In gesprek met Nelleke Lust en Anja Rijkhoff
Problemen op school met haar dochter, 15 jaar geleden, vormden de aanleiding voor Nelleke Lust om op zoek te gaan naar de oorzaak van deze problemen: het bleek hooggevoeligheid te zijn. Het materiaal dat Nelleke over hooggevoeligheid verzamelde, deed haar beseffen dat ze zelf ook hooggevoelig is. Anja Rijkhoff, collega-therapeut van Nelleke, kwam tot het besef dat ze hooggevoelig is, in de moeilijke periode die volgde na het overlijden van haar man.
Tijdens een intervisiebijeenkomst leerden Nelleke en Anja elkaar kennen en hun gemeenschappelijke interesses en belevingswereld met betrekking tot hooggevoeligheid leidden al snel tot het samen ontwikkelen van een training voor leerkrachten: “Bewust(er) zijn voor hooggevoelige kinderen”. Naast de training zijn ze ook bedreven in het begeleiden van hooggevoelige kinderen en (jong)volwassenen, binnen hun praktijk, als spiritueel therapeut, en beiden hebben binnen het onderwijs als leerkracht ervaring opgedaan. Momenteel is Anja nog actief binnen het onderwijs en Nelleke niet meer. Nelleke verzorgt nu voorlichtingsavonden voor ouders van hooggevoelige kinderen en dialoogavonden voor hooggevoelige jongvolwassenen. Ze merkt dat hier een enorme behoefte aan bestaat. Het gedrag van hooggevoelige kinderen wordt dikwijls als ADHD bestempeld, terwijl ze in werkelijkheid helemaal niet hyperactief zijn. Toch kunnen hooggevoelige kinderen druk gedrag vertonen, als voor hun gevoeligheid geen oog is. Vaak worden zij hierdoor onbegrepen en kunnen hierdoor vastlopen.
Anja en Nelleke weten vanuit hun therapeutische ervaring dat steeds meer mensen hun hele leven in contact blijven met de kwaliteiten van het jonge kind. Kleine kinderen leven heel vanzelfsprekend vanuit hun intuïtie en omdat kinderen deze wijze van ervaren als het meest wezenlijke beschouwen, blijven ze dit doen, ook als ze ouder worden. Mensen die vanuit hun intuïtie leven, staan meer in contact met hun rechterhersenhelft. Hier zit het zogenaamde beelddenken, dat bij hooggevoelige mensen een veelvoorkomend verschijnsel is. De eigenschappen die bij de rechterhersenhelft horen, worden vaak binnen het schoolsysteem niet gepromoot. Op scholen worden mensen klaargestoomd voor de maatschappij, waarbij vooral het abstracte niveau (dat in de linkerhersenhelft zit) wordt aangesproken. Om als mens in balans te zijn is het belangrijk om zowel je linker- als je rechterhersenhelft te gebruiken. Naar de mening van Anja en Nelleke is de balans binnen het onderwijs teveel gericht op het cognitieve: er wordt te weinig aandacht besteed aan activiteiten die ook de rechterhersenhelft stimuleren.
Het volgende praktijkvoorbeeld is hiervan een illustratie: Jolien kwam in de praktijk van Nelleke. De moeder van Jolien zocht contact met Nelleke, omdat haar dochter concentratieproblemen had. Op school vertelde de leerkracht dat Jolien een ongeïnteresseerde indruk maakte en ze vroeg zich af of Jolien wel beschikte over de juiste verstandelijke vermogens. Met andere woorden: de leerkracht vond Jolien dom. Tijdens de therapie kwam Nelleke al snel tot de ontdekking dat Jolien zich wel degelijk kon concentreren en dat het wel degelijk een slimme meid is, als zij maar aangesproken wordt op haar talenten en interesses. Ze blijkt een kind te zijn dat snel verbindingen kan leggen en heel veel mogelijkheden ziet, waardoor het soms wat langer duurt voordat ze met een antwoord komt. Verder werd duidelijk dat Jolien een beelddenker is. Ze vond dit fijn om te horen. Ze begrijpt nu waarom een leerkracht die hier niets van weet, haar bijna niet iets kan uitleggen tijdens een les in de klas, wat aansluit op haar belevingswereld. Ze denkt in beelden, maar dit is heel moeilijk uit te leggen. In de klas van Jolien wordt dit niet (h)erkend. Gelukkig kreeg Jolien het volgende jaar een andere leerkracht, die haar wel op waarde wist te schatten en haar tot volle bloei liet komen.
Informatieverwerking van hooggevoelige kinderen en de reactie daarop zijn soms anders dan waar in het algemeen van uit wordt gegaan. Hierdoor voelen ze zich vaak niet begrepen. Volgens Anja kan dit naast eventuele leerproblemen leiden tot ontwikkelingsproblemen, zoals het ontbreken van zelfvertrouwen. Hooggevoelige kinderen beleven alles wat er om hen heen gebeurt, intenser dan andere kinderen. Ze schrikken sneller, zijn sneller geïrriteerd en kunnen zich extreem druk maken over details die een ander niet eens opmerkt. Hooggevoeligheid is zeker geen afwijking, maar een prachtig instrument. Als je eenmaal weet hoe je er mee om kunt gaan, kun je er veel profijt van hebben, aldus Nelleke. Onderling kunnen hooggevoelige kinderen ook veel verschillen; niet iedereen heeft immers hetzelfde karakter. Hooggevoeligheid komt bij zowel jongens, als meisjes voor. Alleen uiten jongens zich anders dan meisjes. Jongens uiten zich bij overprikkeling eerder agressief en meisjes zullen eerder gaan huilen. Voor jongens is huilen eigenlijk ‘not done’, omdat ze dan gepest kunnen worden of voor ‘watje’ worden uitgemaakt.
