‘Ontdek de helende kracht van de natuur’ staat er met grote letters op de homepage van haar website. De praktijknaam staat erboven: ‘Kracht, praktijk voor natuurgeneeskunde’. NWP-lid Marleen Braam (51) woont en werkt in een historisch pand, gelegen op het schitterende landgoed van Slot Zeist, onderdeel van de bosrijke Utrechtse Heuvelrug. Voordat ze begon aan een natuurgeneeskundige studie, was ze bedrijfskundige. De kennis en ervaring van die achtergrond integreert ze in haar huidige werk. Ze deelt met ons haar heldere visie op haar vak, de complementaire branche en de integrale zorg.
‘Ik denk dat wij als mensen een beetje vergeten zijn wat onze positie in de natuur is,’ vertelt Marleen als we vragen of ze haar praktijknaam en die nadruk op de natuur wil toelichten. ‘Gelukkig zijn er veel uitzonderingen, want ik ben niet de enige die er zo over denkt. Wat ik bedoel is dat wij ons als mens doorgaans een beetje superieur aan de natuur voelen en denken dat wij die kunnen beheersen. Een houding waarmee we onszelf ontzettend tekortdoen. We zijn slechts een klein, nietig radertje in dat grote geheel en als we ons daar weer van bewust gaan worden, zou dat niet alleen voor de natuur maar ook voor onszelf goed zijn. De natuur vormt een geheel waarvan we allemaal deel uitmaken en waarin we continu met elkaar evenwicht moeten zoeken. Wat mensen zich nog veel minder bewust zijn, is hoe helend de natuur kan zijn. Iedereen knapt op van een boswandeling. De wetenschap toont steeds meer aan hoe dat werkt. Bovendien vormt de natuur ook de kern van onze geneeskunde. Zelfs medicatie die massaal en chemisch geproduceerd wordt, bestaat uit nagemaakte componenten van de natuur. Soms ga ik met mijn cliënten naar buiten voor een therapeutisch gesprek dat ik al wandelend met hen voer. Zeker tijdens de lockdown kwam dat regelmatig voor. De natuur kan een mooie spiegel zijn en allerlei processen in gang zetten. Daarbij kan ik van alles uit de natuur gebruiken, zoals voeding, kruiden, klei, stenen. Ik gebruik de zachte kracht van de natuur die over evenwicht en meebewegen gaat. Denk aan wat bomen doen… en golven. Als mens zijn we dat een beetje verleerd in onze oververhitte maatschappij.’
De jaargetijden zijn er ook een goed voorbeeld van…
‘Ja. Zeker! Gebruik de wintermaanden waarvoor de winter bedoeld is. Terugtrekken, evalueren, bepaalde zaken achter je laten, het wat rustiger aandoen. De lente is om te zaaien, de zomer om te oogsten. Het is goed om niet tegen die processen in te gaan. Bijvoorbeeld bij kinderen. Vroeger wilde ik altijd dat mijn kinderen op tijd naar bed gingen. Dat wilden ze in de zomer helemaal niet. Ik hield soms best wel krampachtig aan die bedtijd vast, terwijl het nog klaarlicht was. Inmiddels denk ik er anders over. Want… ach ja… in de zomer hebben ze wat minder slaap nodig en in de winter wat meer. Ik denk dat oude religies bijvoorbeeld de kerstdagen als een tijd voor contemplatie bedoelden. Om met elkaar de warmte op te zoeken, in alle rust. Iets waarvan ik zie dat veel mensen dat eigenlijk ook willen. Zo langzamerhand hebben ze geen zin meer in al die drukke dagen met verschillende kerstdiners. Ze worden selectiever en willen het wat simpeler en rustiger.’
Hoe doe jij dat zelf? Ontvang jij in de winter minder cliënten in je praktijk?
‘Ik doe vooral sociaal wat rustiger aan en ik slaap meer. Daarnaast eet ik minder rauwkost en meer stamppotjes. Door jezelf goed te voeden kan je gemakkelijker meegaan in het ritme en meer tijd voor bezinning nemen.’
Jij biedt veel verschillende disciplines in je praktijk. Hoe ga jij te werk?
‘Als natuurgeneeskundige heb ik een heel scala aan interventies. Ik werk op dit moment voornamelijk met fytotherapie, Bachbloesems, voeding, orthomoleculaire suppletie, meditatie, opstellingen… Een jaar geleden was het heel veel masseren, want ik doe ook lichaamsgericht werk. Ik ben opgeleid aan de Hogeschool voor Natuurgeneeswijze Arnhem, de Nederlandse Academie voor Natuurgeneeskunde en het Instituut CAM. Twee jaar geleden ben ik afgestudeerd. Ik werk nu ongeveer een jaar of zeven met cliënten.’
Hoe was voor jou de lockdownperiode?
‘Die vond ik best heftig. Alles wat ik net was gestart, moest weer anders. Het was ook heel onduidelijk wat wel mocht en wat niet. Maar behalve die onrust, hield me ook de vraag bezig waarom we zo’n pandemie hadden. Wat die betekende. Ik vond het vooral frustrerend dat er in de maatschappij en vanuit de overheid zo weinig aandacht was voor preventie, hoe je kunt zorgen dat je genoeg weerstand hebt. Ik geloof in ‘never waste a good crisis’. Ik dacht: de wereld staat in de fik, laten we dan nu met z’n allen die shift naar preventie maken. Toen het virus uitbrak, in maart 2020, schreef ik een artikel waarin ik stelde dat we nog helemaal niets van het virus begrepen, maar dat we wel de principes kenden om de weerstand en het immuunsysteem op te bouwen. Je ziet overigens wel dat er mondjesmaat meer aandacht komt voor leefstijl en positieve en preventieve geneeskunde, maar nog altijd te weinig. Dat is erg jammer. Ook dat we destijds niet met elkaar samenwerkten om de crisis te managen.’
Heb je het dan over de overheid?
‘Nee, ik bedoel daarmee de reguliere en complementaire geneeskunde. Er ontstond juist een tweedeling in de maatschappij. Die is er nog steeds trouwens. Van wel en niet vaccineren, is het een complot of niet. Een discussie die verhardt omdat we zo slecht naar elkaar luisteren en elkaar niet proberen te begrijpen. Natuurlijk heeft ieder een eigen mening, maar volgens mij ontstaat de beste vernieuwing als je met elkaar in gesprek gaat en open staat voor andere standpunten. De aarde was ook plat totdat iemand zei dat die rond was.’
Heeft de lockdown ook nog iets positiefs voor je meegebracht?
‘Jazeker. Bijvoorbeeld veel ruimte om bij te scholen. Want al snel kwamen er allerlei bijscholingen online. Zelf ben ik met mijn consulten ook online gegaan. Overigens uitsluitend met cliënten die ik al in behandeling had, want een anamnese afnemen achter de computer vind ik niet prettig. Ik heb ook masterclasses voor postcorona-problematiek gevolgd. Daar heb ik een aantal mensen mee kunnen helpen en dat geeft natuurlijk voldoening.’
Waarmee kan je die cliënten het beste helpen?
‘Dat is afhankelijk van de cliënt. Met fytotherapie, voedingsadviezen en suppletie kan ik veel bereiken. Ook adviseer ik rust. Het gaat vooral om cliënten met longCovid, dus mensen die restverschijnselen hebben nadat ze de ziekte hebben doorgemaakt. Ze zijn vaak volslagen verrast en overweldigd dat de klachten zolang aanhouden. Dat roept ook veel emoties bij ze op, zo van ‘ik kan nog steeds niet dit en dat, terwijl ik vroeger zo gezond en fit was. Ik leer ze ruimte te geven aan de angst die daarachter zit: de vrees of de klachten ooit over zullen gaan. Er is vaak bij hen ook verdriet dat ze allerlei sociale gebeurtenissen moeten missen. In het begin werk ik meestal met voedingssuppletie om de restanten van het virus op te ruimen en het immuunsysteem te versterken. Dat kan overigens ook met fytotherapie. Sommige mensen kunnen echt geen pillen slikken, dan geef ik ze flesjes met een kruidentinctuur. En verder zijn een goede voeding en leefstijl waardevol om gezond te blijven. Meestal zien mensen aan het einde van het traject in dat ze ook wat geleerd hebben, dus dat de periode ze ook wat heeft gebracht.’
Vroeger was je bedrijfskundige. Waarom heb je die overstap gemaakt?
