Afstuderen bij De Roos: opleiding tot psychosociaal therapeut

Kirsten Riepma studeerde af als psychosociaal therapeut bij Bureau de Roos met een scriptie over de vraag of iemand een eetstoornis werkelijk achter zich kan laten.

Door: Kirsten Riepma

Mijn naam is Kirsten Riepma, zojuist afgestudeerd als psychosociaal therapeut bij Bureau de Roos. Voor mijn afstuderen heb ik een scriptie geschreven met als onderzoeksvraag: Kan iemand met een eetstoornis dat werkelijk achter zich laten, afsluiten of is dat onmogelijk? Is verbinding, aansluiting een beïnvloedende factor in effectieve therapie bij eetstoornissen?

Mijn eigen ervaring van 10 jaar een eetstoornis maakt dat deze vraag mij bezighoudt. Zelf kan ik zeggen dat ik mijn eetstoornis volledig heb kunnen afsluiten. Maar hoe komt het dat iemand anders dit niet kan? En wat is de visie van de huidige hulpverlening? Is het doel afsluiten of ermee leren omgaan?

Een samenvatting van mijn scriptie
Aansluiten houdt in je verbinden met je cliënt. Niet alleen geestelijk, maar ook met je hele wezen, je ziel (hart), lichaam en geest. Helaas is de huidige hulpverlening anno 2014 nauwelijks in staat om werkelijk aan te sluiten bij een cliënt met een eetstoornis. De mens, zo ook de hulpverlener en de cliënt in een hulpverleningsproces, bestaat uit 3 componenten: geest, ziel en lichaam. De huidige hulpverlening is echter niet meer 3 componenten in 1; er wordt vooral aandacht geschonken aan 1 component: het geestelijke niveau, het denken, het gedachtegoed. Bij een cliënt met een eetstoornis wordt ook aandacht besteed aan het lichamelijke aspect. Heel belangrijk voor deze doelgroep i.v.m. ondergewicht, overgewicht, braken, laxeren etc.

Zoals hierboven al gezegd richt het grootste gedeelte van aansluiting in een hulpverleningsproces voor mensen met eetstoornissen zich op de hersenen, een heel belangrijk onderdeel van de mens. De hersenen zijn onderverdeeld in 3 lagen: laag 1: bovenin: de neocortex, het kennis-/cognitieve niveau; laag 2: daaronder: het limbische systeem: het gevoel en de emoties; laag 3: onderin: de hersenstam (reptilian complex): gevoel van veiligheid, relaties en erbij horen.

In een hulpverleningsproces anno 2014 ligt het accent op de 1e laag, de bovenste, het kennis- en cognitieve niveau. Hulp wordt aangeboden d.m.v. cognitieve therapie, gericht op de gedachteverandering. Dit is voor de wetenschap/het onderzoek en de hulpverlening tastbaar en meetbaar. Daarbij lijkt het alsof het herstelproces sneller gaat en meetbaar wordt. En het kost niet veel tijd; tijd kost immers geld. De middelste laag, het limbische systeem, wordt daarbij soms aangeraakt, als er een mate van veiligheid, aandacht en tijd is. Dan kan de emotie de ruimte krijgen. Maar wordt de onderste laag, de reptilian complex, ook aangeraakt? Er moet dan wel aansluiting zijn op dit onderste, diepe level van veiligheid, daar waar de diepste behoefte en nood van een cliënt zitten. Dit kan alleen vanuit aanvaarding. Pas dan kan een cliënt alles laten zien wat gezien moet worden: de pijn, het verdriet, het gemis en het trauma. Datgene wat verdoofd moet worden door een eetverslaving. Alleen als er in een hulpverleningstraject op alle 3 de lagen aangesloten wordt, kan een eetstoornis echt afgesloten worden. Wordt er op deze onderste laag niet of nauwelijks aangesloten, dan is er alleen een mate van hanteren, leren omgaan… met je eetprobleem.

Bewezen is dat hulpverleners die zich richten op de 1e laag en (een beetje) op de 2e laag, minder hoop hebben op afsluiting van een eetstoornis. Maar hulpverleners die zich bewust ook op de 3e laag richten, bereiken wel degelijk effect in het hulpverleningsproces met een cliënt met een eetstoornis.

