‘De mogelijkheden worden me aangereikt, het is aan mij om er wat mee te doen’ — NWP-lid Hermann Maree vertelt over zijn praktijk

NWP-lid Hermann Maree, acupuncturist en shiatsu-therapeut, vertelt over zijn late start als complementair zorgverlener en zijn ervaring met long-COVID-cliënten.

Het is heel jammer dat regulier artsen long-COVID-patiënten nog niet massaal naar complementair zorgverleners doorsturen, vindt NWP-lid Hermann Maree (58): ‘We zouden zoveel voor deze mensen kunnen betekenen.’ Zelf heeft hij inmiddels drie cliënten met long COVID behandeld. Hermann is acupuncturist en shiatsu-therapeut en voert zijn (parttime) praktijk in het midden van het land. Daar ging hij nog maar twee jaar geleden officieel mee van start. Het werk is helemaal wat hij wilde, waardoor de titel ‘laatbloeier’ helemaal op hem van toepassing is.

Helaas sloeg de coronacrisis toe toen hij nog maar enkele maanden bezig was. Hij zat niet bij de pakken neer. Dat zou ook niet bij hem passen, want hij is heel positief ingesteld. Hij vertrouwt erop dat op zijn pad komt wat hij nodig heeft.

Hoe ben jij bij de complementaire geneeskunde gekomen?

‘Nadat ik in 1995 sportmassage heb gedaan, wilde ik graag verder met een opleiding shiatsu. Dat leek me zo verschrikkelijk leuk. Maar door omstandigheden stelde ik dat lange tijd uit. Ik werkte toen bij vervoersbedrijf Connexxion, wat ik overigens naast mijn praktijk nog steeds doe. Het was in 2011 dat ik weer besloot te gaan studeren. Mijn idee was bedrijfskunde te gaan doen. Mijn manager vroeg mij waarom ik dat wilde, want volgens hem paste dat totaal niet bij mij. ‘Waarom ga je niet doen waar je hart ligt?’ vroeg hij. Daarmee trok hij een laatje bij mij open dat een poosje had dichtgezeten: mijn wens om shiatsu te leren. Zo ben ik de vijfjarige opleiding begonnen bij de DSA, de Dutch Shiatsu Academy. Ik raakte helemaal behept met TCM en ook acupunctuur.’

Waarom?

‘Het triggerde me omdat ik daardoor inzag dat er meer tussen hemel en aarde is. Wij zijn hier allemaal westers opgevoed en westers geschoold. We gaan naar de huisarts en gaan ervan uit dat die het allemaal wel weet. Soms krijg je het advies een paracetamolletje te slikken en ga je weer naar huis. Soms krijg je te horen dat je met een aandoening moet leren leven. Een uitspraak waar ik een beetje allergisch voor ben. Er is vaak nog zoveel meer mogelijk met complementaire geneeskunde waaronder shiatsu en acupunctuur. Dan hoef je ergens niet mee leren te leven. Je kan verder. Wij zitten als zorgverlener een beetje aan het eind van de keten, mensen komen bij je als ze regulier niet meer verder kunnen en ook soms als ze gehoord hebben dat ze met hun klacht maar moeten leren leven. Wij zijn dat een soort laatste red- of hulpmiddel. En als wij gaan behandelen, blijkt er nog een heleboel wél te kunnen. Het is zo mooi als je ziet dat je mensen weer op weg kan helpen. Ik vind dat het zelfgenezend vermogen van mensen vaker aangesproken moet worden.’

Maar wat is voor jou dan zo speciaal aan de oosterse geneeskunde?

‘Die hele filosofie erachter tussen de juiste balans vinden… yin-yang. En niets los van elkaar zien, maar alles als één geheel, je realiseren dat alles bij elkaar hoort. Het is wu wei, wat ‘de weg van het nietsdoen’ betekent.’

Hoe ging je van start met je praktijk?

‘In principe ben ik al in 2014 begonnen als shiatsu-therapeut. Heel kleinschalig, binnen mijn kring vrienden, kennissen en contacten op de sportschool. Maar ik verdiende er niet veel geld mee. In 2019 besloot ik dat het tijd werd om het goed aan te gaan pakken. Ik ging bijscholen, haalde mijn medische basisdiploma en ik schreef me in bij de Kamer van Koophandel en de NWP. Een van de redenen was dat ik het wel belangrijk vond dat mensen de behandelingen eventueel vergoed zouden kunnen krijgen. Geen idee dat de coronacrisis vervolgens zo snel voor de deur stond. Gelukkig had ik nog mijn reguliere baan, nog steeds trouwens. Ik ben teamleider regiecentrum openbaar vervoer van Connexxion. Daar werken 35 mensen en die stuur ik aan. Mijn praktijk doe ik daar dus parttime naast. Ik begin langzamerhand steeds meer cliënten te krijgen.’

Als dat er heel veel worden, zou dat dan een reden zijn je reguliere baan op te geven?

‘Mijn plan is om gefaseerd te gaan stoppen als mijn praktijk groeit. Dat is nu nog niet nodig, want ik heb heel veel verlofdagen waarvan ik nog een deel voor mijn praktijk kan gebruiken. Bovendien heb ik een manager die openstaat voor mijn voorstellen als ik iets wil wijzigen of met uren wil schuiven. Daar ben ik heel blij mee. Ik kan mijn tijden zelf indelen. Dus ik zal niet te snel stoppen. Bovendien ga ik voor zekerheid, dat heeft met ervaringen in het verleden te maken. Zo ben ik heel lang geleden een keer bijna failliet gegaan. Ook weet ik wat het is om onder het minimum te moeten leven. Ik heb altijd hard gewerkt en ik heb eerder twee banen gehad om het faillissement te voorkomen. Stel dat ik direct mijn baan had opgegeven toen ik mijn praktijk startte. Eind 2019. Vol goede moed ben ik begonnen en al in maart moest ik een aantal maanden sluiten. Dan was het opnieuw financieel lastig geworden. Dat zijn situaties waar ik niet op zit te wachten, dat is het me niet waard.’

Je werkt zowel in Culemborg als Nieuwegein begrijp ik?

‘Dat klopt. Ik heb vanaf 1986 tot eind 2017 in Nieuwegein gewoond. Daar liggen mijn roots. Toen ik ging scheiden heb ik daar nog een poos gewoond. Ik kreeg een nieuwe relatie en met haar ben ik naar Culemborg verhuisd, waar ik nu woon. Ik kon er een praktijkruimte huren bij een fysiotherapeut. Eén van mijn shiatsu-medestudenten met wie ik contact had gehouden, had een ruimte in Nieuwegein. Zij vertelde me dat ze een sabbatical nam, waardoor haar praktijk tijdelijk vrijkwam en ik die mocht gebruiken. Inmiddels heeft ze besloten dat ze die niet meer terug wil, dus neem ik het huurcontract van haar over. Het is voor mij een kans daar helemaal te gaan starten, ik werk er twee hele vrijdagen en twee hele zaterdagen in de maand.’

Nu werk je nog op twee verschillende locaties. Is het rustiger voor je als je straks op één locatie praktijk voert?

‘Het is meer dat ik me prettiger voel in die ruimte in Nieuwegein dan in Culemborg. De praktijk van de fysiotherapeut is redelijk klinisch met posters aan de muur van triggerpoints, botten en beenderen. Nieuwegein voelt energetisch beter voor mij. En vanaf 1 augustus maak ik die kamer nog persoonlijker, nog meer van mijzelf. Ik ben heel blij dat dat kan. Eén van mijn lievelingswoorden is maktub, dat is Arabisch voor ‘het staat geschreven’. Dat gaat erover dat alles al vaststaat, het komt op je pad zoals het komt. Paulo Coelho benoemt het in het boek De Alchemist. Dat kwam bij me binnen en is blijven hangen. Deze praktijkruimte is op mijn pad gekomen.’

Jij weet ook veel van tinnitus, daar heb ik je over geïnterviewd voor jullie consumentenblad 'Voor Jouw Gezondheid'. Het was het onderwerp van je eindscriptie. Waarom heb je die klacht uitgekozen?

‘Ik werd heel lang geleden getriggerd door een nieuwsbericht over een vrouw in Engeland die euthanasie had gevraagd omdat zij helemaal horendol werd van de tinnitus. Ik besprak dat met mijn studiemaatjes toen we het erover hadden welke richting we graag uiteindelijk op wilden. Dat bracht me op het idee. Het raakte me, iemand die zo jong is, nog volop in het leven staat en dan kiest om daaruit te stappen omdat ze zoveel last heeft van die klacht. Ik wilde kijken wat ik kon bereiken met shiatsu en later ook met acupunctuur. Maar het is een lastige aandoening. Ik ga binnenkort starten met de craniosacraalopleiding bij Upledger. De combinatie van die therapie met acupunctuur kan heel mooi zijn. De mogelijkheden worden groter als je de fascia kan openen en ontspannen. Dan kan het bloed en alle andere lichaamsvloeistoffen beter stromen, net als de energie door de meridianen. En afvalstoffen kunnen beter het lichaam verlaten. Ik heb er zo’n zin in om dat op te pakken. Ook dit zie ik als maktub: de mogelijkheden worden me aangereikt, het is aan mij om er wat mee te doen.’

Wil je nog iets vertellen over je after-long-COVID-behandeling? Wat zijn de resultaten?

‘Ik heb drie cliënten behandeld, van wie er één inmiddels helemaal klaar is en weer energie heeft. Eentje blijft een beetje hangen, maar er speelt meer bij haar. Ze was al zover uitgeput vóór ze ziek werd, dat je je afvraagt of het om een burn-out gaat of om COVID. En een paar weken geleden kwam de derde long-COVID-cliënt en ook bij haar vroeg ik me af of er sprake was van een burn-out. In zulke gevallen is COVID net de druppel geweest. Als je weerstand vermindert, is dat een aanslag op je immuunsysteem waardoor je vatbaarder wordt. Dat kan zijn voor een verkoudheid, maar ook voor COVID. Heb je dan heel veel stress, ben je vermoeid en slaap je ook nog eens slecht, dan kost dat zoveel energie dat je immuunsysteem dat er niet meer bij kan hebben. Daarom zeg ik altijd tegen mijn cliënten dat ze zuinig op zichzelf moeten zijn, zorgen dat ze voor elke activiteit voldoende tijd nemen en vooral niet alles moeten proberen te managen. Je maakt jezelf daar zo kwetsbaar door. Het wordt een soort opeenstapeling. De adrenaline- en cortisolspiegel worden te hoog, de bijnieren raken uitgeput. Het immuunsysteem kan dat niet bijbenen. Dan blijft COVID ook heel lang hangen. Als therapeut moet je goed naar je cliënt luisteren; dan merk je het ook al gauw genoeg als cliënten iets achterhouden wat wel belangrijk is. Het is de combinatie van een diagnose stellen waarin je als het ware ziet, ruikt, voelt en uitvraagt. Dan zie je eerder het hele plaatje. Dat maakt het werk zo interessant. Bij dit soort klachten mis ik erg de aansluiting met de fysiotherapie.’

Wil je dat even uitleggen? Waarom fysiotherapie?

‘Als je nu met long COVID naar de huisarts gaat, stuurt die je door naar fysiotherapie. Zij gaan een behandelplan met je opstellen. Ik denk niet dat dat afdoende werkt. Het is niet genoeg om alleen oefeningen te doen of massage te krijgen waardoor de tussenribspieren zich meer kunnen ontspannen. Of dat je je borst kan openen om beter te ademen. Ik denk dat er veel meer aan de hand is, het gaat niet alleen je ademhaling. Het is ook je concentratie, je slaap, de frustraties die je hebt omdat je tot op het bot toe vermoeid bent. Ik denk dat wij als complementair zorgverleners heel goed kunnen ondersteunen naast het reguliere stuk. Daarom vind ik het zo jammer dat die connectie er niet is. Ik hoor van mensen dat ze naar de fysiotherapie gaan en dan moeten fietsen terwijl ze daar te vermoeid voor zijn. Er is nog een energetisch gedeelte waar de fysiotherapeut niets mee doet. Als acupuncturist zou ik eerst naalden gaan zetten om te zorgen dat iemands energie beter gaat stromen. Ook zou ik aandacht besteden aan iemands voedingspatroon. Ik denk dat je met homeopathische middelen ook veel zou kunnen bereiken.’

Een heel ander onderwerp, hoe vind je het om NWP-lid te zijn?

‘Eerlijk gezegd heb ik daar nog nooit over nagedacht. Als je je werk professioneel wilt uitvoeren, ben je min of meer verplicht je aan te sluiten bij een beroepsvereniging. En dat is ook goed, ik vind het prima dat je moet bijscholen. Maar om echt iets over mijn lidmaatschap te zeggen vind ik lastig, want ik ben er nog maar zo kort. Een beroepsvereniging kan veel voor een grote groep therapeuten betekenen. Ik ben content, maar ik vaar mijn eigen koers. Maar dat doe ik altijd al in een heleboel opzichten.’

Heb jij adviezen voor collega's?

‘Ja, zoek iemand om mee te sparren buiten je intervisiegroep. Je houdt elkaar scherp, je prikkelt elkaar en je daagt de ander uit om in het vakgebied te groeien.’

Hoe doe je dat dan concreet?

‘Met mijn sparringpartner bespreek ik veel, we zoeken mogelijkheden om samen te studeren, maar ook om ideeën uit te werken. We vragen ons regelmatig af of we de kennis die we hebben, zouden kunnen overdragen aan anderen. En zo ja, hoe dan? We brainstormen. Door haar heb ik me ook opgegeven voor de craniosacraalopleiding. Zij was daar al mee begonnen en zei tegen me dat het ook wat voor mij zou zijn. Ik had nog nooit van craniosacraal gehoord. Wel over bindweefsel en fasciale structuren. Toen ik begreep wat het was, zag ik dat het een uitstekende combinatie zou vormen met acupunctuur. Intervisie inspireert natuurlijk ook, maar werkt anders. Dan zit je met z’n vieren of vijven en is de situatie niet altijd geschikt om te zeggen waar je mee loopt of wat je onzeker maakt. Bovendien, als zich iets voordoet en je moet het opsparen tot het moment van de intervisiebijeenkomst, is het efficiënter om meteen even iemand te bellen en te sparren. Zo voorkom je dat je vast komt te zitten in je eigen denkpatroon.’

Auteur

Rick

Gepubliceerd op

15 augustus, 2026

Thema

NWP Magazine 2021

Tags

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen