Ego: grootste vriend of grootste vijand?

Wat is het ego precies? Moet je het vernietigen, doorbreken, doorzien of bestaat het helemaal niet? Fokke Slootstra bespreekt hoe drie spirituele stromingen en twee schrijvers tegen het ego aankijken.

Tekst: Fokke Slootstra

Wat is het ego precies? Moet je het vernietigen, doorbreken, doorzien of bestaat het helemaal niet? In dit artikel bespreekt Fokke Slootstra op welke wijze drie spirituele stromingen en twee schrijvers die hem inspireren, tegen het ego aankijken en ermee omgaan. Ook beschrijft hij wat dat hem geleerd heeft.
Fokke Slootstra heeft in Drouwen een therapeutisch centrum, De Verwondering, voor innerlijke rust. Na veertien jaar mensen te hebben begeleid in de combinatie therapie en spiritualiteit, leidt hij sinds enkele jaren mensen op die ‘Tools for life’-therapie willen geven. Fokke publiceerde eerder artikelen over de spirituele bypass, relaties, non-duale therapie en satsang als ultieme overdracht.

Jarenlang was ik een fervent zenbeoefenaar. Ik bezocht jaarlijks vele retraites en stilteweekenden en was nogal weg van de leer, de lerares en de zendiscipline. Ik had diverse doorbraakervaringen, maar had moeite de ervaringen te integreren in mijn dagelijkse leven. Het vele mediteren zorgde wel voor een afname van de drukte van mijn geest. Daarnaast gaf het, achteraf gezien, wel een basis voor mijn latere spirituele ervaringen. Het ging in de zentraining die ik volgde, steeds om de verlichting van Boeddha en over het loslaten en uitdoven van de bewegingen en neigingen van het ego. Ik schrok tijdens een retraite nogal van een deelnemer die het steeds had over het afbreken en doden van het ego. Hij zat bij een andere zenleraar en was zeer fanatiek in zijn overtuiging dat het ego eraan moest. Dit herinnerde mij aan een uitspraak van mijn zenlerares dat waarheid en liefde altijd samen moesten gaan. Gaat het alleen om waarheid, dan bestaat de kans dat de leer of de leraar hard en kil gaat worden. Gaat het alleen om liefde, dan bestaat het gevaar van weekheid en alle zaken maar met de mantel der liefde bedekken. Jaren later ontmoette ik een andere zenleraar en we spraken over het ego. Hij zei dat hij nog nooit iemand zonder ego had ontmoet.

Zijnsoriëntatie beoogt een integratie van psychotherapie en spiritualiteit. Ik heb een aantal jaren de opleiding voor therapeut/begeleider gevolgd. In de visie van Zijnsoriëntatie is het ego vooral een verdediging tegen de stromende aard van de werkelijkheid (de ik-kramp maakt die stromende, altijd veranderende aard vast en solide, daarom is het woord ik-kramp wel heel toepasselijk) en een verdediging tegen de psychologische gaten en gevoelens van ontoereikendheid die we in ons leven opgelopen hebben. Eerder (in InZicht van september 2003) schreef ik al een artikel over non-duale therapie. Deze visie, en vooral ook de manier van werken ermee, heeft mij veel helderheid over de werking van het ego verschaft, vooral ook over de wijze waarop ons zelfbeeld en wereldbeeld al vroeg in onze kinderjaren ontstaan. Wat ik in de Zijnsoriëntatie wel een lastig punt vind, is, dat er binnen deze benadering aan de ene kant veel oefeningen en methodieken bestaan die het ego versterken en aan de andere kant methoden die het ego juist ontkennen. Het is volgens mij niet altijd helder, wanneer een oefening of methodiek het ego versterkt of ontkent. Daarnaast geeft dit de mogelijkheid om er op een subtiele manier mee te manipuleren en de versterkende methoden zorgen ervoor dat het ego zich weer kan hechten aan nieuwe concepten, kaders en projecten en daarmee aan de haal kan gaan.