Het hulpverleningsproces kent 3 invalshoeken: 1. Er is in de hulpverlening geen tijd voor optimale aansluiting. De cliënt moet concessies doen, omdat deze moet aansluiten bij de huidige hulpverlening i.p.v. dat de hulpverlening aansluit op de cliënt, zodat er een zekere mate van grondige aansluiting is. Het is niet de cliënt die het proces bepaalt, maar het protocol, de ziektekostenverzekeraar, wetgeving, het proces, dat wat te meten is. En meten is weten en controleerbaar. 2. De hulpverlener heeft een grote bijdrage in de aansluiting. Is deze in staat om met zijn hele mens-zijn te luisteren en een veilige plek te zijn voor de cliënt? Veiligheid bieden is het fundament waarop het groeiproces rust. Is de hulpverlener zelf in contact met zijn eigen proces en daarbij behorende ziel en hart? Hoe kan een hulpverlener dat wat hij zelf niet kent, aan een cliënt geven? 3. Anno 2014 halen we geest, ziel en lichaam uit elkaar, maar zo zitten we niet in elkaar. Deze 3 aspecten in 1 = de mens. Maar dat zien we niet meer als inclusiviteit. Het huidige aansluiten op eetstoornissen betreft de geest; het gaat om de cognitieve gedragstherapie. Die is zichtbaar, geeft een kortetermijnbevrediging en is te meten. Maar waar is het onzichtbare, ons hart, onze ziel, dat waar de kern van het probleem ligt, de nood, dat wat zo graag gezien wil worden? Dat wat zich in de onderste laag van de hersenen bevindt, in de reptilian complex, de hersenstam. De pijn die maar één verlangen heeft en dat is gevoeld worden. De rouw over wat in het leven gebeurd is en wat nooit ongedaan gemaakt kan worden, is voorwaarde voor het proces naar afsluiting.

Veldonderzoek wijst dan ook uit dat geïnterviewde hulpverleners die deze bovenstaande visie delen en zelf ook een eigen proces zijn doorgegaan, weet hebben van wat er in hun eigen reptilian complex speelt. Zij geloven dan ook meer in het afsluiten en beëindigen van een eetstoornis, (dat dit kan!) dan hulpverleners die cognitief opgeleid zijn en te werk gaan (maar nauwelijks het interne proces bij zichzelf kennen). Deze groep heeft minder of geen zicht op wat er in hun diepste laag van hun hersenen speelt, de hersenstam (reptilian complex). Zij geloven in het leren hanteren van een eetprobleem en dus niet in afsluiten.

Mijn eigen verhaal, mijn literatuur- en veldonderzoek bevestigen dat, wanneer de diepe nood, de kortsluitingen, dat wat zo schreeuwt in de cliënt, gezien en erkend worden, een hulpverlener veel kan bereiken in het afsluitingsproces. Als dit gebeurt door een therapeut die dit proces van heelwording ook kent, kan op lange termijn een eetprobleem eerder en beter met resultaat afgesloten kan worden.

Een vergelijking met een boot: je kunt d.m.v. therapie allerlei tools krijgen waardoor je bepaalde ‘vracht’ in jezelf (boot) overboord gooit en bepaalde vracht erin laadt (b.v. corrigerende ervaringen) en op neocortex-niveau rangschikt. Maar als het anker (de nood, de basisovertuiging en kortsluitingen), dat wat in de reptilian complex zit, er niet uit gaat, krijgt de boot geen beweging en kan niet of moeizaam gaan varen. Als het anker eruit kan, doordat dat wat zo vast zat en diep verborgen was in een cliënt, nu bekend gemaakt kan worden en verwerkt, kan de boot gaan varen. De effectieve factor van aansluiten is gerealiseerd en de cliënt kan zijn afweer- en overlevingssysteem, zijn eetstoornis afsluiten. Ik realiseer me dat de toonzetting best zwart-wit is, maar ik voel een verlangen om me hard te maken voor dit onderwerp.

Inmiddels afgestudeerd
Het waren 3 fantastische jaren. De opleiding bij Bureau de Roos is zo opgezet dat je zelf door hetzelfde proces gaat als je cliënt. Dit geeft een enorme meerwaarde om nu als psychosociaal therapeut aan de slag te gaan. De thuiskomst in jezelf wekt een verlangen op om dit ook met cliënten te gaan beleven. Samen met 30 leerlingen hebben we het behalen van het diploma gevierd tijdens een feestelijke uitreiking. De volgende stap is een praktijk starten en aan te sluiten bij de NFG. Ook ga ik starten met een eigen praktijk met een specialisatie in eetstoornissen. Want hier ligt voor mij de ervaringsdeskundigheid, die een zekere meerwaarde zal bieden. Ik heb er zin in!

www.praktijkmeerwaarde.nl

Werken als psychosociaal therapeut

Als psychosociaal therapeut leer je cliënten op een respectvolle manier te begeleiden, met aandacht voor lichaam, geest en emoties. De opleiding tot psychosociaal therapeut bij Bureau de Roos combineert theorie met persoonlijke ontwikkeling. Lees ook andere artikelen op curova.nl of meer achtergrond via Wikipedia.

Auteur

Redactie PSC magazine

Redactie PSC Magazine

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2014

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen