Eten als een oermens

Evert Berkelaar over het paleodieet: onze huidige voeding en levensstijl komen niet meer overeen met hetgeen waarop wij genetisch zijn aangepast.

Door: Evert Berkelaar

Wij, de moderne mensen, stammen van de apen af en zijn geëvolueerd tot datgene wat wij nu zijn. De huidige leefomgeving verschilt in alle opzichten enorm met de leefomgeving van onze verre voorouders uit de tijd dat onze genen werden gesmeed. We praten dan over de periode van voor de landbouwrevolutie, die ongeveer 10.000 jaar geleden haar intrede heeft gedaan. Deze periode wordt het paleolitische of stenen tijdperk genoemd. Genetisch zijn wij als soort het beste aangepast aan de leefomgeving van die tijd. Wij leefden toen in kleine stammen en hadden een bestaan als rondtrekkende jager-verzamelaar.

Dit artikel gaat over twee belangrijke gebeurtenissen in de geschiedenis van de menselijke soort. De eerste gebeurtenis is dat wij ergens de aapachtigen hebben ingehaald op de evolutionaire ladder. De tweede gebeurtenis betreft de recentelijke ontwikkelingen waaruit blijkt, dat wij nu, met onze moderne geneeskunde en voorzieningen, er ondanks onze langere levensduur niet in slagen om meer jaren in gezondheid te leven dan onze voorouders van voor de landbouwrevolutie. Gezien de vele mensen die lijden aan depressie, overgewicht, diabetes, kanker en hart- en vaataandoeningen is er nu sprake van dat wij genetisch niet meer goed zijn aangepast aan onze leefomgeving. Voor beide belangrijke evolutionaire gebeurtenissen ligt er één ding aan ten grondslag: ons dieet.

Het dieet van de aapachtigen
Apen die in de natuur leven, hebben een grotendeels plantaardig dieet, met slechts zo nu en dan dierlijke voeding. Deze dierlijke voeding bestaat voornamelijk uit insecten, kleine bodemdieren of vogels en een enkele keer uit een groter dier zoals een overmeesterde soortgenoot. Het overgrote deel van het dieet bestaat echter uit plantaardige voeding: fruit, vruchten, bladeren en noten. Alhoewel plantaardige voeding, zeker in het wild zoals onze verre voorouders het aten, zeer rijk is aan vezels en gunstige micronutriënten zoals mineralen, vitamines en enzymen, bevat plantaardige voeding niet veel calorieën. In de natuurlijke leefomgeving van apen wordt geen landbouw bedreven, en het is dus lastig om binnen een uur een grote hoeveelheid van een calorierijke plant te vinden, zoals een peulvrucht of het zaad van granen. Zodoende hebben apen het door de gehele geschiedenis moeten doen met een voeding die niet al te bezaaid is met vet en calorieën. Dit is een belangrijk verschil met de voeding van de mens.

De omslag van aap naar mens was een omslag in voeding
Pas toen de eerste apen hun voeding veranderden door ook dierlijke voeding te gaan eten, opende zich de deur voor de volgende stap in de evolutie. Dit is ongeveer 2,3 miljoen jaar geleden in Afrika in gang gezet. Het zou toen nog zo’n 2 miljoen jaar duren voordat de moderne homo sapiens zich had ontwikkeld met het hersenvolume dat gelijk is aan het onze. Gedurende deze periode zijn onze voorouders steeds meer dierlijke, en daarmee vet- en calorierijke voedingsmiddelen gaan eten. Omdat de hersenen bestaan uit vet en zeer veel calorieën verbruiken, is het dieet hiervoor echt de doorslaggevende factor geweest. Een voedingspatroon zonder landbouwproducten moet veel dierlijke producten bevatten, anders bevat het voor ons hersenvolume simpelweg te weinig calorieën. Hierbij is het nog belangrijk om te vermelden dat onze voorouders het hele karkas van een gejaagd dier (of ei of vis) leegaten. Dus niet alleen de spiermassa zoals wij doen. Er zijn veel archeologische bewijzen gevonden van stenen instrumenten die onze voorouders gebruikten om bijvoorbeeld het merg uit de botten te schrapen. Wij aten behalve de spieren ook de organen en zelfs de hersenen. Dit stelde onze voorouders voor het eerst bloot aan inname van zowel vet als calorieën, wat hen in staat stelde zich te ontwikkelen tot de moderne mens met een groot hersenvolume.

Het oorspronkelijke paleodieet
De voedingsmiddelen die onze voorouders in het paleolithische tijdperk aten, vormen het paleodieet. Dit bestond grofweg uit vijf categorieën: vlees, vis, groenten, fruit en noten (en zaden). Afhankelijk van het seizoen en de geografische regio waren er verschillen in de verhouding tussen deze categorieën. De voorouders die aan de kust leefden, zullen meer vis hebben gegeten dan mensen uit het binnenland. Ook was het in sommige regio’s of seizoenen zo koud dat er slechts zeer beperkt toegang was tot plantaardige voeding. Toch was het dieet vaak veel gevarieerder dan nu. Onze voorouders waren volledig afhankelijk van de natuur en aten daardoor vrijwel alles wat eetbaar was. Dit staat in schraal contrast met de huidige situatie, waarin men slechts een paar tientallen verschillende soorten fruit en groente eet. Duizenden eetbare planten worden enkel voor de sier gehouden of zelfs als onkruid uitgeroeid. Hetzelfde geldt overigens voor het dierenrijk. Daar waar onze voorouders veel verschillende soorten dieren aten, eten wij er slechts enkele, en dan zelfs alleen nog maar de spiermassa ervan.

Het moderne paleodieet
Door de voeding die onze voorouders in het paleolithische tijdperk aten na te bootsen, kom je uit op het moderne paleodieet. Natuurlijk is dit dieet niet meer dan een nabootsing, immers veel diersoorten die wij vroeger aten, zijn uitgestorven, en zelfs onze biologische groentes komen van de landbouw af en groeien niet meer in het wild. Het moderne paleodieet bestaat uit vlees, vis, groente, fruit en noten. Het grootste gedeelte van de voeding is plantaardig en kan oplopen tot een kilo groente en fruit per dag. Het paleodieet is voor het eerst goed in kaart gebracht door de Amerikaanse Professor Loren Cordain. Hij heeft erg veel wetenschappelijke publicaties over dit onderwerp op zijn naam staan en is de wereldwijde ‘paleo-beweging’ begonnen. In 2002 bracht hij zijn eerste boek uit (The Paleo Diet) en sindsdien is het dieet uitsluitend in populariteit gegroeid. Inmiddels zijn er meerdere interventiestudies gedaan met het paleodieet en keer op keer blijkt het klachten van de typische welvaartziektes te verminderen.

Geen granen, peulen, zuivel en bewerkte voeding
Onze voorouders aten geen granen, geen peulvruchten en geen zuivel. Voor al deze voeding geldt immers dat dit typische landbouwproducten zijn en voor graan en peulvruchten geldt zelfs dat ze rauw niet eetbaar zijn voor de mens. Het zou een jager-verzamelaar veel te veel energie kosten om een handvol peulvruchten te vinden en deze vervolgens te moeten weken en koken om ze eetbaar te maken. Hetzelfde geldt voor graan. De evolutie heeft ons niet uitgerust om graan rauw te kunnen eten en dit komt puur omdat onze voorouders het niet aten. Voor zuivel geldt zelfs dat wij pas na vierduizend jaar landbouw en veeteelt op het idee kwamen om de melk van de dieren te gaan gebruiken. Omgerekend in generaties eten mensen pas zo’n 330 generaties lang graan en peulvruchten, en slechts 200 generaties lang zuivel. Dit zijn er veel te weinig om ons genetisch hierop aan te passen. Door de industriële revolutie is het de laatste honderd jaar letterlijk mogelijk geworden om voedingsmiddelen te bedenken en te ontwerpen. Niet je gezondheid, maar de koopbaarheid van het product is daarbij van belang. Denk aan het harden van plantaardige vetten of de suiker- en frisdrankindustrie. Dit zijn stuk voor stuk voedingsmiddelen die onze voorouders niet aten.

De huidige situatie
De huidige situatie is eigenlijk schrijnend. Dankzij onze moderne geneeskunde is de kindersterfte laag, hoeft er vrijwel niemand meer dood te gaan van een botbreuk en sterven er nog maar weinig mensen aan infectieziektes. Wij worden gemiddeld zelfs ouder dan de mensen enkele generaties terug. Toch zijn we minder lang gezond. Eigenlijk zijn we dus alleen maar langer ziek. Volgens de inzichten uit de evolutiegeneeskunde komt dit, doordat onze huidige voeding en levensstijl niet meer overeenkomen met hetgeen waarop wij genetisch zijn aangepast. Sinds de landbouw is niet alleen onze voeding drastisch veranderd, ook onze lichamelijke activiteit. Daarnaast zijn wij van relatief kleine sociale netwerken (stammen) overgegaan tot grote gemeenschappen, steden en landen. Dit is allemaal in een tempo gegaan, dat de evolutie niet heeft kunnen bijhouden. Bovendien staat het voortbestaan van onze soort niet meer onder druk. Evolutionair gezien hoeven wij ons genetisch niet meer aan de huidige situatie aan te passen, want wij zijn namelijk prima in staat om kinderen voort te brengen. Feitelijk zelfs zo goed dat de wereldpopulatie groter is dan ooit tevoren.

De weg naar gezondheid
Wanneer we aannemen dat wij nu ziek worden doordat we niet genetisch zijn aangepast op de moderne voeding en leefstijl, dan zouden we hierop dus moeten inspelen om weer gezonder te worden. De makkelijkste en meest doeltreffende manier is je voeding aan te passen. Geef je lichaam waar het genetisch op is aangepast en belast het niet meer met granen, peulvruchten en zuivelproducten. De volgelingen van het moderne paleodieet melden stuk voor stuk verbetering in hun gezondheid. Herwin je gezondheid dus door te eten als een oermens!

Zo pas je paleo eten toe in je dagelijks leven

Bewuster eten begint met kleine stappen: kies vaker voor onbewerkte producten die aansluiten bij wat onze voorouders aten. Meer lezen over gezonde voeding? Bekijk ook de andere artikelen op Curova, of verdiep je verder via Wikipedia.

Auteur

Evert Berkelaar

Redactie PSC Magazine

Gepubliceerd op

20 augustus, 2026

Thema

PSC Magazine 2014

Deel dit artikel

Gerelateerde artikelen