Het ego in advaita

Advaita geeft aan dat ego en zelfbeeld een illusie zijn, omdat er alleen maar Bewustzijn is. Het zien en realiseren hiervan is zelfrealisatie of verlichting. In de woorden van Ramana: “Het ego is alleen maar een idee, alleen maar een gedachte.” Klaar is Kees, zou je denken, maar hier liggen toch nog heel wat valkuilen. Er zijn naar mijn idee nogal wat satsangleraren en schrijvers die betogen, dat je het maar één keer gezien hoeft te hebben en je bent klaar. Of leraren die alleen maar verwijzen naar het absolute, naar het vormloze en wat je dan als vorm nog uitspookt, is niet relevant. Dit is nogal misleidend en ik heb dit eerder een spirituele bypass genoemd (1). De vaak aangehaalde Alexander Smit is hier een sprekend voorbeeld van: prachtige satsangs over de waarheid, maar in zijn kielzog een spoor van gebroken harten. Hier is naar mijn idee nog steeds een splitsing aanwezig tussen vorm en leegte. Zoals de zenleraar Huang Po ooit uitriep: “Als je alleen maar mediteert op het vormloze, dan zie je maar de helft. Mediteer je alleen op de vorm, dan zie je ook alleen maar de helft!” “Wat moet je dan?” zou je je als oprechte spirituele zoeker kunnen afvragen.

Ongeveer een jaar geleden kwam ik in contact met het werk van de schrijver Jed McKenna, o.a. schrijver van het boek ‘Spirituele oorlogvoering’. McKenna trapt hierin heel wat heilige spirituele huisjes omver en in dat opzicht is het een fris en helder boek. Hij beveelt een methode aan die spirituele autolyse heet. De methode is gericht op het totaal vernietigen van het ego. Je schrijft een bewering op die volgens jou helemaal waar is en vervolgens ga je ontleden waarom die niet waar is. Dit schrijf je allemaal op, net zo lang tot het ego volledig ontmaskerd is. Volgens McKenna duurt dat zo’n twee jaar. Ik heb dit een half jaar gedaan, ook aangemoedigd door het werk van Hein Thijssen (2), die het ego een systeem noemt dat geheel vernietigd dient te worden. In het autolyseproces ervoer ik regelmatig veel vrijheid en ruimte, maar er was ook sprake van angst en ontreddering en ik merkte op een gegeven moment dat ik steeds onverschilliger werd, zozeer zelfs dat, toen mijn vrouw en dochter twee weken op vakantie waren, het mij niets meer kon schelen of ze nu wel of niet terugkwamen! Ik leek mijlenver verwijderd te zijn geraakt van het uitgangspunt dat mijn zenlerares zo duidelijk verwoord had: waarheid en liefde moeten in een spirituele stroming samengaan. Ontbreekt de liefde, dan wordt het wel heel hard, kil en onverschillig allemaal, omdat je je dan alleen maar richt op het vormloze en de waarheid.

De EMDR-docent en -therapeut Alexander Bund heeft voor mij een mooie omschrijving van het ego gegeven. Ons zelfbeeld of ego is een wanhopige poging om alle ‘ikjes’ in ons samen te brengen. Toen ik dat voor het eerst hoorde, was dat schokkend, omdat ik in een flits herkende wat ik aan het doen was: steeds maar proberen al die ikjes samen te brengen, te helen of, zoals in de autolyse, te vernietigen. Vanuit de voice-dialogue weten we dat er eigenlijk geen sprake is van een coherent zelfbeeld: we bestaan uit talloze subpersoontjes die zich laten zien als de situatie dat vereist. Zo is er een zuinige Fokke, een vrijgevige Fokke, een terughoudende Fokke, een hartelijke Fokke, enzovoorts. In dit licht zou je ook de uitspraak kunnen zien: “Haal je ego tevoorschijn en ik smijt het voor je eigen ogen aan stukken.” Er is geen ego, er bestaan alleen maar vormen of subpersonen. Dat die zich afwisselend laten zien, is onvermijdelijk. Zo werkt onze geest nu eenmaal. Vanuit het vormloze komt dan de ene en dan weer de andere subpersoon op. Als je dat ziet en je er niet aan vastklampt of je ermee identificeert, is er niets aan de hand, is er vrijheid. Dan is leegte vorm en vorm leegte, zoals de Boeddha zo mooi in de hartsoetra verwoordde. Dan is er geen dualiteit, dan is er de Realiteit van Al Wat Is. Zoals je niet met regendruppels vecht, hoef je ook niet met al die ikjes in gevecht. Ze komen op en verdwijnen weer, geen enkel probleem.

