Gastcolumn door Jacoline Bogaerds, mede-eigenaar Bonusan
‘Zou je daar een column over willen schrijven?’ Die vraag kreeg ik tijdens het interview waarin ik onder andere de historische band van mijn familie en mijn bedrijf met de NWP toelichtte. Ik had zojuist verteld dat ik jaren geleden bij Bonusan het therapeutisch spreekuur voor gezondheidsprofessionals had opgezet. En ook dat twee vragen daar vaak werden gesteld. Wanneer werk je met traditionele fytotherapie en wanneer met gestandaardiseerde? En in welke gevallen kies je juist voor orthomoleculaire producten?
En deze vragen komen nog altijd op het spreekuur voorbij. Ik denk dat het daarom een leuk en actueel onderwerp is om in dit vakblad te delen. Bovendien ben ik een grote fan van plantengeneeskunde. Mijn opa’s moeder had al vóór 1900 een kruidenpraktijk. De affiniteit met kruiden zit dus als het ware in mijn genen.
De orthomoleculaire geneeskunde uiteraard ook. Die begon een opmars in de jaren negentig van de vorige eeuw en heeft haar bestaansrecht inmiddels dubbel en dwars bewezen. Toch moeten we oppassen dat fytotherapie niet naar de achtergrond verdwijnt. Zeker rond het actuele onderwerp ‘leefstijl’ hoor ik nauwelijks wat over kruiden. Terwijl je daar zoveel mee kan bereiken. Bovendien, bij goede voeding horen ook kruidenplanten. Fytotherapie is de oudste geneeskunde die we kennen en werd al beschreven in de Papyrus Ebers. Dat zijn papyrusrollen met medische informatie uit Mesopotamië en het oude Egypte. Die zijn gevonden bij een mummie en dateren van 1550 voor Christus. Rond 1900 werd de eerste apotheek opgericht en werden de eerste reguliere medicijnen bereid van geïsoleerde, werkzame plantenstoffen. Aspirine, ofwel acetyl-salicylzuur, is daar een voorbeeld van.
Fytotherapie gebruikt daarentegen alle inhoudsstoffen van de plant. Deze dragen namelijk allemaal bij aan de werkzaamheid. De tincturen gemaakt van vers plantenmateriaal bevatten tevens alle vluchtige stoffen en etherische oliën. Al naar gelang de weersomstandigheden tijdens de groei van de plant, variëren daarvan de hoeveelheden. Sommige langdurige interventies zijn er echter bij gebaat dat je altijd een constante dosis van de werkzame stof toedient. Als je daar als natuurgeneeskundige zeker van wilt zijn, kies je voor de gestandaardiseerde fytotherapie. Ook die bevat alle plantenstoffen, maar de werkzame stof wordt aangevuld als de plant daar een keer wat minder van bevat. Je verenigt zo de voordelen van zowel een reguliere aanpak als een fytotherapeutische.
Wie dat niet wil, kan beter met de traditionele fytotherapie werken. Samengevat zou je kunnen zeggen dat de laatste een prikkel geeft dat het zelfhelend vermogen van het lichaam versterkt. En met gestandaardiseerd oefen je bewust wat meer invloed uit met je interventie.
Wanneer geef je dan de voorkeur aan orthomoleculair? Sowieso is basissuppletie altijd een aanrader. Komt iemand met een klacht die duidt op een uitgeput orgaan, dan kies je specifieke supplementen om dit orgaan van bouwstoffen en dus energie te voorzien en dit kan je heel goed met fytotherapie combineren. Zo kunnen door stress voedingstekorten ontstaan. In dat geval schrijf je orthomoleculaire basis- plus specifieke suppletie voor. Dit werkt uitstekend in de praktijk en zo kun je je cliënt zo goed en zo snel mogelijk helpen.
www.bonusan.nl
