheden van silicium gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek

Wetenschappelijk onderzoek laat zien dat silicium een belangrijke rol speelt bij botgezondheid, botregeneratie en gebitsherstel.

Toepassingsmogelijkheden van silicium gebaseerd op wetenschappelijk onderzoek

Hoewel silicium niet officieel als essentiële voedingsstof is aangemerkt, kan het wel zo worden beschouwd: het is een belangrijk spoorelement met diverse gezondheidsvoordelen. Er is nog te weinig data beschikbaar om een aanbevolen dagelijkse hoeveelheid vast te stellen. Toch zijn er volop aanwijzingen dat dit element een belangrijke rol speelt in het lichaam. Een review uit 2021, gebaseerd op acht studies met maar liefst 100.012 deelnemers, suggereert dat minimaal 25 mg per dag nodig is voor positieve effecten op de botten. Dat betekent dat het dagelijks innemen van deze hoeveelheid kan helpen om gunstige resultaten te behalen op het gebied van botgezondheid.

silicium en botgezondheid

Verbetering van de botgezondheid en sterke tanden

Meerdere studies bevestigen het belang van dit spoorelement voor de botgezondheid. Het speelt een belangrijke rol in de bothomeostase en -regeneratie, en er zijn aanwijzingen voor een effect op de preventie van osteoporose. Een review uit 2014 met 38 studies laat een positieve relatie zien tussen de inname ervan en botregeneratie. Zowel dierstudies en humane studies als in-vitrostudies werden daarbij geanalyseerd.

In dierstudies met kippen resulteerde een tekort in botdefecten, vervormingen van de schedel, een vermindering van het aantal osteoblasten en een afname van de aanmaak van de botmatrix. Bij ratten werden minder mineralen aangetroffen in de botten. Suppletie zorgde daarentegen voor groei van osteoblasten en een verbetering van de vorming van de botmatrix, en er werd een positief effect gevonden op de botturnover, met vermindering van femoraal botverlies (verlies van bot in het dijbeen) als gevolg.

Peri-implantitis, een ontsteking van het bot rondom een tandheelkundig implantaat, kan botverlies veroorzaken. In een gerandomiseerd, gecontroleerd onderzoek uit 2021 met 21 deelnemers met peri-implantitis is gekeken naar het effect van 10 mg silicium per dag op deze aandoening. Er werd choline-gestabiliseerd orthosiliciumzuur (ch-OSA) gebruikt. Na zes en twaalf maanden werden diverse parameters geanalyseerd. De terugtrekking van het tandvlees was significant hoger in de placebogroep dan in de interventiegroep, wat laat zien dat dit spoorelement een positief effect kan hebben op het herstel van zacht weefsel.

Om de stabiliteit van de implantaten en de gezondheid van het omliggende botweefsel te beoordelen, werden twee parameters bepaald: de IS-BIC (de afstand van de implantaatschouder tot aan het botcontact) en de IS-AC (de afstand van de implantaatschouder tot aan de tandkas). Een grotere afstand betekent meer botverlies rondom het implantaat. Deze afstanden bleven stabiel in de interventiegroep, terwijl ze significant toenamen in de placebogroep. Dit laat zien dat het element bij peri-implantitis het botverlies kan helpen stabiliseren, verdere afbraak kan voorkomen en het weefselherstel kan ondersteunen.

Ook uit een in-vitro-onderzoek met humane cellen uit de tandholte (tandpulpacellen, hDPC) blijkt een mogelijk positief effect op de tanden. Bij concentraties van 50 ppm werd een verhoogde celdifferentiatie en mineralisatie van de humane cellen waargenomen. In een andere in-vitrostudie bleek dat een concentratie van 25 mcg/ml de proliferatie van humane tandfollikelcellen kan stimuleren.

Waar vind je silicium in voeding

Wie liever via de voeding aan silicium komt dan via een supplement, kan denken aan volkoren graanproducten, bananen, groene bonen, haver en bier, dat van nature relatief rijk is aan biologisch beschikbare vormen ervan. De opname vanuit voeding varieert echter sterk per bron, per bereidingswijze en per individu, wat mede verklaart waarom onderzoekers voor gecontroleerde studies vaak kiezen voor een gestandaardiseerd supplement zoals ch-OSA, waarvan de dosering en de opname in het lichaam beter te controleren en te vergelijken zijn tussen deelnemers.

Voor wie overweegt te gaan suppleren, geldt zoals bij elk supplement: bespreek dit bij twijfel of bij gebruik van andere medicatie altijd met een arts of therapeut, zeker bij onderliggende aandoeningen aan botten of nieren, om een weloverwogen keuze te kunnen maken.

Voor het volledige, uitgebreidere overzicht van het onderzoek naar dit onderwerp: bekijk het artikel op Orthokennis. Meer artikelen over voeding, spoorelementen en botgezondheid zijn te vinden op de thema-pagina van N&S Magazine.

Interessant is dat de onderzoeken naar dit spoorelement een breed spectrum aan onderzoeksmethoden combineren: van grootschalige reviews met meer dan honderdduizend deelnemers tot kleinschalig, gecontroleerd klinisch onderzoek en gedetailleerd celonderzoek in het laboratorium. Die combinatie van bewijslagen, van bevolkingsniveau tot celniveau, maakt het aannemelijker dat het waargenomen effect op botten en tandvlees niet op toeval berust, ook al blijft meer grootschalig, langlopend onderzoek bij mensen wenselijk om de optimale dosering, de meest geschikte toedieningsvorm en de precieze langetermijneffecten vast te stellen.

Voor de tandheelkundige praktijk is vooral de studie naar peri-implantitis relevant: het gaat om een veelvoorkomende complicatie bij tandheelkundige implantaten, waarbij tot op heden weinig niet-chirurgische opties beschikbaar zijn om het botverlies te stabiliseren. Een relatief eenvoudig, goed verdraagbaar en dagelijks in te nemen supplement dat dit proces kan afremmen, zou dan ook een waardevolle aanvulling kunnen zijn op bestaande behandelprotocollen bij tandartsen en parodontologen, naast goede mondhygiëne en regelmatige controle door de tandarts of parodontoloog, en zonder de noodzaak van een chirurgische ingreep.

Auteur

Redactie NS Magazine

Redactie NS Magazine

Gepubliceerd op

16 augustus, 2026

Thema

N&S Magazine 2024

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen