Tot voor kort was het heel simpel. Had je darmklachten en was de oorzaak niet te beredeneren, dan had je last van het prikkelbaar darmsyndroom. Afgekort: PDS. Zogenaamd een onschuldige aandoening met als belangrijkste symptoom obstipatie, af en toe afgewisseld met diarree. Dat er meer aan de hand moest zijn, wist dr. Leo Pruimboom al dertig jaar geleden toen hij zijn eerste stappen zette in de klinische psycho-neuro-immunologie (kPNI). Kort gezegd, de wetenschap die de samenhang onderzoekt tussen de psyche, ons immuunsysteem, de hersenen en hormonen. ‘PDS is niet zomaar een krampje, het is schade aan de darm’, vertelt hij. ‘Maar de laesies zijn zó klein dat ze met een coloscopie nauwelijks zichtbaar zijn.’
‘Alleen een biopt toont kleine scheurtjes aan. Als PDS niet opgelost wordt, wordt het vanzelf de ziekte van Crohn en als daar niks mee gebeurt, wordt het colitis ulcerosa. Elke ziekte is hier een follow-up van de voorgaande.’ Hij bestrijdt het officiële label ‘auto-immuunziekten’: ‘het immuunsysteem reageert juist heel keurig op die scheurtjes’.
Evolutionaire reactie
De vraag moet volgens hem gaan over de reden dat de darmwand stuk gaat. ‘Psycho-emotionele stress of wat voor stressfactor dan ook, is altijd in staat om de permeabiliteit te verhogen. Als gevaar dreigt, is het noodzakelijk dat in de bloedbaan meer zuurstof, zout, glucose en water komen. Dat kan alleen maar door barrières te openen, zodat zowel uit de nieren als uit de darm alle natrium en glucose gereabsorbeerd worden. Er ontstaat passieve diffusie vanuit de ontlasting naar de bloedbaan, zout neemt altijd glucose mee en glucose altijd water. Dat is een prima evolutionaire reactie, maar je kunt je voorstellen dat er ook toxines meekomen. En ook dat is niet erg, de evolutie calculeert dat in. Maar waar het niet op rekent, is dat vandaag de dag ook meekomt wat niet in de darm hoort. Toxines die veel bacteriën bevatten, komen zo in de bloedbaan. Het immuunsysteem voorkomt dit door elk gat in het menselijk lichaam dicht te plamuren met vetcellen. Dat gebeurt bij PDS, colitis ulcerosa en bij Crohn. Die vetcellen produceren vervolgens allerlei pro-inflammatoire stofjes en proteases, eiwitoplossers waardoor de darmwand kapotgaat.’
Stress
‘De bacteriën zijn er niet alleen om te verteren, maar ook om de darm te repareren. We zien een vicieuze cirkel ontstaan door chronische stress. De darmflora past zich echter perfect aan en wordt heel erg efficiënt. Met als gevolg dat die 100% van alle voeding kan verteren; er is een heel mooie hogere calorische opname, maar tegelijkertijd wordt het energieverbruik van de mens uitgezet. Een efficiënte darmflora maakt een inefficiënt mens.’
Kun je dan spreken van het metabool syndroom?
‘Dit gaat over onze microbiota en die zijn divers, er bestaat zoiets als een diabetesflora, een depressieflora, een vrouwenflora, een mannenflora, een Parkinsonflora, een metaboolsyndroomflora…. Onderzoeken hebben dat uitgewezen. Het heeft alles te maken met de hersen-darm-microbiota-hersenas, die waanzinnig impact heeft op onze gezondheid en dus ook op ziekte. De microbiota doet alleen maar wat nodig is om ervoor te zorgen dat die zelf overleeft en ook de gastheer of gastvrouw. Overleving, meer is het niet: de geadapteerde pathologische homeostase. Tenslotte, wat is erger? Dat je psoriasis krijgt of doodgaat? Dan kies je toch voor psoriasis? Voorafgaand aan het ontstaan van een chronische ziekte waren er risicofactoren. Daarover bestond communicatie tussen gastheer/gastvrouw en microbiota en met elkaar is besloten dat deze microbiota optimaal is om niet dood te gaan. De prijs die je ervoor betaalt zijn symptomen.’
De PNI verbindt alle factoren met elkaar. Geeft dat dan ook een antwoord om het proces om te keren?
‘Dat is nou juist het mooie aan deze interdisciplinaire wetenschap. Je moet het zo zien, iemand komt bij ons met een hele reeks symptomen. Die zijn afkomstig van de hersenen, er is geen enkel ander orgaan dat een symptoom kan produceren. Als je pijn in je maag hebt, is dat een gevoel dat de hersenen produceren. Daarnaast worden de meeste symptomen zelfs pro-actief en niet reactief geproduceerd. Dus hersenen creëren van tevoren al een symptoom om het gedrag van de gastheer of gastvrouw te veranderen om te voorkomen dat ziekte zich aandient. Geen beter voorbeeld dan PDS. Want dat produceert symptomen, maar als je dan in die darm kijkt, vind je niks. Je hoofd weet het al eerder. Neem mensen met het chronisch fatigue-syndroom, daar vind je vaak geen biomedische problemen meer. Maar vroeger waren bij deze mensen wel degelijk bepaalde oorzaken aanwezig voor de moeheid, bijvoorbeeld een keer een heftige virale infectie als Eppstein-Barr. De immuunreactie geeft dat door en het alarmsysteem blijft maar aanstaan. Vervolgens komen die mensen terecht in de mallemolen van de geneeskunde, worden overal tegen behandeld en tien jaar later zijn ze nog net zo moe. Het immuunsysteem is vastgelopen in een alarmsysteem dat vroeger keurig werkte, maar nu een vals alarm afgeeft.’
Ellende
‘Bij PDS is dat net zo: in de darm zijn veel micro-laesies en dat leidt tot een functional intestinal disorder. De arts noemt het een functioneel probleem, maar er is wel degelijk minimale schade en de hersenen produceren een heleboel symptomen. Als de hersenen dat doen, weet je één ding zeker: het lichaam kan het zelf niet meer oplossen. Doe je daar niks aan, dan gaat de microbiota zich aanpassen aan de ellende. Dood ga je niet, je hebt wel symptomen en je bent er ziek van.’
Wanhoop
‘Dat is PNI: alles is met elkaar verbonden. Het is onzin om te denken dat ik voor een cardiologisch probleem een cardioloog nodig heb en voor een renaal probleem een nefroloog. Dat klopt niet, want de hersenen produceren dezelfde symptomen bij een leverprobleem als bij een pancreasprobleem: de symptomen die we tot onze beschikking hebben. Slechts enkele kunnen je hersenen je laten voelen. Kijk naar geluk. Dat ontstaat als je een mentaal doel hebt bereikt. Plezier is een lichamelijk doel bereikt hebben. Het tegenovergestelde gaat over hoop. Ik heb een mentaal doel dat ik ga bereiken. Ik heb hoop en als ik het bereikt heb, ben ik gelukkig. Was het doel lichamelijk, dan voel ik me plezierig. Als ik het niet bereik, leidt het tot teleurstelling. Wanhoop is erg gerelateerd aan darmproblemen. Het gaat er dan overigens niet over dat je je doel niet hebt bereikt. Nee, wanhoop gaat over iets dat niet had mogen gebeuren en dat je niet kon voorkomen. Iets wat je had willen voorkomen op lichamelijk niveau en wat niet gelukt is, leidt tot pijn. Pijn in je hart als je partner overlijdt en pijn in je lichaam als er iets kapot is gegaan.’
Vertaling
‘Onder veel aandoeningen kan iets psycho-emotioneels zitten, zonder dat deze factor onderschat mag worden. Die benadering is typerend voor PNI, het gaat om de vertaling van alle symptomen naar het echte probleem. Je komt tot zo’n conclusie via het denken in werkingsmechanismen. Bijvoorbeeld dat je het verband ziet tussen bepaalde klachten en insulineresistentie. En dan ga je dát behandelen en niet de ziekte van Crohn. Want dat is het symptoom, niet het probleem.
Om zover te komen, gaan we bij een klacht uit van zeven componenten. De eerste is de sensorische. We vragen ons af met welk lichaamsgevoel een symptoom te maken heeft. Bijvoorbeeld bij de ziekte van Crohn zie je samenhang met verhoogde spierspanning in de nek, een verhoogde hartslag en een oppervlakkige, versnelde ademhaling. Dan weet je al dat het samenhangt met overactiviteit van de sympathicus. Dan zijn darmziekten verbonden met meta-emoties; die vormen de tweede component. Het gaat niet over basisemoties als angst en triestheid, daar kun je niets mee doen. Met wanhoop kun je dat wel, want dat is een meta-emotie.’
Seksleven
‘De derde component is de cognitieve factor. Mensen met PDS zeggen vaak ‘niemand kan me uitleggen wat ik heb’. Dat is een meta-gedachte, eentje waar de hersenen niet tegen kunnen. Als er voor de hersenen geen coherentie is tussen wat er is en wat je denkt dat er is, dan creëren ze een symptoom. Een goed voorbeeld is fantoompijn. Je arm is eraf en je voelt hem, hoe kan dat? Omdat je hoofd je arm niet ziet en dat niet snapt, is er een symptoom.
De vierde component gaat over het sociale leven. Heel veel mensen met darmproblemen gaan bijvoorbeeld niet meer naar een restaurant uit angst dat ze naar het toilet moeten. Een groot probleem. De vijfde component heeft te maken met het seksleven. Mensen die altijd diarree hebben, hebben geen seks meer.’
Fruitvliegjes
‘De zesde component is de transgenerationele, die gaat over vorige generaties. Er zijn familiegeheimen en die ben jij aan het oplossen. Je hebt er een epigenetisch patroon aan overgehouden. Dergelijke factoren zijn meetbaar. Aangetoond is dat de laatste zes generaties in spermatozoïden en oöcyten epigenetische markeringen achterlaten. Dat kunnen culturele, sociale, metabole, immunologische en zelfs persoonlijkheidsgebonden programma’s zijn. We zijn nog lang niet zover dat we dat in mensgeneeskunde in kaart kunnen brengen, maar bij muizen, ratten, fruitvliegjes en wormen is de wetenschap al heel erg ver. We weten al dat soms een transgenerationele interventie noodzakelijk is.’
Leeuwen
‘De zevende component is moeilijk uit te leggen omdat die esoterisch lijkt, maar dat absoluut niet is. Het gaat over de hoogste component die een mens nodig heeft. Er is niets zo belangrijk voor een homo sapiens dan verbonden te zijn met iets groters dan hemzelf. Met ‘niks’ verbonden zijn, is dan ook het hoogste niveau van ziekzijn. Het heeft met zingeving te maken, eenzaamheid, met de purpose of life…. Mensen die eenzaam zijn, krijgen een totale andere neuro-anatomie en een totaal andere immunologie. En dan is die eenzaamheid verantwoordelijk voor activatie van bepaalde componenten van het immuunsysteem. Zo betekent het dat je heel goed beschermd bent tegen bacteriën, maar absoluut niet tegen virussen. Virussen zijn crowding diseases, die horen bij grote groepen mensen. Ben je eenzaam, dan moet je je beschermen tegen gevaar, leeuwen en andere mensen, want die kunnen wonden veroorzaken die bacteriële infecties opleveren. De immuuncomponent die dan actief wordt, moet je daartegen beschermen. Het zijn evolutionaire littekens, dat is PNI.’
Je hebt zo met de klinische PNI iets heel bijzonders neergezet. Hoe is dat gekomen?
‘Ik ben er dertig jaar geleden mee begonnen. Ik was uitgenodigd voor een congres in Mallorca dat was georganiseerd door een federatie van sportartsen. Daar ontmoette ik een Nederlander, een medisch psycholoog die verbonden was aan de Erasmus Universiteit in Rotterdam. Hij had het erover dat alles met elkaar samenhangt. Ik nodigde hem uit in mijn praktijk en we zijn met elkaar gaan filosoferen. Tijdens zo’n gesprek realiseerde ik me dat ik nog veel verder dacht dan hij. Ik bedacht vervolgens dat ik er daadwerkelijk wat mee wilde gaan doen. Ik dook in de literatuur en vond de eerste publicatie over psycho-neurologie van de Amerikanen Ader, Cohen en Felten, de grondleggers van de PNI als theoretisch model. Zij zijn bekend van het beroemde onderzoek van Spiegel, dat aantoonde dat de gemiddelde overlevingstijd van borstkankerpatiënten die een purpose of life-therapie hadden gevolgd, 19 maanden langer was dan die van patiënten die dat niet hadden gedaan. Dat onderzoek is in 1989 gepubliceerd in The Lancet. Maar destijds werd er verschrikkelijk tegen geschopt. Als iemand zo’n artikel nu had gepubliceerd, zou hij meteen een aanstelling krijgen aan Harvard University.’
Wetenschappelijk onderbouwd
‘Ik was in die tijd fysiotherapeut en was me ervan bewust dat, als ik iets moois wilde gaan opzetten, ik daar ook medische psychologie, fysiologie en biochemie aan moest toevoegen. Dat deed ik, maar dat was het ook niet. In mijn hoofd ontstond het idee over PNI in Amerika, dat ging over ratten en muizen. Ik dacht: die wetenschap moet vertaald worden naar mensen. En uit die gedachte is de klinische psycho-neuro-immunologie voortgekomen. Ik heb daarbij altijd gezegd: ik weet nooit meer dan een nefroloog over de nieren, maar ik weet veel meer van de nieren in de mens. En ik weet niet meer dan een cardioloog over het hart, maar ik weet wel veel meer over het hart in de mens.’
Oermens
Pruimboom: ‘Ik was zelf ongelofelijk onder de indruk van de resultaten. Mijn conclusie was dat we het beste een beetje kunnen teruggaan naar die oermens, maar niet te veel en ook niet te weinig. Met vier dagen heb je te weinig adaptatietijd, zeven dagen is optimaal en voor tien dagen zijn we te zwak geworden. En ik ben verdergegaan, ik leg de laatste hand aan een intermittent living studie die bij mensen thuis plaatsvond. We vertaalden daarmee de manier van leven uit het Pyreneeënonderzoek naar de thuissituatie. Gedurende een bepaalde periode pasten deelnemers dat zeven dagen per maand toe. We hebben ze daarna nog een poos gevolgd, de gunstige effecten op de gezondheid bleken minimaal zes maanden aan te houden. Dat is toch schitterend!’
Natura Foundation
‘Omdat je als individu maar weinig mensen kunt helpen, moet je het gemeengoed maken. Uit dat idee kwam de Natura Foundation voort: een internationaal kennisinstituut dat samenwerkt met educatiepartners die onze kPNI-opleidingen organiseren in onder andere Spanje, Duitsland, België, Nederland en Argentinië.’ (www.naturafoundation.nl)
Pyreneeën
Pruimboom promoveerde in 2017 bij prof. dr. Frits Muskiet. Zijn promotie-onderzoek is met recht opmerkelijk te noemen. Het was een wetenschappelijk experiment waarbij Pruimboom 138 mensen naar de Pyreneeën stuurde voor periodes van vier, zeven en tien dagen. Ze maakten een trektocht in de bergen, sliepen in de buitenlucht en moesten periodiek vasten en weinig drinken, om daarna te drinken tot ze verzadigd waren. Heel erg samengevat bleek hieruit dat zeven dagen op deze manier afzien, het meest gunstige effect had op de gezondheid. Dat komt omdat ons DNA zich nog niet totaal heeft aangepast aan onze moderne leefstijl. Niet dat we helemaal terug moeten naar de oertijd, daar zijn we volgens Pruimboom nu echt te zwak voor geworden. Maar een aantal gedragingen helpt wel het immuunsysteem op een juiste manier te activeren.
Natura Clinical PNI Award
Om de klinische psycho-neuro-immunologie nog verder te stimuleren, is Natura Foundation van plan om het beste onderzoek binnen het vakgebied jaarlijks te belonen met de Natura Clinical PNI Award. Deze award is de belangrijkste ereprijs die Natura Foundation uitreikt aan een individu voor uitmuntend onderzoek.