‘Ik heb altijd arts willen worden. Mijn grootvader en overgrootvader zijn beiden huisarts geweest. Ik vond hun werk altijd fascinerend. De numerus fixus besloot echter anders voor mij, ik werd niet ingeloot voor de studie geneeskunde. Daarom ben ik bedrijfskunde gaan doen. Gelukkig ben ik breed geïnteresseerd en kan ik heel gepassioneerd in verschillende onderwerpen duiken. Ik had dan ook zeker ook plezier in de bedrijfskunde studie. Na afloop daarvan kwam ik in commerciële functies terecht. De interesse in gezondheid bleef en vanuit de branche van cosmetische producten schoof ik op naar die van voeding. Vanuit een commerciële invalshoek heb ik zo geprobeerd te bevorderen dat mensen gezonder gingen leven. Toen er na jaren een soort logisch breekmoment in mijn werk ontstond, besloot ik een sabbatical te nemen. Inmiddels was mijn derde kind geboren en ik wilde me gaan bezinnen op de tweede helft van mijn werkende leven. De sabbatical gebruikte ik om me in gezondheid te gaan verdiepen en ik koos voor een natuurgeneeskundige opleiding. Daar had ik het enorm naar mijn zin. Nu combineer ik het natuurgeneeskundige werk met mijn bedrijfskundige achtergrond, want ik ben ook adviseur in de gezondheidszorg. Onder andere in de zin van hoe je de gezondheid van werknemers in een bedrijf kan bevorderen.’
Betekent dat dat bedrijven je inhuren?
‘Ja. Dat werk varieert van een bestuurder die een keer wil sparren tot een concept voor een organisatie ontwikkelen. Ik had de ruimte dat op te pakken, toen ik mijn praktijk had vormgegeven. Vervolgens kwam er van alles op mijn pad. Bij het advieswerk richt ik me op drie gebieden. Het eerste is positieve gezondheid en preventie, ook op de werkvloer. Gezien mijn achtergrond weet ik wel hoe het er daar aan toegaat. Het tweede gaat over post-oncologie, in het bijzonder vrouwen die borstkanker hebben gehad. Vanuit de holistische visie is er voor die groep nog wel wat te doen, vooral wat het verwerkingsproces betreft. En dat kan al dan niet in samenwerking met de behandelaar of het ziekenhuis. Het derde gaat over samenwerken van regulier met complementair. Ik kan me tot beide werkvelden goed verhouden. Met heel mijn hart geloof ik dat we zoveel meer kunnen doen als er meer toenadering komt. Die brug bouwen lijkt me fantastisch mooi. Er wordt steeds meer over integrated medicine gepraat en regulier wordt steeds nieuwsgieriger naar complementair. Onze beroepsgroep is innovatief. Wat je ziet is dat reguliere artsen onze kennis gaan toepassen zodra een methode wetenschappelijk bewezen is. En dan willen ze het zelf doen. Maar je hoeft niet alles zelf doen. Volgens mij wordt de uitdaging hoe we elkaars kracht leren kennen en gebruiken. Met verschillende partijen ben ik er al over in gesprek. Maar dat is echt heel veel kopjes thee drinken en zaaien, zaaien, zaaien. Voor onze branche denk ik dat we ons anders moeten gaan positioneren. Wat ik belangrijk vind om daarbij te zeggen, is dat wij als complementairen vaak roepen dat de reguliere geneeskunde ons niet moet. En ook hoor ik wel eens iemand vanuit onze beroepsgroep zeggen dat hij de regulieren niet moet. Wat als we dergelijke overtuigingen nou eens allebei gaan loslaten?’
Wat betekent jouw vak voor jou persoonlijk?
‘Het is voor mij het allergrootste cadeau geweest dat ik mezelf heb kunnen geven. Toen ik aan mijn studie begon was het out of my comfort, een groot avontuur. Het heeft me uiteindelijk enorm gevormd tot wie ik nu ben en hoe ik in het leven sta. Steeds meer wordt het een levenswijze.’
Hoe zie jij de toekomst van de natuurgeneeskunde?
‘Wat ik zie is dat mensen langzamerhand duurzamer, milieubewuster en klimaatbewuster worden. Ze krijgen steeds meer chronische ziekten waar regulier niet zomaar een antwoord op is. Complementair vaak wel. Ondertussen rijzen de zorgkosten de pan uit. Als we als maatschappij meer met preventie doen, de oorzaak aanpakken en niet alleen symptomen bestrijden, gaan we kosten besparen. Dat is waar we als branche goed in zijn. Wel is het nodig dat we ons als beroepsgroep veel duidelijker gaan profileren en positioneren. Want daar loop ik wel tegenaan in mijn praktijk, iedereen weet wat acupunctuur, osteopathie en ayurveda is, maar wat natuurgeneeskunde is, vinden ze onduidelijk. Dat moet ik altijd goed uitleggen. Ik vind dat daar ook een taak voor onze beroepsvereniging ligt: meer naar buiten treden met ‘dit is wat we doen, dit is waar we goed in zijn’. En veel duidelijker stelling nemen, en dat ook dúrven. Ik begrijp wel dat het moeilijk is, maar nu is wel het moment.’
www.natuurgeneeskundezeist.nl