Hooggevoeligheid komt voor in alle lagen van de bevolking, maar ook in alle landen en bij alle nationaliteiten. Het feit dat niet alleen blanke Nederlandse kinderen hooggevoelig kunnen zijn, maar dat bijvoorbeeld ook Indonesische, Turkse of Marokkaanse kinderen dit kunnen zijn, realiseerde Anja zich met een schok. Een jongetje, in haar groep, had haar namelijk al een aantal malen gevraagd hoe het met haar ging en Anja had al een aantal kenmerken van hooggevoeligheid bij hem opgemerkt, maar hij was Turks, dat kon toch niet? Tot ze zich realiseerde dat hij net zo goed hooggevoelig kon zijn als elk ander kind. Immers, ongeveer 20% van alle mensen is hooggevoelig. Elaine Aron, een wetenschapper uit Amerika, kwam tot deze ontdekking, nadat zij onderzoek had gedaan naar hooggevoeligheid. Hooggevoeligheid is voor een belangrijk deel erfelijk. Zo herinnert Nelleke zich haar opa ook als een hooggevoelige man, maar destijds bestond er nog geen naam voor.
Inmiddels hebben Anja en Nelleke sinds 2012 al heel wat leerkrachten mogen begroeten in hun training. De training is zo samengesteld dat er een logische volgorde in opbouw is. Het leren herkennen en erkennen van hooggevoeligheid is hierin essentieel. Aan de hand van praktische tips kunnen de leerkrachten zelfstandig aan de slag. Ook komen leerkrachten regelmatig met praktische vragen. Zo kwam laatst de vraag naar voren: ‘Wat kan ik als leerkracht doen, als een kind al moe op school komt en de moeder hier wanhopig van wordt?’ Dit is een terechte vraag. Het komt regelmatig voor dat hooggevoelige kinderen al moe op school aankomen, nog voordat de lessen beginnen. Vaak heeft dit ook te maken met de intense dromen, die ze ’s nachts hebben. Om even terug te komen op de vraag wat je als leerkracht kan doen, kwamen we gezamenlijk tot de volgende oplossingen. Inventariseer wat een kind al heeft meegemaakt voordat het naar school komt. Hoe laat staat het gezin bijvoorbeeld op? Is er ruim voldoende tijd voor het kind om zich te wassen, aan te kleden, tanden te poetsen? Kan het gezin in alle rust ontbijten aan tafel of krijgt het kind een boterham op schoot voor de televisie? Draalt het kind bij het uitkiezen van de kleding? Waarom dan niet ’s avonds voor het naar bed gaan de kleding al klaar leggen? Zo kan het kind ook moe worden van de wifi die nog aanstaat ’s nachts, of van een elektrische wekker naast het bed. Zaken waar je normaal gesproken niet zo bij stilstaat, maar het is wel iets waar terdege rekening mee gehouden moet worden. Door deze zogenaamde elektrosmog kunnen kinderen niet opladen ’s nachts.
Leerkrachten die de training hebben gevolgd, komen tot de ontdekking dat hun nieuwe benaderingswijze naar de kinderen toe geen windeieren legt in de klas. Ze merken, doordat zij de kinderen anders benaderen, dat er rust ontstaat in de klas. Kinderen zijn een ster in het oppakken van sferen. Als de juf ontspannen is, heeft dit zijn weerslag op de groep.
Hoe herken je een hooggevoelig kind?
Ze zien veel, nemen kleine veranderingen waar; staan graag ‘langs de kant’ om te observeren; scherp horen, bijvoorbeeld geluiden snel ‘hard’ noemen; geïrriteerd zijn door kleine ongemakken, zoals labeltjes in kleding; aanvoelen van stemmingen en emoties; zich snel zorgen maken; toetrekken naar kinderen die enigszins buiten ‘de groep’ vallen; behoefte hebben aan een rustige omgeving met niet te veel mensen; moeite hebben met veranderende omstandigheden; de kwetsbaarheid van anderen zien en begrijpen; tijd nodig hebben om aan een nieuwe situatie of omgeving te wennen; groot inlevingsvermogen in de gevoelens van anderen; niet van verrassingen houden; op jonge leeftijd al in staat zijn tot zelfreflectie; niet in het middelpunt van de belangstelling willen staan; diepzinnige vragen stellen; eindeloos willen weten ‘waarom’.
Meer informatie over de training “Bewust(er) zijn voor het hooggevoelige kind” is te vinden op de website van Nelleke (www.nellekeenco.nl) en Anja (www.anja-aspiratie.nl)
Hooggevoeligheid herkennen en omarmen
Wil je meer lezen over persoonlijke ontwikkeling en zelfinzicht? Bekijk ook de andere artikelen op Curova, of verdiep je verder in het onderwerp via Wikipedia.