Het doden van het ego, zoals die zenstudent beoogde, of het vernietigen van het ego bij de spirituele autolyse, is op een bepaalde manier verleidelijk. Je hebt weer wat te doen, namelijk het vernietigen van de vorm, van het ego. Daarnaast is het koren op de molen van de zoeker in ons: ‘ik ben er nog lang niet, ik ben nog niet vrij, nog niet verlicht…’ en daar gaan we weer. Ik heb het zelf ervaren als een steeds weer van Huis weggaan, steeds weer op zoek gaan naar nog mooier, beter of verlichter. Zinniger dan het te vernietigen of weg te willen hebben, is het doorzien van het ego, het doorzien van de werking van al die ikjes. Hoe zou het zijn om gewoon Thuis te blijven, dat Thuis te onderhouden en op het moment dat we ons vereenzelvigen met de vorm of met het vormloze (!) te zien dat we dat doen en het dan weer los te laten? Om een bekende advaitavraag aan te halen: wie ziet het, dat ik me even laat opslokken door de film van het leven? Alleen dat steeds weer zien en onderhouden is vrijheid, is onafhankelijkheid, is het Licht voor jezelf zijn, nu en altijd. Dat betekent ook het erkennen van ‘goede tijden, slechte tijden’ in je leven. Het is de vorm die steeds weer verandert in iets wat we goed of slecht noemen en dat is niet wie je ten diepste bent. Het is hierbij wel belangrijk te beseffen, dat de vorm steeds een soort zuigende werking op je kan hebben op basis van bijvoorbeeld een belast verleden of traumatische ervaringen. (3) Het is dan vaak lastig om je niet te laten opslokken door de film. Zoals een cliënt van mij passend verwoordde: “Al dat gepraat over het vormloze bij satsang vergrootte alleen maar nog meer mijn frustraties, versterkte het idee dat ik dit óók al niet goed deed of kon.” Het is in zo’n geval raadzaam om eerst met de vorm te werken en te zorgen voor een stuk verwerking en therapie op dat gebied!

De vraag in de titel (‘grootste vriend of grootste vijand?’) is dus eigenlijk niet te beantwoorden, want elk antwoord brengt je gelijk in de dualiteit van goed en slecht. Ook de uitspraak van de zenleraar dat hij nog nooit iemand zonder ego had gezien, is eigenlijk een verkapt pleidooi voor het ego. Er is namelijk helemaal geen sprake van een coherent zelfbeeld of ego. Het samenbrengen van al die ikjes, het verbeteren van de ikjes of het helemaal schoon worden van al die ikjes: vergeet het alsjeblieft, het zijn alleen maar projecties van de leer of leraar. Je bent het Al! Zoals ook in het citaat van Balsekar terug te vinden is: “Verlichting is slechts vrij zijn van het idee dat je verlichting nodig hebt; bevrijding is slechts bevrijding van het idee dat je gevangen bent.” Je bent al vrij, ook als je jezelf weer laat opslokken door het verhaal van de film. Je ziet dat alleen op dat moment even niet, totdat er weer helderheid komt en je jezelf helemaal kunt verbazen. Dat ik me hier zo mee geïdentificeerd heb, zeg! Dan ontstaat er vanzelf weer de glimlach van de Boeddha in ons om de druktemakerij en de vastklampneiging van de geest.

Noten:

(1) Zie mijn boek ‘De krachtige waarheid van Al wat Is’.
(2) Hein Thijssen is bekend geworden met zijn boek ‘Leeg en bevrijd’. Er zijn ook een paar interviews met hem gepubliceerd in InZicht.
(3) Het woord trauma gebruik ik heel ruim. Traumatisch hoeft niet per se een nare ervaring te zijn. Het kunnen ook duizend speldenprikjes zijn met steeds de boodschap dat je niet deugt of het nooit helemaal goed doet.

Met toestemming gepubliceerd.
Dit artikel komt uit het blad Inzicht Jaargang 12 – Nummer 3 – September 2011
www.verwondering.eu

Auteur

Redactie PSC Magazine

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2011

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen